Lieg over Sinterklaas!

Hou u vast aan de takken van de bomen: uw feministje staat hier op het punt een van de meest patriarchale instituten van ons noorderlijk grondgebied te verdedigen.

Ik las namelijk bij Perfect Day for a Picnic dat de schrijfster zich schoorvoetend door Maarten Boudry had laten overtuigen van het idee dat het pedagogisch onverantwoord is om de Sint als externe autoriteit in te roepen, en dat het liegen over zijn bestaan het vertrouwen tussen ouders en kinderen schaadt. Ik kon het artikel zelf niet vinden, maar blijkbaar is ze niet de enige die met tegenzin toegeeft dat mijnheer Boudry ergens wel gelijk heeft.

Zoiets doet mij meteen in mijn pen kruipen, want ik ben een grote fan van de Sint. Alle herinneringen in verband met het Sinterklaasgebeuren behoren tot de mooiste en meest intense van mijn kindertijd. De ontdekking van prachtig uitgestald speelgoed en snoepgoed op 6 december was steeds een apotheose na dagen van voorpret, en telkens ik als kleine believer door Sinterklaas werd aangesproken, voelde ik me gezien, geliefd en uitverkoren.

De vraag is nu: hebben mijn ouders indertijd hun eigen gezag ondermijnd door de controle over de geschenken bij een Spaanse bisschop te leggen? Wie daarvan overtuigd is, overschat mijns inziens schromelijk de draagwijdte van die goedheilige macht. In mijn persoonlijke ervaring als ouder bedraagt die macht geen jaar, maar een week. Één week. Een zevental dagen dat je, met een beetje geluk, tot een dag of tien kan uitrekken. Wanneer dochter het in de week voor Sinterklaas werkelijk te bont maakt, dan roep ik: GE MOET NIET DENKEN DAT SINTERKLAAS KOMT ALS GE U ZO GEDRAAGT! Op korte termijn heeft dat impact -in september moet je zoiets niet proberen. Is dit een pedagogische fout? Wel, dat kan mij eigenlijk weinig schelen. Ik gun mezelf dat ene weekje waarop ik mijn ouderlijke autoriteit niet grotendeels alleen moet dragen. Dat is het kadootje dat ik als ouder krijg van de lieve Sint. Laat ons ook niet vergeten dat elk kind anders is: dat er intensieve en zéér intensieve kinderen bestaan. En dat de ouders van zéér intensieve kinderen af en toe een beetje hulp van hierboven kunnen gebruiken.

Ten tweede: is het fout kinderen duidelijk te maken dat je een beetje je best moet doen om een kado te verdienen? Ik vind van niet. Natuurlijk weten we dat het in de wereld der volwassenen soms de bullebakken zijn die met de grootste kado´s gaan lopen. Maar die wetenschap wringt, het voelt aan als onrecht. Misschien net omdat we met het tegenovergestelde idee zijn opgevoed: wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is, de roe. En wat er precies begrepen dient te worden onder “zoet” en “stout”, dat vul je als ouder toch gewoon zelf in?

Dat het een oudere man moet zijn die bepaalt wie wel kadootjes krijgt en wie niet, daar wringt natuurlijk het schoentje. Maar daar passen we al jaar en dag een mouw aan door onze kinderen zonder onderscheid allemaal van kadootjes te voorzien. En er is nóg een achterpoortje: de Sint bestaat namelijk niet echt (surpraaais), dus kan je hem als ouder precies zo inkleuren als je zelf wil. In de leefwereld van mijn dochter is Sinterklaas nooit een autoritair, controlerend personage geweest, maar eerder een vrijgevig geriatrisch figuur, die in het openbaar wel eens streng wil overkomen, maar dat is slechts voor de show, dat snapt dochterlief ook wel. En onlangs hebben we samen die schitterende, op-en-top-feministische Disneyfilm Noelle gezien, wat al die jaren Sinterklazerij ruim gecompenseerd heeft, lijkt mij.

En dan de hamvraag: mag je liegen tegen je kinderen?

Ten eerste hoort liegen bij opvoeden, al moet je goed weten wat voor leugens je vertelt en hoe je ze inkleedt. Maar liegen moet je. Hoe kan je je kroost anders beschermen tegen de harde realiteit, het drama van de naakte feiten? Kinderen moet je langzaam aan de ruwe werkelijkheid van de wereld laten wennen, en dan kan je soms niet anders dan er een leugentje bijhalen. Nu kan er geargumenteerd worden dat er minder noodzaak is te liegen over de Sint dan over ziekte, dood, misbruik, en waarom tante Lola niet meer met nonkel Marc praat. Dus waarom erover liegen? Omwille van de magie, beste mensen. ´s Avonds in je bed met gespitste oren liggen luisteren naar vermeende hoefslagen, is een magische bezigheid. In de supermarkt Sinterklaas Superstar tegenkomen is een magische ontmoeting. Je kan ervoor kiezen niet tegen je kinderen te “liegen” omtrent het bestaan van de Sint, maar daarmee ontzeg je je kroost ook een aantal magische ervaringen tijdens een ontwikkelingsfase waarin magie net een belangrijke plaats inneemt.

Rest mij nog een korte aanval op het argument der schending van het vertrouwen. Ik heb in mijn bescheiden 39 jaar honderden manieren gezien waarop ouders het vertrouwen van hun kinderen (soms onherstelbaar) beschadigden, vele daarvan sociaal aanvaard of zelfs aangemoedigd door staat en omstaanders. De leugen omtrent het bestaan van de Sint was daar nooit één van. Zalig zij de adolescent die zijn of haar ouders enkel dát te verwijten heeft: de verhalen omtrent een vriendelijke, vrijgevige bejaarde die op een schimmel over de daken reed.

Ik heb het daarnet even gecheckt bij mijn achtjarige, of ze zich bedrogen voelde door het feit dat ik haar “voorgelogen” had over het bestaan van Sinterklaas. “Nee,” zei ze, zonder verpinken. “Maar het was wel leuker toen ik nog geloofde dat hij bestond.” Waarmee ik opgelucht mijn betoog over de waarde van magische herinneringen kon onderschrijven.

Net toen ik op het punt stond haar kamer te verlaten, riep ze me terug. “Maar er is wel één ding waarover je niet had mogen liegen, mama.”

Gealarmeerd draaide ik me om. “En dat is?”

“Jij en papa hebben altijd gezegd dat de aarde rond is.”

“En de aarde is niet…?”

Toen viel mijn frank, en ik zei: “Sorry, je hebt gelijk. De aarde is niet perfect rond. Ze is afgeplat aan de polen.”

Dochterlief knikte ernstig, maar gelukkig zag ik in haar ogen dat ze het me al vergeven had.

 

 

 

 

 

 

 

11 gedachtes over “Lieg over Sinterklaas!

  1. Heel graag ga ik volmondig met je akkoord. De Sint past in de fantasie wereld van het kind en ik gun het hen zo graag.
    De ondervinding leerde me dat het kind heel geleidelijk de waarheid ontdekt, en dat de waarheid nooit voor een schok of verwijt zorgt.
    Ze vragen gewoon om het nog even te laten duren met de ouder als Sint.
    Het is en blijft de mooiste ervaring vanuit de kindertijd. Ik noem het een ‘leugen om hun bestwil’.
    Zelf probeer ik hem zo weinig mogelijk in te roepen als boeman.
    Jammer, die heerlijke tijd zit er weer op……

  2. damngoodsoffie

    Zalig goed geschreven, en ik ben het er zelfs mee eens 🙂 Het is een pak fijner om het eens te zijn met jou dan met Boudry 😀
    Ik denk dat ik het vooral moeilijk heb met het ‘als-dan’-ige van de traditionele Sint, en het traditionele opvoeden, waar ik een beetje los van probeer te komen, met de nodige moeite.

    1. Zo blij dit te lezen -mission accomplished!

      Dat `als-dan’-ige vond ik een sterk argument in je post, en dat idee dat we onze kinderen niet persé tot brave, onderdanige mensen willen kneden, want we willen niet dat ze later naar de pijpen van anderen dansen. Dat zijn dingen waar ik zelf ook mee worstel.
      Daarom probeer ik het op deze manier: ik wil haar leren over oorzaak en gevolg. Alle gedrag heeft gevolgen, en ongewenst gedrag heeft negatieve gevolgen. Als je je eigen woede niet leert beheersen maar uitwerkt op anderen, zal je vrienden verliezen. Als je zelf nooit deelt, zullen anderen ook niet met jou delen. Als je altijd alleen maar aan jezelf denkt, zal je op bepaalde cruciale momenten niet op de steun van anderen kunnen rekenen.
      En Sinterklaas kan je daar perfect inpassen: we hebben te maken met een vriendelijke, oude man die graag kadootjes geeft -zomaar, voor niets. Maar het is wel veel werk. Dus nogal logisch dat hij zijn werklast wat verlicht door de kinderen over te slaan die niet eens appreciëren wat ze al hebben, of anderen slaan, of nooit delen of (insert een vorm van onaanvaardbaar sociaal gedrag).

      En ik dacht ook: misschien zijn je kinderen wel gewoon al superbrave lieverdjes uit zichzelf. Dan heb je zo´n dreigement natuurlijk helemaal niet nodig. Het hoeft ook niet, ik heb er meestal nooit iets over gezegd, over de kans dat de Sint niet zou komen. Het was nu eigenlijk toevallig die week voor Sinterklaas hier dat dochterlief nogal fel uit de bocht ging. En dan praten we nadien wel over de reden waarom ze uit de bocht ging, en hoe voortaan beter met de emoties om te gaan, etc. dus het begrijpende opvoeden, met emotionele validatie enzoverder erbij. Maar ik denk dat er niets mis mee is van af en toe op de “traditionele” manier heel duidelijk tegen een kind te zeggen: DIT doe je NIET, en als je het nog eens probeert, zullen de gevolgen ZEER onaangenaam zijn. Maar het hangt natuurlijk af van het kind en de situatie en het gedrag en de leeftijd, enzovoort.

      1. Een blog in een blog. Het onderwerp opvoeden en de plaats van Sinterklaas daarin breng je met heel veel vuur. Persoonlijk ben ik blij dat Sinterklaas bestond. Ik dnek niet dat ik daar nadelige gevolgen van draag.

  3. ik voel uw passie tot hier 🙂
    Ik had nog niet gehoord van Boudry’s stuk, maar ben me even gaan bijlezen. Bwa, ik zoek vooral heil in de nuances. Het herinnert me weer aan mijn voornemen zelf niet te hard mee te gaan in al die SInterklaas-toestanden, maar er ook niet actief tegenin te gaan. Want weet je, een kind in een bepaalde levensfase proberen te overtuigen van het niet-bestaan van Sinterklaas is een onmogelijke opgave. Zo simpel is het al: er is daar helemaal geen keuze te maken. Toch niet voor het mijne.

    Gesterkt door die levenservaring denk ik twee dingen:

    1/ in heel Boudry’s stuk wordt wel/niet Sinterklaas meegeven, voorgesteld als een hoogst individualistische keuze, een van de vele opvoedkeuzes waar je je eigen weg in moet vinden. Wel, ik kan dus uit ervaring zeggen: it’s not. Ik heb er hier eentje in huis rondlopen dat (die?) vastberaden is te geloven in Sinterklaas, omdat dat hem beter uitkomt én omdat iedereen dat doet. Want ik ben de eerste jaren niet bepaald meegegaan in dat hele verhaal. Maar een kind leeft gelukkig niet op een eiland.

    2/ dat sluit mooi aan bij mijn tweede bedenking: welke boodschap wil jij meegeven? Ik denk dat er vooral daar als ouder heel veel speelruimte op zit. Zelf wil ik later, als Het Grote Besef Zover Is, graag iets al dit meegeven: dat hele Sinterklaas-ding, dat is iets dat je samen doet, grote mensen voor kinderen. Omdat het, helemaal gelijk onze volksaard, soms gemakkelijker is iets te zeggen zonder elkaar in de ogen te moeten kijken. Dat ouders hun kinderen, hun lastige kinderen die nog zoveel moet leren, graag zien, zo graag dat ze zich in bochten wringen om hen cadeaus te kunnen geven zonder hen in die ambetante positie te zetten van ik-ben-kind-en-moet-eeuwig-dankbaar-zijn-want-ben-zelf-niet-kapitaalkrachtig-genoeg-om-het-mezelf-cadeau-te-doen.

    Minder kapitalistisch vertaald: ooit tikte ik een uitgave van ‘verhalen voor de herfsttijd’ op de kop, met een hoofdrol voor St-Maarten (ha!), Michaël en St-Nicolaas. Wat eruit naar voor komt is een stuk diepzinniger dan een welles-nietesdicussie over bestaan of niet bestaan. Het gaat meer over rituelen, over gemeenschapszin, over zingeving zelfs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s