Voor het geval mama zich nog jong moest voelen

Er is die schrijfwedstrijd van Averbode waarvoor ik onlangs een verhaal geschreven heb. Om het uit te testen, las ik het zonet voor aan mijn dochter.

Ik vroeg haar om haar eerlijke mening, en die gaf ze ook (“er gebeurt te weinig, maar de dialogen zijn leuk”). Toen vroeg ze me wat ik ging doen als ik niet zou winnen. Ik zei dat ik het dan het jaar daarop weer zou proberen. En het jaar daarop opnieuw. Bovendien, zei ik, zou zij over een paar jaar ook kunnen meedoen.

“Maar ik kan niet zo goed schrijven als jij,” zei mijn dochter.

“Natuurlijk wel,” antwoordde ik. “Over een jaar of twintig jaar schrijf jij beter dan ik.”

“Jah, over twintig jaar!” riep ze uit. “Dan ben jij al lang dood!”

Ik weet dat dit een lugubere post kan worden indien er mij voor mijn 58e iets overkomt, maar ik heb me daarnet kapot gelachen.

 

 

 

Sexy schoolbel

Op de lagere school hier in het dorp klinkt er geen schoolbel, maar wordt het einde van de lessen of de speeltijd aangekondigd door muziek. Ik heb dat altijd een lumineus idee gevonden. Het is veel fijner je schooldag af te sluiten op de tonen van de soundtrack van Braveheart dan met een schril gerinkel, nietwaar? Bovendien klinken er op verschillende tijdstippen andere liedjes, en wordt het hele repertoire om de zoveel weken vernieuwd. Als buurtbewoner stel ik dat erg op prijs, want ik hoor het allemaal tot in mijn woonkamer.

Wat aanvankelijk een extra voordeel leek, is dat de Spaanse schoolgaande jeugd op deze manier wat extra exposure aan de Engelse taal ondergaat. Ook dat kon ik, als lerares Engels, enkel toejuichen. De verantwoordelijken voor de muziekkeuze blijken namelijk vaak voor Engelse liedjes te kiezen. Muy bien, muy bien.

Er zit echter een piepklein barstje in dat utopische schoolbelsysteem. Die verantwoordelijken zijn namelijk niet echt op de hoogte van het reilen en zeilen in de angelsaksische pop-cultuur, laat staan dat ze begrijpen wat er in al die Engelstalige popsongs eigenlijk gezongen wordt. Zo werd tot vorige week de ochtendspeeltijd ingeluid met Michael Jacksons “You are not alone”. Ik weet het, wat ik nu ga schrijven is muggenzifterij. Maar ik vroeg me toch af: is een vier-uur-durende documentaire over de pedofiele uitspattingen van een popster een geldige reden om zijn muziek niet dagelijks over de kinderhoofden te laten klinken (en dan liefst met een song waarvan de tekst in de nieuwe context behoorlijk creepy klinkt)? Wie zal het zeggen.

Ik besloot me er niet teveel van aan te trekken, in de wetenschap dat “You are not alone” gauw vervangen zou worden door een andere song. En dat gebeurde ook. Nu huppelen al die zes,- tot twaalfjarigen de speelplaats op terwijl deze vrolijke woorden uit de luidsprekers galmen:

“Girl, I want to make you sweat. Sweat ´till you can´t sweat no more. And if you cry out, I´m gonna push it , push it, push it some more. A la la la la long.”

Tja.

 

 

Antwoord 5: een (hopelijk niet te laat) antwoord voor de duindroomster over Spaans leren

Ondertussen heb ik hier nog altijd een paar antwoorden op vragen in de drafts staan, en deze van duindroomster had ik al eerder moeten beantwoorden, want dat jaar waar ze naar refereert is natuurlijk al volop begonnen:

Volgend jaar gaan mijn vriend en ik voor een jaar naar Latijns-Amerika. Heb je tips om op een jaar tijd Spaans te leren?

Als taalleerkracht behoor ik je natuurlijk te vertellen dat je, om een taal goed te leren beheersen, je moet focussen op de vier vaardigheden: lezen, luisteren, spreken en schrijven. En daarbij is zowel het opbouwen van woordenschat als grammaticale kennis van belang, natuurlijk. Maar als je niet veel tijd hebt, en je de nieuwe taal vooral op straat zal moeten gebruiken, lijken deze zaken me het belangrijkst:

*op voorhand zoveel mogelijk luisteren. Ook al versta je er niets van. Want op die manier worden je hersenen alvast gewend aan de klanken. Het is heel vermoeiend je op een taal te concentreren die je niet van jongs af geleerd hebt; je hersenen zijn dan echt continu bezig met aanpassen en puzzelen. Dus hoe meer ze al gewend zijn aan het horen van de taal, hoe minder problemen je zal hebben wanneer je echt met studeren begint. We denken vaak dat een taal leren voornamelijk bewust gebeurt, en woordenlijstjes enzo zijn natuurlijk nuttig. Maar het grootste deel gebeurt onbewust, daar hebben mijn eigen ervaringen me echt van overtuigd. Ik raad mensen altijd aan om muziek op te zoeken die ze leuk vinden in de taal die ze willen leren. En dan heel vaak die muziek te draaien. De radio op te zetten in een andere taal -opnieuw: ook al versta je er niets van. Want op die manier pik je alvast de klanken en het ritme op. Die zijn bij elke taal anders. Taal is heel muzikaal. Niet alleen de woorden die je zegt, maar ook het ritme en de intonatie waarop je ze uitspreekt dragen bij aan de verstaanbaarheid. En om dat goed te kunnen moet je het eerst heel vaak gehoord hebben.

*Begin op kinderniveau. Kinderboeken en tv-programmas voor kinderen zijn ideaal. De zinnetjes zijn kort, de woordenschat eenvoudig, en het is zo visueel dat er heel veel uit de context af te leiden valt. Dat is belangrijk, want taal is heel zintuiglijk. Dat is een enorm gemis in tekstboeken, vind ik persoonlijk. Een vertaallijstje met kleuren lijkt mij bijvoorbeeld veel minder zinvol dan de kleuren te zien terwijl je het woord ook echt hoort. Bestel kinderboeken in het Spaans en zoek tv-programma´s op youtube. (Met Peppa Pig bijvoorbeeld kan je eender welke taal leren.) Helemaal ideaal zijn kinderprogrammas met ondertitels. Typ bijvoorbeeld “Peppa Pig español subtítulos” in de zoekbalk, en dan krijg je dit:

 

Met een woordenboek of wordreference.com erbij kan je dan bijna alles verstaan. Woordenlijstje maken, en die aflevering de volgende dag weer belijken, en een paar dagen later nog eens, tot je merkt dat je geen woordenlijstje meer nodig hebt.

*Het is heel belangrijk dat je vanaf het begin weet hoe de letters en woorden worden uitgesproken. De grootste fout die mensen maken wanneer ze een nieuwe taal beginnen te leren, is vaak dat ze het uitspreken zoals zij denken dat het uitgesproken wordt. En zo dril je er fouten in die nadien moeilijk te corrigeren zijn (want het is makkelijker om iets nieuws te leren dan om een aangeleerde fout te corrigeren). Eerst dus een paar youtube videos bekijken over Spaanse uitspraak (bijvoorbeeld deze, da´s Zuid-Amerikaans):

 

Let vooral op de j (die klinkt als de ch van lachen), en de ll (die klinkt als de j). Een enkele r en een dubbele r klinken ook anders, maar dat zijn zaken die je naderhand nog in orde kan krijgen.

*En als je dat een paar weken hebt volgehouden, dan is het misschien een goed idee om er een echte cursus Spaans voor beginners bij te nemen. Dan zullen er opeens veel puzzelstukjes op z´n plaats vallen. En ik ben er zeker van dat je dan ook meer aan het boek zal hebben, dan wanneer je gewoon droogweg alleen met die cursus begonnen was.

En dan nog een laatste tip:

*Stel je eigen cursus samen! Verzamel al het materiaal dat je ook maar enigzins interessant lijkt. Hou je van films, ga dan naar een Spaanse film in originele versie of zoek interviews met bekende Spaanse acteurs (Antonio Banderas al eens in het Spaans horen praten?) Hou je van koken, zoek dan authentieke recepten in het Spaans op. Hou je van voetbal, zoek dan een verslag van een match van Barelona of een interview met Messi. Er zijn maar twee voorwaarden: het moet in het Spaans zijn en het onderwerp moet jou boeien. Het internet is daarbij een schitterende hulp. Eigenlijk kan je tegenwoordig eender welke taal leren die je wil, zolang je maar een internetconnectie en wat doorzettingsvermogen hebt.

Ik hoop dat deze tips niet te laat komen, en wens je veel succes!

En hetzelfde geldt natuurlijk voor iedereen die hiermee goesting gekregen heeft om eens een kinderprogramma in een andere taal te bekijken 😉

Que tengáis un buen fin de semana, muchachos y muchachas!

 

 

 

10 nutteloze weetjes over uw Rafelkath

Ik las bij Tiny een lijstje met weetjes over de blogster zelf, en dacht: wat een leuk idee! Maar toen ik eraan begon, kwamen er vooral tamelijk nutteloze anekdotes boven. Dus daar zullen jullie het dan maar mee moeten doen:

  1. Ik heb mezelf ooit een froefroe geknipt. Niet als kleuter, maar op mijn 23e. Het was geen succes en het resultaat staat nog steeds in het geheugen gebrand van de vriendinnen die er getuige van waren.
  2. Als tiener had ik een paar pantoffels in de vorm van eekhoorns. De linker noemde ik Chip en de rechter Columbus. Ik zei hun namen luidop wanneer ik hen aantrok.
  3. Ik heb ooit een tekenwedstrijd gewonnen, waardoor mijn tekening op de kaft kwam van een poëziebundel, uitgegeven door de bib van Kapellen. Het aantal deelnemers aan die tekenwedstrijd was twee.
  4. Ik heb ooit één maand lang in Zwijndrecht gewoond, als gevolg van het opvolgen van deze gouden raad: “Als ge wilt weten of de relatie werkt, moet ge gaan samenwonen.” Dat was dus even snel duidelijk als de tijd die ik nodig had om het ganse appartement te schilderen.
  5. Ik ben ooit een kanarie gaan kopen die “heel hard op de vorige moest lijken”, omdat de hond die opgegeten had en mijn broer het verschil niet mocht merken.
  6. Als mijn dochter dat spelletje begint te spelen waarbij ze alles nazegt wat ik zeg, dan begin ik de monoloog van Hamlet te citeren.
  7. Ik heb ooit met twee Amerikanen opgesloten gezeten in het kerkhof van Kopenhagen. We zijn toen in het donker over de laagste muur geklommen die we konden vinden en daarna ergens pizza gaan eten.
  8. Na een migraine-aanval komen mijn hersenen soms in een toestand terecht waarbij elk gezicht me bekend voorkomt. Dat kan een dag of twee duren. Dan zie ik bijvoorbeeld mensen op tv en lijkt het alsof ik hen ken. Het zijn ook de dagen waarop ik buitensporig veel mensen groet op straat.
  9. Tijdens mijn studententijd droeg ik de sleutels van mijn kot aan een koord rond mijn nek. Ik kon daardoor niemand stiekem besluipen, want iedereen hoorde me –rinkel, rinkel– van ver aankomen.
  10. Volgens mijn man ruikt mijn zweet naar marihuana (according to him that´s a good thing).

Voilà: totaal nutteloos, maar dat weten jullie dan ook weer.

 

 

 

PS: Een jaar vol vrouwen -en mannen

Ik schreef in mijn vorige post dat mijn jaarprojectje me een paar keer aangenaam verrast had. Maar de mooiste verrassing was toen ik een onbekende film in de downloadfolder op het bureaublad van onze computer vond.

“Die heb ik voor jou opgezocht,” zei mijn man. “Da´s een film van een vrouwelijke regisseur. Daar ben jij toch mee bezig, niet?”

“Wat lief van jou!” riep ik uit.

Die film was Estiu 1993. We bekeken hem samen thuis op de zetel, en praatten nadien over kinderen, opgroeien, hechtingsstijlen en warme zomers op het Valenciaanse platteland. En toen ik Hva vil folke si in de cinema ging kijken, stelde mijn man voor om mee te gaan. Nadien gingen we iets drinken in de stad en spraken we over migratie en emancipatie, families en cultuurverschillen.

Feminisme is het plezantst als de mannen meedoen.

 

 

Een jaar vol vrouwen: conclusie

Vorig jaar schreef ik dat ik ter ere van Wereldvrouwendag gedurende een jaar elke maand een film van een vrouwelijke regisseur wou bekijken. Dat jaar is nu om. Tijd dus voor een terugblik.

  • Het was niet altijd eenvoudig om op tijd een film te bekijken. En dit niet alleen wegens tijdsgebrek of praktische problemen, maar ook omdat er bitter weinig films van vrouwelijke regisseurs worden gespeeld. Er is één cinema in de stad waar gemiddeld één film op de hele affiche door een vrouw gedraaid is; in de andere cinemas is dat gemiddelde nul. Het leek een geluk bij een ongeluk dat die eerstgenoemde cinema de enige is die films in hun originele (niet oversproken) versie draait, maar dat is natuurlijk geen toeval.
  • In november kreeg ik uiteindelijk de klus niet geklaard, en daarom sta ik nog een film achter. Die komt er nog aan. Ik was wel aan The Bling Ring van Sofia Coppola begonnen, maar die kon me echt niet bekoren. Dat was best een verrassing voor mezelf, want Sofia Coppola was eigenlijk de enige vrouwelijke regisseur die ik al jaren kende en waar ik al veel van gezien had (The Virgin Suicides, Marie Antoinette, en natuurlijke het sublieme Lost In Translation). Toen ik ergens las dat ze plannen had om The Little Mermaid te verfilmen, was ik super enthousiast. maar kennen zijn die plannen in het water gevallen (jaaa, in het water), en daarom zocht ik maar The Bling Ring online op. Maar een film over rijke mensen met rijke-mensen-problemen… Dat lukte me dus niet. Want dit is een probleem bij een zeer beperkt aanbod: die ene door een vrouw geregisseerde film is niet per sé de film die je wilt zien. Momenteel spelen ze Capharnaüm van Nadine Labaki, maar van de trailer alleen al word ik triestig. Zo heb ik soms een cinemafilm aan me voorbij laten gaan, waardoor ik dan hard moest zoeken naar een alternatief.
  • Langs de andere kant heb ik door dit projectje wel een aantal films gezien die ik anders aan me voorbij had laten gaan, en daar ben ik wel erg blij mee. Want ik ben een paar keer aangenaam verrast geweest. Mudbound, Die göttliche Ordnung en Estiu 1993 waren zo´n films. En de knapste van allemaal was zonder twijfel Hva vil folk si. Dat is voor mij de winnaar van het jaar.

Hier nog even een lijstje ter overzicht:

maart: Lady Bird van Greta Gerwig

april: Mudbound van Dee Rees

mei: The Bookshop van Isabel Coixet

juni: Die göttliche Ordnung van Petra Biondina Volpe

juli: Mary Shelley van Haifaa Al-Mansour

augustus: Mamma Mia! van Phyllida Lloyd

september: Hva vil folk si van Iram Haq

oktober: Estiu 1993 van Carla Simón

december: The Spy Who Dumped Me van Susanna Fogel

januari: Boundaries van Shana Feste

februari: Vanity Fair van Mira Nair

 

Hoe het ondertussen zit met dat jeugdboek (en iets over postzegels)

Voor wie het zich nog herinnert: vorig jaar heb ik een zomerprojectje uitgewerkt tot een volwaardig verhaal. En omdat ik er zelf zo lang met mijn neus bovenop had gezeten, had ik niet door dat het een jeugdboek geworden was. (Daar heb je dan lieve nalezers voor natuurlijk, om je te wijzen op wat er in je eigen blinde hoek overduidelijk aanwezig is).

Dat verhaal heb ik in september naar een uitgeverij gestuurd, en daarbij maakte ik al meteen een knaller van een beginnersfout, want die uitgeverij geeft namelijk geen jeugdboeken uit. Maar het mooie is dat ze me een heel vriendelijk (handgeschreven!) briefje stuurden, waarin ze me vier andere uitgeverijen aanraadden die wel dat soort boeken uitgeven.

Twee daarvan schrapte ik al meteen van mijn lijstje, om redenen waar ik op een ander moment misschien wel eens op in zal gaan. De twee resterende uitgeverijen zagen er erg toegankelijk uit en bevolkt met bevlogen werknemers. Ik las dat ze ook manuscripten aanvaarden via mail. Toen moest ik dus een keuze maken: manuscript uitprinten en per post opsturen, of e-mailen?

E-mailen kost natuurlijk geen cent. Maar ik ben er al lang niet meer van overtuigd dat gratis gelijk staat aan beter. Bovendien heb ik zo het idee dat de fysieke aanwezigheid van een manuscript de kans verhoogt dat er ook echt naar gekeken wordt, al is het maar door iemand die het toevallig ziet liggen en er op de wc in begint te lezen.

Dus trok ik naar de papelería om het document twee maal te laten uitprinten, en daarna naar het postkantoor. De mevrouwen die hier in het oficina de correos werken, maken er -wanneer de tijd het toelaat- een erezaak van mijn post naar het noorden te voorzien van de mooiste zegels. Dan nemen ze er het dikke boek met de filatelie-uitgaven bij en zoeken we samen de leukste postzegels uit.

Dus daar kwam ik aan, met mijn grote enveloppen waar per stuk voor bijna 7 euro aan zegels op moest. Er waren geen andere klanten in het kantoor, en dus stroopte de lieve dame met de bril haar mouwen op, dook in het grote boek, en maakte op beide enveloppen een nauwgezette, identieke mozaïek van zegels. Het resultaat ziet u hieronder.

IMG_20190225_121247

En ik dacht: soms is gratis niet altijd beter. Soms is snel niet altijd beter. Soms is zelfs (opgepast, dit gaat voor sommigen hard aankomen) efficiënt niet altijd beter. Soms is het fijn om mensen gewoon het werk te laten doen waar ze goed in zijn, waar ze eer uit kunnen halen, ook al duurt het wat langer. Om over een balie te hangen zodat je in een groot boek vol zegels kan kijken en zeggen: “Ja, die is mooi, zeg”. En dan het resultaat naar een ander land op te sturen, waar er misschien iemand zal zeggen: “Oh, wat leuk!” Waarna die persoon het manuscript dat eronder zit meeneemt naar de wc om het daar te gaan zitten lezen.