April: Mudbound (Dee Rees)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Lang geleden las ik in een interview met een vrouw van Afrikaanse afkomst deze woorden: “Ik word drie keer gediscrimineerd: ik ben een vrouw, ik ben zwart, en ik ben homosexueel.” Tot op dat moment had ik er nooit bij stilgestaan dat er ook zoiets als geaccumuleerde discriminatie bestaat. De woorden van die vrouw ben ik, in tegenstelling tot haar naam, na bijna twintig jaar nog steeds niet vergeten.

Het hadden de woorden van Dee Rees kunnen zijn, want ook zij is een lesbische vrouw van Afrikaanse afkomst. En behalve die drie labels is ze ook nog eens hypergetalenteerd en een regisseur van jewelste. Dat maakt Mudbound je wel duidelijk.

De film speelt zich af op het platteland van de zuidelijke Verenigde Staten tijdens de jaren veertig, waar het leven op dat moment een overlevingsstrijd is, zowel voor de jongens die naar de oorlog gestuurd worden, als voor hen die achterblijven en elke dag de ongenadige natuur en de nog ongenadigere regels van de samenleving moeten trotseren.

Het duurde even voor ik echt in de film zat: het verhaal komt tamelijk traag op gang, alsof het zichzelf uit de modder moet trekken. Maar zodra je erin zit, wordt je meegenomen en niet meer losgelaten. De film kroop me zodanig onder het vel dat ik aan het einde zelfs tranen voelde opkomen, wat mij nochtans niet snel gebeurt. Miserie, hoop en menselijkheid zo mooi in beeld gebracht.

Ik ben er nog altijd van onder de indruk.

 

Fragiel maske

Prinses schreef in haar meest recente post: “Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.”

Ik las het en meteen stond ik weer in de keuken van mijn vriendin Nadja. Nadja is een alleenstaande moeder die een zware fulltime job combineert met de zorg voor haar extreem energieke zoontje. “Wat jij kan, zou ik nooit kunnen,” zei ik haar. Ze weet van mijn migraines, slaapstoornissen, overgevoeligheid, etcetera. Ze weet dat ik haar wil helpen waar ik kan, maar dat haar zoontje niet bij ons kan blijven slapen, gewoonweg omdat ik hem niet aankan. Ze weet dat ik begin vorig jaar een goedbetaalde job moest opzeggen omdat de migraines me verhinderden mijn werk te doen, en dat ik verleden zomer de slechtbetaalde job die me restte moest opzeggen, omdat ik wegens paniekaanvallen de straat niet meer opkon.

Ze weet dat ik daar geweldig mee inzit, omdat ik het liefst van al gewoon zou willen werken, zoals vrijwel iedereen.

Dus toen ik zei “Wat jij kan, zou ik nooit kunnen,” wist ze dat ik gelijk had.

Ze sloeg haar arm om me heen, en antwoordde: “Kath, eres muy delicada. Tú estás hecha para que te quieran.”

Wat zoveel betekent als: fragiel meiske, gij zijt gemaakt om van te houden.

Hoe lief is dat?

Ik hoop natuurlijk dat het maar voor een bepaalde periode is, zowel voor mij als voor Prinses, als voor iedereen die op een gegeven moment te fragiel is om op de arbeidsmarkt te functioneren. Maar ik vind het een mooi idee, dat we nog steeds waardevol zijn, al hebben we geen betaalde job. Dat alleen al het feit dat we liefdevolle wezens zijn ons bestaan rechtvaardigt, en dat er anderen zijn die er alles aan zouden doen om ons in leven te houden, wanneer we daar zelf op een dag de middelen niet toe hebben.

(Ook met dank aan Dennis. Hij weet het waarschijnlijk zelf niet meer, maar die titel komt van hem.)

 

 

 

 

 

 

 

Een recept! Voor COCA dan nog!

Ooit bracht ik een Canadese vriendin mee naar mijn schoonouders. Mijn schoonmoeder vroeg of ze wat coca wou. “Zelfgemaakt,” voegde ze eraan toe. Mijn vriendin keek verbaasd. “Brouwt jouw schoonmoeder haar eigen coca cola?”

De reactie van mijn vriendin was nog een heel onschuldige. Toen ik hier zelf net was aanbeland, dacht ik bij het woord coca meteen aan cocaïne. Maar al snel bleek dat het gewoon om een biscuit ging, een cake. En geeneens spacecake. Gewoon een gebak gemaakt met olijfolie in plaats van boter.

Dus voor wie er zin in heeft: hier een recept voor authentieke Spaanse coca de limón.

Je hebt voor dit recept geen weegschaal nodig. De hoeveelheden worden allemaal afgemeten met het yoghurtpotje. Dat moet je dus wel bijhouden. Ik giet altijd eerst de yoghurt in een apart kommetje en maak het potje schoon met keukenpapier, zodat de andere ingrediënten er niet aan blijven plakken.

Citroenyoghurt is het lekkerste, maar ik weet niet of je die in België kan vinden. Gewone yoghurt zal anders ook wel werken. (Banaanyoghurt heb ik ook eens geprobeerd, maar dat rook niet lekker nadien.) Het potje dat ik altijd gebruik is er een van 125 g.

Ingrediënten:

3 eieren

1 potje citroenyoghurt

olijfolie (1 yoghurtpotje)

suiker (2 yoghurtpotjes)

bloem (3 yoghurtpotjes)

bakpoeder

1 citroen

bloemsuiker om nadien over de coca te strooien

 

Werkwijze

Breek de eieren in een kom, en meng ze met de suiker.

Voeg de yoghurt en de olijfolie toe. Goed mengen.

Maak de citroen schoon en rasp de schil eraf. Voeg de schil toe aan het mengsel.

Voeg de bloem en het bakpoeder toe. Liefst gezeefd. Goed mengen.

Bestrijk de binnenkant van een ovenschaal met boter. Bestrooi met bloem.

Giet het deeg in de ovenschaal. Bak 40 minuten (best zelf een beetje in het oog houden hoe lang het nodig heeft) in een voorverwarmde oven op 180 graden.

En… bon profit!

 

Voor wie niet voldoet aan het perfecte plaatje

We hebben dit weekend Pasen gevierd in het dorp van mijn schoonouders. Dat was heel erg fijn, maar één voorval deed voor mij de feestvreugde even haperen.

Er kwamen een paar kennissen langs, waaronder een vrouw die ik al een paar keer gezien had en die altijd sympathiek was overgekomen. We stonden in een groep te praten toen ze me vroeg: “En wanneer komt het tweede kind? Zou je niet eens voor een broertje of zusje voor je dochter zorgen?”

Nu, met die opmerking op zich kan ik wel leven. Als volwassenen onder elkaar kan je rustig uitleggen waarom je ervoor gekozen hebt een hond te adopteren in plaats van voor een tweede kind te gaan.

Maar toen draaide ze zich naar mijn dochter, die een beetje verderop zat te tekenen, en riep: “Hé, wil jij geen broertje of zusje? Zeg eens aan je mama dat ze jou een broertje of zusje moet geven!” Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn dochter riep terug: “Nee, ik wil geen broertje of zusje.” De vrouw keerde zich toen weer naar het gezelschap en zei: “Nou, hoe hebben ze haar zo ver gekregen dat ze zoiets antwoordt? Elk kind wil toch een broertje of zusje?” En of dat allemaal nog niet voldoende was, herhaalde ze de hele act nog een keer: ze raadde me aan om toch maar zo snel mogelijk voor een tweede kind te zorgen (mijn kinderloze schoonbroers die naast me stonden liet ze ongemoeid) en riep weer naar mijn dochter dat ze bij haar moeder om een broer of zus moest bedelen, alsof dat de job van een eerstgeborene is.

Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. Ik heb me omgedraaid en ben weggelopen.

Het is voor sommige mensen zeer moeilijk om aan te nemen dat anderen niet dezelfde levenskeuzes maken. Ik vermoed trouwens dat we allemaal wel eens in die val trappen. Want zo wordt het ons in onze sociale omgeving en in onze cultuur voorgeschoteld: je wordt verliefd, je trouwt en je krijgt kinderen (twee).

Wie alleen is, wordt aangemaand een partner te zoeken.

Wie samenwoont, wordt aangemaand te trouwen.

Wie getrouwd is, wordt aangemaand een kind te krijgen.

Wie een kind heeft, wordt aangemaand een tweede te krijgen.

Er zijn al mensen die me gezegd hebben: “Heb je maar één kind? Wat zielig voor je dochter!”. Terwijl mijn dochter naast ons stond en ons kon horen. Of ze zeggen: “Wat eenzaam, zo´n enig kind!” Dan zeg ik: er zijn 7 miljard mensen op de wereld. Zo eenzaam zal ze vast niet zijn.

De hele uitleg waarom we geen tweede kind willen, geef ik niet meer. Er zijn zeer veel redenen, en sommige wegen erg zwaar door. Wie de verhalen kent, begrijpt het. Wie ze niet kent, moet er maar vanuit gaan dat mijn man en ik twee volwassenen zijn die in staat zijn hun eigen beslissingen te nemen.

Je hoeft niet iemands verhaal te kennen om respect op te brengen voor hun keuzes.

Voor alle duidelijkheid wil ik er wel bij zeggen dat er volgens mij niets mis is met vragen. Ik vraag ook aan singles of ze gaan trouwen. Ik vraag aan getrouwde stellen of ze kinderen willen, en ik vraag aan ouders met één kind of ze een tweede willen. En aan ouders met twee kinderen of ze een derde willen. Maar ik denk echt dat ik het gewoon vraag uit interesse, en niet omdat ik vind dat ze de volgende stap zouden moeten nemen.

Want ik weet dat het niet fijn is wanneer iemand je het gevoel geeft dat je niet voldoet. Hoe hard ik soms ook sta te roepen dat de verwachtingen van anderen me niet meer deren: als er iets gebeurt zoals dat voorval dit weekend, dan word ik toch weer uit het lood geslagen. Het komt nog altijd aan.

En dat is logisch, want wij zijn groepsdieren. Natuurlijk trekken wij ons iets aan van wat anderen van ons denken. Zeker wanneer ze ons wijzen op onze zwakke plekken. Wanneer ze net die beslissingen in vraag stellen waarmee we het meeste moeite hebben gehad.

Maar sterk zijn betekent niet dat je geen zwakke plekken hebt. Het betekent dat je weet en aanvaardt wat je zwakke plekken zijn.

En nu ga ik stoppen voordat ik teveel als Paulo Coelho begin te klinken.