Schrijven zonder te schrijven

 

Jaren geleden was mijn broer op klasuitstap, en deelde een kamer met een paar klasgenoten. Zodra het licht uitging, moesten de jongens zwijgen. De strenge lerares Frans paradeerde van tijd tot tijd als nachtwacht door de gang, om toe te zien op de correcte implementatie van die regel.

Mijn broer en zijn vrienden, een groepje ingenieurs-in-spe, waren echter nog lang niet moe. Aan hun pogingen tot conversatie was telkens ruw een einde gemaakt door de juf Frans, en daarom waren ze maar overgestapt op blindschaken. Paard naar f3. Loper naar c5, fluisterden mijn broer en zijn vriend Ruben om beurten. De partij was al een flink eind op weg, toen ze in het donker van de kamer en de mist van hun opkomende vermoeidheid een schaakstuk verloren.

“Pion op e5 pakt…”

“Daar staat geen pion.”

“Jawel.”

“Nietwaar, want…”

“WAT IS DAT HIER ALLEMAAL!” Als een gestapo-officier viel de juf Frans hun kamer binnen.

Even was het stil. Toen klonk Ruben´s stem vanuit het donker:

“We zijn aan het schaken, mevrouw.”

 

De lerares was door die opmerking even uit haar lood geslagen en verdacht de jongens ervan met haar de spot te drijven. Waarom? Omdat ze veronderstelde dat je om te schaken een schaakbord nodig hebt. En schaakstukken. Dat klopt echter niet, zoals mijn broer en zijn vrienden bewezen. De kern van de schaakpartij zijn de strategieën. Het bord en de stukken zijn slechts hulpstukken. Krukken voor ons wankele geheugen.

Met schrijven is het net zo. Het belangrijkste is niet het schrijven zelf, niet de pen, het papier, de computer of het boek. Het belangrijkste zijn de ideeën en de woorden die we vinden om ze uit te drukken. De voornaamste reden waarom we ze op papier zetten, is om ze niet te vergeten en ze te kunnen overdragen aan een ander zonder daarbij lijfelijk aanwezig te moeten zijn.

En daarom kan ik werken in bed. In de roes van de ochtend of het sluimeren van de avond zoeken ideeën me op en vangen mijn hersenen ze in woorden. Van die woorden breit mijn brein zinnen. Die zinnen herhaal ik tot ze stevig genoeg zijn om ze vast te kunnen houden tot ik uit bed stap en aan papier geraak.

 

It´s all in our head.