Complottheorie

Een tijdje geleden verliet een van mijn kennissen een whatsappgroep omdat andere leden van die groep grappen maakten over Trump. Ik vond dat een beetje sneu voor haar, want ze behoort al tien jaar tot die vriendengroep, dus sprak ik haar aan in een privé-bericht. Ik vroeg haar waarom ze zo heftig op die grappen gereageerd had. Een vriend uit dezelfde groep had me op voorhand gewaarschuwd. “Ze is gebrainwashed,” had hij gezegd, “al jarenlang.” Maar ik besloot de conversatie met haar aan te gaan met een beginnersmind, en open te staan voor wat ze te vertellen had.

En zo werd ik binnengeleid in de wereld van QAnon: een groep mensen die gelooft (of anderen wil doen geloven) dat er een samenzwering van rijken en machtigen aan de gang is (de Deep State) om de hele wereldbevolking tot onderdrukking te dwingen. In die wereld zijn mensen als Barack Obama en Hillary Clinton kinderverkrachters, en Donald Trump wordt in dit verhaal gezien als de Heiland, de Redder van Amerika en bij uitbreiding de hele mensheid.

De vrouw met wie ik sprak was met geen enkel rationeel argument op andere gedachten te brengen was. Want zodra ik externe informatie aandroeg (krantenartikels, wetenschappelijke artikels) bestempelde zij mijn bronnen als ongeloofwaardig. Alle nieuwsredacties ter wereld worden volgens haar namelijk bestuurd door de Deep State, die hen vertellen welk nieuws ze wanneer naar buiten moeten brengen. Dus of ik artikels aandroeg van de BBC, The Guardian, The New York Times, El País of De Morgen, dat werd allemaal met één zwaai van tafel geveegd.

De informatiebronnen waar zij wél geloof aan hechtte, en die ze mij per whatsapp doorstuurde, waren stuk voor stuk slechtgeschreven artikels van obscure auteurs, of amateuristisch gemonteerde videos van even obscure youtubers.

Je kan je afvragen waarin ik in godsnaam met haar bleef converseren, als het toch geen zoden aan de dijk zette. Ik denk dat ik vooral geïntrigeerd was. Maar op een bepaald moment ging de discussie over racisme en gebruikte ze de term BLM mind control. Toen heb ik gezegd: nu ga je te ver, ik wil niet meer met jou praten. Dat hebben we sindsdien ook niet meer gedaan.

Tot zover dus mijn ervaring met iemand die helemaal mee is met de complottheorieën. Ik kan jullie vertellen: het is behoorlijk eng. Ik weet niet of je het echt brainwashen kunt noemen; ik heb eerder het gevoel dat die mensen sowieso al wat heen zijn, en zelf op zoek zijn naar iets wat hen bevestigt in de slachtofferrol die ze in hun persoonlijke leven al aannemen. Zo´n complottheorie maakt je dan tot een slachtoffer op grote schaal, wat waarschijnlijk nog aantrekkelijker is.

Kennelijk lopen er zo in Nederland ook een hoop mensen rond (en in België waarschijnlijk ook, maar daar heb ik nog niets over gehoord):

Een tip voor de komende vier weken

“De komende weken gaan zeer moeilijk worden,” hoorde ik Alexander De Croo zeggen op de persconferentie waar de nieuwe maatregelen aangekondigd werden. Zijn woorden waren bijna letterlijk dezelfde, zij het in een andere taal, als die van Pedro Sánchez in maart. En we wisten het toen nog niet, maar Sánchez kreeg gelijk. Het lijkt me dus niet ondenkbaar dat de Belgen precies dat te wachten staat: moeilijke weken.

We hebben immers allemaal nood aan sociaal contact, en elkaar niet kunnen zien of vastpakken, dat is niet bevorderlijk voor ons emotioneel welzijn.

Daarom wou ik deze hack meegeven: lanceer een post-offensief. Schrijf brieven, stuur kaartjes, stel postpakketten samen. In tijden van quarantaine worden we automatisch naar het scherm gezogen, en voor het onderhouden van je sociale contacten is dat op zich een goed alternatief. Maar ons lijf en onze ziel willen meer. Een fysieke brief draagt iets in zich wat via het scherm niet over te brengen is. Een brief laat zien dat iemand moeite voor je gedaan heeft -de moeite om met de hand te schrijven, een leuk papiertje uit te zoeken, naar de post te lopen, een postzegel te kopen. Daarom is een brief waardevoller dan een whatsapp-bericht.

Bovendien is fysieke post persoonlijker (er is niets zo persoonlijk als iemands handschrift) en zintuiglijker. Je kan theezakjes meesturen (heb ik van Hade en Haaike geleerd), of stickers. Je kan gedroogde bloemen op de brief plakken of lavendel in de enveloppe strooien. Je kan een oude foto meesturen of snoepjes. Bladwijzers, origami, lippenstift-kusjes, tekeningen,… Ik denk dat we via de slakkenpost heel veel van onszelf kunnen overbrengen, ook al kunnen we elkaar niet zien.

En ik heb zo een vermoeden dat vooral oudere mensen het heel erg zullen appreciëren dat er nog eens iets in hun brievenbus valt, like in the good old days.

Enfin, het is maar een ideetje.

Veel sterkte, daar in het noorden! Wij leven met jullie mee.

Over depressie en de reparatie van het dak

Een paar jaar geleden kocht ik het boekje The Migraine Brain, geschreven door Carolyn Bernstein. Daarin stond een test: de Migraine Disability Assessment, kortweg MIDAS. Deze test bestond uit slechts vijf vragen. Op elke vraag moest ik antwoorden met het aantal dagen dat ik de afgelopen drie maanden belemmerd was geweest in bepaalde activiteiten (werk, huishouden, sociale activiteiten) wegens migraine. Daarna moest ik alle dagen optellen, en het getal vergelijken met de MIDAS-score. De hoogste score, 20 dagen of meer, duidde op “severe disability“. Ik had een score van 54.

Dat kwam behoorlijk aan. Plots besefte ik dat ik al sinds mijn tiende een abnormale toestand als normaal aanvaardde. Dat andere mensen zo niet leefden, en dat ik daar iets aan moest doen. Nu, drie jaar later, heb ik 60 procent minder migraines dan in de jaren ervoor.

En onlangs viel mijn frank dat ik depressies op dezelfde manier moet aanpakken. Dat ik ze serieus moet nemen. Er een prioriteit van moet maken. Want het is niet omdat het vroeger zoveel erger was, dat ik het normaal moet vinden dat om de zoveel tijd het licht uitgaat en ik in het moeras wegzak. En ik heb al wel eens geschreven over wat je kan doen wanneer je depressief bent, maar eigenlijk is het dan al te laat. Ik vond het zo ironisch dat ik zelf net die raad gepost had van een lijstje te maken met dingen waar je dankbaar voor bent, terwijl ik midden in een depressie soms geen letter op papier krijg. Ik besefte onlangs ook waarom ik op zo´n momenten niemand opbel: er valt nergens over te praten. Als je een probleem hebt, of ruzie hebt gehad met je partner ofzo, dan kan je je vrienden opbellen om je hart te luchten. Maar waar ga je in godsnaam over praten wanneer je depressief bent? Er is alleen maar leegte. En een gapende leegte is niet bepaald een uitzicht dat je met een ander wil delen.

Het lijkt mij dus vooral zaak om aan die depressies te werken wanneer ik niet depressief ben. Of zoals ze zeggen: the time to repair the roof is when the sun is shining. Ik heb daar vroeger al wat pogingen toe ondernomen, maar nu de migraine minder aandacht opeist, ga ik er een prioriteit van maken. Ik heb al een lijstje met een aantal dingen die ik kan doen.

Hetzelfde principe ben ik trouwens ook aan het toepassen op mijn handen. Elk jaar krijg ik namelijk zo´n diepe kloven dat het lijkt alsof mijn handen vijftig jaar ouder zijn dan ikzelf, en crèmes helpen dan voor geen meter. Dus ben ik sinds vorige week volle bak crème beginnen smeren, want nu ziet mijn vel er nog okee uit. Dus misschien kan ik dat op die manier ook zo houden.

En daarom, wanneer de zon schijnt: met de gereedschapskist het dak op.

Het Boek (3)

Aan het begin van het schooljaar kreeg ik door dat mijn leven binnen de kortste keren weer gereduceerd zou worden tot een heen-en-weer lopen naar school. Want dochterlief heeft een middagpauze van meer dan twee uur, en in de namiddag nog anderhalf uur les. Dus dat betekent dat een schooldag voor thuisblijfouders vooral bestaat uit het wegbrengen en ophalen van je kroost. ´s Morgens heb je voor niet veel anders tijd dan wat boodschappen doen en eten maken, en ´s namiddags heb je tijd om eens uitgebreid naar de wc te gaan. En daarmee is je dag om.

Toegegeven, wie ´s morgens wakker genoeg is en wil schrijven, zou die paar uren in de voormiddag kunnen benutten. Maar in mijn geval loopt het zo, dat tegen dat ik mijn talencentrum op gang heb en een beetje in het verhaal gekomen ben, dat ik dan na een half uur de boel weer moet stilleggen om de trip naar de schoolpoort te maken.

Daar kwam nog eens bovenop dat ze het onmogelijke uurrooster van manlief nog onmogelijker hadden gemaakt, zodat er van enige poging tot organisatie al helemaal geen sprake meer was -terwijl organisatie een soort reddingsboei is voor een chaotisch ingesteld persoon als de dees. En toen heb ik voorgesteld om dochterlief drie dagen per week op school te laten eten.

Dat doet ze nu, en dat was wat ik nodig had. Nu weet ik tenminste op voorhand welke dagen ik kan schrijven en hoeveel tijd ik ervoor heb.

Ondertussen zit ik ergens over de helft van het boek, en ik ben al tegen vanalles aangelopen. Soms lukt het van geen kanten, soms gaat het vanzelf. Soms schrijf ik stukken die ik nadien waardeloos vind, soms stukken waarvan ik ogenblikkelijk weet dat ze zijn zoals ze moeten zijn. Soms twijfel ik aan alles, soms geloof ik met hart en ziel. Soms moet ik een gigantische weerstand overwinnen om me naar de computer te slepen, soms schrijf ik midden in de nacht in het donker flarden van zinnen op wc-papier.

Het is wel erg eenzaam. Soms ben ik jaloers op mensen die kunnen gaan werken en collega´s hebben, die hun vrienden en familie kunnen zien. Ik heb me wel ingeschreven bij de Spaanse versie van de VDAB, maar telkens ik ziek word, besef ik dat lesgeven er (voorlopig?) niet inzit. En ik weet niet goed wat ik anders kan doen. Dus vul ik mijn dagen met schrijven, zorgen en handwerk.

Dus ja. Dat is hier momenteel de stand van zaken.

September: Letter To My Daughter (Maya Angelou)

(Jaa, september. Blogpost die ik maar niet afgewerkt kreeg.)

(Over het waarom van deze reeks, lees “Een Afrikaans jaar“.)

Maya Angelou had geen dochter; ze had een zoon. Maar, zo schrijft ze in de inleiding, dit boek draagt ze op aan haar duizenden dochters over de hele wereld, ongeacht hun huidskleur of religieuze strekking. In 28 korte brieven vertelt ze over de levenservaringen die het meeste impact hebben gehad op haar morele en emotionele ontwikkeling.

Sommige verhalen zijn pakkend, andere zijn grappig, allemaal dragen ze wijsheid in zich. Het is trouwens niet alleen aan te raden literatuur voor dochters; zonen zullen hier evengoed iets aan hebben. Want elk verhaal stemt tot nadenken, of je het nu met haar eens bent of niet, en dat alleen al lijkt me waardevol.

Een van mijn favoriete stukjes is Porgy and Bess, waarin ze beschrijft hoe ze, na een Europese tour met een musicalgezelschap, terugkeert naar Amerika, en daar een inzinking krijgt. Ze zoekt hulp bij haar stemcoach, Frederick Wilkerson. Die brengt haar een yellow pad en een pen, en draagt haar op haar zegeningen neer te schrijven. Wanneer ze zegt dat ze daar geen zin in heeft, dat ze voelt dat ze gek aan het worden is, zegt hij: denk aan alle mensen die doof zijn. Die symfonieën noch het gehuil van hun eigen baby´s kunnen horen. Schrijf op: ik kan horen -dank u, God. En nu denk je aan iedereen die niet kan zien. En aan iedereen die niet kan lezen…

Tegen de tijd dat ze de hele pagina volgeschreven heeft, is de waanzin verdwenen.

Dit zijn de laatste paragrafen van dat verhaal, tevens een gepaste afsluiter voor deze post:

That incident took place over fifty years ago. I have written some twenty-five books, maybe fifty articles, poems, plays and speeches all using ballpoint pens and writing on yellow pads.

When I decide to write anything, I get caught up in my insecurity despite the prior accolades. I think, uh, uh, now they will know I am a charlatan that I really cannot write and write really well. I am almost undone, then I pull out a yellow pad and as I approach the clean page, I think of how blessed I am.

The ship of my life may or may not be sailing on calm and amiable seas. The challenging days of my existence may or may not be bright and promising. Stormy or sunny days, glorious or lonely nights, I maintain an attitude of gratitude. If I insist on being pessimistic, there is always tomorrow. Today I am blessed.

Ondertussen: Kattebelletjes

Gisteren werd het tachtigste exemplaar van het boek “Kattebelletjes” verkocht. Hoe tof is dat!

Voor wie hier nog niet zo lang meeleest: in januari maakte ik een bundel van de blogposts die ik het meest entertainend en het meest waardevol vond, en gaf ze uit in eigen beheer -kwestie van eens te peilen hoe diep het water was.

Ik koos voor een Nederlandse drukkerij, omdat zij het boek zonder extra kosten te koop aanbieden op hun website en ook de verzendingen regelen -dat zelf doen vanuit Spanje is nogal onpraktisch en duur, en ik mis de kennis om zelf via internet te verkopen. Het enige nadeel was dat de verzendkosten vanuit Nederland erg hoog liggen voor België (6.95 euro). Dus zette ik de prijs voor het boekje zo laag mogelijk (8.95 euro), waardoor het in totaal 16 euro kost als je het vanuit België bestelt. (Als je er meer tegelijk koopt, komt het voordeliger uit, want de verzendkosten blijven -tot onder een bepaald gewicht, veronderstel ik- dezelfde.)

Ik heb er heel fijne reacties op gekregen, en dat was echt heerlijk. Er was zelfs iemand bij die schreef dat ze na het lezen van een van de stukjes in het boek (dit) zichzelf over haar drempelvrees voor klerenwinkels heen gezet had, en een nieuwe outfit was gaan kopen. Dat was zo ontroerend… En het is ook altijd mooi om te horen dat mensen hardop hebben moeten lachen tijdens het lezen, of dat ze het jammer vonden dat het boek al uit was. Dan krijg ik het gevoel dat ik toch iets nuttigs doe met mijn schrijverij.

Ook een mooie verrassing was hoe mijn ouders zich tot een waar promoteam ontpopten 🙂

De enige negatieve reactie die ik gekregen heb, was dat het boekje te dun was -wat ik eigenlijk ook een compliment vind. Op basis daarvan heb ik besloten het sprookjesboek (waar ik tussen de bedrijven door ook nog aan bezig ben) nog niet als compleet te beschouwen, maar daar nog wat meer sprookjes bij te schrijven, zodat het wat meer body krijgt.

Maar eerst Het Boek afwerken (daarover schrijf ik gauw meer).

Dankzij die tachtig aankopen heb ik 100 euro verdiend. Dat geld heb ik nog niet laten uitbetalen, het staat op mijn conto bij pumbo (die mij overigens niet sponsoren; deze blog wordt door niemand gesponsord (*)). Moest ik geen uitgever vinden voor Het Boek, dan wil ik dat geld gebruiken om er een ISBN-nummer mee aan te kopen, wanneer ik het in eigen beheer uitgeef. Dat is het idee.

En voor wie ook graag de Kattebelletjes bestelt: dat kan via boekenbestellen.nl (titel: “Kattebelletjes”; auteur: Kathleen Verbiest). De link vind je hier.

Een fijne week gewenst allemaal!

(*) De reclame die je soms te zien krijgt, staat daar omdat ik de gratis versie van wordpress gebruik. Dat is iets wat ik op termijn nog van de baan zou willen krijgen.

België, gefeliciteerd!

(Ik weet dat een mens moet oppassen met schrijven over politiek, zeker een blogger die geen lezers wil wegjagen. Maar jullie weten ook dat ik mijn best doe op deze blog alle meningen te respecteren, en dat mijn persoonlijke mening is dat we over politiek moeten (leren) praten, omdat het belangrijk is. Dus hier gaan we.)

Vandaag las ik in de krant de samenstelling van de nieuwe, langverwachte, Belgische regering. Deze regering bestaat uit 20 mensen, waarvan 10 mannen en 10 vrouwen. Een van deze vrouwen is transgender. Er zijn 17 mensen zonder en 3 mensen met migratieachtergrond.

Wat een prachtige klasfoto. Eindelijk een regering die een representatie is van de bevolking (althans in meer opzichten dan enige vorige regering ooit geweest is). Bovendien met een gemiddelde leeftijd van rond de 40 jaar. Een echte millenial-regering dus.

Ook mooi is dat deze mensen grotendeels op de posten zitten waar ze zich kunnen uitleven in de materie die hen het nauwst aan het hart ligt: de liberalen op financiën, middenstand, begroting en aanverwanten; de socialisten op werk, economie, pensioenen en dergelijken; de groenen op milieu, klimaat, duurzame ontwikkeling; mensen met een migratie-achtergrond op ontwikkelingssamenwerking, asiel en migratie. Dat is hoe het er in mijn ideale wereld ongeveer uitziet: dat iedereen zich bezighoudt met daar waar ze het beste in zijn en het meest van afweten.

Gaat deze regering het daarom ook goed doen? Geen idee. Ik wacht af in spanning.

Maar dit weet ik wel: wanneer er nu een stel tijdreizigers uit de negentiende eeuw in België terechtkomt, gaan ze tenminste kunnen zeggen: “Tiens, er verandert precies toch wel iets in de toekomst.”