Corona Chronicles: day 49

Vandaag is de grootmoeder van mijn man 95 jaar geworden.

Ik belde haar op, feliciteerde haar, en vroeg hoe het met haar ging. Op die vraag antwoordt ze altijd hetzelfde: dat ze bijna niets meer ziet, maar dat het afgezien daarvan heel goed gaat.

Ze woont nog steeds alleen, op haar eigen appartement in de stad. ´s Morgens en ´s avonds zorgt ze zelf voor haar eten,´s middags komt een hulp voor haar een warme maaltijd klaarmaken. Ze redt zich prima. Haar geest is nog zo helder als de wolkenloze hemel boven Valencia. 

Over het feit dat we omwille van de omstandigheden haar verjaardag niet kunnen vieren, zei ze: “Ik moest er even om huilen, en dat was het dan. We vieren het dan van de zomer wel, met de hele familie.”

Die kranige abuela!

Dat wordt deze zomer vast een heel mooi feest.

 

 

 

Corona Chronicles: day 48

De parken zijn nog steeds gesloten, maar naast het park zijn een paar lege percelen waarop onkruid woekert. Daar hadden we afgesproken met Elisa, een vriendinnetje van mijn dochter, en haar moeder María.

De meisjes speelden in het lange gras en bouwden een kamp, terwijl wij, de moeders, op twee meter van elkaar stonden te praten. Van tijd tot tijd maanden we de meisjes aan afstand te houden. Maar voor negenjarigen die elkaar in geen weken gezien hebben, is afstand houden tijdens het spelen niet vanzelfsprekend.

We hebben daar een uur en een kwartier gestaan -een kwartier langer dan geoorloofd dus. Toen voor de derde keer een politiewagen kwam langsrijden, besloten we toch maar op huis aan te gaan. De dreiging van boetes hangt immers nog steeds in de lucht. En al denk ik niet dat de politie ons meteen zou beboeten wanneer we te lang of te dicht bij elkaar zouden blijven staan, als het gaat om een paar honderd euro loop je toch liever geen risico.

Er was trouwens nog een risicofactor in het spel, want María´s man heeft een zwak immuunsysteem. Dat speelde ook in mijn hoofd.

Ik ging dus naar huis met een dubbel gevoel. Enerzijds was ik zo blij dat ik met mijn vriendin had kunnen praten en dat mijn dochter eindelijk nog eens met haar favoriete klasgenootje had kunnen spelen. Anderzijds hangt er om elk sociaal contact nu een zweem van dreiging en risico.

En dan was er ook nog dit gevoel: ik wil zoveel meer. Het is al honderd keer aangenamer en gemakkelijker nu we tenminste een uurtje per dag met de kinderen buiten mogen, en daar ben ik heel blij om. Maar ik wil mijn vrienden zo graag vastpakken.

Ze hebben ons een vinger gegeven en ik wil de hele arm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 47

Vandaag laat ik mijn dochter aan het woord (typles en Nederlandse les in één): 

zo zouden alle dagen moeten zijn: de hele morgen tv kijken, gaan wandelen en terwijl appelsienen plukken, daarna met het buurmeisje praten, daarna huiswerk doen, daarna tekenen, dan eten , en daarna een douchke pakken, en dan gaan slapen.

De quarantaine van een contente negenjarige in een notendop 🙂

 

Corona Chronicles: day 46

Vandaag zijn dochterlief en ik Miguel gaan opzoeken. Miguel is een jonge dertiger die in de velden rond het dorp een mini-paradijsje heeft aangelegd. Op het land van zijn schoonvader heeft hij van oude kratten een hutje gebouwd, met een klein terrasje en een paellero van tweedehands bakstenen. Elke dag is hij daar te vinden: hij wiedt het onkruid, plant artisjokken, plukt sinaasappels. Hij snoeit, wiedt, plant en plukt. Ik heb zelden een gelukkiger mens gezien.

Hij had gevraagd wanneer we hem nog eens kwamen opzoeken, want hij had nieuwe eendjes, en die zou dochterlief vast leuk vinden. Dus stapten we vandaag de fiets op en reden langs het enige fietspad dat ons dorp rijk is naar het kruispunt van waar je de velden kan instappen. Aan dat kruispunt maakten we onze fiets vast en wachten op Oscar en Sara. Oscar is de beste vriend van mijn dochter, en zijn moeder Sara is een goede vriendin van mij. Ze wonen vlakbij dat kruispunt, dus had ik hen gevraagd of ze ons wilden vergezellen. Natuurlijk wilden ze dat.

Hoe vreemd het ook was elkaar niet te kunnen kussen of omhelzen, het was ontzettend fijn om elkaar weer te zien. Om samen onder een stralende zon over de kleine zandweggetjes tussen het hoge gras te lopen. Om daar Miguel te zien staan, gebruind en stralend als de zon zelf, met in zijn armen een tamme kip, die hij koesterde alsof het een puppy was.

We praatten. We plukten verse bonen. De kinderen voerden slakken aan de eendjes. Miguel liet Oscar het ei rapen dat zijn kip die dag gelegd had, en zei dat hij het mee naar huis mocht nemen. Met een brede glimlach op zijn bleke gezichtje toonde Oscar zijn moeder de vangst.

Toen namen we afscheid van Miguel en liepen weer naar het kruispunt, met onze zakken vol bonen, en heel veel zon in ons hoofd.

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 45

Hoewel het zondag is, ga ik toch iets schrijven. Want het is een belangrijke dag: vandaag mochten de kinderen voor het eerst weer naar buiten.

Toen ik vanmorgen uit het raam keek, zag ik aan de overkant van de straat een meisje op een step. Verderop liep een vrouw met een kinderwagen. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

Even later filmde ik hoe mijn dochter de voordeur uitrende, de lege straat overstak, en de zandberg opcrosste die de werkmannen daar de afgelopen dagen bij elkaar hebben gestapeld. Een half uur lang heeft ze samen met de hond op die berg gespeeld.

´s Namiddag zijn we met de buren gaan wandelen, braaf de richtlijnen voor social distancing respecterend. En toch vonden de kinderen het heerlijk, want op anderhalve meter van elkaar kan je perfect een koerske doen.

Wat een mooie dag was dit. Zoveel lucht en opluchting. Zoveel hoop. In de Kerk weten ze het al lang: het is de strenge veertigdagentijd die de wederopstanding momentum geeft.

 

 

 

Corona Chronicles: day 43

Voor vandaag heb ik weer een stukje vertaald uit een artikel dat ik in de krant las. De titel luidt: In Madrid worden de rijen van honger en armoede steeds langer. “Elke dag komen er nieuwe mensen bij.” Ik wil het delen omdat het een beeld geeft van wat er achter de schermen gebeurt, heel praktisch en hands-on. En omdat het behalve droevig, ook mooi en menselijk is.

In het artikel wordt parochiepriester Gonzalo Ruipérez geïnterviewd. Die beheert momenteel de 70.000 kilo aan voedselvoorraden die opgeslagen liggen in de parochie San Juan de Dios in Vallecas, een van de armste wijken van Madrid. De priester heeft twee gsm´s op zak en krijgt zo´n 300 oproepen per dag binnen. In een Excelbestand houdt hij keurig bij welk voedsel er naar welke familie gaat. Alles wordt verdeeld in zakken van verschillende supermarkten, en door een team van 10 vrijwilligers aan de behoeftige gezinnen geleverd

“Het voedsel in de zakken van Mercadona is bestemd voor gezinnen met vier leden of minder. De zakken van Carrefour gaan naar gezinnen vanaf vijf personen, en de zakken van Ahorra Más zijn voor moslims. Als er baby´s zijn, verandert dat de zaak, en deze maand is er wat dat betreft veel extra vraag gekomen. Waar we voordien 85 families met pasgeborenen hadden, hebben we er nu 102. Deze families krijgen nog een extra zak met luiers, babyvoeding of melkpoeder. We houden ook rekening met gezinnen die geen elektriciteit hebben, zoals in La Cañada. Zij krijgen meer voeding in conserven, en geen bevroren voeding. Maar in alle zakken zitten mondmaskers en een flesje ontsmettingsalcohol.”

– “Is er in jullie magazijn nooit een poging tot inbraak geweest?”

-“Nooit. Op een keer kwam er een man naar me toe en hij zei: “Padre, maak u geen zorgen. Alle families die uit stelen gaan, wij staan hier allemaal in de rij.”

(…)

Het is 17.00. De priester staat op en toont ons nog twee lokalen waar er nog meer eten ligt opgeslagen. Ondertussen vertelt hij met zachte stem dat ze elke dag 10 pizza´s krijgen van een zeer goed Italiaans restaurant in het centrum. “Pizza betekent hier kerst.” Elke avond brengt hij de pizza´s rond naar telkens andere gezinnen. Dan openen de kinderen de deur en vieren ze de komst van de pizza alsof het nieuw speelgoed was.

“Goeieavond, padre“, “hoe gaat het, padre?”, “alles goed, padre?” roepen de mensen uit de buurt hem toe wanneer hij over het zebrapad loopt. Plots stapt er een vrouw op hem af en zegt: “Padre, ik heb een eend uit een van de parken op het plein gezien.” Vol ongeloof steekt de priester als een giraf zijn nek uit om een glimp van het dier op te vangen.

“Als die niet maakt dat ie weg is, eet er vanavond iemand eend met appelsien.”

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 42

De afgelopen nachten ben ik telkens voor half één gaan slapen.

Goed hé?

Aanvankelijk duurde het heel lang voor ik ook daadwerkelijk in slaap viel, maar gisteren was ik na twintig minuten al vertrokken. Zodoende had ik er zeven uur ononderbroken (*) slaap opzitten voor de graafmachines de dag indonderden. Ik ben eigenlijk echt wel fier op mezelf.

Het is wel nog altijd zo dat je ´s morgens niet te veel tegen mij moet praten. Maar ik ben tenminste lijfelijk aanwezig aan de ontbijttafel, en dat is een overwinnig die ik, dat besef ik maar al te goed, voor een deel aan de bouwvakkers daarbuiten heb te danken.

Elk nadeel heb z´n voordeel. 

 

 

(*) ik typ dit woord altijd fout, ik schrijf altijd spontaan “ononderbroeken” 🙂

 

 

 

Corona Chronicles: day 41

Afgelopen weekend stond er in de krant dat kinderen vanaf maandag 27 april weer buiten zouden mogen, zij het onder strikte voorwaarden: ze zouden een wandeling mogen maken in hun eigen wijk met maximum 2 gezinsleden.

Iedereen blij.

Gisteren lazen we in de krant dat de regering die maatregel wilde aanpassen: kinderen zouden mee mogen naar de supermarkt, de apotheek en de bank, maar een wandeling maken zou er niet bij zijn.

Iedereen boos.

Want waar sloeg dat nou op? We willen onze kinderen hun benen laten strekken in de open lucht, niet hen in de auto meenemen naar een gesloten ruimte. Ouders, pedagogen en pediaters op hun achterste poten natuurlijk.

´s Avonds kwam het bericht dat de regering was teruggekrabbeld: vanaf zondag mogen we met onze kinderen elke dag even een wandelingetje maken in de buitenlucht.

Iedereen opgelucht.

Ik weet dat dit bij veel mensen het idee oproept dat “de regering niet weet waarmee ze bezig is”, en “geen vertrouwen oproept” (en we kunnen ook weer een paragraaf bijschrijven op de lijst met covid-19-zekerheden), maar zelf dacht ik gisterenavond: goed zo. Het is een onzekere situatie voor iedereen en niemand heeft een glazen bol. Dan heb ik liever een regering die flexibel is en reageert op feedback. Die weet dat er verschillende manieren zijn om een bepaald doel te bereiken, en ons misschien een beetje ambeteert met zijsprongen. Maar liever af en toe een zijsprong, dan regelrecht en zonder bij te sturen de verkeerde weg uitgaan en de afgrond indonderen.

 

PS: Toen ik mijn dochter gisterenavond zei dat we vanaf volgende week elke dag een wandeling gaan maken, zei ze: “Nee! Ik blijf veel liever binnen.” Haar komen ze dus maar beter niet interviewen 🙂

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 40

Ik wou vandaag met een vrolijkere noot beginnen, maar als ik eerlijk verslag wil doen van deze lock down, zal ik toch in mineur moeten starten: ze zijn sinds gisteren zowel vóór als achter ons huis beginnen bouwen (*).

Dat betekent dat we de komende weken omsingeld zullen zijn door lawaai: eerst de graafmachines, daarna de betonmolens, en dan begint het slijpen, hameren en zagen. En elke fase gaat gepaard met gekletter. Dat heb ik willens nillens geleerd toen twee jaar geleden de huizen van onze buren werden opgetrokken.

Dat lawaai begint om 8 uur ´s morgens en gaat de hele dag door, met een korte pauze rond een uur of twee. ´s Morgens een beetje bijslapen zit er dus niet meer in (ik heb oorstopjes geprobeerd, maar dat werkt niet). Ik zal dus toch moeten proberen braaf naar bed te gaan wanneer dochter gaat slapen, en op een ander moment een beetje tijd en ruimte voor mezelf moeten zoeken.

Tijd en ruimte. Hoe schaars zijn die schone zaken geworden de afgelopen weken. Als je tijd in gezelschap wil doorbrengen of de ruimte wil delen, is er meer dan genoeg. Maar ik besefte gisteren dat als ik van die zestien uren waarin ik wakker ben er dagelijks twee ongestoord en alleen aan het werk wil zijn, dat ik het dan over een andere boeg zal moeten gooien.

Virigina Woolf indachtig, die zei dat je een eigen kamer nodig hebt als je wil schrijven, en Stephen King, die zei dat een schrijver eenvoudigweg een deur nodig heeft om dicht te kunnen doen, zette ik me aan het werk. Ik reorganiseerde, versleepte meubels van de ene kamer naar de andere, bracht zakken vol rommel naar de container. Ik hield pas op toen het bureautje dat ik van mijn grootmoeder heb geërfd, en dat op een onhandige plek voor de boekenkast stond waar het de naaimachine torste, licht en leeg onder het raam van ons logeerkamertje geplaatst kon worden.

Daar staat het nu op me te wachten. Nu alleen nog mijn huisgenoten aanleren dat ze me even met rust moeten laten wanneer de deur dicht is, en dan krijg ik de rest van de quarantaine wel uitgezongen.

 

PS: Ik vond het ontzettend lief en bemoedigend al jullie berichtjes te lezen na de laatste post. En de recepten voor worteltaart 🙂

(*) Sinds vorige week maandag mag er weer in de bouw gewerkt worden.

 

 

 

Corona chronicles: day 39

Het is half drie ´s nachts en ik kan niet slapen.

Zoveel onrust in dit lijf, en ik weet wat het medicijn is: morgen er een paar uurtjes alleen opuit trekken. Met de metro naar de stad, chocolademelk met slagroom drinken in een rustig café, dan naar de mooie, oude stadsbibliotheek.

Dan zou ik zo weer de oude zijn.

Of een repetitie. Gewoon met z´n vieren twee uur lang opgaan in de muziek. Alles eruit zingen. Genieten van de solo´s van mijn kompanen. Daarna langs de bakkerij aan het station van Benimaclet voor een stukje worteltaart en dan de metro op.

Meer heb ik echt niet nodig.

Maar ik heb het zo hard nodig.

Jezus Christus, hoe lang gaat dit nog duren.