Plastic (3)

Bedenkingen en ervaringen na 3 weken afval ruimen:

  • Je hebt degelijke handschoenen nodig.
  • Het is een beetje verslavend, want ook als je niet aan het opruimen bent, zie je dingen liggen die je wil oprapen
  • Vuil dat er al lang ligt, is moeilijker weg te krijgen. Het hangt in de planten, plakt vast onder het zand. “Vers” vuil oprapen is het makkelijkst.
  • Ik vrees dat er een paar slakken mee de container zijn ingegaan.
  • Isomo is waarschijnlijk het ergste: al die kleine bolletjes komen los en verspreiden zich.
  • Er zit veel variatie in het soort afval. Dat gaat van yoghurtpotjes over strijkijzers tot batterijen. Maar vooral veel flesjes en blikjes, en verpakkingen van snacks.
  • Het is moeilijk om geen oordeel te vellen over de cerebrale capaciteiten van mensen die afval op straat gooien terwijl er tien meter verder containers staan voor restafval, papier en karton, PMD, en glas. Maar daar wordt aan gewerkt.
  • Het is fijn om te zien hoe de straten er toch al iets beter uitzien na een paar keer tien minuutjes vuil ruimen.
  • Ondanks de handschoenen blijft het een vieze bedoening, waarschijnlijk vooral in mijn hoofd. Ik blijf op mijn hoede voor infecties, en ontsmet nadien mijn handen.
  • In het weekend ruim ik geen vuil op.
  • Als ik mijn regels heb, ruim ik geen vuil op.
  • Ik wil het niet blijven doen, want ik blijf nadien wel een beetje met dat vuil in mijn hoofd zitten, en dat is niet wat ik in mijn hoofd wil. Ik ben niet de nieuwe David Sedaris.
  • Soms dacht ik: vandaag doe ik het niet. Maar dan lag er bijvoorbeeld plots een stuk isomo voor de deur, en pakte ik toch maar een zak en trok mijn handschoenen aan. Ik ben niet de nieuwe David Sedaris, maar ik snap hem wel.

 

 

 

Advertenties

Post-verkiezingen: waarom wandelen

Uit het nieuwe boek van Austin Kleon:

Walking is good for physical, spiritual, and mental health. “No matter what time you get out of bed, go for a walk,” said director Ingmar Bergman to his daughter, Linn Ullmann. “The demons hate it when you get out of bed. Demons hate fresh air.”

What I´ve learned on our morning walks is that, yes, walking is great for releasing our inner demons, but maybe even more important, walking is great for battling our outer demons. 

The people who want to control us through fear and misinformation -the corporations, marketers, politicians- want us to be plugged into our phones or watching TV, because then they can sell us their vision of the world. If we do not get outside, if we do not take a walk out in the fresh air, we do not see our everyday world for what it really is, and we have no vision of our own with which to combat disinformation.

 

-Austin Kleon, Keep Going, p 175

 

 

 

 

Stemmen met looprek

Ik ben geen voorstander van de stemplicht, en dat om een tamelijk poëtische reden: wanneer ik hier in Spanje ga stemmen, weet ik dat iedereen die het stemlokaal in en uitloopt, daar uit vrije wil is. Sommigen geloven in verandering, anderen in schadebeperking. Maar elk van hen gelooft in het belang van hun bijgedragen steentje. Hier wordt het stemmen overgelaten aan zij die nog geloven.

Ik heb vanmorgen zoveel oude mensen aan het stemlokaal gezien: met looprekken, op krukken, voorzichtig uit de wagen geholpen door hun kinderen, ondersteund door hun kleinkinderen.

De generatie die nog goed weet hoe het was niet te mogen kiezen.

Zij gaan stemmen, hoe dan ook.

 

 

 

 

 

 

 

Tim Minchin en de graden van verwijdering

Ik ben niet bijzonder geïnteresseerd in bekende mensen. Maar daarnet zei mijn zangleraar dat hij vorig jaar een leerling had die een kennis was van Tim Minchin. En ik dacht: “Wow! Three degrees of separation tussen Tim Minchin en mezelf!”
Dat heeft wel mijn dag gemaakt.

PS: dat betekent dus ook: maximum vier graden van verwijdering tussen Tim Minchin en uzelf! Wat een onverwacht kado voor wie eraan twijfelde of deze blog lezen wel ergens goed voor was.

Plastic (2)

Toevallig was er een tijdje geleden nog een tweede post (behalve die van Loes bedoel ik) die over plastic en afval ging, en wel deze van Bentenge, waarin een link staat naar deze petitie van Avaaz over het dumpen van plastic afval in Azië.

…en dan die vraag aan een ander stellen, fluisterde Remco Campert weer, en dus besloot ik die petitie met een aantal Spaanse vrienden te delen in een whatsapp-groep. Ik schreef er voor de zekerheid een korte Spaanse synopsis bij. “Slechts 9% van het opgehaalde plastic wordt daadwerkelijk gerecycleerd” stond daar onder andere in.

Een van mijn vrienden reageerde geshockeerd. “MAAR 9 PROCENT? Wat een misleiding!” Bleek dat mijn Spaanse vrienden er vanuit gaan dat al het plastic dat in de gele containers wordt gegooid, gerecycleerd wordt. Zo praten ze er ook over. Iemand die afval sorteert, zegt: yo reciclo (ik recycleer).

Dus legde ik uit in de groep dat er een verschil is tussen afval scheiden en afval recycleren. Je sorteert je afval zodat het daarna makkelijker is er de stukken uit te halen die gerecycleerd kunnen worden.

Maar dat is natuurlijk ook maar het verhaal dat ik zelf geloof, besefte ik op dat moment. Want uiteindelijk heeft niemand van ons een duidelijk beeld van wat er precies met ons afval gebeurt. Er is heel weinig informatie en zero transparantie.

Is dat niet een beetje een deel van het probleem?

 

Liefdesliedje

Daarnet toevallig een tekstje teruggevonden in een van mijn schriftjes. Ik heb het op azertyfactor gezet voor wie zin heeft in een liefdesliedje (voorlopig zonder muziek) om de dag mee te beginnen.

Je kan hier klikken om het te lezen.

Een fijne week gewenst allemaal!

 

 

Plastic (1)

Onze straat was vroeger een boomgaard vol appelsienbomen.

Hoe idyllisch klinkt dat? Ik woon in een Spaans dorpje in een straat die vroeger een boomgaard was.

Maar vooraleer u makelaars begint op te bellen: even een reality check.

In onze wijk staan nog niet zoveel huizen, al komen er elk seizoen wel een paar nieuwe bij. Op de open plekken tussen de huizen groeien grassen, veldbloemen en alle soorten onkruid. Dat geeft mooie plaatjes zoals dit:

afval 3

Maar ook: tussen al dat groen ligt afval. 

afval 4

Nu is afval in de berm gooien sowieso heel fout, maar wat het nog erger maakt, is dat er in elke straat grote afvalcontainers staan waar je gratis je afval in kan gooien. Een bruine voor restafval, een gele voor PMD, een groene voor glas, een blauwe voor papier. Om de een of andere reden ligt er naast die containers nog meer vuil dan ergens anders:

afval 2

Een keer of drie per week dacht ik: eigenlijk zou ik handschoenen moeten aantrekken en al die rommel opruimen. Maar de motivatie kwam nooit echt op gang, want daarna kwamen er gedachten op als: over een paar jaar is alles hier toch volgebouwd, dus dat probleem lost zich vanzelf op. En: wil ik wel de “gekke ecologista” zijn? Ja mensen, de Spaanse mentaliteit begint hier binnen te sluipen.

Maar toen las ik deze post van Loes en ging ik weer nadenken.

En mijn conclusie was: nee, ik ga niet wachten tot alles hier volgebouwd is. Dat duurt nog jaren en ondertussen loopt mijn hond tussen het plastic en het gebroken glas, en groeien alle kinderen uit de buurt op met het idee dat het normaal is naast een halve stortplaats te leven.

Dus vanmorgen heb ik rubberen handschoenen aangetrokken, een vuilniszak genomen, en in plaats van de hond uit te laten heb ik hem mee de straat op genomen terwijl ik de zak vol afval gooide. Binnen de vijf minuten zat de zak vol met alles wat ik op een paar meter gevonden had. En eigenlijk zag je het verschil niet eens. Een vriendin die langs reed met de auto, stopte in het midden van de straat, opende haar raampje en riep: “¡Ecologista! ¿Que vas recogiendo basura?“(*) En ik riep: “¡Sí, porque estoy harta!” (**)

Ik doe het niet graag, ik voel me er super-ongemakkelijk bij, en ik zou honderd keer liever de coole, hippe dame van het dorp zijn in plaats van de gekke, kwaaie ecologista. Bovendien zwiepte er een stuk plastic lint langs mijn oog toen ik het uit de planten trok, en nu zit ik me zorgen te maken of ik daar een oogontsteking aan ga overhouden.

Maar morgen doe ik het weer, vijf minuutjes. In de hoop dat over een paar jaar er toch wat meer mensen zijn die afval opruimen minder gek vinden dan afval uit het raam van je wagen gooien.

En om de moed erin te houden, lezen we Remco Campert:

……………………………………………………………………

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

—————————————————————–

(*) “Ecologista! Loop jij daar nou afval op te ruimen?

(**): Ja, want ik ben het beu!

 

 

Tip van de Week: Roodkapje + een zomers voornemen

Ja, mannekes, weeral… (*bloos bloos*).

Hoe tof is dat?

Ik blij natuurlijk 🙂

Lovende kritiek deze keer van Hanneke Dhaese van Uitgeverij Inkt:

“Oh, Roodkapje, waar ga je heen, zo alleen, zo alleen? Sprookjes doorstaan nu eenmaal de tand des tijds. Eén van de redenen waarom hedendaagse sprookjes zo leuk zijn, is de twist die eraan gegeven wordt. En dat heeft Kathleen Verbiest prima begrepen. Een ‘ik ga graag zo graag in discussie tiener’ en een moeder die argumenten bedenkt om haar tiener toch te overtuigen. Kortom, het prototype van de tiener met de voorspelbare antwoorden van haar moeder. Oh zo herkenbaar.

Niet alle elementen van het originele sprookje komen aan bod, maar dit stoort niet in het verhaal. De wolf? Who needs him? Oma lijkt angstaanjagend genoeg in haar beschrijvingen. Beschrijvingen die Kathleen Verbiest gevat, maar bovenal humoristisch weet te verwoorden. Hikkende pretgeluidjes, een grootmoeder die zich lanceert uit bed, dat spreekt uiteraard tot de verbeelding. Toch mag ze hier nog iets verder in gaan. Oma lijkt net iets te getypeerd in haar boshutje met koekoeksklok. Maar die fles wijn maakt toch al iets goed.

En zoals bij ieder sprookje, heeft ook dit een moraal. Het stereotype van het onschuldige meisje dat gered moet worden, veegt de auteur overtuigend aan de kant. Weg met die gruwelijke lotsbestemmingen. Deze vrouwelijke hoofdfiguur laat zien dat ook zij haar mannetje kan staan. Wie heeft die jager nodig? Dit kickass Roodkapje doet het zelf!

Meer van dat, Kathleen.”

 

Kennelijk worden die sprookjesbewerkingen wel gesmaakt, dus weet je wat ik deze zomer ga doen? Elke week een sprookje de wereld insturen. Daar zullen we eens werk van maken (daarmee ook dat ik het hier schrijf, anders laat ik het weer liggen). Eerst nog een paar andere dingen afwerken, en dan vanaf juli blovelgewijs, zoals we dat van Christine geleerd hebben, de zomer opvrolijken met wat malle prinsen en prinsessen en al wat daarbij hoort.

Ja, dat gaan we doen.