Aanpassen vs integreren

Tijdens mijn jeugd heb ik nogal vaak (zij het niet in familiale kringen) het zinnetje “vreemdelingen moeten zich aanpassen” gehoord. Dat ging dan over inburgeringexamens waarin migranten moesten aantonen dat ze bloemkool met witte saus konden maken enzo.

Ik had daar nooit echt een mening over -hooguit dacht ik: misschien moet ik zelf maar eens witte saus leren maken.

Nu ben ik ondertussen al meer dan elf jaar zelf een vreemdeling, en is mijn mening over die stelling min of meer gevormd. Ik vind namelijk niet dat nieuwkomers zich zomaar moeten aanpassen aan de normen, waarden en gebruiken van hun gastland. Want sommige normen, waarden of gebruiken van dat gastland zijn misschien minder nobel, gezond of duurzaam dan die waarmee de nieuwkomers vanuit hun geboorteland zijn komen aanwandelen.

Een concreet voorbeeld: moest ik mij volledig hebben aangepast aan de heersende cultuur van mijn gastland, dan zou ik er geen graten in zien kleine kinderen tot ver na middernacht wakker te houden, gewoon omdat ik zelf zo lekker zit te tafelen met mijn vrienden. Doorheen de jaren heb ik, omwille van de lieve vrede, wel geleerd toegevingen te doen, maar dochterlief gaat stelselmatig vroeger naar bed dan haar leeftijdsgenoten, zeker wanneer er schooldagen in het verschiet liggen.

Anderzijds zijn er Vlaamse gewoonten die ik met veel plezier heb ingeruild voor hun Valenciaanse tegenhangers: ik eet nu bijvoorbeeld vijf lichtere maaltijden per dag in plaats van drie zwaardere. Ook geef ik (letterlijk) meer schouderklopjes, spreek sneller onbekenden aan, trek me minder aan van imperfecties. Dat zijn allemaal gewoonten die me op een of andere manier gezonder, nobeler of duurzamer leken dan degene waarmee ik ben opgegroeid.

Kort gezegd: ik vind niet dat nieuwkomers zich zomaar klakkeloos moeten aanpassen. Voor mij heeft elke migrant het recht en de verantwoordelijkheid om voor zichzelf uit te maken wat hij of zij waardevol vindt aan de cultuur van oorsprong, en welke waarden en gewoonten uit het gastland de moeite lijken om over te nemen. Ik hou van het idee van culturele wisselwerking, waarbij we allemaal, nieuwkomers en geboortelandblijvers, naar een hoger plan getild worden omdat we voor elkaar openstaan en van elkaar leren.

Maar daarvoor heb je wel integratie nodig -volgens Van Dale het maken van of opnemen in een groter geheel. En dat betekent voor mij: als nieuwkomer deel uitmaken van het sociale weefsel van je nieuwe woonplaats. Door met anderen te praten, vrienden te maken, je aan te sluiten bij een lokale vereniging. Of die integratie slaagt, hangt natuurlijk van de goodwill van beide partijen af, maar ik veronderstel dat daar heelder theorieën over geschreven zijn door mensen die er veel meer van weten dan ik, dus ga ik daar liever niet verder op in.

Ter conclusie: voor mij is aanpassen en integreren niet hetzelfde. Als ik met mijn Spaanse vrienden ga barbecueën en een salade meeneem, heb ik mij niet aangepast (want barbecueën doe je met vlees; groenten zijn voor konijnen). Maar ik ben wel geïntegreerd, want ik spendeer de hele namiddag in het gezelschap van mijn Spaanse vrienden en ik nip een bodempje van Loles´ heerlijke sangría en laat de hilariteit die daardoor ontstaat ( ¡ojo, Kathleen drinkt nooit alcohol dus nu gaan we wat meemaken!) over me heengaan. Ik knijp een oogje dicht omdat we weer op plastic borden hebben gegeten, zij knijpen een oogje dicht omdat ik weer als eerste naar huis ga om dochterlief op (Belgische) tijd in bed te steken. Leven, laten leven en lol maken.

Migratie hoeft geen problematiek te zijn. Denk ik dan.

 

 

 

 

15 gedachtes over “Aanpassen vs integreren

  1. De voorbeelden die je noemt lijken me heel ‘braaf’. Geen enkele Spanjaard zal er m.i. aanstoot aan nemen dat je in het belang van je dochtertje denkt aan voldoende slaap, of dat je gezonde groenten eet bij de bbq. Anderen zullen je zeker volgen op dit gebied.
    Vervelender vind ik als mensen zich op gebied van bijvoorbeeld kleding niet wensen te integreren of aan te passen (noem het zoals je wil). Een boerkini in het stedelijk zwembad hoort niet, sorry voor wie er anders over denkt. Of mensen die zich zodanig vasthouden aan hun godsdienst dat ze in opstand komen tegen de gebruiken van hun gastland.

    1. Ha, kledij! Daar wil ik nog een blogje extra aan wijden, hou u al maar vast 🙂

      En om eerlijk te zijn denk ik dat het wél aanstoot kan geven wanneer je met gezondere gewoonten tegen de stroom ingaat. Het kan als een soort van superioriteit opgevat worden he, zo van “wat doen jullie je kinderen aan, zie eens hoe ik het aanpak, toch veel beter”. Ik ben daar toch wel voorzichtig mee, hoor. Want zodra je iets anders doet, roept dat vaak het gevoel op (soms terecht, soms niet terecht) dat je het niet eens bent met de lokale manier van handelen.
      De voorbeelden die ik geef klinken jou wellicht onschuldig in de oren, net omdat het Vlaamse gewoonten zijn, zou dat niet kunnen? 😉

      En religie… Ja, da´s een moeilijke.Op dat vlak heb ik vooral ervaring met het samenleven met overtuigde (Spaanse) katholieken. Dat gaat ook wel eens gepaard met op de tanden bijten, zowel voor hen als voor mij ,haha.

  2. Affodil

    Kan me helemaal vinden in dit logje.

    Het doet me denken aan de heisa die op een gegeven moment in Nederland ontstond omtrent het inburgeringsexamen. Ik zit nogal eens op Nederlandse fora (of in die tijd toch zeker) en we gingen met z’n allen eens die vragen invullen. Bleek ik als Belgische de enige te zijn die slaagde …

  3. Het is geven en nemen. Waar ik een beetje moeite voor doe: vermijden om Nederlands te praten met mijn zussen of met Nederlandstalige vrienden als we in een overwegend Franssprekend gezelschap zijn. Ik vind dat zelf niet fijn als mensen lang en uitgebreid in hun eigen taal met elkaar praten, terwijl ik er voor spek en bonen bij sta.
    Verder zijn er een paar plaatselijke gewoontes die ik met plezier heb overgenomen: de siësta, le goûter (vieruurtje), overal waar je komt vriendelijk bonjour zeggen…
    De gewoonte om bijna iedereen te begroeten met twee kussen (se faire la bise) vind ik minder leuk. Vooral mannen met een zware aftershave kus ik niet graag. Uren later ruik ik dat nog. Intussen heb ik al wat trucjes om daar onderuit te komen 🙂

      1. Heel vriendelijk een hand reiken met gestrekte arm 🙂
        En als de andere (ongewenste) partij toch aanstalten maakt, kuchend zeggen dat ik verkouden ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s