También la lluvia

Er zijn twee dingen die ze niet hebben in Rafelbunyol:
1. verkeerslichten (jeuj)
2. afwatering
Je zou denken dat dat laatste gewoon niet nodig is omdat het hier zelden of nooit regent, maar het is een beetje zoals in dat liedje van Albert Hammond:
It never rains in California
But girl, don´t they warn ya
It pours, man, it pours.

Wanneer dat gebeurt, moet het water dus zijn weg zoeken via pop-up stroompjes, beken en rivieren naar de laagst gelegen gebieden en zo naar de zee. Misschien is het omdat die laatste hier slechts 5 kilometer verderop ligt dat ze zich de moeite van het installeren der rioolputtekes bespaard hebben, ik weet het niet. Je houdt er alleszins een mooie aardrijkskundeles en natte schoenen aan over.

Ik sta er ook steeds weer van te kijken, als onder de buien opgegroeide Belg, hoe er hier met neerslag omgegaan wordt. Waar Belgen als honden door de regenvlagen sjokken, trekken Valencianen geschrokken hun kattenpootjes terug wanneer ze nattigheid voelen. Ze vinden het maar niks. Ik heb in België zelden met paraplu´s rondgelopen; ik trok gewoon een kap over mijn hoofd, en als het wat motregende, nam ik daar zelfs de moeite niet voor. Maar sinds ik hier woon, heb ik me een paraplu aangeschaft, en dan niet zozeer om me tegen de regen te beschermen, maar eerder tegen de opmerkingen van dorpsgenoten. Wanneer je rondloopt met haar dat een beetje natgeworden is, kan je er donder op zeggen dat iemand je gealarmeerd “Je haar is nat!” zal toeschreeuwen, alsof het in brand staat.
Er wordt ook zeer nauwlettend in het oog gehouden wie er tekenen van een opkomende verkoudheid vertoont. Als je vijf keer kucht, zal je vier keer “Ben je verkouden?” gehoord hebben. Een verkoudheid lijkt hier iets wat ten alle koste vermeden dient te worden, zoals herpes of ebola. Of misschien is het gewoon een soort sociale bezorgdheid die ik niet gewoon ben.

Bijschrift foto´s: Ceci n´est pas une rivière.

overstroming 1 overstroming 2 overstroming 3

Advertenties

Fallas -een inleiding

Fallas is de fameuze feestweek van de Valenciaanse gemeenschap, die haar waanzinnige apotheose beleeft tijdens de nacht van 19 maart. Je spreekt het uit als /faias/, wat volgens een wonderlijk toeval bijna klinkt als het Engelse fires.

Een volledig beeld geven van wat deze feestelijkheden precies inhouden, is onmogelijk in een paar blogposts. Maar ik zal mijn best doen.

Valencia is van oudsher de stad van de timmerlieden. (Nog steeds heel veel meubelmakers en interieurfabrieken hier, daarom is er pas sinds dit jaar een Ikea. Stel je voor, de derde grootste stad van Spanje, en je moest 3 uur rijden naar Zaragoza of Murcia voor een Ikea. Bizar, nietwaar?)

Volgens de overlevering zijn de Fallas begonnen met de jaarlijkse lente-schoonmaak van deze carpinteros: ze stapelden alle hout-overschotten buiten op en staken ze in brand op de dag van hun patroonheilige, Sint Jozef. Want dat is immers de Timmerman der Timmermannen, de vader van Jezus himself. Vandaar dat Fallas samenvalt met Vaderkesdag.

Doorheen de jaren kwam er meer en meer creativiteit te pas aan het prepareren van die brandstapels: het werden heuse standbeelden die gebruikt werden om sneren te geven naar de politiek en de kerk (vergelijkbaar met onze carnavalsstoeten).

Hede ten dage wordt er geen hout meer verbrand, maar standbeelden van polystryreen. Deze worden vervaardigd in speciale ateliers, en de grootsten zijn wel 30 meter hoog. Zo´n standbeeld wordt een falla genoemd. Maar het woord falla heeft ook betrekking op de buurtvereniging die doorheen het jaar geld verzamelt voor de bouw van deze standbeelden. De leden van deze verenigingen worden falleras en falleros genoemd. Ze hebben een eigen lokaal, hun casal, en prachtige authentieke outfits die ze aantrekken voor speciale gelegenheden, en natuurlijk tijdens de Fallas-week. Deze kleren zijn bijzonder duur en van schitterende materialen gemaakt.

Dit is een greep uit wat er tijdens de Fallas allemaal gebeurt:

* Vanaf 1 maart is er elke dag een mascletà voor het stadhuis. Dit is vuurwerk in het volle daglicht. Het gaat immers niet om het visuele aspect, maar om het lawaai. De beste pyrotécnicos (de mensen die het vuurwerk samenstellen en in brand steken) zijn zij die het beste het gedreun en gedaver kunnen opbouwen tot een, letterlijk en figuurlijk, explosief hoogtepunt. Bovendien zorgt elke Falla voor zijn eigen kleine mascletàs.

*Rotjes gooien op straat. Er zijn massa´s verschillende rotjes, heb ik ondertussen geleerd, en er staat geen minimumleeftijd op het gooien noch op het aansteken ervan. Zesjarigen steken hier vuurwerk aan en tweejarigen gooien met rotjes. Het geknal gaat dag en nacht door: in de straat, in het dorp, in de stad. Met op de achtergrond het gerommel van een mascletà uit een naburig dorp.

*De despertà. Alsof dat allemaal nog niet genoeg lawaai geeft, wordt er door de Falla ook elke ochtend een despertà georganiseerd: het wakker maken van de buurt door vuurwerk en muziek. Dit is geen lolletje voor wie geen deel uitmaakt van de Falla, maar wel tot laat in de nacht naar hun hoempa-muziek heeft moeten luisteren.

*Tijdens de feestweek maken de falleros en falleras zich op voor de Ofrenda: het offeren van bloemen aan de Maagd Maria. Die bevindt zich op de Plaza de la Vírgen in Valencia. De dag van de Ofrenda begint bij de kapper, waar de falleras hun typische haartooien aangemeten krijgen. Daarna gaat het per bus of metro richting Valencia, en van daar te voet naar de Plaza de la Vírgen. Dit alles onder begeleiding van een fanfare. Ik vind het persoonlijk een schitterende ervaring, de duizenden falleras en falleros door de straten zien paraderen, terwijl de muzikanten er een echt feestje van maken.

* de cremà, het verbranden van de standbeelden. Dit gebeurt nog steeds op 19 maart, rond middernacht. Het is waanzinnig en impressionant en vast afschuwelijk slecht voor het milieu en schitterend om te zien. De ganse stad verandert in een soort war-zone, met huizenhoog laaiende vuren en honderden zwarte rookzuilen. Het is zo spectaculair dat zelfs een kleine, mopperende Belg als ik bij de aanblik ervan haar mond laat openzakken en zich gewillig laat meevoeren op de primitieve kampvuur-emoties die zich daarbij van haar meester maken.

De mascletà van 12 maart 2015: