Huishoudelijke Ongehoorzaamheid

Na het lezen van deze blogpost van Eva Brumagne heb ik lang zitten nadenken over hoe het komt dat vrouwen over het algemeen nog steeds het leeuwendeel van het huishouden op hun schouders nemen. Ik kwam er echter niet uit, en ik kan er dus ook geen gefundeerde mening over geven.

Wel wil ik aan de hand van twee ervaringen iets meegeven over wat ik in de loop van de jaren over taakverdeling in het huishouden geleerd heb.

Casestudy 1

Ik heb strijken altijd tamelijk overbodig gevonden, tenzij het gaat om hemden of plooirokken –kledingstukken die ik draag noch bezit. Het ex-lief wilde echter dat zijn T-shirts gestreken werden. Dus streek ik zijn T-shirts.

We hadden beiden een job, maar ik had de indruk dat ik een pak meer deed in het huishouden dan hij. Ik ging daarover met hem in gesprek, maar hij vond dat ik daar een totaal verkeerd beeld van had. Hij deed minstens evenveel in het huishouden, beweerde hij. Dit baseerde hij op het feit dat hij geregeld de afwas deed. Daarom maakte ik een lijst met alle huishoudelijke taken en twee rijen vakjes achter elke taak: een rij voor hem en een rij voor mij. Telkens een van ons een taak deed, schreven we de datum in een vakje. Mijn vakjes kwamen vol te staan, die van hem bleven erg leeg.

Toen we uit elkaar gingen, bracht hij zijn T-shirts naar zijn moeder, die ze liet strijken door de huishoudster.

 

Casestudy 2

Mijn man werkt voltijds, ik niet. Ik doe dus veel meer in het huishouden en ik vind dat normaal. Hij draagt zijn steentje bij door al eens een wasmachine in te steken, ´s morgens onze dochter schoolklaar te maken, de keuken te kuisen en te koken wanneer hij een vrije dag heeft. Ik doe al de rest.

Mijn man houdt van een opgeruimd huis. Ik persoonlijk kan een pak meer rommel verdragen. Een tijdlang heb ik geprobeerd het huis in een staat van volledige opgeruimdheid te houden, maar ik werd daar tamelijk onnozel van, want ik was gewoon de hele dag aan het opruimen, terwijl ik best wel andere dingen te doen had. Ik doe dat dus niet meer. Het heeft me wel wat gekost me daarover heen te zetten, want ik heb ook last van dat idiote stemmetje dat zegt dat ik kan laten zien hoeveel liefde ik waard ben door belachelijk hard mijn best te doen. Maar nu wordt dat stemmetje meteen overroepen door een stem die buldert: “Als hij zo graag een opgeruimd huis wil, dan moet ie maar een half uur minder achter zijne playstation gaan zitten en zelf opruimen.” Wat ie ook doet wanneer hij de rommel niet meer kan aanzien.

 

Dus dat heb ik geleerd: ge moet doen wat ge zelf vindt dat nodig is. Ik zorg voor vers eten in de koelkast en propere kleren in de kleerkast, ik probeer de badkamer proper te houden (lukt niet altijd), de bedden beslaapbaar, ik zorg 7 a 8 uur per dag voor onze dochter. Ik weiger tijd te maken om te strijken, of om de vloer in een staat van continue smetteloosheid te houden zodat ervan gegeten kan worden. En rommel mag, zolang het binnen de perken blijft. Ik stof af wanneer ge het stof ziet liggen. Natuurlijk vind ik een stofvrij huis toffer, en van de vloer kunnen eten heeft vast ook zijn voordelen, maar ik weet dat dat ten koste zou gaan van de tijd die ik besteed aan zingen, schrijven, en in het park rondhangen met de andere ouders terwijl onze kinderen de tijd van hun leven beleven.

Wil de huisgenoot extra service, dan moet hij daar zelf voor opdraaien.

Leven en laten leven.

Huishouden en laten huishouden.

Ik heb er alleen spijt van dat ik indertijd die T-shirts gestreken heb.