Het verhaal van de vader

Wat er in de enveloppe zit, wil Marta weten. Dat moet genoteerd worden omdat ik het pak met spoed wil verzenden.

“Het manuscript van mijn boek,” zeg ik.

“Heb je een boek geschreven?” zegt Marta. “Wat spannend. Waarover gaat het?”

Dus geef ik mijn ondertussen al stevig ingeoefende elevator pitch over drie liefdesverhalen die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, maar toch met elkaar verbonden zijn.

“Liefdesverhalen, dat gaat Sonia graag lezen,” grinnikt Marta.

“O ja,” zegt Sonia, die achter het andere loket zit, “laat maar komen.” Ook de man die op dat moment voor Sonia´s loket staat, heeft onze conversatie gehoord. Het is een kalende vijftiger met een bril en een streepjeshemd. Hij draait zich naar me toe en zegt: “Als je een liefdesverhaal wil schrijven, dan heb ik er nog wel eentje voor je.” Ik besluit hem niet te wijzen op het feit dat de liefdesverhalen al geschreven zijn, want ik zie in zijn ogen dat hij me heel graag iets wil vertellen.

“Wat denk je hiervan: een zestienjarige die smoorverliefd is geworden op een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien.” Er komt een trek van bezorgheid op het gezicht van de man en even wordt de post waarvoor hij gekomen was vergeten. De twee postbeambten en de jonge schrijver geven hem hun volle aandacht.

“Wat het Internet met liefdesrelaties doet, dat valt toch niet te begrijpen,” gaat hij verder. “Drie leuke, knappe jongens heeft mijn dochter achter zich aanlopen, maar ze gunt ze geen blik waardig, want ze is helemaal verhangen aan een kerel die ze nog nooit heeft gezien. Ze kan aan niks anders meer denken. Maar wat weet je nou van iemand waarmee je alleen nog maar hebt gechat?” Zijn bezorgdheid gaat over in lichte wanhoop. “Er zijn toch dingen die je pas kan weten wanneer je iemand in het echt ziet?”

“Wat iemand uitstraalt,” beaam ik.

“Hoe iemand ruikt,” zegt Sonia.

“Precies!” roept de man. “Stel dat je iemand op het Internet leert kennen en een relatie begint, en pas nadien kom je erachter dat zijn tenen stinken!”

Ik vermoed dat dat niet helemaal is wat Sonia bedoelde, maar ik wil de man niet onderbreken. Hij lijkt echter gezegd te hebben wat hij wou zeggen en besluit met: “Ja, schrijf daar maar eens iets over. Daar heb je een verhaal.”

En ik denk: dat is niet het verhaal.

Het verhaal is niet dat van de verliefde Spaanse tiener die verlangt naar een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien. Het verhaal is dat van een vader die lijdzaam moet toekijken hoe het Internet het liefdesleven van zijn dochter gekaapt heeft en die zich zo machteloos voelt dat hij in een postkantoor het woord liefdesverhaal aangrijpt om bij een vreemde en twee postbeambten zijn hart te luchten.

Dat is het verhaal.

Waarom de Nederlanders anders zijn (1): water

Dat Nederlanders iets hebben met water leerde ik zo´n dertig jaar geleden uit het Suske & Wiske-album “Het Delta Duel“. Maar hoe zwaar dat duel met het water was en hoe verstrekkend de gevolgen heb ik nooit echt begrepen. Volgens “The Dutch are different” is de relatie die Nederlanders hebben met water echter de basis van vrijwel alles wat Nederlands is. De naam alleen al zegt het natuurlijk: de Neder-Landen, de Lage Landen, ze liggen lager dan de zee, en dat is een positie die heel wat spanning met zich meebrengt.

Maar ook heel wat vechtlust. Het Nederlandse volk dwong de zee terug, wat een bijna bovenmenselijke prestatie is. Met dijken en molens en allerlei vernuftige sluissystemen wonnen ze land van het water. Daardoor is in Nederland het idee van maakbaarheid sterk ingeburgerd geraakt. Als je iets wil, dan kan je het bereiken, zolang je maar je koppie gebruikt en voldoende ondernemingszin toont. Geen wonder dus dat Nederland een land van ondernemers is. Het zijn immers de skills van het ondernemen die hen het land gebracht hebben waarop ze wonen.

Het gevecht tegen de getijden is echter nooit volledig voorbij. Je moet steeds op je hoede blijven, want de kleinste nonchalance kan rampzalige gevolgen hebben. Dat werd de Nederlanders zwaar ingewreven tijdens de Watersnood van 1953, toen een combinatie van storm en springtij de dijken deed breken en bijna tweeduizend mensen verdronken. En zo leerden Nederlanders the hard way dat het belangrijk is je zaken in orde te hebben. De straten schoon, de hagen gesnoeid, en de gordijnloze ramen gelapt zodat iedereen vanop straat kan zien dat ook binnenin je huis alles netjes in orde is. Dat alles onder controle is en iedereen veilig.

Belgen hebben dat, in mijn ervaring, een pak minder. Belgen voelen zich goed in de chaos, nestelen zich in de rommel, maken van wanorde desnoods een soort fashion-statement. Belgen verzamelen, hamsteren, stapelen boeken op tot aan het plafond, en hangen twee lagen gordijnen op zodat de buitenwereld niet kan zien wat voor storm er daarbinnen woedt. En ze kunnen zich dat permitteren, want buiten de deur hebben ze geen storm te vrezen.

Waarom de Nederlanders anders zijn: inleiding

In een winkel met tweedehandsboeken kwam ik deze intrigerende titel tegen: “Why The Dutch Are Different“. Nu heb ik nooit echt het gevoel gehad dat mijn Nederlandse vrienden erg anders zijn, maar de inhoudsopgave leek een boeiende duik in de Nederlandse geschiedenis en cultuur te voorspellen, en dat voor een luttele 2 euro -of zoals ze dat in Nederland zeggen: voor een prikje. Dus nam ik het boek mee naar huis.

De auteur, Ben Coates, is een Brit die zijn hart verloor aan een Rotterdamse en dus om de mooiste aller redenen zijn thuisland verliet om zich onder de zeespiegel te gaan vestigen. Britse boeken over buitenlanders zijn, in mijn ervaring, vaak erg karikaturaal, maar ik was aangenaam verrast te ontdekken dat Coates zich daar ver van houdt. Integendeel, hij heeft zijn huiswerk gemaakt en zich met toewijding gestort op het uitpluizen van de Nederlandse geschiedenis en het ontrafelen van de volksgeest. Dat is althans mijn indruk na het lezen van het eerste hoofdstuk.

Ik heb alvast heel wat opgestoken over waarom Nederlanders zijn hoe ze zijn (of doen wat ze doen), en denk zelfs ontdekt te hebben waarom ik het verschil niet zag. Ik ben namelijk opgegroeid met het verschil, want mijn grootvader aan moeders kant was half Nederlands. Tijdens het lezen dacht ik plots: misschien is er wel een reden waarom de bloemperken van het grootouderlijk huis met Nederlandse invloed er altijd zo verzorgd bijlagen, waarom het huis zo open en ordelijk was. Waarom het zo anders was dan het huis van mijn volledig Belgische grootouders, met de konijnenkoten in de hof en de friteuse in de garage. En zo kreeg ik het gevoel dat ik meteen ook een stukje van mezelf aan het ontdekken was.

Deze ontdekkingsreis wil ik graag met jullie delen. Want ik weet dat er hier ook Nederlanders uit Nederland komen lezen, en Belgen die in Nederland wonen, en Nederlanders die in België wonen. En zelfs voor de Belgen in België is Nederland nooit ver weg. Het lijkt me dus erg boeiend om jullie commentaren op de thema´s van dit boek te horen.

Er zijn zeven hoofdstukken, dus wordt dit een reeksje in zeven delen, plus deze inleiding.

Tot gauw 🙂

Haben wir es nicht gewusst?

De Tweede Wereldoorlog was net voorbij, en nee, de Duitsers wisten niets af van die concentratiekampen.

Welke kampen?

Wir haben es nicht gewusst.

Daar hebben wij altijd lekker smalend over kunnen doen. Een humanitaire ramp in je achtertuin en nergens van weten? Onzin toch. Maar kijk, het gebeurt nu opnieuw, en kennelijk is het toch erg makkelijk om de andere kant op te kijken. Foto´s van verdronken kleuters bij het oud papier te klasseren. Redenen te verzinnen waarom het niet goed zou zijn voor onze samenleving om die mensen hier te ontvangen, hoewel Europese vluchtelingen door de eeuwen heen zowat over de hele wereld terecht konden, als ze al niet ongevraagd van boord gingen om Kolonisten van Catan real-life extended version te spelen.

Wanneer we even de moed opbrengen om niet weg te kijken, zien we dit: met ons belastinggeld worden vluchtelingen weer de zee in geduwd: “In one of the biggest mass expulsions in decades, European countries, supported by EU’s border agency Frontex, has systematically pushed back refugees, including children fleeing from wars, in their thousands, using illegal tactics ranging from assault to brutality during detention or transportation.” Dat kon je gisteren in The Guardian lezen.

’In this context, deaths at sea since the beginning of the pandemic are directly or indirectly linked to the EU approach aimed at closing all doors to Europe and the increasing externalisation of migration control to countries such as Libya.’’

Dat is dus wat er met ons belastinggeld gebeurt. Kinderen die de oorlog ontvluchten, worden met behulp van ons geld naar de verdrinkingsdood geleid. Op de wikipediapagina van Frontex kan je een idee krijgen van hoeveel geld er aan de mannen van Frontex besteed wordt. Dat is de financiële kostprijs van deze waanzin. Dat geld zou ook gebruikt kunnen worden om veilige, goed uitgeruste kampen op te zetten, ik zeg maar iets.

De humane kostprijs is die van stervende kinderen, mannen en vrouwen in de Middellandse Zee. Dat zijn geen mensen die naar hier willen komen omdat ze met een klassebak willen rijden, he. Dat zijn mensen die veilig willen zijn, willen werken, en hun kinderen naar school willen brengen. En die laten we creperen op de Griekse eilanden, of we duwen hen kopje onder in de Middellandse Zee. Diezelfde zee waar iedereen zo graag naar op vakantie wil.

Waarschijnlijk gaat deze post mij lezers kosten, want ontspannend is het niet. Maar ik kan het echt niet meer aanzien. Ik woon op 4 kilometer van de zee, en elke keer als ik ze zie, denk ik aan al die mensen die daar elk jaar in verdrinken, omdat ze teruggeduwd worden door een stel bruten die betaald worden -ik zeg het nog een keer – met ons belastinggeld.

Wat kunnen wij daaraan doen? Hier zijn een paar ideeën:

  • verspreid deze woorden.
  • volg en/of steun projecten en mensen die met vluchtelingen werken. Sommige vluchtelingen hebben zelf een instagramprofiel. Deel informatie erover op sociale media (bijvoorbeeld: Second Tree, The Hope Project, Fenix).
  • bestel het “Now you see me Moria” actieboek in voorverkoop (er is een gebonden en een ongebonden versie voor tentoonstellingen) en zet een tentoonstelling op in je eigen dorp of gebruik het om een raamcampagne op touw te zetten. Je kan het boek vinden op http://www.voordekunst.nl.
  • lees over migratie en denk erover na.
  • praat erover met anderen.
  • vergeet deze mensen niet.

Ik weet dat dit geen aangename dingen zijn om te lezen wanneer je eigenlijk wil ontspannen, dus wil ik jullie heel erg bedanken om het toch gelezen te hebben.