Verkiezingen (1): The End of An Era

Rafelbunyol: zo´n 8000 inwoners, en een schuld van 8 miljoen euro.

Aangezien ze hier al 20 jaar dezelfde burgemeester hebben (van de PP, Partido Popular), is het dus niet zo vergezocht te veronderstellen dat die daar iets mee te maken heeft.

Een paar jaar geleden kwamen de werknemers van de gemeentelijke beschutte werkplaats lawaai maken voor het gemeentehuis, omdat ze al maandenlang op hun schamelijke loon van 400 euro per maand zaten te wachten. De beschutte werkplaats werd gesloten.

Vorig jaar in maart werd er nog veel meer kabaal gemaakt, toen de gemeentelijke kinderopvang sloot. De kinderverzorgsters hadden de ouders laten weten dat ze al acht maanden (!) geen loon meer hadden ontvangen -terwijl de ouders braaf hun 200 à 300 euro per maand betaalden. Deze kinderopvang was deel van dezelfde gemeentelijke onderneming waar ook de beschutte werkplaats bij hoorde. Al het geld dat binnenkwam ging daarom naar het dempen van het gat geslagen door de ter ziele gegane beschutte werkplaats. Maar dat niet alleen. Er kwam bijvoorbeeld een rekening bovendrijven van 12.000 euro, besteed door deze gemeentelijke onderneming, voor de levering van ham door een luxe charcuterie in Valencia. Dat deze ham nooit op de bordjes van de kinderen in de kinderopvang beland is, kun je je wel voorstellen. De werknemers van de kinderopvang hadden bovendien al jaren geleden gepleit voor het onderbrengen van de kinderopvang in een aparte onderneming, zodat die niet mee in de afgrond van de beschutte werkplaats getrokken zou worden, maar dat pleidooi was in dovemansoren gevallen.

De juffen, die ondertussen al acht maanden gratis aan het werk waren, trokken dus aan de alarmbel, zeiden dat ze zo niet verder konden, en raadden de ouders aan een andere opvang voor hun kinderen te zoeken. Op die manier zou de opvang wel moeten sluiten, en konden de juffen aan een werkloosheidsuitkering geraken. Want de hoop dat ze nog uitbetaald zouden worden, hadden ze toen al lang opgegeven. Ze hadden het willen volhouden tot het einde van het schooljaar, maar hoe groter de financiële problemen thuis werden, hoe moeilijker het werd hun job goed te doen. En je wil geen risico´s nemen als je 25 peuters onder je hoede hebt natuurlijk.

Het is geen sinecure op twee weken tijd nieuwe opvang te vinden voor je twee-jarige. Ik heb heel wat moeders en verzorgsters in die periode in tranen gezien. En nadien langs die prachtige, gloednieuwe gebouwen van de kinderopvang lopen en die stille, lege speelplaats zien, was ook niet bepaald opbeurend.

Maar het ergste vond ik de roddels, gevoed vanuit duistere hoeken, en verspreid via bepaalde kranten. Dat de sluiting van de kinderopvang de schuld was van de juffen, die hun werk niet meer wilden doen. Dat het de schuld was van de ouders, die hun kinderen uit de opvang weggehaald hadden en zo de sluitingsprocedure in werk hadden gezet. Dat gaf ons onverwachts een blik in de zwarte ziel van de gemeentepolitiek.

Ik weet niet of het dit voorval was dat veel mensen over de streep heeft getrokken om eindelijk anders te stemmen -of te gaan stemmen tout court, want hoewel er geen stemplicht is in Spanje, werd er in Rafelbunyol een opkomst van meer dan 75 % genoteerd. De uitslag in Rafel weerspiegelt immers een trend die over heel Spanje zichtbaar is geworden tijdens deze laatste verkiezingen: de conservatieve PP en de socialistische PSOE verliezen beiden ten voordele van alternatieve, niet-traditionele partijen. Voor Rafelbunyol betekent dat 5 zetels voor de PSOE, 3 voor de PP en 3 voor Compromís. (Compromís is een groepering van groenen en Valenciaans-nationalisten van de linkerzijde, met als kopstuk de gedreven advocate Mónica Oltra.) Er zijn 7 zetels nodig voor een meerderheid. Voor het eerst in 20 jaar kan de PP dus buitenspel gezet worden. Bob Dylan en Boudewijn De Groot neuriën mee: er komen andere tijden.

kinderopvang 1 kinderopvang 2 kinderopvang 3verkiezingen 2

Advertenties

Hitte

Twee dagen geleden (donderdag 14 mei) gingen de kindjes van Elena´s klas voor het eerst op schoolreis, naar de kinderboerderij. Reeds een week op voorhand klonken er bezwaren van bezorgde ouders, omdat het volgens de weersvoorspelling zeer warm zou worden. Dat klinkt wellicht een beetje ridicuul in Belgische oren. Je wil toch dat het mooi weer is op een schooluitstap? Maar warm weer staat hier niet gelijk aan mooi weer, vandaar de opmerkingen als “kunnen ze die uitstap niet op een andere dag doen” en “als ze het niet verzetten, gaat mijn zoontje niet mee”. Dat klonk zelfs mij wat overdreven in de oren, zeker toen we die ochtend bij een aangenaam temperatuurtje naar school fietsten. Het is tenslotte nog maar mei.

Maar toen ik ´s middags ging winkelen, trok ik de voordeur open en het leek alsof ik in een oven stapte. Na 20 meter wandelen had de zon zich al in mijn vel gebrand, en toen er twee mensen uit de supermarkt naar buiten kwamen, zei één van hen “Ik wil in de supermarkt blijven wonen.” Want zodra je daar binnenstapt, blazen de airco´s je tegemoet. Arme kindjes, dacht ik. Het is geen weer om buiten te komen.

Maar dat was nog niet het ergste. Toen ik om half 5 naar school wandelde, in de schaduw van de smalle dorpsstraatjes, blies de hete wind in mijn gezicht. Het was alsof je te dicht bij een vuur stond en er niet aan kon ontkomen. Het was eng. En het was niet normaal, zeiden mijn Spaanse vrienden, zeker niet in mei.

De kinderen leken als enigen niet onder de indruk van de hitte; ze hadden een heerlijke dag gehad op de kinderboerderij, met water gespeeld, konijnen geknuffeld (je zal maar een konijn zijn met dit weer), en liepen vrolijk mee naar huis. We maakten een omweg voor een ijsje.

Om 6 uur had Elena muziekschool en ik was vastbesloten te gaan, want ik was er zeker van dat ze daar vrijwel privéles zou krijgen. Na een schooluitstap en met dit weer zouden er niet veel ouders nog de deur uitkomen. En ik had gelijk: van de 11 kinderen kwamen er drie opdagen, Elena incluis. Alledrie kinderen met migrantenouders, merkte een moeder op. Je ziet het, we raken maar niet aangepast…

Día de la Bici

Aanvankelijk was ik van plan geweest deel te nemen aan de Dag van de Fiets. Mijn ouders waren met de auto op bezoek gekomen en hadden mijn Belgische fiets meegebracht, zodat ik na al die jaren eindelijk weer een waarlijk edel rijwiel in huis had staan.

De Avond voor de Dag van de Fiets was het echter nogal laat geworden en daarom had ik mijn deelname beperkt tot het ´s ochtends in bed liggen luisteren naar de toespraak die tot de deelnemers gericht werd en via de megafoons (zie: allemaal geluid) over het hele dorp verspreid werd.

Twee dagen later besloot ik mijn schade in te halen en voor het eerst met mijn goeie oude fiets de baan op te gaan. Een tripje naar de markt in Massamagrell leek daartoe uiterst geschikt (zie kaart).

Viel dat even tegen.

Vooreerst omdat ik de gewone weg naar Massamagrell nam. Ik wist wel dat er naast de grote baan (Avinguda Aragó) een fietspad ligt, maar ik wou zo direct mogelijk fietsen, zoals ik in België gewoon was, en stak daarom eerst de KMO-zone over en nam daarna de Carretera Barcelona. Daar is geen fietspad, en eigenlijk ook geen plaats voor een fiets. Maar levensgevaarlijke risico´s nemen is wel heel Spaans, vandaar waarschijnlijk dat geen enkele automobilist enige ergernis liet blijken.

Onderweg begon het me te dagen dat ik hier nog maar zelden een “normale” fiets gezien heb. De mensen fietsen wel, maar steeds op sportfietsen. Een week eerder, toen ik fier met mijn pas overgebrachte velo naar het park was gekomen, had iemand lachend de Spaanse variant van “Waar gaat die fiets met dat meisje heen” geroepen. “Da´s normaal, zo´n hoog stuur,” had ik gemompeld, “da´s beter voor je rug. Trouwens, in Nederland zijn de sturen nóg hoger.”

Aangekomen in Massamagrell vond ik uiteraard geen stalplaats. Ik besloot de fiets daarom voor het politiekantoor op het plein te stallen. Daarvoor moest ik de markt doorkruisen, die vanop het plein de smalle straatjes eromheen inwoekert. Nou. Ik had evengoed met een paard langs de kraampjes kunnen trekken. (Hier plaats voor een grap met “stalen ros”.) Mensen die opkeken, me aanstaarden, met samenzweerderige blikken naar elkaar toebogen en fluisterend woorden achter hun handpalmen wisselden, waarvan één duidelijk “bici” was (Spanjaarden en fluisteren…). Ik hing de fiets met een kettingslot vast aan een lantaarnpaal voor het politiebureau, wat ook nog eens met veel gekletter gepaard ging, wat nog meer hoofden deed draaien, en daarmee had ik naar mijn aanvoelen wel voldoende buiten mijn Comfort Zone geopereerd voor de rest van de week. Ik liep een paar straten om, maar voelde me te nerveus om nog te winkelen en ging de fiets weer losmaken. Weer naar huis.

Ik besloot deze keer dat fietspad langs de grote baan te proberen. Toen ik aan de Avinguda Aragó kwam, zag ik me voor een probleem gesteld. Ik moest naar links, dus om aan de rechterkant van de baan te kunnen rijden, moest ik oversteken. Maar er was geen oversteekplaats. Daarom draaide ik naar rechts en reed tot aan het grote kruispunt in Museros. Daar lag een prachtig zebrapad voor voetgangers en fietsers, dat mij naar de andere kant van de baan bracht. Waar geen fietspad was. Maar een halve meter dieper lag er wel een grindpad. Ik sprong naar beneden, hief de fiets over me heen en peddelde het pad af. Dat leidde na een tiental meter recht de velden in. Dus teruggefietst, rijwiel weer dat muurtje opgeheven, zelf er ook weer opgeklommen, de baan weer overgestoken. Daar zag ik dat het fietspad waarlangs ik tot in Museros gereden was, voor fietsers in twee richtingen bedoeld was. Dan zuchtend naar huis gepeddeld over een fietspad dat blijkbaar vooral gefrequenteerd wordt door wandelaars, honden, joggers, brommers en oude dametjes die hun winkelkarretje in het midden van de weg laten staan om een paar meter terug iets te gaan oprapen. Ik begon opeens te begrijpen waarom ik fietsers daar zo vaak op de grote baan zie rijden.

Ter hoogte van Pobla de Farnals heb ik het dan ook nog gepresteerd om een verbodsbord fout te interpreteren, waardoor ik weer de weg ben overgestoken (wat daar wel kon) en via het pad aan de rechterkant (dat daar opeens wel lag) naar de noord-oost zijde van de KMO-zone van Rafel te rijden. Daar verdween het fietspad opeens in het niets, waardoor het oversteken van de ronde punten weer een heel stoute onderneming werd voor een braaf Belgje als ik. Maar kijk, ter hoogte van het tankstation ontwaarde ik, verscholen tussen de struiken, het begin van een fietspad, een prachtig fietspad, dat mij via de Carrer Quadrat langs de sinaasappelbomen naar huis bracht.

Thuisgekomen keek ik op het klokje van de microgolfoven en zag dat ik 45 minuten onderweg was geweest. En daarmee zat mijn eigen Día de la Bici erop. Veel bijgeleerd, die dag.

fiets

“Es más grande que tú!”