Corona Chronicles: day 77

Daar stonden we weer, in het repetitielokaal en zo speelden we erop los: de gitarist zat er af en toe geweldig naast, ik maakte bij de nieuwe nummers een knoeiboel van de structuur, de nieuwe keyboardspeler toonde dat hij lang niet goed genoeg was en zou na de repetitie al de deur gewezen worden, en de combinatie van dit alles deed de bassist af en toe met de ogen rollen. Alles was dus helemaal bij het oude gebleven. Heerlijk.

Het enige wat erop wees dat ondertussen het coronavirus was gepasseerd, was het mondmaskertje dat de drummer droeg. Hij leek wel een verpleger op een benefietconcert voor een of ander ziekenhuis.

Toen ik weer thuiskwam, lag er een test op me te wachten. Een covid-19-test. Een van onze buren was namelijk positief getest, dus vond mijn man het een goed idee om ons ook te testen, just in case. De zijne was negatief, en deze was voor mij. Ik dacht: “eindelijk ga ik het weten” en “wat een geweldige afsluiter voor het corona-dagboek” (mooi he, zo´n beetje beroepsmisvorming).

Een van onze andere buren, die apotheker is, prikte in mijn vinger en liet het bloed op de test druppelen.

De test was negatief. Dat betekent dat wat ik op 28 maart voelde niet meer dan een flinke verkoudheid was. Dju toch. Ik had veel liever gehad dat ik er al vanaf was geweest.

So the story continues…?

Liever niet.

Laat ons hopen dat we van nu af aan allemaal weer langzamerhand ons oude leven kunnen opnemen, en dat de dreiging waar we de afgelopen maanden mee hebben moeten leven, verdwijnt. Dat er een einde komt aan deze comfortabele oorlog, deze claustrofobische vakantie.

Het was alleszins een enorme steun om erover te kunnen schrijven, en jullie hier telkens terug te vinden. Het was zo fijn jullie reacties te lezen, en te zien hoe er onder de blogposts vaak heelder conversaties ontstonden. Ik heb hier niet alleen geschreven, hoor; ik kwam hier dankzij jullie ook zelf graag lezen!

En ook dank aan de vele stille lezers, die ik stiekem zie in de statistieken, en die me altijd de boost gaven om ´s avonds toch nog achter de computer te kruipen. Als je de hele dag met bijna niemand hebt kunnen praten, maar je ziet dat zoveel mensen lezen wat je schrijft, dan kan je je niet bepaald alleen voelen 🙂

¡Ánimo, señoras y señores!

En tot ergens volgende week 🙂

 

 

 

Corona Chronicles: day 76

In februari droeg ik mijn dochter het ziekenhuis binnen. Ze kon niet meer zelf stappen van de pijn. “En ik kan zo moeilijk ademen, mama…” De röntgenfoto´s lieten een eenzijdige longontsteking zien. Mijn dochter kreeg medicatie en werd langzaam beter. Ze kon weer ademen. De oorzaak van haar longontsteking was hoogstwaarschijnlijk bacterieel.

Tijdens de eerste week van de lock down belde ik naar mijn vader, die huisarts is. “Ik heb last van mijn adem,” zei ik, lichtjes in paniek. “Het drukt op mijn borstkas. Kan dat corona zijn? Ik heb het infonummer gebeld, maar ze nemen niet op. Wat moet ik doen?” Mijn vader stelde me gerust met de woorden: “Navenant dat ik u hoor ratelen, denk ik niet dat ge zuurstoftekort hebt.” Een kort griepje en een stevige keelpijn later begon de druk op mijn bovenste luchtwegen te verminderen, tot ze anderhalve week later helemaal verdween. Ik weet nog steeds niet of de oorzaak een virus was, dan wel angst.

Tijdens de quarantaine kwamen beelden binnen van corona-patiënten op intensieve zorgen: tubes in hun longen. Er kwamen berichten over de levenloze lichamen van rusthuisbewoners: gestikt in hun bed. Het coronavirus had hen de adem benomen.

Daarstraks zag ik op het internet hoe George Floyd uit Minneapolis om het leven kwam. Hij werd afgelopen maandag aangehouden nadat een winkelbediende hem ervan beschuldigd had betaald te hebben met een vals briefje van 20 dollar. Op de beelden die omstaanders van de arrestatie filmden kan je hartverscheurend duidelijk zien hoe deze man zonder enige reden door een politieagent op de grond gedwongen wordt, een knie in zijn nek geplant krijgt, en langzaam stikt.

“I can´t breathe…”

Bacteriën, virussen, angst, dat kon ik nog verwerkt krijgen.

Maar dit niet.

Want natuurlijk is George Floyd een Afro-Amerikaan, en de agent een blanke. Gebeurt het ooit andersom?

En waar ik ook gek van word, is dat dit weer geklasseerd wordt als een “zwart” probleem. Zoals geweld tegen vrouwen geklasseerd wordt als een “vrouwenprobleem”. En geweld tegen mensen uit de LGBTQ-gemeenschap geklasseerd wordt als, jawel, een probleem van de LGBTQ-gemeenschap. Terwijl het echte probleem zich bevindt bij degenen die het geweld plegen. Maar er wordt altijd gefocust op de identiteit of het label van de “slachtoffers”; de geweldplegers worden niet gelabeld, en blijven dus mooi buiten schot.

Maar ik ben ze beu, die arrogante kl**tzakken die neerkijken op anderen. Die denken dat ze een hogere status hebben en zich meer mogen permitteren. Die denken dat ze hun frustraties mogen uitwerken op wie zogezegd een trapje lager staat. Die de pers naar hun hand zetten, hun vriendjes voortrekken, geld verduisteren, het milieu verpesten, de hele boel manipuleren, hun knie in de nek van de ander zetten en hem langzaam laten creperen, in plain sight, en zich daar geen moment voor schamen. Ik ben ze zo ontzettend beu, de machtsmisbruikers.

I can´t breathe, fluisterde George Floyd.

Maar ik kan nog ademen, mijn vader kon het horen: ik heb nog zuurstof genoeg. En zolang ik dat nog heb, blijf ik het van de daken schreeuwen: ontmasker de machtsmisbruikers. Zij vormen allemaal samen een veel gevaarlijkere pandemie dan eender welk virus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 75

Toen we een week of vier in lock down zaten, vroeg ik me af hoe lang ik dit corona-dagboek zou bijhouden. Want het leek almaar waarschijnlijker dat het einde van deze crisis lang niet zo duidelijk afgebakend zou zijn als het begin. Daarom nam ik me voor te schrijven tot de dag waarop we weer zouden kunnen repeteren. Want daarmee zou voor mij persoonlijk de ware vrijheid weergekeerd zijn.

Die dag was eigenlijk afgelopen zaterdag, maar ik kon er niet bij zijn: mijn man moest werken, en we dierven dochterlief nog niet afzetten bij de grootouders. Dus stuurde ik mijn collega´s: sorry mannekes, maar ik kan niet komen, en dat was het dan. Ik was er zelfs niet echt rouwig om. Bovendien kreeg ik na afloop te horen dat de repetitie nogal chaotisch was geweest, dus veel had ik niet gemist. Het was zoals met die eerste pannenkoek die altijd mislukt: soms kan je de start beter aan je voorbij laten gaan, en wachten op de tweede pannenkoek (*).

Maar deze zaterdag is het zover: dan kunnen we voor het eerst sinds maart weer allemaal samen repeteren. Ik weet nu al dat ik het niet ga trekken, want ik loop al weken iets op te hoesten, maar afónica of niet: ik wil erbij zijn.

Zaterdagnacht krijgen jullie dus waarschijnlijk de laatste aflevering van deze Corona Chronicles voorgeschoteld.

Maar uiteraard kunnen jullie hier blijven lezen! Ik ga dan alleen wat minder frequent schrijven (tussen de 1 en de 3 keer per week, schat ik), en ter compensatie ga ik weer voor elke post een nieuwe titel verzinnen (wat ik stiekem erg leuk vind).

En sowieso was deze blog al jarenlang een soort van opgewekt quarantaine-verslag, dus zo erg veel zal er niet veranderen 😉

 

 

(*) Als dit geen geweldige voorzet is voor een welbepaalde blogger, dan weet ik het ook niet meer.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 74

Tijdens de lock down heb ik plaats gemaakt. Voor mezelf, zoals dat heden ten dage een trend is in allerlei magazines. Ons logeerkamertje, dat boordevol lag met vanalles en nog wat, heb ik grondig onder handen genomen en schoongemaakt. Tetris-vaardigheden uit de jaren ´90 werden botgevierd op de weinige meubeltjes die er stonden, totdat het ranke tafeltje van moemoe onder het raam geplaatst kon worden. En op dat tafeltje kwam de aankoop van het jaar: een laptop.

Op die manier heb ik voor elkaar gekregen wat ik eigenlijk al jaren geleden had kunnen doen, maar wat er om één of andere reden (zelfsabotage? een gebrek aan praktisch inzicht? verkeerd geplaatste planeten?) nooit van kwam: een plaats om te schrijven, die door middel van een deur afgesloten kan worden van de buitenwereld.

Het tweede luik van de uitdaging zal zijn om de tijd te vinden, want om maar eens een voorbeeld te geven: tijdens het schrijven van deze post (waaraan ik begonnen ben zodra eindelijk alle huisgenoten in bed lagen, namelijk 23.30u), ben ik tot hiertoe twee keer onderbroken geweest. Want kinderen lopen tijdens de dag soms schaafwonden op die hen ´s nachts uit hun slaap houden, of ze kunnen plots nood hebben aan een beker melk, of de drang voelen opkomen je een grap te vertellen die ze net voor het slapengaan in een moppenboekje hebben gelezen. Maar als ik, zelfverklaarde huisvrouw, geen tijd kan maken om te schrijven, dan kan niemand het. Dus dat moet lukken.

Waarover gaan we schrijven? Ha, beste mensen, ik had onlangs een geweldig idee. Ik zou een zomerthriller gaan schrijven. Ik had namelijk op een podcast van Petra Spark gehoord dat lezers zich tijdens de zomervakantie graag tegoed doen aan thrillers die zich afspelen tijdens een zomervakantie. Dus ik dacht: ik schrijf een verhaal waarin een aantal toeristen op vakantie gaat naar Valencia, en dan laat ik het merendeel de terugreis niet halen. Een titel had ik al: “Valencia zien en sterven”. Bovendien staat hier al jaren het boek How To Write Crime in de kast. Daar begon ik ijverig in te onderlijnen.

Een verhaal sijpelde binnen en begon vorm te krijgen. Ja, het ging helemaal goed komen.

Toegegeven, een misdaadroman is niet eenvoudig. Zo´n verhaal moet tot in de puntjes kloppen, dat begreep ik ook wel. Maar dat was niet de kanonskogel die de hele onderneming deed kelderen -verhalen verzinnen, dat lukt me wel. Wat het schip deed zinken, was het moment waarop ik oog in oog kwam te staan met de slechterik van het verhaal: een vrouw die in koelen bloede haar echtgenoot, diens minnares, en haar eigen biologische vader van kant had gemaakt. Iemand die er niet voor terugschrok vergif te gebruiken, een mes in iemands keel te planten, een sluipschutter op iemand af te sturen. Daarvoor moet je toch een beetje een psychopaat zijn, dacht ik. Dus stelde ik me die vrouw voor, keek haar recht in de ogen… en ik werd bang. Echt waar, ik zag haar zo voor mij, en ik werd bang. Wat een eng mens was dat.

Okee, daar gaan we dus niet over schrijven, dacht ik toen. Ik kon me wel beter gezelschap indenken voor de komende maanden. Bovendien begon ik tijdens het lezen van How To Write Crime ook door te krijgen dat je, als je je door een thriller wil heenwerken, je toch best iets afweet van politie-onderzoek, of toch op z´n minst een beetje in die wereld geïnteresseerd moet zijn. En hoe meer ik erover las, hoe meer ik besefte dat ik dat niet was.

Dus: die thriller komt er niet.

Ik denk dat ik maar gewoon ga doen waar mijn hart ligt: iets Richard Curtis-achtigs schrijven, over mensen die verliefd worden en mekaar graag zien. Liefst tijdens deze corona-crisis. Daarom wil ik dat nu eerst doen, voordat ik me eindelijk nog eens aan de sprookjes zet.

Enfin, dat is het plan. En de reden dat ik het hier deel, is zodat ik wat meer drive krijg om ermee door te zetten. Wat geen garantie is dat het ook afgeraakt (dat is hier al wel eens bewezen), maar ik weet uit ervaring dat als jullie ervan op de hoogte zijn, dat ik er dan toch op zijn minst aan begin.

 

 

 

Corona Chronicles: day 73

We hebben bezoek (jeej!): een collega van Alfonso samen met haar echtgenoot en kinderen. Dat is dus een laag besmettingsrisico, want ze zien elkaar al op het werk, en ook: ik ga het dus even kort houden, want ook al is het kwart voor 12, het bezoek is nog niet naar huis (Spanje he).

Wel even een kleine observatie, en dat is de volgende. De weinige vrienden en familieleden die ik de afgelopen week gesproken heb, vertoonden bijna allemaal één bepaald gedrag: ze konden amper stoppen met praten. Ze babbelden zich te pletter. Zo blij waren ze dat ze eindelijk weer in levende lijve met een ander persoon, of, in het geval van ouders, met een andere volwassene konden praten.

Ja, het werd tijd dat er wat druk van de ketel werd gelaten.

Buenas noches, allemaal 🙂

 

 

Corona Chronicles: day 72

We hebben een uurrooster hier in het dorp, om te voorkomen dat iedereen tegelijkertijd buitenkomt. Het gaat om de tijden waarop je, volgens leeftijdscategorie, buiten mag om aan lichaamsbeweging te doen (*). Dat ziet eruit als volgt:

*van 6 tot 10u: volwassenen

*van 10 tot 12u: ouderen

*van 12 tot 19u: kinderen (met hun ouders)

*van 19 tot 20u: ouderen

*van 20 tot 23u: volwassenen

Het interessante effect van dit uurrooster is dat het nog nooit zo druk geweest is op straat. Vooral vanaf 18u, wanneer na de siesta iedereen hun kroost in de rolschaatsen klikt of op de fiets duwt om nog snel even een toertje te doen. Daarna worden die kinderen thuis afgezet, en begeven de ouders zich even later weer de straat op om samen met alle kinderloze volwassenen rond het dorp te gaan snelwandelen alsof ze voor een marathon aan het trainen zijn. En in dat uurtje overlap, waarin de kinderen te laat worden thuisgebracht en volwassenen te vroeg naar buiten komen, wandelen kranig de oudjes rond, en komen zo in contact met ie-de-reen.

Moest er geen uurrooster zijn, ik zweer het u, dan was er hier geen kat op straat.

Nog een leuk detail is het feit dat het uurrooster in fase 1 eigenlijk niet geldt voor dorpen met een bevolking van minder dan 10.000 inwoners. Dus iedereen dacht er hier afgelopen maandag van af te zijn, want we waren allemaal naar wikipedia gesurft, waar we gelezen hadden dat de bevolking van Rafelbunyol in 2019 op 8941 geraamd was, en okee, we hadden best wel wat zwangerschappen zien passeren, maar nu ook weer niet zo overdreven veel. Doch, toen kwam dinsdag het bericht van de ayuntamiento dat we wél nog het uurrooster moeten volgen, ook al zitten we inderdaad onder de 10.000. En toen ik me daarstraks tussen mijn snelwandelende dorpsgenoten begaf en een groepje bevriende moeders probeerde bij te houden, hoorde ik van één van hen waarom dat zo is: we hebben in dit dorp teveel personen per vierkante meter.

Gelukkig worden al die vierkante meters nu intensief benut.

 

(*) Om naar de winkel te gaan, of een terrasje te doen, of de hond uit te laten mag je uiteraard naar buiten wanneer je wil. Vragen in de zin van “mag je als bejaarde om 9 uur ´s morgens naar de winkel joggen” of “mag een dertiger om 11 uur in de voormiddag via een omweg op zijn sportfiets naar het café fietsen” worden liefst vermeden.

 

 

 

 

 

 

 

 

reclaam: camping Casa Valerosa

(Deze post wordt niet gesponsord, ik maak altijd uit vrije wil reclame. En als je op deze blog advertenties ziet, is dat omdat ik de gratis versie van wordpress gebruik.)

 

Voor wie deze zomer toch naar Spanje wil, en met de eigen wagen tot hier wil rijden, heb ik een mooie tip: camping Casa Valerosa, tussen Barcelona en Valencia.

Ik ga heel eerlijk zeggen dat ik er nog niet zelf ben geweest, maar de website ziet er veelbelovend uit, en de besprekingen zijn allemaal positief. De camping wordt gerund door Vlamingen.

Dus voor wie deze zomer risicoloos (*) op vakantie wil naar Spanje, kan dit een goed alternatief zijn.

 

(*) Ge moet dan niet op de Franse autostade onder een oplegger rijden, natuurlijk.

 

 

 

Corona Chronicles: day 70

Nou dat ging snel. Twee dagen geleden las ik nog dat Spanje deze zomer de grenzen dichthoudt, en vandaag staat er in de krant dat toeristen vanaf juli toch welkom zijn. Reden om dus even mijn zaterdagsrust te onderbreken voor deze newsflash.

De overheid is dus toch gezwicht onder de druk van de toeristische secor, en het voorbeeld van landen zoals Frankrijk en Italië. Begrijpelijk, want het gaat om enorm veel geld. Dat alle toeristen die normaal gezien naar Spanje komen, deze zomer zouden afzakken naar Griekenland en Italië, dat wil geen enkele restauranthouder aan de costas lijdzaam zitten aanzien, natuurlijk.

Maar ja, hoe gaat dat dan in zijn werk?

“We zullen garanderen dat toeristen geen enkel risico lopen en dat zij voor ons geen risico zullen zijn,” zegt Sánchez. “Gezondheid en economie hoeven niet lijnrecht tegenover elkaar te staan. Het Spaanse toerisme zal nu twee nieuwe labels krijgen: ecologische duurzaamheid en sanitaire veiligheid.”

Dat is mooi gezegd, maar ik weet niet goed hoe dat dan praktisch in zijn werk zal gaan. Ik vraag me bijvoorbeeld af: zullen die toeristen de regels hier respecteren, ook al zijn die anders dan in hun eigen land? Wat gebeurt er als er één passagier met een corona-infectie op een vliegtuig kruipt, daar op 2,5 uur de helft van de medereizigers besmet, waarna die allemaal toekomen op hun verschillende vakantiebestemmingen? Gaan we een extra applaus moeten inlassen voor kelners en camareras?

Wat voor zomer wordt dit eigenlijk, waarin we nu opeens weer gaan reizen? Kunnen we niet allemaal gewoon één zomer lang thuisblijven en de lokale economie steunen, zodat we in de herfst kunnen evalueren hoe ver we staan?

Of is dit misschien net wél goed: dat we alles weer op gang trekken, en dat wie ziek moet worden gewoon ziek wordt? Misschien wordt er zo toch voldoende immuniteit opgebouwd, en kunnen we dan in de herfst onze kinderen weer gewoon naar school sturen?

Al die beslissigen, en dat terugkomen op beslissingen, en het veranderen van besluiten, en het veranderen van de veranderde besluiten… Ergens is het begrijpelijk, want we vliegen gewoon blind.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 69

Het begon met het buurmeisje. Ik had haar uitgenodigd om bij ons in de patio te komen spelen, terwijl haar vader, onze overbuurman, het driejarige zusje leerde fietsen.

Toen verscheen aan de tuindeur het gezicht van Elisa, het favoriete klasgenootje van mijn dochter. Ze was met haar moeder Amelia en hun hondje langs komen wandelen. Dus nodigde ik hen uit om op het terras iets te komen drinken, en haalde de brownie boven die we toevallig net uit de oven hadden gehaald.

Het vrolijke spel van de meisjes lokte de andere buurkinderen: een meisje van vijf en een jongetje van drie. En toen kwamen, na de fietsles, ook de overbuur en zijn kleinste dochtertje erbij zitten.

Zo was onze patio, voor ik het goed en wel besefte, veranderd in een halve speelplaats. Er werd gerolschaatst, gerend en geroepen; de tuintafel werd omsingeld door treinsporen van krijt. Het was, ondanks de zeer beperkte afmetingen, een erg fijne speelplaats, want er waren ook twee honden, een hangmat, en verse brownies.

En terwijl ik tussen de twee kleutertjes in de hangmat zat (*) en mijn dochter zag genieten van het gezelschap van haar vriendinnetjes, dacht ik: ze hebben dit zo hard nodig. En wat een geluk dat ze niet naar school hoeven om het te vinden.

 

(*) Ik ging die daar niet alleen in laten klimmen natuurlijk. Geen open schedelbreukjes on my watch.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 68

Vandaag een aantal cijfers:

7: het aantal uren dat ik vannacht geslapen heb. Dat is dus toch nog goed gekomen, en ook met dochter gaat het beter 🙂

13,5: het aantal uren dat mijn man vandaag gewerkt heeft.

18: het aantal mondmaskers dat ik genaaid heb. Daar heb ik vandaag de laatste hand aan gelegd. Mensenlief, wat was dat veel werk. Al die linten! Vier linten per mondmasker, dat zijn…

72: linten! Die allemaal apart geknipt, geplooid, gestreken, weer geplooid, weer gestreken, en genaaid moesten worden. Een Etsy-store met mondmaskers: nee, die komt er niet.

90: het aantal minuten dat er vandaag een vriendje van mijn dochter bij ons thuis kwam spelen. Dat had gerust wat langer mogen zijn. Die twee hebben zich rot geamuseerd.

80: het aantal miljoen (!) toeristen dat elk jaar naar Spanje op vakantie komt. Dat is dus bijna dubbel zoveel als de bevolking van het land zelf (47 miljoen). Daarom opteert de regering ervoor om deze zomer, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en Italië, de grenzen gesloten te houden. Het heeft immers geen zin nu heel voorzichtig en regio per regio uit de confinamiento te kruipen, om dan opeens alles open te gooien. “Leg maar eens aan een Spanjaard uit dat hij zijn moeder in Galicië niet mag gaan opzoeken, terwijl een Duitser zonder problemen naar zijn huis op Mallorca mag,” zegt Sánchez. En ook: “Wij willen opnieuw een veilige bestemming zijn. En het beste dat we daarom kunnen doen, is vermijden dat we weer een stap achteruit moeten zetten, want dat zou ons imago beschadigen.”

Tot zover het nieuws uit Spanje.

Ik wens u allen een goede nacht en tot morgen!