Checklist van het Dagelijks Geluk

Heb ik vandaag al…

  • mijn kind gekieteld?
  • mijn hond geknuffeld?
  • mijn man gekust?
  • naar de lucht gekeken?
  • een gitaar vastgepakt?
  • geglimlacht?
  • hardop gelachen?
  • eens diep in,- en uitgeademd?
  • iemand gevraagd hoe het ermee gaat?
  • een tijdje rustig en ononderbroken op de wc gezeten?
  • een douche gepakt?
  • een dutje gedaan? (erfenis van vava)
  • fruit gegeten?
  • chocolade gegeten?
  • iets geschreven?
  • iets gezongen?
  • een wandeling gemaakt?

 

Wat staat er op jullie checklist?

 

a-good-day

 

 

 

 

Advertenties

Roodkapje: Tip van de Week

Mijn bewerking van Roodkapje werd op azertyfactor.be getipt door Wally De Doncker.

Jeej!

Hij spotte ook de schrijffout in de eerste regel, die ik meteen verbeterd heb, natuurlijk. Aaargh, kon mezelf wel voor het hoofd slaan… Da´s dan een regel die ik echt goed ken, en zelfs onderwezen heb. En ik heb die tekst zo vaak herschreven. Altijd overgekeken dus.

Maar (en hier komt het wellicht zwakke doch welgemeende excuus) ik heb het altijd een vervelende regel gevonden. De regel in het Engels is veel logischer: als het om een meervoud gaat: S eraan vast. Als het om een bezitsvorm gaat: weglatingsteken + S. Ik heb nooit begrepen waarom ze dat in het Nederlands ook niet zo doen. Want die regel in het Nederlands lijkt simpel totdat dat Y op de proppen komt. En de doffe E. Maar soit.

Hoe dan ook: het bewijst nog maar eens hoe belangrijk het is je teksten door taalvaardige derden te laten nalezen. Want zodra je zelf twee keer over een schrijffout heen hebt gekeken, merk je ze waarschijnlijk niet meer op.

En wat dat kortverhaal betreft: ik zou graag op een dag ook nog eens een bundeltje kortverhalen schrijven met als titel “Sprookjes zoals ze echt gebeurd zijn”. Maar dat zal dan toch voor na Plan A en C zijn, vermoed ik.

 

 

 

 

Het geheim van een lang leven (echt waar)

Dat geheim heb ik niet zelf verzonnen (zoals al dat wild gespeculeer in de twee voorgaande posts). Het komt uit een tedtalk door Susan Pinker, ontwikkelingspsychologe. En ik ga het u hier even in record-tempo meedelen.

Het antwoord op de vraag hoe we onze kans op een zeer lang leven kunnen vergroten komt uit het onderzoek naar sociale relaties en mortaliteit door Julianne Holt-Lunstadt. Susan Pinker zag de bewijzen ervan in de versleten maar nog steeds levende lijven van de honderdjarigen op Sardinië, een van ´s werelds blauwe zones.

In dat onderzoek werd over een tijdspanne van zeven jaar gekeken welke factoren in ons leven gecorreleerd zijn aan een lagere mortaliteit. De resultaten daarvan staan op een slide in de video op minuut 7.13, en ik raad jullie aan even naar die plek in de voordracht te gaan. Daar staat het blauw op zwart: wat ons langer doet leven, meer nog dan verse lucht, sport en stoppen met roken, zijn onze relaties met anderen.

Wat er echter opmerkelijk is aan deze bevindingen is dit: onze hechte relaties met de mensen die het dichtst bij ons staan zijn extreem belangrijk, maar ze staan op de tweede plaats. De factor die het meeste impact heeft, is de sociale integratie. Dat betekent hoe vaak je met mensen praat gedurende de dag, en met hoeveel mensen je praat. Dit kunnen mensen zijn met wie je een sterke band hebt, maar evengoed mensen met wie je een zwakke band hebt. Een grapje uitwisselen met de postbode. Een praatje slaan met de buurvrouw. Het gebabbel over koetjes en kalfjes in de slagerij (haha). Dat soort interacties blijkt een van de sterkste voorspellers van hoe lang je zal leven.

Deze informatie ging mij recht naar het hart. Want ik heb het verschil aan den lijve ondervonden. Hier in dit dorp wordt er namelijk altijd gebabbeld, door iedereen, en met iedereen. Er wordt gezwaaid, er wordt gelachen, er worden schouderklopjes gegeven. Ik weet niet meer waar ik dat ooit geschreven heb, maar hier heb ik ontdekt dat het echt moeilijk is om lang down te blijven wanneer iedereen de ganse tijd zo vriendelijk tegen je doet. En bovenal: spontaan contact maakt. Bovendien maakt het kennelijk niet uit dat die conversaties over banale zaken gaan zoals het weer. Het hoeven zelfs geen conversaties te zijn. Gewoon al iemand in de ogen kijken en vriendelijk glimlachen is genoeg. Het maakt ons allemaal gezonder en werpt gewicht in de schaal aan de kant van het lange leven.

Enfin, koetjes en kalfjes en glimlachen dus.

Ik wens jullie allemaal een heerlijk weekend toe.

 

Burn-out: een paar misverstanden uit de weg

Even een paar dingen die ik wil verduidelijken in verband met de vorige post, want ik vind dit een interessante discussie.

1.Het mysterie is waarom er meer burn-outs voorkomen bij millenials dan bij andere generaties. Dit is best mysterieus, want het gaat hier om de jongste generatie op de arbeidsmarkt. Dit zouden dus de mensen moeten zijn met het meeste energie, het minste aantal kilometers op de teller en die bijgevolg het best bestand zouden moeten zijn tegen burn-out.

Ik geloof niet dat dit een soort van collectieve zwakte is, een gebrek aan karakter, of een gevolg van verwennerij en individualisme. Burn-out is niet alleen psychisch maar ook fysiek. Dat fake je niet zomaar. Daar moet dus toch iets aan de hand zijn. Je wil niet weten hoeveel generatiegenoten ik de laatste jaren heb horen praten over paniekaanvallen. En deze zomer kreeg ik ze zelf. Dat is niet normaal. Hoeveel mensen van onder de veertig kregen er vroeger paniekaanvallen? Tenzij tijdens de V-1 en V-2 bombardementen? Ik vind dat tamelijk bizar en onrustwekkend.

2.Dat betekent niet dat er bij anderen geen burn-outs voorkomen. Integendeel. Over de hele leeftijdslijn bezwijkt men onder de stress en de druk. Dit is ook een probleem, wat ik absoluut niet wil ontkennen. Maar het is geen mysterie. Ik ken mensen van in de 60 die een burn-out hebben gehad en waarvan ik niet begrijp hoe ze het zo lang hebben volgehouden.

3.Met verwachtingen bedoel ik niet per sé de verwachtingen die ouders hun kinderen opleggen, hoewel dat dat er natuurlijk ook mee te maken heeft. Elk gezin is anders, en ik weet ook hoe zwaar onze grootouders en ouders het hebben gehad. Ik wil dat absoluut niet minimaliseren. Het is alleen mijn bedoeling de verschillen tussen de generaties te gebruiken om de oorzaak van het mysterie (zie 1) wat beter te begrijpen. En wat maatschappelijke verwachtingen betreft, is er volgens mij wel het een en ander veranderd. Misschien zijn de verwachtingen inderdaad nog niet gelijkgeschakeld met de huidige economische werkelijkheid, zoals in de video wordt aangegeven.

Het zou interessant zijn om de verschillen te onderzoeken tussen millenials met burn-out, en millenials die wel overeind blijven onder hoge druk. Als iemand over zo´n onderzoek hoort, laat het me weten.

 

 

 

 

 

Waarom de millenials zo moe zijn

Ik zit al een paar dagen met deze blogpost van enerziek in mijn hoofd. Ze postte daar een video (zie hier) over waarom burn-outs het frequentst voorkomen bij mensen geboren tussen 1980 en 2000.

Nu heb ik daar dus lang en diep over zitten nadenken, en ik kwam tot volgende bedenkingen:

1.Millenials zijn de eerste generatie die een constante stroom aan veranderingen hebben doorgemaakt tijdens hun formatieve jaren. Er wordt wel eens beweerd dat zij daarom net makkelijker met die nieuwe technologieën en tendenzen omkunnen, want hoe jonger je bent, hoe flexibeler je brein. Maar ik vraag me af of het niet juist andersom is. Of al die veranderingen niet juist moeilijker te verteren zijn voor wie nog volop in de groei is en daardoor nog niet zo stevig in zijn schoenen staat.

De generatie van mijn ouders heeft tijdens hun jeugd de komst van de televisie meegemaakt, en dat was vast ook een behoorlijke aanpassing. Maar tijdens de opmars van de computer, het internet, de gsm, en sociale media hadden zij hun leven al tamelijk op orde. Ze hadden een diploma, werk, een woonst, kinderen. Ze wisten wie ze waren en wat ze verondersteld werden te doen. Hun wortels zaten diep in de grond en dus konden ze wel tegen een stootje.

De mensen van mijn generatie echter voelden de wind regelmatig met wilde schokken keren, net in de periode dat hun wortels de diepte zochten en stabiliteit nodig hadden. Neem gewoon al onze manier van communiceren op afstand tussen pakweg ons 15e en 35e levensjaar. Dat is gegaan van brieven schrijven en telefoneren, over smssen en ICQ, naar facebook en Whatsapp. En alles daar tussenin. Om maar een banaal voorbeeld te geven.

Wij zijn de eerste generatie wier ouders en leerkrachten hen niet konden voorbereiden op de maatschappij waarin we terecht zouden komen, want niemand had een duidelijk beeld van hoe die maatschappij eruit zou zien.

2.Ook op de werkvloer is er de laatste decennia veel veranderd, veronderstel ik. Nieuwe technologieën hebben het tempo opgevoerd, de financiële crisis heeft de werkdruk doen toenemen, en ook de administratieve last is alleen maar toegenomen. Dat lijken mij al heel wat zware boterhammen om te slikken wanneer je in je job al jarenlang stevig in het zadel zit. Maar wanneer je net begonnen bent en nog duizend-en-één nieuwe dingen onder de knie moet krijgen, en moet vechten om een plaatsje te veroveren, dan lijkt het me niet meer dan normaal dat het hoge tempo, de werkdruk en de administratie de emmer doen overlopen. Laten we ook niet vergeten dat het voornamelijk de nieuwkomers zijn die na de kantooruren  nog andere katjes te geselen hebben (verhuizingen, verbouwingen, prille en daarom onstabiele relaties, baby´s, peuters, kleuters, etc.)

3.En dan zijn er de verwachtingen. Wanneer je in de tijd van mijn vader een universitair diploma haalde, was het goed mogelijk dat je de eerste was in het dorp die dat voor elkaar kreeg. Slechts één generatie later ben je de vreemde eend in de bijt wanneer je niet minstens één universitair diploma op zak hebt. Om maar een voorbeeld te geven.

Ik heb nooit begrepen waar mijn lage zelfvertrouwen vandaag kwam, tot ik deze formule las:

IMG_20180214_220117[1]

Die verwachtingen komen van overal en iedereen. We leven in een tijd waarin alles mogelijk is en het succes van anderen ons dagelijks onder de neus gewreven wordt. Slagen in het leven is de default mode, want alles is voorhanden, dus als het je niet lukt een succesvol leven uit te bouwen, dan kan het maar aan één persoon liggen: aan jou. Failure is not an option. En dus werken wij ons constant uit de naad om successen te behalen, om toch nog een beetje zelfvertrouwen te behouden. Want zodra we steken laten vallen, voldoen we niet langer aan al die torenhoge verwachtingen, en dan zinkt het schip.

(In de video zegt men dat millenials denken dat zij en zij alleen verantwoordelijk zijn voor hun succes en hun falen, en dat dat komt doordat ze “hoogst individualistisch zijn opgevoed”, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Ik hou het op bovenstaande formule.)

En daarom, beste mensen, zijn volgens mij de millenials zo moe.

Uw eigen ideeën hieromtrent zijn meer dan welkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

Little Black Dress

Beste mensen, hierbij de aangevraagde foto´s van die zwarte jurk.

Nu kwam het toch wel goed uit dat we juist afgelopen zaterdag een Valentijnsdiner hadden. Dat klinkt heel romantisch, maar het was wel op zijn Spaans, dus: in groep. En tot onze verrassing was de gemiddelde leeftijd in de zaal rond de zestig. Bovendien zie ik er met die zwarte jurk op de foto een beetje uit alsof we op een begrafenis zijn, maar we hebben wel lekker veel gedanst.

Alf en Kath

En omdat je op die foto eigenlijk bijna niks van de jurk ziet, en al helemaal niet die leuke mouwtjes, heb ik thuis geprobeerd nog wat foto´s te maken (maar selfies zonder bekken te trekken, dat lukt mij dus niet):

black dress 2

black dress 1

Enfin, hierbij dus een knipoog, en de wens dat ge allen een schitterende week tegemoet moogt gaan.

 

 

 

Wat de kleren maken

Shoppen is nooit mijn ding geweest. Ik herinner me hoe ik, jaren geleden, op een dag in de solden door de Veldstraat liep, en aan mijn toenmalig lief vroeg: “Kunnen we alsjeblieft naar huis gaan?” en hoe hij streng antwoordde: “Kathleen, het is vier uur. De winkels gaan dicht om zes uur. Ge gaat nog twee uur moeten volhouden.” Dat geeft tamelijk goed weer in welke mate ik me thuisvoel in winkelstraten.

Mijn afkeer voor kledingwinkels heeft als gevolg dat ik eenvoudigweg zeer weinig kleren heb. De helft van mijn bescheiden kleerkast wordt ingenomen door boeken en beddengoed, en wat ik heb draag ik meestal af tot het tot op de draad versleten is.

Het probleem is wel dat je dan soms voor vestimentaire problemen komt te staan, wanneer je bijvoorbeeld de was in de regen hebt laten staan en je andere kledingstukken in de wasmand liggen. Toen het zo ver kwam dat ik in T-shirts van mijn man de straat op moest, besloot ik dat de tijd gekomen was om iets aan die winkelfobie te doen, en nam ik me voor om mezelf te leren shoppen. Ik weet dat dit de meesten onder jullie compleet absurd in de oren zal klinken, maar zo was het echt.

Deze shop-training bestond uit verschillende onderdelen:

  • De muzak trotseren (tenzij het echt zeer slechte muziek is; er zijn nu eenmaal grenzen).
  • Alles passen wat mijn maat heeft en een werkbare kleur, ook al is het model op het eerste zicht niet iets wat ik zou kopen.
  • Het hele aanbod bekijken en me niet laten afschrikken door een paar foute stukken.
  • Mezelf toestaan geld uit te geven, en het zien als een investering.
  • Elke winkel op mijn pad aan deze methode onderwerpen tot ik iets gevonden heb waar ik echt content mee ben.

En kijk, dat blijkt dus te werken. En behalve een paar mooie stukken ontdekte ik ook iets over kleding wat ik me tot dusver nooit gerealiseerd had. Dat kwam zo.

Vorige maand vond ik een stijlvol zwart jurkje met mouwtjes die aan de ellebogen wat breder uitlopen. Heel Audrey Hepburn, maar een beetje gekleder dan wat ik normaal gezien zou kopen. Ik kocht de jurk en deed ze meteen aan de eerstvolgende zondag dat we bij mijn schoonouders gingen eten. Een paar dagen later belde mijn man zijn grootmoeder op om haar te feliciteren met haar verjaardag. Na afloop van het gesprek zei hij grijzend: “Abuela zei dat mama zeer opgetogen was met je verschijning verleden zondag. Ze hebben het erover gehad aan de telefoon, hoe knap je erbij liep in je nieuwe jurk.”

Dat vond ik heel lief, maar op dat moment had ik nog niet goed door wat het betekende. Dat kwam een week of twee later, toen ik in de solden iets tegenkwam waar ik stiekem al jaren van droomde maar nog nooit in de juiste snit gevonden had: een zwart leren jasje. (O, wat heerlijk is het wanneer dat wonder gebeurt en je iets tegenkomt dat er precies zo uitziet als je je het had voorgesteld.) Ik kocht het en deed het meteen aan. Toen ik terug in Rafel kwam en langs het park fietste, zag ik daar een paar vriendinnen en stopte om hen te begroeten. Een van hen riep enthousiast: “Wat zie je er leuk uit! Wat een leuk jasje! Het staat je fantastisch!” Het begint er nu een beetje op te lijken alsof ik deze post schrijf om duidelijk te maken wat voor een fotomodel ik ben –wat ik overigens absoluut niet ben- maar waar het hier dus om gaat is hoe blij mijn vriendin was omdat ik iets leuks voor mezelf had gekocht. Net zoals mijn schoonmoeder.

En toen viel mijn frank.

De mensen die ons graag zien, vinden het fijn wanneer we er verzorgd bij lopen en er goed uitzien. Want dat wil zeggen dat het goed gaat met ons. Ik weet niet of kleren de man maken, of de vrouw, maar ze maken anderen gelukkig, want ze stellen hen gerust. Want een beetje tijd, geld en moeite besteden aan je outfit staat voor zelfzorg. Mijn probleem had niet enkel te maken met me ongemakkelijk voelen in winkels, maar kwam eigenlijk daar op neer: een gebrek aan zelfzorg.

Et voilà: weer een probleem opgelost met een zwart jurkje.