NNY: martelaar of materialist

Er stonden een paar interessante opmerkingen in de commentaren op mijn vorige post, die mij wat dieper hebben doen nadenken over wat er komt kijken bij het voornemen een jaar lang niets voor jezelf te kopen. Hier een paar van die bedenkingen:

*Het is absoluut niet mijn bedoeling om mezelf te profileren als een soort martelaar die zichzelf alles ontzegt. Als ik echt de non-consumptie-held had willen uithangen, dan had ik mezelf geen tijdspanne van een jaar opgelegd, maar mezelf voorgenomen nooit nog iets nieuws te kopen (heroïek kan altijd een beetje drama gebruiken). Dan had ik niet al meteen in januari onderbroeken gekocht (hoewel helden duidelijk degelijke onderbroeken dragen over hun maillot heen) en een mooie map en een vest waarvan ik niet weet of ik die ooit wel zal dragen-maar-er-staan-zo´n-schoon-bloemekes-op. Ik geloof ook op geen enkele manier dat ik op mijn eentje het milieu ga redden door mezelf alle leuke dingen in het leven te ontzeggen. Dat is dus ook niet waar ik mee bezig ben, denk ik.

*Desaniettemin gaat dit experiment wel over iets niet doen. En iets niet kopen wordt in onze maatschappij heel snel gelijkgesteld aan jezelf iets ontzeggen. Maar zo zie ik het niet. Als ik op het punt stond iets te kopen, en ik besef nadien dat ik dat product inderdaad niet nodig had, dan heb ik mezelf net een kado gedaan door het niet te kopen. Want dan heb ik geld en fysieke ruimte over om iets aan te schaffen waar ik wel wat aan kan hebben. Het betekent ook: geen extra ballast. Ergens is het een zoektocht naar materiële efficiëntie.

*Ik ben ook geen anti-materialist, ik hou juist heel erg van mooie spullen, vooral wanneer ze van degelijke makelij en duurzaam zijn, en ook nog eens goed van pas komen. Zoiets vinden kan mij echt zeer gelukkig maken, en die voorwerpen koester ik dan ook. Misschien dat ik net daarom zo´n probleem heb met onze consumptiemaatschappij, omdat er nog maar weinig respect voor de makers en het materiaal te vinden is.

*Ik vind het super dat deze posts zoveel aandacht krijgen, want dat betekent dat het toch iets is waar we allemaal mee bezig zijn.

NNY: to buy or not to buy

Een vraag die ik in België een aantal keer gesteld kreeg, was hoe het nu zat met mijn voornemen om dit jaar niets nieuws te kopen voor mezelf. Ik was aangenaam verrast te horen dat mensen daar nieuwsgierig naar waren, want ik was zelf een beetje uit het oog verloren daarover te berichten. Dus bij deze.

Sinds februari heb ik volgende spullen voor mezelf gekocht:

*een stapel boeken. Maar boeken tellen sowieso niet mee, want geen boeken kopen is zoiets als geen groenten of fruit eten. Mijn agenda valt hier ook onder.

*een mooie klasseermap die in de aanbieding was. Had ik niet strikt nodig, maar ik kan ze nu wel goed gebruiken voor een nieuw project en ben er wel heel blij mee.

*een Nederlandstalig magazine. Dat is mijn heimelijke genoegen, telkens ik in België kom. Dan duik ik meteen de eerste de beste krantenwinkel in en koop mijn favoriete magazine. Wat deze keer niet eens nodig was geweest, want een vriendin had het al voor me gekocht als welkomstgeschenk, wat ik zo mogelijk nog fijner vond.

*een short en een trui in een outlet-store. Heb ik me dus toch laten vangen. Niet met die trui, want die past, is mooi en die had ik echt wel nodig, want ik had nog maar één trui om volgende winter door te komen. Die short daarentegen zat een beetje krap, maar ik dacht: kan geen kwaad, ik ga toch wat afvallen. Eeeehm…. Waar komt toch die denkfout vandaan te veronderstellen dat mijn toekomstige ik slanker zal zijn dan de huidige, wanneer alle informatie van de afgelopen 41 jaar heel duidelijk laat zien dat mijn gewicht, indien het niet toeneemt, enkel met zeer veel moeite stabiel blijft? Enfin, heb die short dus van de hele zomer niet aangehad.

*een vest in een tweedehandswinkel. Wat op zich ook niet telt, want het is geen nieuw kledingstuk. Enerzijds weet ik niet of ik die vest echt wel ga dragen, anderzijds kan het vast geen kwaad een beetje variatie in de kast te hebben hangen. De toekomst zal dus uitwijzen of dit een goede aanschaf was.

*een zwarte legging. Ik heb nog maar één jeans over voor deze winter, maar aangezien jeansbroeken kennelijk allesbehalve duurzaam zijn, was ik op zoek naar een alternatief. Dus een zwarte legging van biokatoen in plaats van een zwarte skinny jeans leek me wel een goed idee, aangezien het visuele effect ongeveer hetzelfde is wanneer je er een lange trui over draagt (wat ik meestal doe).

Het interessantste aan dit experiment is echter niet bovenstaand lijstje van wat ik gekocht heb, maar de ellenlange lijst van spullen die ik niet gekocht heb. Tientallen keren heb ik met iets in mijn handen gestaan waarvan ik dacht: maar wacht eens even, ik heb al iets soortgelijks. Ik heb al een zwarte jurk, ik heb al een draagtas, ik heb nog een paar sandalen, ik heb nog twee pyjamabroeken. Op die manier heb ik massa´s spullen terug in de rekken gelegd. Ja, zelfs boeken. En geen van al die ongekochte spullen heb ik nadien gemist.

Nu ja, behalve dan één boek… Maar daar ben ik later weer omgegaan. En daar zat ik niet mee in, want naar een boekenwinkel gaan is voor mij nooit een straf.

Hoe Gabriel García Márquez stopte met roken

Op de wc ligt hier altijd het “boek van het jaar”: dat is een kloefer waar ik een heel jaar in bezig ben voor ik het eindelijk uit heb. Dit jaar is het Vivir para contarla, de autobiografie van Gabriel García Márquez (in het Nederlands: Leven om het te vertellen). Daarin heb ik net gelezen hoe deze Colombiaanse nobelprijswinnaar stopte met roken. Dat stukje wil ik graag met jullie delen, omdat er een sterk voorbeeld in staat van de kracht van beeldspraak. Dus hierbij, in eigenhandig geschreven vertaling:

“Vanwege de longonsteking hadden ze me verboden te roken, maar ik rookte verder in de badkamer, alsof ik me verstopte voor mezelf. Toen de dokter erachter kwam, sprak hij me er op een ernstige toon over aan, maar ik kon hem niet gehoorzamen.

Toen ik nog in Sucre woonde, en probeerde zonder onderbreking de mij toegezonden boeken te lezen, stak ik al de ene sigaret aan met het gloeiende stompje van de andere, en hoe harder ik probeerde te stoppen met roken, hoe meer ik rookte. Ik kwam op een punt waar ik vier pakjes rookte per dag, maaltijden onderbrak om te roken en de beddenlakens verbrandde door in slaap te vallen met een aangestoken sigaret. De angst voor de dood wekte me op elk willekeurig uur van de nacht, en enkel het roken hielp me haar te verjagen, totdat ik besloot dat ik liever zou sterven dan te stoppen met roken.

Meer dan twintig jaar later, toen ik al getrouwd was en kinderen had, rookte ik nog steeds. Een arts die een foto van mijn longen bekeek, zei me verschrikt dat ik twee of drie jaar later niet meer zou kunnen ademen. Toen kwam het zo ver dat ik, dodelijk geschrokken, urenlang bleef zitten zonder iets te doen, want ik kon niet lezen, geen muziek beluisteren of praten met vrienden of vijanden zonder te roken.

Op een avond tijdens een etentje in Barcelona legde een vriend die psychiater is aan de anderen uit dat tabak waarschijnlijk de verslaving is die het moeilijkst valt uit te roeien. Ik waagde het hem te vragen wat daar de onderliggende oorzaak van is en zijn antwoord was van een huiveringwekkende eenvoud.

-Omdat stoppen met roken voor jou gelijkstaat aan het vermoorden van iemand die je liefhebt.

Het was een inzicht dat meteen ontvlamde. Ik heb nooit geweten waarom en het ook niet willen weten, maar ik duwde de sigaret die ik net aangestoken had uit in de asbak, en sindsdien heb ik er, zonder verlangen of spijt, geen enkele meer gerookt voor de rest van mijn leven.”

100

Dus daar waren we, in Vlaanderen, en wel met een zeer bijzondere gebeurtenis op het programma: moemoe werd honderd jaar.

Wat een vreugdevol feest was dat. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waren uit alle windstreken aan komen waaien, medebewonders maakten een erehaag op straat, en in de tuin van de villa die vroeger van de dokter was geweest waarmee moemoe als vroedvrouw nog had samengewerkt, werd een gezellige barbecue op poten gezet.

De directeur van het rusthuis, een dame met elegant grijs haar en een zwarte jurk, gaf een speech. Daarvoor zette ze zich naast mijn grootmoeder en sprak haar toe zoals vriendinnen dat doen: weet ge nog, Florence… Aan alles wat ze vertelde kon je horen dat ze mijn grootmoeder kende. Haar toespraak en de voelbare toewijding van de aanwezige verzorgsters bewezen nog maar eens wat ik de laatste jaren al vaak gezien had: dat er voor moemoe in dat rusthuis goed gezorgd wordt. En als er voor een dierbare goed gezorgd wordt, is dat altijd een pak van je hart.

Ook de burgemeester kwam langs om een woordje te zeggen. Eerst prees ze de jarige met het behalen van die bewonderenswaardig hoge leeftijd en daarna zei ze: “En nu op naar de 105!”

Ik viel bijna van mijn stoel. Hadden we in de familie discreet besproken dat we wel verjaardagsliedjes zouden zingen maar géén “lang zal ze leven”, omdat het niet gepast leek een wankele bejaarde met dat soort verwachtingen op te zadelen, kwam deze mevrouw plots aanzetten met een plus est en vous.

Vol overtuiging herhaalde ze haar boodschap: dat het niet bij die 100 hoorde te blijven, maar dat ze verwachtte dat we over vijf jaar weer feest zouden vieren. En ik dacht: het is nooit genoeg. Zelfs als je al honderd jaar lang op de wereld bent en hard gewerkt hebt en alles gedaan hebt wat er van je gevraagd werd, zelfs als je jezelf in leven hebt gehouden tot die honderdste verjaardag, opkomende dementie of niet, dan zal er toch nog iemand naast je komen zitten die zegt dat het niet voldoende is, dat het nu de bedoeling is dat je het trekt tot 105. En wanneer je de 105 haalt, kan je er donder op zeggen dat de meet weer verschoven wordt. Want er is geen finish, enkel een wortel aan een stok.

Voor het feest ten einde was, werd moemoe te moe. Dus braken we voortijdig op.

Want honderdjarigen pushen, dat doen we niet.

Hier ben ik weer!

Met “hier” bedoel ik zowel de blog als het Spanjeland, want na meer dan een maand België ben ik weer thuis en zit ik klaar om mijn blog uit vakantiemodus te halen.

Uiteraard dient er geschreven te worden over hoe het was, om na zo lang uitstellen en uitkijken weer naar mijn geboorteland te gaan. Maar ik voel me alsof ik twee jaar lang op de top van een rollercoaster heb gestaan, wachtend tot het licht van rood op groen zou springen, en nu ik eindelijk de hele rit gemaakt heb, sta ik een beetje beduusd op de vaste grond en weet niet goed wat me overkomen is.

Misschien moet het allemaal nog wat bezinken.

En dat bezinksel zal ik de komende weken met jullie delen. Want terugkomen van België en niets te vertellen hebben, dat is vrijwel onmogelijk.

Dan neem ik trouwens gelijk de andere onderwerpen weer op, want ik heb hier nog altijd een boek over Nederlanders dat besproken wil worden, evenals een roman van Mohamed Mbougar Sarr, en ik werd (tot mijn vreugde) verschillende keren gevraagd of ik behalve die onderbroeken echt nog niets nieuws gekocht had dit jaar. En dan mag er ook nog ergens een post bij over vliegschaamte en waarom ik toch weer het vliegtuig genomen heb.

Aan inspiratie geen gebrek, dus laat het nieuwe schooljaar maar beginnen 🙂