Corona Chronicles: day 67

Het was vandaag 27 graden. Binnenshuis, met de ramen open.

Die aanloop naar een gloeiend hete zomer is elk jaar het moment waarop ik een beetje begin te panikeren. Soms begin ik dan vacatures in België op te zoeken; dit jaar surfte ik naar de website van de Escuela Oficial de Idiomas, want stel dat we op een dag, wanneer het hier echt onhoudbaar wordt, weer naar het noorden verhuizen, zou het dan niet cool zijn als ik daar Spaanse les kon geven? En aangezien ze in België vast een papiertje willen waar op staat dat ik effectief Spaans kan, is het misschien een goed idee daar nu al aan te beginnen?

En nu ga ik jullie al moeten laten, want dochter geraakt niet in slaap en heeft een probleem. En hoewel al mijn neuronen gillen dat ik gewoon even een uurtje alleen wil zijn en niet onderbroken wil worden, zit dat er voorlopig niet in.

De moederplicht roept.

 

 

Corona Chronicles: day 66

Deze namiddag was het eindelijk zover: ik parkeerde de wagen aan het metrostation van Rafelbunyol, bond mijn zelfgemaakte mondmasker voor, en met het gevoel alsof ik een bank ging overvallen stapte ik het rijtuig op dat ik voor het gemak metro noem, maar dat in ons dorp nog bovengronds rijdt.

Binnenin was op elke tweede zitplaats een papier geplakt met de boodschap dat je daar niet mocht gaan zitten. De weinige reizigers die er waren, droegen allemaal het verplichte mondmasker. En zo doken we twintig minuten later ter hoogte van Alboraya onder de grond, en gleden als een lintworm het darmstelsel van de stad binnen.

Ik kwam weer boven in een stad die ik herkende, maar die desondanks veranderd was, en besefte toen pas ten volle hoe deze crisis een breuklijn gevormd heeft. Dat er een Voor en een Na ontstaan is. Een Voor dat ik tien weken geleden achtergelaten heb en dat tijdens de quarantaine par force bij de herinneringen werd geklasseerd; een Na met mondmaskers, gesloten panaderías, uitgedunde terrasjes en halflege straten.

Welkom in het post-coronatijdperk.

Gelukkig was de vriend die ik ging opzoeken niet veranderd. Andy is de bassist van onze band, en we kennen elkaar al van toen ik net in Valencia aankwam, twaalf jaar geleden, en we collega´s waren in dezelfde taalacademie. Het was zo ontzettend fijn hem terug te zien; vanop anderhalve meter straalden we elkaar toe. “Wat is je haar lang geworden!” lachte hij. Toen aten we zalm en patatjes, en praatten, praatten, praatten, over alles waarover maar te praten viel.

Drie uur later wandelde ik weer naar het metrostation, waar ik met mijn schoonbroer afgesproken had om hem een paar mondmaskers te geven. We zagen elkaar, we praatten en we lachten, maar we konden elkaar niet vastpakken. Wat is het vreemd om iemand die je normaal gezien bijna elke week ziet, zo lang niet te zien, en wanneer je hen dan eindelijk terugziet, hen niet te kunnen omarmen.

De terugrit op de metro was heerlijk. Zodra we boven de grond kwamen, verwarmde de zon mijn rug, en wat verderop zat iemand met een mentale beperking een onverstaanbaar lied te zingen dat hij zo overtuigend en standvastig begeleidde met handgeklap dat het bijna een soort trance teweegbracht. De zon, het zingen, het zachte wiegen van de wagon. Ik voelde me zo ontspannen als ik me in geen tijden heb gevoeld.

Iets van die ontspanning verdween toen ik even later met de wagen weer naar huis reed en ik mijn best moest doen de vele fietsers en voetgangers, die tegenwoordig van geen fiets,- noch voetpad meer willen weten en zich ware auto´s wanen, niet in de oversterfte-statistieken te doen belanden.

Maar wat was het een heerlijke dag.

 

 

 

Corona Chronicles: day 65

Heb ik zo lang zitten zeuren over hoe ik naar Valencia wou, en nu het dan eindelijk kon, ben ik niet eens gegaan. Wat zeg je me daarvan?

Er kwam op het laatste moment namelijk een alternatief plan op tafel: met Sara en Oscar naar zee. Het was vandaag immers, na een hele week regen en wind, een stralende dag. Dus reden we de volledige zes kilometer (*) naar het strand.

Wat was dat vreemd. Niet dat ik in de afgelopen tien weken niet buiten ben geweest, maar ik heb gedurende al die tijd op geen enkel moment het dorp verlaten, en heb vooral binnen de vier muren van ons huis geleefd. En nu lag daar opeens de zee voor me, met daarboven een lucht zo uitgestrekt en zo leeg, dat ik er even een voorproefje van agorafobie van kreeg. Ik werd bang van ernaar te kijken. Ik heb echt eerst een tijdje op een bank moeten zitten met mijn rug naar die overweldigende blauwe ruimte achter me, wachtend tot de angst ging liggen en de kortsluiting verholpen werd. En toen was het voorbij.

We ontmoetten onze vrienden, aten veel te grote bollen schepijs in veel te grote hoorntjes, en wandelden in de zon. Een fijne, normale middag, in een fijn, normaal leven.

Mannekes, dat deed deugd.

En morgen ga ik naar Valencia 🙂

 

 

 

 

 

 

(*) Niet om jullie jaloers te maken, hoor. Echt niet. Maar het is nu eenmaal zo.

Corona Chronicles: day 64

Het is officieel: vanaf maandag gaat de hele Comunidad Valenciana naar fase 1.

JOEPIE!

Wat een opluchting!

En het feit dat ik nu zo opgelucht ben, doet me vermoeden dat ik me de laatste weken vooral heel hard heb voorgehouden dat ik het allemaal niet zo erg vond, terwijl het me eigenlijk zwaarder viel dan ik aan mezelf dierf toegeven. Waarschijnlijk is dat iets wat je onbewust uitvindt om een situatie aan te kunnen waar je het eigenlijk best moeilijk mee hebt.

Het is ook vreemd hoe lang het duurde eer vandaag mijn frank viel. Ik had het rond zes uur deze namiddag al van de buren gehoord, maar het was pas toen ik daarnet rond middernacht de kranten aan het doornemen was, dat ik besefte dat ik maandag gewoon de metro naar Valencia kan nemen, en met vrienden kan afspreken, en om worteltaart(*) kan gaan. Wat een heerlijk idee…

Dus: maandag krijgen jullie verslag van de eerste stap in fase 1!

Een heel fijn weekend toegewenst allemaal 🙂

 

(*) Ik had die thuis willen maken met een recept dat me hier op de blog aangereikt was (hoe lief was dat?), maar het bakpoeder was overal uitverkocht.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 63

Vandaag heel kort, want het was een regenachtige dag waarover niets anders te zeggen valt dan dat het precies weer april was: man de hele dag gaan werken, dochter teveel voor tv. Hond uitlaten, handwerken, ruziën, bijleggen, knutselen, eten, bedtijdverhaaltje, blog. Dat was het. En morgen weer hetzelfde.

Ondertussen heb ik in de krant gelezen dat ze in Valencia capital het plein voor het stadhuis aan het heraanleggen zijn. Het wordt nu grotendeels verkeersvrij. Van de nood een deugd maken, slim vind ik dat. Dit is het moment om straten open te breken en zebrapaden te schilderen!

Zouden ze dat in Vlaanderen al doorhebben? Stel u voor, dat ze nu alle wegenwerken grondig aanpakken, zodat er in het post-coronatijdperk geen wegomleggingen meer zijn.

Of misschien toch beter niet. Want wat als iedereen straks uit zijn kot kruipt en terechtkomt in een Vlaanderen vrij van wegomleggingen… De mensen zouden volledig gedesoriënteerd geraken.

Laten we het niet nog erger maken dan het al is.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 62

Mijn grootste solden-plezier is dit: naar de stoffenwinkel gaan en daar snuisteren tussen het katoen dat op 7 euro of minder afgeprijsd staat. Daar zoek ik de leukste motiefjes uit, en neem van elke stof één of twee meter mee. Wat ik ermee ga doen, beslis ik later pas. Meestal worden het draagtassen, kussenslopen of pennenzakken -eenvoudige recht-op-recht patronen, want zo een fantastische costurera ben ik nu ook weer niet.

Zo had ik afgelopen januari drie stofjes buitgemaakt met eenzelfde bescheiden bloemenmotief, maar telkens in een andere kleur : roze, groen en blauw. Best okee voor draagtassen, dacht ik. En toen liet ik ze, zoals gewoonlijk, onbewerkt in de schuif liggen. 

Toen brak de coronacrisis uit, en zag ik bij Trijnewijn hoe ze zelf mondmaskers was beginnen naaien. Wauw, dacht ik, daar heb ik de ideale stof voor liggen. Dat moet ik ook doen.

Maar ik deed het niet.

Waarschijnlijk omdat ik -zo ondervond ik de afgelopen weken- een enorme weerstand voel tegenover mondmaskers. En omdat ik draagtassen een vrolijkere bestemming vond voor die stof. Voor eender welke stof.

Dus stelde ik het uit. Ik hield mezelf voor dat ik me pas aan het werk zou zetten wanneer ze verplicht werden.

En op dat punt zijn we nu gekomen: willen we met het openbaar vervoer, dan moeten we een mondmasker dragen. Dat was mijn cue, dus ben ik de afgelopen dagen op het tempo van een schildpad in actie geschoten. Ik vroeg na bij familie en een paar vrienden wie er maskers wil, en welke kleur ze verkiezen. Daarna zette ik me aan het knippen, en nu ben ik in de strijkfase .(Al bij al komt het goed uit dat we nog in fase 0 zitten en dus het dorp niet uitmogen, want man, het is best veel werk.)

Tijdens het knippen kwam ik erachter wat mijn ware motivatie is. Ik doe dit immers niet uit hygiënische, menslievende of esthetische overwegingen. Mijn drijfveer is puur ecologisch. Want ik geloof heel sterk dat dit onze planeet kan redden: duurzame producten van biologisch afbreekbaar materiaal, die lokaal geproduceerd worden. Elk masker dat ik zelf maak, bespaart iemand de aankoop van een synthetisch masker dat God weet waar en in God weet welke omstandigheden in elkaar gezet is.

En soms, wanneer ik achter die prachtige naaimachine zit die ik van mijn grootmoeder geërfd heb, denk ik ook: bomma zou zeggen “naai nu eens een keer fatsoenlijk”, maar ze zou vast ook wel trots op me zijn. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 61

Vandaag ben ik voor het eerst in die twee maanden weer naar de groentenwinkel van Paco gegaan. Die is onlangs weer geopend, na gedurende de hele lock down gesloten te zijn geweest (om een voor mij onbekende reden).

Laat me eerst iets vertellen over Paco, want afgaand op zijn naam denk ik dat jullie je hem verkeerd gaan voorstellen -als een brede, donkere middle-aged Spanjaard met kolenschophanden en een stoppelbaard, bijvoorbeeld. Maar Paco is een vinnige jongeman van een jaar of dertig. Hij heeft kort, bruin haar, en is ongeveer even groot als ik (dat is dus niet erg groot).

Daar stond hij achter de toonbank, met een mondmasker voor zijn gezicht. Dat het pijn deed achter zijn oren, vertelde hij aan de klant die hij op dat moment bediende. En toen dacht ik aan iets wat ik op Instagram gezien had: ear savers. Ik vertelde hem er niets over, deed mijn inkopen, fietste naar huis. Daar zocht ik het patroon op, en zette me aan het haken. Binnen de kortste keren had ik het gewenste lapje in handen. Daarna nam ik de doos met knopen die ik van mijn grootmoeder geërfd heb, en zocht twee exemplaren uit die mooi bij het groen van het lapje pasten. Twintig minuten voor sluitingstijd stond ik weer in de winkel.

“Probeer dit eens,” zei ik tegen Paco, en liet hem zien hoe hij de salva orejas achteraan het mondmasker kon vasthaken, met de rekkers om de knopen, zodat de achterkant van zijn oorschelpen vrij bleef.

“Nu doet het geen pijn meer!” zei hij blij.

En ik voelde me de held van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 60

Er werd verwacht dat de Valenciaanse gemeenschap vandaag van fase 0 naar fase 1 zou gaan, en dat we dus ons dorp zouden mogen verlaten, voorzichtig een terrasje doen, hier en daar een vriend bezoeken. Maar daar stak Madrid dit weekend een stokje voor.

Als ik het goed begrepen heb (maar pin me er niet op vast), dan verliep dat gesprek ongeveer zo:

Madrid: “Valencia gaat niet naar fase 1.”

Valencia: “Hoezo? Waarom niet? We hebben een kei-dik dossier ingeleverd! Wij zijn helemaal klaar voor fase 1!”

Madrid: “Nee, want jullie testen niet genoeg.”

Valencia: “Maar jullie hebben nergens gezegd hoeveel we moeten testen om naar fase 1 te mogen gaan!”

Madrid: “Als ge niet genoeg test, dan weet ge niet hoe het zit met de verspreiding.”

Valencia: “Jamaar, dat is niet eerlijk. Dan had ge dat eerder moeten zeggen!”

Enfin, geen fase 1 voor Valencia dus.

Gisteren sprak ik even met de buurvrouw. Ik had haar al lang niet meer gezien; ze is er nooit bij wanneer we met de buren ´s avonds in het steegje vanuit ons deurgat komen praten.

“Kathleen, ik ben zo gelukkig,” zei ze me, met een mojito in de hand en haar blauwe ogen stralend in haar zongebruinde gezicht. “Ik was zo moe voor deze crisis uitbrak, zo gestresseerd. Ik maakte me zoveel zorgen om de cijfers van de kinderen, ik was al dat heen en weer rijden naar de muziekschool zo beu. Wat is het heerlijk om nu gewoon lekker thuis te zitten. Ik trek me geen bal meer aan van de schoolcijfers. De kinderen zijn gelukkig, ik ben gelukkig, we moeten nergens heen. Laat die fase 0 nog maar een tijdje duren.”

Alvast één iemand die geen problemen heeft met een verlengd verblijf in fase 0.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reclaam: de corona cursus

Jullie weten dat ik graag (ongesponsord) reclame maak wanneer ik bij andere bloggers een bijzondere post of een goed idee tegenkom. Vandaag wil ik dit pareltje aanprijzen: de corona cursus van Hade Wouters.

Een van de grootste misvattingen die er bestaan over creativiteit, is dat sommige mensen creatief zouden zijn en andere niet. Ik ben er zeker van dat er hier een paar mensen meelezen die denken dat ze niet tot het “creatieve kamp” behoren omdat ze als kind geen bovenmaatse aanleg toonden voor tekenen, of een hekel hadden aan blokfluit spelen.

Een andere is de overtuiging dat creativiteit iets is waar je niet teveel tijd aan moet besteden, want als je geen genie bent en je geen meesterwerken maakt, wat is dan het nut?

Jullie horen mij al komen: ik ben het daar niet mee eens. Volgens mij is elke mens van nature een creatief wezen, en gaat creativiteit veel verder dan schilderen, muziek maken of boetseren. Creativiteit is een manier van leven. Het kan zich uiten in de manier waarop je met conflicten omgaat, excuses verzint, je terras betegelt. Creativiteit is in je hoofd het raam opengooien, naar buiten leunen, en mogelijkheden zien tot ver over de horizon. Op eender welk gebied.

Voorts is het cultiveren van creativiteit een prachtige manier om jezelf te leren kennen, want niets is zo persoonlijk als onderzoeken waar je eigen hersenen je heen brengen zodra je de teugels viert, en je eigen lichaam gebruiken om dat uit te drukken. Je schildert misschien niet als Van Gogh, maar niemand schildert zoals jij. Niemand voedt op zoals jij, niemand leidt vergaderingen zoals jij, niemand kookt zoals jij.

Nu corona ervoor gezorgd heeft dat we minder contact hebben met anderen, is het misschien een goed moment om wat meer contact te maken met die ene persoon die er altijd is: onszelf. 

Hade Wouters heeft daar een zeer toegankelijke cursus voor gemaakt. Via allerlei gerichte vragen en speelse opdrachten helpt ze je om je eigen creativiteit weer aan te zwengelen en stukken van jezelf te hervinden waarvan je niet eens wist dat je ze verloren was.

Lijkt me een mooi kadootje aan jezelf om deze lock down en de hele nasleep ervan door te komen.

Informatie over de cursus kan je hier vinden.

Aan zij die de reis ondernemen: veel plezier gewenst 🙂

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 57

Amai mannekes, ik ben zo moe…

En het heeft helemaal niets met de coronacrisis te maken. He-le-maal niets. Ik geraakte gewoon niet in slaap, want vandaag is de wind gedraaid. Tot vier uur ´s nachts heb ik wakker gelegen met het gevoel alsof iemand in mijn hoofd het licht had aangelaten. En toen ik deze namiddag de was moest binnenhalen omdat er plots wat wolken en regen een einde maakten aan het stralende bijna-zomerweer, toen zag ik de toppen van de palmbomen als gekken heen en weer wuiven, en dacht ik: ah, voilà, dat zal het geweest zijn.

Maar langs de andere kant: de wind draait hier zo vaak en ik raak zelden op tijd in slaap. (Ik heb het een paar dagen volgehouden, maar daarna was het natuurlijk weer om zeep.) Dus misschien is die hele wind-wakkertheorie gewoon bijgeloof?

Of misschien ligt het gewoon aan dit maffe brein, dat altijd honderdduizend dingen tegelijk wil doen, en slapen eigenlijk stiekem tijdverlies vindt?

Of misschien ligt het aan mijn cyclus?

Of had ik te weinig gegeten?

Of was het een combinatie van dat alles?

Of misschien ben ik niet gewoon een avondmens, maar heb ik last van het vertraagde-slaapfasesyndroom…?

Wie zal het zeggen.

Het voordeel was wel: ik moest vandaag uiteraard nergens naartoe. Heerlijk vind ik dat, gewoon kunnen lanterfanten en af en toe even mijn kop neerleggen voor een dutje van vijf minuten.

En hiermee hebben jullie ter afwisseling eens een totaal ondoordacht stukje stream of consciousness voorgeschoteld gekregen in dit corona-dagboek.

En ik denk dat ik nu maar beter een doucheke ga pakken en wat melatonine, voordat ik mezelf Virginia Woolf begin te wanen.