Over praten met een accent

Ik zou graag een filmpje opnemen waarin ik uitleg hoe ik mijn dochter hier in Spanje Nederlands aanleer (als antwoord op een van deze vragen). Maar daar komt een -voor mij- groot probleem bij kijken. Ik wil dat filmpje namelijk opnemen in het Nederlands, maar ik praat geen “mooi” Nederlands. Daarom ben ik bang dat mensen dat filmpje gaan zien en zeggen: hoe kan die haar kind nu Nederlands leren als ze zelf geen Nederlands praat?

Want dit is het bizarre aan de zaak: ik kan alle soorten accenten (Gents, Limburgs, West-Vlaams, Kempisch, Hollands, en -uiteraard- Antwerps). Maar algemeen Nederlands, dat kost mij ongelooflijk veel moeite. Het lukt me wel, maar het klinkt ontzettend artificieel. Ik kan het eigenlijk alleen maar op een natuurlijke manier wanneer ik het zing. Maar om nu een video op te nemen in operastijl, dat lijkt me een beetje ver gaan.

Laten we dit probleem even van een andere kant bekijken met deze vraag: waarom moet ik me schamen voor mijn accent? De prachtige post die CanXatard daar gisteren over schreef, herinnerde me aan een gesprek dat ik ooit had tijdens een personeelsfeest op een school in Oost-Vlaanderen. Een heel lieve mevrouw die daar in het secretariaat werkte, vertelde me dat ze eigenlijk afkomstig was van Limburg. Maar ze praatte perfect algemeen Nederlands. Je kon op geen enkele manier horen dat ze van Limburg was. Dat hadden de nonnen er tijdens haar kindertijd ingedramd, dat ze geen dialect mochten spreken. Ze kon het zelfs niet meer, zei ze.

Dat vond ik doodjammer. Alsof ze van een deel van haar identiteit beroofd was.

Ik weet dat er mensen zijn die daar niet mee akkoord gaan, en ik weet dat er vele argumenten pro algemeen Nederlands zijn. Maar wanneer ik mijn eigen Nederlands aan een onderzoek onderwerp, merk ik dit:

*de basis is onvervalst Antwerps

*er zitten een aantal Oost-Vlaamse woorden in (“vree” bijvoorbeeld)

*ik praat sinds negen jaar met een rollende R, omdat ik dat in het Spaans doe (heeft me een vol jaar gekost om het mezelf aan te leren). Interessant detail: sindsdien gebruik ik ook in het Nederlands geen Franse R meer.

*ik gebruik Astrid Bryangewijs een behoorlijk aantal Engelse en Spaanse woorden, vooral stopwoorden (“bueno”, “mira”, “oye”, “anyway”, “sure”, etc.)

Mijn taal is dus een soort logboek van mijn leven. Ik heb 18 jaar in Antwerpen gewoond, 10 jaar in Gent en 10 jaar in Spanje. En dat zit in mijn taal.

Ik vind dat mooi.

Hetzelfde geldt voor mijn Spaans en Engels. Voor ik naar Belfast vertrok, had ik een perfect Engels accent, op en top Received Pronunciation. Maar in Belfast zijn daar die Ierse klanken bijgekomen, en dat ben ik nooit meer helemaal kwijtgeraakt. En aan mijn Spaans kunnen Spanjaarden niet alleen horen dat ik uit het buitenland kom, maar ook dat ik Spaans heb geleerd in Valencia. In plaats van jammer vind ik dat juist cool. Het laat zien dat taal niet steriel is, maar net heel ontvankelijk. Vruchtbaar.

Natuurlijk is het wel de bedoeling dat je verstaanbaar praat. En ik weet ook wel dat er nog een verschil is tussen dialecten en accenten. De lengte die deze blogpost onderhand heeft bereikt, weerhoudt mij er echter van daar ook nog op in te gaan. Liever zou ik hier afsluiten met dit citaat van Amy Chua:

“Do you know what a foreign accent is? It´s a sign of bravery.”

 

 

 

 

 

Advertenties

40 gedachtes over “Over praten met een accent

  1. Leuk om te lezen!
    In het begin dat ik in Nederland woonde, zei ik ‘ik zal nooit ofte nimmer praten als een Hollander.’ Na bijna 20 jaar hoort men hier nog amper dat ik uit België kom, maar zodra ik tegen een Belg praat, schakel ik naadloos en automatisch over naar Schoon Vlaamsch. Taal en accent is een beest dat je snel besmet en niet meer kwijtraakt.

    1. Da´s knap, dat je zo makkelijk kan overschakelen bij talen die zo dicht bij elkaar liggen! Is het dan vooral de tongval en de “jij” en “je” die je aanpast, of gebruik je dan ook echt andere woorden?

      1. Beide eigenlijk. Niet dat ik echt zo praat van ‘nou nou seg geef me maar een zu dorans..’, maar de tongval is inderdaad aangepast, ik ga hier ‘tenken met mijn sleurhut of cerreven achter m’n wagen’ – over de grens zeg ik ‘tanken met mijn kàràvàn achter mijnen auto’ – Het moeilijkste zijn de klemtonen die anders gelegd worden. Ook gebruik ik onbewust veel Vlaamse woorden. Zo zei ik vorige week nog ‘daar zullen ze niet mee opgezet zijn (blij zijn).’ Men begreep mij niet. Men dacht aan opgezwollen. Zo zijn er oneindig veel woorden en uitdrukkingen die verschillen.

      2. 😀
        “Daar zullen ze niet opgezwollen mee zijn”, ja, ik kan me de verbijstering levendig voorstellen, haha!
        Dat soort dingen maakt het helemaal mooi natuurlijk 🙂

      3. Zo leuk ! Taal is iets moois. Ben er wel niet echt goed in. Na 5 jaar kot in Gent en 3 jaar wonen in St-Amandsberg verdween het grootste deel van mijn Kortrijks accent. Na 20 jaar Vlaams-Brabant weet ik niet meer wat ik eigenlijk spreek.

    1. Ben ik het helemaal mee eens: Gents is echt een super leuk dialect! Ik ben toen ik in Gent woonde een paar keer naar het theater daar geweest, echt volkstheater (weet niet meer juist waar). Jo De Meyere en twee kompanen die moppen vertelden in het Gents. Was echt heerlijk…

  2. Zelf ben ik het A(B)N opgevoed met een moeder uit het Antwerpse en een vader uit het Zuiden van Oost-Vlaanderen. Ik heb het altijd als een gebrek ervaren dat ik geen deftig dialect kon.
    Dus laat maar horen hoe fijn jij je dochter Nederlands leert!

    1. Maar dan ben jij iemand die dus echt algemeen Nederlands als moedertaal heeft, dat is eigenlijk ook bijzonder. Ik zie dat bij de Vlaamse kindjes van mijn dochters generatie, die praten ook allemaal veel mooier dan ik. Het gekke is dat Elena ook mooier Nederlands praat dan ik -ze praat bijvoorbeeld veel meer met “jij” en “je” dan ikzelf. Ik vraag me af of dat van het voorlezen komt, want als ik voorlees, doe ik dat dus wel in het algemeen Nederlands (ipv van opera kan ik voor die video misschien aflezen, hah, nog een oplossing!)

      Ik denk dat ik zelf ook geen dialect kan hoor, ik kan van dialecten wel de klanken anbootsen, maar de echt dialectische uitdrukkingen, die zijn we allemaal aan het verliezen, denk ik. Langs de andere kant: zo verstaan we elkaar beter. En het is een natuurlijk proces, dus misschien moeten we daar maar niet teveel mee inzitten.

      1. Kleine Atlas

        ‘Jij’ en ‘je’, ik wilde dat NET zeggen!! Oh talen, mijn hart loopt daar zo van over, merk ik alweer. De variëteiten in Ka’s taal, daar hou ik ook veel van :

        – ‘jij’ en ‘je’ tegen mij, eigenlijk altijd denk ik (ik vergeet er telkens weer op te letten), en ik spreek ook zo mooi tegen hem denk ik (ik let er dus niet op)
        – ‘gij’ en ‘ge’ en ‘oewist’ tegen zijn nonkels, die voor de stoerheidsgraad in zijn leven zorgen
        – ‘nou’ en ‘wat is er nou weer’ en ‘hun hebben me dat gegeven’ zwemt er nog wat doorheen, na twee jaar naschoolse opvang door een Nederlandse mevrouw en door veel Nederlandse tv

        Zelf ben ik van de generatie van regiolecten. Ik heb wel ooit uitspraakles gekregen en ik dénk dat een aantal van mijn Brabantse ‘ticskes’ er sindsdien een STUK op vooruitgegaan zijn. Ik vond dat toen absoluut niet belangrijk, maar eenmaal je erop gewezen wordt, is het eigenlijk wel leuk er bewuster mee om te kunnen gaan.

        Maar hier in Brussel spreek ik over het algemeen een veel beperktere en eigenlijk armere taal dan in Vlaanderen, want vaak is mijn gesprekspartner niet NL-talig van origine. Vorig jaar had ik wel een moment dat ik me een tijdje wat verdrietig voelde omdat mijn moedertaal voor zoveel stadsgenoten een zeer, zeer pragmatisch nut moet dienen, nl. werk vinden. Veel mensen vinden NL niet mooi, vinden het een harde taal, een onnodig complexe en onlogische taal, en Vlamingen gesloten mensen. Nogal veel associaties om te vertegenwoordigen, soms 🙂

        Maar die mensen leren – ik begrijp dat, hoor – ook nooit over de nuances, de rijkdom, de culturele verscheidenheid die het NL in zich bergt, hoe ontzettend veel je kan uitdrukken in het NL. Ik las recent een vlammend betoog voor de schoonheid van het NL, lees maar: http://neerlandistiek.be/ (zoek naar ‘liefdesverklaring’) (ze moeten nog ’n beetje werken aan directe linken merk ik).

        Wat je zegt over logboek vind ik heel erg mooi!

      2. Ja, dat zijn heel interessante punten, Kleine Atlas!
        Dat geeft ook veel te denken, bijvoorbeeld: hoe kan je NT2 studenten de schoonheid van het Nederlands tonen? (Schoonheid is natuurlijk subjectief, maar als je maar genoeg materiaal aandraagt, dan vindt iedereen daar toch wel iets in, denk ik dan.)
        Die heel korte gedichtjes van Geert De Kockere bijvoorbeeld, die vaak uit heel eenvoudige woordenschat bestaan. Met dat soort dingen moet toch te werken zijn?
        Ik denk dat je pas echt met ene taal vertrokken raakt als je de negatieve associaties ervan aan de kant akn schuiven en er echt van kan leren houden.
        En de sociale factor is cruciaal he.

        Hoe meer ik met andere talen bezig ben, hoe meer appreciatie ik voro het Nederlands en het Vlaams krijg. Er zijn echt woorden en uitdrukkingen die niet te vertalen zijn. gewoon al het feit dat wij “kraantjeswater” zeggen, dat verkleinwoord dat niemand voor dat soort alledaagse dingen gebruikt -hoe mooi is dat? 🙂

  3. Nederlands uit het boekje is inderdaad steriel, je mag gerust aan je accent horen waar je vandaan komt. Ik woon in de Antwerpse Kempen en de plaatselijke bevolking hoort ook aan mijn uitspraak dat ik niet van hier afkomstig ben. Maar ik hou mij aan mijn Brabantse uitspraak. Boeiend toch, die taalverschillen?

  4. Elisabeth

    Yesss! Hier ook veel bravery dan. 🙂 Toen mijn dochter begon te praten, klonk dat tot mijn verrassing ook vrij Brabants. Ik dacht dat ik AN, of beter/erger, verkavelingsvlaams praatte. Maar kijk, de plek waar je lang leeft, kruipt in je taal. Dus nu zijn er twee halve Belgjes die in Italië Nederlands met Vlaams-Brabants accent praten, een moeder met een franse r als ze Nederlands praat (aja, want van bij Brussel) en een aangeleerde rollende r in het Italiaans.
    Voor het werk praat ik ontzettend vaak Engels. En dat is British English als ik met een Brit praat en American English als ik een Amerikaan voor me heb. Taal is echt niet steriel.

    1. Heerlijk, die mix! Ik vond dat ook leuk toen ik hier andere Nederlandstalige expats ontmoette: ik kon meteen horen waar ze vandaan kwamen 🙂
      Maar jij kan dus wel weer van je rollende R naar je Franse R overschakelen? Ik kan het wel als ik Frans praat, maar in het Nederlands klinkt die Franse R nu echt geforceerd. Echt raar, want dat betekent dat ik dus niet meer kan praten zoals ik 28 jaar lang heb gepraat.

      1. Elisabeth

        Ja, mijn Franse R in het Nederlands blijft. Die rollende R blijft me meer moeite kosten. Als ik heel moe of heel boos ben, spreek ik Italiaans met een Franse R 😀

  5. Buiten mijn provinciale grenzen uit ik me in het zo perfect mogelijke AN. Maar ondanks alles, hoe ik me ook inspan, blijft de meest gestelde vraag: “Jij bent een West-Vlaming, zeker?”
    Tss.

  6. Mooi stukje. En het roept een herinnering op. Mijn school-engels was verre van goed. Ik reisde verschillende keren naar Belfast en moest daar uiteraard engels spreken (Gaelic was uiteraard veel bruggen te ver). In diezelfde periode was ik op vakantie in Kreta en ontmoette veel andere mensen (toeristen). En op een bepaald moment vroeg iemand mij in het Engels “Wat heb jij met Belfast?”. Dat onderwerp was niet ter sprake gekomen. Dus … verdomd … ik had een Belfast accent ontwikkeld. Tot dat moment had ik me dat nooit gerealiseerd.
    Mijn Portugees heeft vast een sterk Mozambikaans accent maar dat hoor ik niet. Ik merk het wel als ik in Lisboa ben.

  7. Hoe fijn, al die mensen die in verschillende talen leven en met verschillende accenten spreken en zich vanzelf aanpassen aan hun omgeving.
    Ik ben in een soort Ninoofs-Appelterres grootgebracht. Dankzij de op school aangeleerde schaamte daarover, heb ik het nooit mooi kunnen vinden. Wel sappig. En in mezelf praat ik het nog steeds en zelfs extra sappig 🙂

    1. Ooooh, echt waar?
      Da´s leuk, dat je het toch stiekem wel doet 😉
      Sinds ik hier in Valencia zit, ben ik toch wat meer gaan nadenken over het stigma van “onbeschaafdheid” dat op sommige talen en dialecten gekleefd wordt. Valenciaans werd hier onder de dictatuur als een ongewenste tweederangstaal behandeld, terwijl het gewoon de taal van de lokale bevolking was. Als je dat als buitenstaander aanziet, is het makkelijk de onrechtvaardigheid daarvan in te zien en erover verontwaardigd te zijn. Maar eigenlijk gebeurt dat in Vlaanderen ook, zij het misschien minder zwaar dan hier gebeurd is. Waarom zou je je moeten schamen omdat je op een bepaalde manier praat? Waarom zouden bepaalde klanken minderwaardig zijn? Daarmee raak je uiteindelijk aan iemands identiteit.

    1. Ik denk dat ik vooral op dat plekje tussen trots en schaamte wil wijzen. Dat is wat vooral naar boven is gekomen tijdens deze denkoefening: dat ons vaak schaamte wordt aangepraat over onze taal. Terwijl ik denk dat we er noch beschaamd noch trots over hoeven te zijn. Ja, eigenlijk is dat het.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s