Augustus: Dear Ijeawele (Chimamanda Ngozi Adichie)

(Over het waarom van deze reeks, lees: een Afrikaans jaar.)

Eigenlijk was ik begonnen in The Autograph Man van Zadie Smith, maar na een 70-tal pagina´s gaf ik mezelf de toestemming om het op te geven. Want het begon een karwei te worden: de spitsvondige schrijfstijl had teveel gewicht, het verhaal te weinig vaart. Het vroeg om een soort geduld dat ik alleen maar kan opbrengen voor 19-eeuwse schrijvers. Waarmee ik Zadie Smith niet wil afschrijven; ik wil nog steeds White Teeth lezen. Maar als ik na een 70-tal pagina´s niet helemaal mee ben met een boek, leg ik het weg. Het leven is te kort en er zijn te veel andere, interessante boeken om iets te zitten lezen waar je eigenlijk geen zin in hebt.

Toen had ik wel een plan B nodig voor de maand augustus, en dat was snel gevonden: het allerdunste boekje in de kast. Tien op vijftien centimeter, 61 pagina´s, een groot lettertype. Iets wat je heel makkelijk en snel uitgelezen krijgt. Bovendien dacht ik tijdens het lezen de hele tijd: “juist, zo is het! Goed dat dit eens gezegd wordt!” Lekker efficiënt dus. Daar hou ik van.

Het boekje is eigenlijk de uitgave een lange brief die de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie aan haar vriendin Ijeawele schreef. Die laatste had haar gevraagd: hoe voed ik mijn kind op tot feministe? Daarop schreef Chimamanda vijftien suggesties neer (mooi detail: suggesties, geen regels).

Er staan dingen in die misschien vanzelfsprekend klinken, maar die, als je er dieper op doordenkt, nog steeds niet vanzelfsprekend zijn. Zoals:

Your feminist premise should be: I matter. I matter equally. Not “if only”. Not “as long as”. I matter equally. Full stop.

Ik denk dat veel vrouwen en meisjes daar nog steeds heel erg mee worstelen. Dat we denken dat we pas meetellen als we mooi genoeg zijn/ hard genoeg ons best doen. En dat we zelfs dan nog vooral heel dankbaar moeten zijn voor wat ons toegeworpen wordt, in plaats van het te zien als ons recht.

Praktische tips staan er ook in:

And please reject the language of help. Chudi is not “helping” you by caring for his child. He is doing what he should. When we say fathers are “helping”, we are suggesting that child care is a mother´s territory, into which fathers valiantly venture. It is not.

Of deze, ook lekker concreet:

Teach her that if you criticize X in women but do not criticize X in men, then you do not have a problem with X, you have a problem with women. For X please insert words like anger, ambition, loudness, stubbornness, coldness, ruthlessness.

Ook de manier waarop ze klaar en duidelijk zogenaamd feminisme dat eigenlijk geen feminisme is, onderuit haalt, maakt dit boekje de al zo kleine moeite van het lezen waard:

Teach her, too, to question the idea of women as a special species. I once heard an American politician, in his bid to show his support for women, speak of how women should be “revered” and “championed” -a sentiment that is all too common. Tell Chizalum that women actually don´t need to be championed and revered; they just need to be treated as equal human beings.

Met dat idee van vrouwen als een “bijzonder” geslacht dat een soort “verering” moet oproepen, heb ik het ook altijd moeilijk gehad. Want dat zet vrouwen weer in een aparte categorie, terwijl het net de bedoeling is dat we allemaal samenwerken, en ieders kwaliteiten geapprecieerd worden, zowel die van mannen als vrouwen, als zij die hun gender anders definiëren. Het was voor mij een opluchting te lezen dat ik niet de enige ben die er zo over denkt.

En zo kan ik nog wel even doorgaan -eigenlijk zou ik gemakkelijk een bespreking kunnen schrijven die veel langer is dan 61 bladzijden, want dit riep zoveel bij me op. Het is dus waarschijnlijk veel efficiënter als jullie gewoon het boekje zelf lezen 🙂

40

2020. Dat betekent dat zij onder ons die in 1980 geboren werden, dit jaar 40 worden.

Een mijlpaal, nietwaar? Na al die jaren weet je eindelijk ongeveer wie je bent, wat je plaats is in de wereld, en hoe het leven te leven. Dan ontdek je je eerste grijze haren, en besef je dat je nog eens veertig jaar zal nodig hebben om te leren leven met aftakeling en om de fysieke eindigheid van je bestaan te aanvaarden.

Maar wat een mooie plek, die veertig. Want ik heb inderdaad zo ontzettend veel geleerd, de afgelopen vier decennia. Ik begrijp alles zoveel beter, en dat heeft doorheen de jaren alleen maar bijgedragen aan mijn geluk. (“Life really does begin at forty. Up until then you are just doing research.”)

Uiteraard zijn er nog heel wat terreinen waarop werk te verrichten valt, maar ik heb een dak boven mijn hoofd, lieve mensen om me heen, een dochter die steeds beter haar eigen plan kan trekken, een hond die naast me komt zitten wanneer ik halt houd voor het zebrapad. Wanneer ik achterom kijk, zie ik zoveel jaren waarin ik ontzettend ziek, verloren, bang en eenzaam ben geweest, maar daar is doorheen geploegd, en hoewel er nog altijd een paar monsters onder het bed zitten, slaap ik almaar beter.

Ik heb in die veertig jaar een aantal heel fijne mensen leren kennen, en de allerleuksten nooit meer losgelaten, hoe ver we soms ook van elkaar verwijderd zijn. Op een bepaald moment dacht ik: nu ken ik wel genoeg toffe mensen (*), laat ik me maar wat minder openstellen. Maar toen kwamen er opeens nog een paar bij waarmee het zo geweldig klikte, en voor ik het wist, begon ik die ook graag te zien. Dat gaf een gevoel van overvloed waar ik mij niet tegen heb verweerd.

Dus ja, die veertig, daar ben ik wel tevreden mee.

Als afsluiter nog een paar citaten:

“Forty isn´t old, if you´re a tree.”

“The lovely thing about being forty is that you can appreciate twenty-five-year-old-men.” (Colleen McCullough)

“Women get psychic as they age. You never have to confess your sins to a woman over forty. They always know.” (Frank Kaiser)

“The best part of being over forty is we did most of our stupid stuff before the internet.”

“Veertig! Zo jong!” (De 94-jarige grootmoeder van mijn man, toen ze me opbelde om me te feliciteren met mijn verjaardag.)

(*) Tof? Wordt dat woord nog gebruikt in Vlaanderen? Of klink ik nu echt verschrikkelijk oud?

Het einde van cash?

Ik ging vanmorgen neerzitten om een blogpost te schrijven over hoe in deze coronacrisis de armen armer worden en de rijken rijker, maar bedacht me dat ik nog naar de buurtwinkel moest om shampoo. (Ik gebruik liefst een shampoo zonder al te veel chemische rommel, en die hebben ze hier niet in de supermarkt.) Dus stapte ik de fiets op, met mondmasker en pet, en trotseerde de plakkende hitte en de brandende zon.

In de buurtwinkel aangekomen koos ik dezelfde shampoo als altijd. Vier euro kost zo´n fles. Dat kwam me goed uit, want ik had een briefje van tien euro bij, en het idee was dat ik dan met het wisselgeld een briefje van vijf zou terugkrijgen. Briefjes van vijf heb ik nodig om wekelijks mijn aandeel te betalen wanneer we met de groep het repetitielokaal huren.

De dame van de buurtwinkel had echter geen wisselgeld. “Iedereen heeft vandaag met briefjes betaald,” zei ze. “Ik heb niets meer over. En bij de bank willen ze me geen kleingeld meer geven. Ik moet naar een bank twee dorpen verder gaan om munten te gaan vragen. Maar ik sta er hier alleen voor, dus ik geraak daar niet altijd.”

Ik knikte, en drukte een donker vermoeden uit dat ik almaar meer bewaarheid zie worden. “Ze maken van deze crisis gebruik om iedereen met de kaart de laten betalen,” zei ik. “Dan hebben ze meer controle over wat er met ons geld gebeurt. Terwijl het helemaal niet bewezen is dat het virus wordt overgedragen via cash geld.”

De mevrouw achter me in de rij mengde zich in het gesprek: “Ze willen dat we alles via onze telefoon betalen! Dat is hoe ze ons willen controleren: via onze telefoons.”

“Ja,” zei de winkeldame, “en voor oude mensen is dat echt een probleem. Die kunnen daar helemaal niet mee overweg.”

Op weg naar huis bedacht ik me: hoe vrij zijn we nog, wanneer langzaam maar zeker het geld uit onze handen getrokken wordt? Op van die listige manieren als de winkels van minder wisselgeld voorzien, en de “prijs” voor het afhalen van cash geld uit machines optrekken? (Ik kon dat vroeger gratis, nu betaal ik daar zo´n twee euro voor -voor het afhalen van mijn eigen geld. Is dat niet crimineel?)

Dat knagend ongemak vond ik zonet degelijk verwoord in dit artikel uit The Guardian:

“Een samenleving zonder cash geld is goedkoper (de verspreiding van bankbriefjes kost elk jaar miljarden) and veiliger (het ondermijnt de zaken van tasjesdieven en drugdealers). En voor millenials met hun smartphone in de aanslag is het vooral veel handiger.

De nadelen? Slecht nieuws voor iedereen die afhangt van cash donaties, van straatmuzikanten over bedelaars tot kerken. Bovendien zullen sommige mensen hun uitgaven niet in de hand kunnen houden, omdat ze niet in staat zijn hun budget te beheren. Zij die in de marges van de samenleving leven, zij die niet formeel in de banksystemen zitten, zouden een soort non-personen kunnen worden.

De banken zijn grote fans van deze overgang naar een cashloze maatschappij, en dat alleen al zou een reden tot bezorgdheid moeten zijn. Een handvol grote spelers, zoals Visa en Mastercard, zullen de volledige betalingsinfrastructuur controleren -tot een of beiden crashen, wat een lamleggen van het gehele financiële systeem tot gevolg kan hebben, ook al is het maar tijdelijk.

En dan zijn er de “Big Brother” implicaties, waarbij elke uitgave geregistreerd wordt en traceerbaar is.” 

Heel concreet: stel je voor dat je eten moet kopen omdat je niets meer in huis hebt. Je hebt een briefje van twintig euro in de hand -geen probleem. The food is yours. Een tweede mogelijkheid: je hebt geen cash geld, maar wel een bankkaart. Je bankkaart wordt geweigerd, om wat voor reden dan ook. Er staat nog voldoende geld op je kaart, maar iets of iemand in het systeem zorgt ervoor dat jij niet aan je geld kan. Wat dan?

En betalen met je telefoon, nog zoiets. Ik heb de app van de bank op mijn telefoon verwijderd. Ik vond het zo´n eng idee dat ik met een ding rondliep waarop een code van vier (of vijf?) cijfers het enige was wat de toegang tot al mijn spaargeld in de weg stond. Via mijn bankkaart kan je tenminste niet aan mijn spaarrekening, maar via zo´n app kan je aan alles. En weet ik veel waar hackers tegenwoordig toe in staat zijn.

De cashloze maatschappij: ik zie ze niet graag komen.

 

 

 

 

 

Het Boek (2)

(Voor wie gemist heeft over welk boek het gaat: dat kan je hier lezen.)

Ik heb altijd graag gepuzzeld, en op de één of andere manier komt het puzzelen terug in alles wat ik graag doe.

Bij handwerken hou ik van het zoeken naar de juiste materialen en kleuren, het uitdenken van welk kado geschikt zou zijn voor welke persoon. Zingen is ook een puzzelen: welke toon, welke klankkleur, welk volume past precies op welk moment? En schrijven, ah schrijven! Elk verhaal is een multi-dimensionele puzzel: elk woord, elke zin, elk karakter en elke wending moet juist zitten om tot een harmonisch geheel te komen. Het is een continu zoeken naar de juiste stukjes, en terwijl je eraan voortwerkt, krijg je langzamerhand de hele tekening te zien.

Om letterlijk een beter zicht te krijgen op het verschijnen van die tekening, ben ik vorige maand naar de papelería gefietst en heb daar een groot blad papier gekocht. Daarop heb ik in de hoogte vijf kolommen getekend: één voor de data (van 28 februari 2020 tot en met 26 april 2020), drie voor de hoofdpersonages (Amadou, Yasmín en Joaquín), en een laatste waar ik situación general (*) boven heb geschreven. Op bepaalde vakjes in dat schema heb ik opgeschreven wie wat doet, of wat er op dat moment gebeurt, en daarna heb ik het in de logeerkamer aan de muur gehangen. “Tout objectif sans plan n´est qu´un souhait,” zei Antoine de Saint-Exupéry. Alleen al van naar mijn plan te kijken word ik vrolijk.

Met twee Vlaamse vriendinnen heb ik afgesproken dat ik hen elke zondag een hoofdstuk doormail, en voorlopig lukt dat. Daarnet heb ik hoofdstuk acht doorgestuurd. En aangezien ik inschat dat dit verhaal zo´n dertig hoofdstukken nodig heeft, denk ik dat ik nu ongeveer in een kwart van het boek zit. Vooraleer jullie de indruk krijgen dat ik elke avond massaal veel pagina´s bij elkaar zit te schrijven: het gaat hier om zéér korte hoofdstukken. Maar enerzijds lijkt dat voor dit verhaal wel te werken, en anderzijds hou ik mezelf voor dat ik eerst het verhaal moet rondkrijgen, en dat ik het dan nadien nog altijd kan uitbreiden. Ik zou wel graag aan een hoger tempo werken, maar voorlopig laat de thuissituatie dat niet toe.

Dus kijk, zo ver staan we al.

 

(*) Ik schrijf soms in het Spaans, soms in het Nederlands, soms in het Engels. Een systeem zit daar niet in; ik schrijf gewoon het eerste wat in me opkomt. In mijn agenda en op mijn boodschappenlijstjes staat ook alles door elkaar. Eigenlijk is dat wel grappig, maar ik moet er wel op letten dat niet te doen wanneer ik praat. (Het doembeeld van mezelf als 80-jarig oudje dat in het rusthuis de Crazy Lady genoemd wordt omdat ze een soort zelfgebrouwen taaltje spreekt dat niemand begrijpt, houdt me voorlopig in toom.)