Liefdesbrief (4)

Hieronder vind je de vierde brief van de schrijfopdracht die ik mezelf deze maand gegeven heb.

 

Beste Marco,

 
Dit is je ontslagbrief.

Ik kan me voorstellen dat het je zeer kwaad maakt dat te lezen, maar tegen dat je aan het einde van deze brief bent, zal je hier waarschijnlijk niet eens meer willen blijven.

Je doet je werk fantastisch, daar ligt het uiteraard niet aan. De tuin heeft er nooit mooier bijgelegen. Je hebt wonderen verricht met het gazon, elke plant waarmee je aankwam, past op meesterlijke wijze in het geheel, en de rozelaars hebben een tweede leven gekregen. Het is alsof alles wat je aanraakt van lieverlee begint te bloeien, alsof elke bloem naar je handen reikt. Soms denk ik dat het niet je handen zijn, maar je stem. Er zijn mensen die beweren dat planten beter groeien wanneer je tegen ze praat. Dat zou wel verklaren waarom deze tuin het zo goed doet sinds jouw komst: ik heb je wel bezig gehoord, Don Giovanni!

Dus het ligt niet aan jou. Of eigenlijk wel, maar onrechtstreeks. Jou hier zien rondlopen is namelijk moeilijk voor mij. Ik ben een oude man in een oud huis. Ik heb genoeg wilde dingen gedaan in mijn jongere jaren om nu vrede te nemen met dit lelijke, afgetakelde lichaam. Want dat is wat ik wil: mijn laatste jaren in vrede slijten. Maar vrede en verlangen gaan niet samen, en nog minder wanneer dat verlangen onvervulbaar is. Jou zien en horen maakt iets in mij wakker wat lang geleden in slaap is gesust, en het doet dit wrak van vlees geloven dat er nog passie voor hem is weggelegd. Dat dit lijf kan openbloeien in plaats van vergaan.
Ik wil mijzelf niet langer bedotten. En daarom moet ik je laten gaan.

De rozen en ik zullen je aria´s missen.
Met vriendelijke groeten en duizend excuses,

Hubert

Advertenties

Liefdesbrief (3)

Hieronder vind je de derde brief van de schrijfopdracht die ik mezelf deze maand gegeven heb.

 

Dag Anneke,

 

De Peter heeft mij gebeld om te zeggen dat ge in het ziekenhuis ligt.

En dat ik mij niet ongerust moet maken.

Dat is natuurlijk makkelijk gezegd, maar ik maak mij niet ongerust.

Ik ben in 1952 al gestopt met mij ongerust te maken over u.

 

Ge moet nu niet denken dat ik speciaal voor u afkom, hoor.

Ik was dat al lang van plan. Het is gewoon nog eens tijd dat ik naar Leuven ga.

Peter heeft mij gezegd op welke kamer ge ligt. Ik geraak er wel.

 

Ik ga niks meepakken he, ik heb al zoveel mee te sleuren.

´t Is maar dat ge niks verwacht.

 

Allez, tot binnenkort.

Uw zuster,

 

Francine

 

PS: En geen zotte kuren doen he. Want ik ken u.

Een keer uit uw bed vallen is wel genoeg op onze leeftijd.

 

 

 

Liefdesbrief (2)

Hieronder vind je de tweede brief van de schrijfopdracht die ik mezelf deze maand gegeven heb.

 

Hey Tine,

 
ik vind het echt stom om te zeggen, maar ik heb u op facebook opgezocht, en daar al uw foto´s gezien. Dus ik ben nu helemaal bij. Ik weet dat ge in 2012 getrouwd zijt met een gast die Tom Smuts heet, ene die veel in kostuum rondloopt en naar feestjes gaat met zijn maten, waar hij cocktails drinkt en waar hij en die maten een hoop selfies trekken, echt belachelijk, sorry dat ik het zeg, en dat hij met diezelfde maten gaat skiën en mountainbiken en dan ook weer van die groupselfies trekt op bergtoppen en voor een paar berggeiten die ze dan toevallig tegenkomen. Ik weet dat jullie naar Thailand op huwelijksreis geweest zijn en dat het daar veel geregend heeft (spijtig voor u maar wel mooie foto´s desondanks), en dat ge twee kindjes hebt. Heel mooie kindjes, maar ik had niet anders verwacht natuurlijk. Heel erg gefeliciteerd. Echt een prachtig gezinnetje of hoe zeggen ze dat. Misschien allemaal een beetje burgerlijk maar hey, dat is de prijs die ge voor ouderschap betaalt, en dat doet een mens met plezier, vermoed ik, ik wens het u echt allemaal van harte toe en ik gun het u met heel mijn hart, echt waar. Echt waar.

Ik schrijf u omdat ik soms nog aan u denk. Heel weinig zenne, ge moet u er niet ambetant bij voelen. Maar specifiek nu, deze maand, dit jaar, heb ik aan u zitten denken. Omdat het tien jaar geleden is. Ge weet wel, tien jaar geleden dat we uit mekaar zijn gegaan. En ik weet dat het dom is, omdat we uiteindelijk nog niet eens twee jaar samen zijn geweest, maar als ge achttien zijt en uw lief maakt het uit -of de vader van uw lief maakt het uit in haar plaats eigenlijk, laten we eerlijk zijn -wel, dan blijft een mens daar precies toch een beetje langer mee zitten dan hij gedacht had. Zeker als die vader daar zo´n kutdag als Valentijn voor uitkiest, om tegen het lief van zijn dochter te zeggen -correctie: te schreeuwen GIJ KOMT HIER NIET MEER BINNEN en dan de deur voor dat lief zijn neus dicht te slaan. Terwijl die gast daar toch met een schone, rode roos stond. En zeker, het is waar dat dat lief de week voordien de vijftigste verjaardag van de vader in kwestie een beetje naar de vaantjes had geholpen door zich te bedrinken tot een staat van poepeloere zattigheid, maar hey, Tine, ik was maar achttien. Ik had nog nooit van mijn leven gedronken. En dat lijkt mij toch de grote onrechtvaardigheid in dit hele verhaal: dat uw vader mij betichtte van relationele ongeschiktheid op grond van neiging tot alcoholisme, terwijl het juist mijn geschiedenis van alcohol-abstinentie (abstinentie!) was die mij toen in de problemen heeft gebracht. Had ik wat eerder echt leren drinken, dan was ik op dat verjaardagsfeest nooit zo zat geworden! Dan was ik nooit in jullie decoratieve tuinvijver gezakt, dan had ik nooit die taart uitgekotst, uw grootmoeder uitgemaakt voor *okee, dat ga ik hier niet herhalen* en mij nooit de woede van uw vader op de hals gehaald.
Ik vind dat toch een grof onrecht. Een onrecht dat kennelijk in mijn hart niet verjaart.

Soms, op een dag als deze, of beter: op elke Sint Valentijn, vraag ik mij af waarom ik nadien nooit meer iets van u gehoord heb. Waarom ge nadien toch niet efkes gebeld hebt. Of niet via een vriendin een smske hebt gestuurd. Soms vraag ik mij af of het u misschien eigenlijk wel goed uitkwam. Dat ge eigenlijk wel content waart dat ge van mij afwaart.
Dat wou ik eigenlijk toch eens graag weten, na tien jaar.

Want, ik weet het niet ze, Tineke, maar ik zag u echt wel graag. Ik ga soms nog joggen in den Uitlegger (ja, ik kan daar ook niet aan doen, ik woon daar in de buurt dus ik kan toch moeilijk helemaal naar Brasschaat lopen ofzo), en dan kom ik voorbij die vijver met die bank waarop wij altijd zaten. En dan denk ik aan de dingen die we mekaar vertelden. Over de kindjes die ge wou en de reizen die ge wilde maken. En ik ben zo blij voor u dat ge dat nu allemaal hebt. Maar ik wil toch gewoon efkes weten… Enfin, ge snapt het wel. Bij deze.

Simon.

 

 

 

Liefdesbrief (1)

Hieronder vind je de eerste brief van de schrijfopdracht die ik mezelf deze maand gegeven heb. Veel leesplezier 🙂

 

Lieve Y,

Ik weet dat je deze brief moet weggooien nadat je hem gelezen hebt (of beter nog: burn after reading), maar ik wou je er toch mee verrassen omdat het morgen je verjaardag is.

Straks, terwijl jij in zeven haasten je kleren bij elkaar raapt, zal ik deze brief in de zak van je overjas stoppen. En wanneer je klaarstaat om de voordeur uit te glippen, links en rechts spiedend in de donkere straat, zal ik je een bericht sturen op je gsm, om je te waarschuwen dat dit briefje in je jaszak zit. Zodat je het kan lezen voor je thuiskomt.

Ik wil je dus hierbij een heel erg gelukkige 40e verjaardag wensen. Uiteraard kan ik er morgen niet bij zijn, maar daar ga ik nu niet over zeuren. Ik ben geen fan van al dit geheimzinnige gedoe, en soms vraag ik me af hoe ik in godsnaam in deze soap verzeild ben geraakt waarin ik nepafspraakjes maak met fictieve vriendinnnen, en condooms verstop in mijn laarzen. Ik hou er niet van dat je nooit kan blijven. Dat we nooit langer kunnen praten dan de duur van een kop koffie. Dat ik alle liefde en leugens niet kan plaatsen (want ik weet dat je van A houdt en ik van B, en desondanks, of precies juist daarom, enfin).

En ik heb al zo vaak gedacht dat het nu maar eens afgelopen moet zijn. Wanneer ik een week lang niks van je gehoord heb, bijvoorbeeld. Of wanneer ik na een van je bezoekjes nog eenzamer achterblijf dan ik daarvoor was. Maar dan sta je daar opeens weer met dat lijf, en die handen, en die mond van jou, en dan weet ik dat er geen ontsnappen aan is. Dat er geen enkel scenario is waarin ik aan het groen van je ogen zou kunnen weerstaan. Het is allemaal erg onpraktisch en illegaal en ontzettend camp af en toe, maar ik heb voor het eerst in zo lange tijd weer het gevoel dat ik leef. Dat er met het verstrijken van de jaren toch iets jongs en moois in mij is achtergebleven, dat door die groene ogen gezien en herkend wordt.

Heel erg bedankt daarvoor.

Je bent een verrukkelijke man.

 

X.

 

 

 

 

Liefdesbrieven in februari

Ik heb net ontdekt dat het in februari InCoWriMo is, wat een afschuwelijke afkorting is voor International Correspondence Writing Month.
De bedoeling daarvan is dat je elke dag van de maand iemand een brief of kaartje schrijft -met de hand -en dat opstuurt of persoonlijk bezorgt.

Een mooi initiatief en very Jane Austen, maar het leek mij nogal veel werk en gezien de nieuwe posttarieven hier ook niet echt een aanrader. De woorden “brieven” en “februari” bleven echter hangen en toen kwam er een ander idee aanzetten: elke week van de maand (dat haalt het tempo alvast wat omlaag) een liefdesbrief schrijven. Want wat voor brief schrijf je anders in deze Valentijnsmaand?

Dus dat is mijn voornemen voor deze maand: elke vrijdag een fictieve liefdesbrief.
Weliswaar niet met de hand, maar op de computer, en ik ga ze niet opsturen, maar gewoon hier met jullie delen.

Er zijn vier vrijdagen in februari, dus dat worden vier brieven:
– een van een vrouw aan een man
– een van een man aan een vrouw
– een van een vrouw aan een vrouw
– een van een man aan een man

Tot vrijdag.