Juni: Die göttliche Ordnung (Petra Biondina Volpe)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

(Deze post wordt opgedragen aan Le Petit Requin, onze lieve landgenote in Zwitserland :))

Eigenlijk had ik gisteren besloten om vandaag een Franse komedie te gaan zien, maar toen ik daarstraks om 16.25u in de cinema stond, bleek de programmatie op vrijdag anders te zijn. Dus ben ik voor deze gegaan: een film over het vrouwenstemrecht in Zwitserland.

Nu ben ik meestal nogal op mijn hoede wanneer het om films met een duidelijke boodschap gaat, maar ondanks de educatieve factor was het een mooie filmervaring. (En, tja, hoe kan je over zo´n thema praten zonder een beetje educatief te zijn?) (En: hebben we op dat vlak ook niet een beetje educatie nodig?)

Waarom deze film volgens mij de moeite van het bekijken is:

  • De personages zijn goed uitgetekend, het verhaal zit snor, de sfeerschepping is helemaal seventies (voor zover deze born-in-the-eighties dat kan beoordelen natuurlijk).
  • Het gaat over de strijd voor het vrouwenstemrecht in Zwitserland in 1971. U leest het goed: 1971. Dat is shockerend dichtbij. Dat was bij wijze van spreken gisteren. En in Zwitserland, he. Niet in Chili of Iran.
  • Het enorme contrast tussen het traditionele Zwitserse dorpsleven en de Flower Power cultuur van de jaren ´70 is op zijn minst fascinerend. (Die Zweedse “Ken je vagina” workshop!)
  • Het is géén mannen-versus-vrouwen verhaal, wat ik enorm apprecieer aan een feministisch werk als dit. Er wordt duidelijk aangetoond dat het voor de mannen ook geen vanzelfsprekende situatie was, en één van de grootste tegenstanders van het vrouwenstemrecht daar in dat dorpje waarin de film zich afspeelt, is een vrouw.
  • Het gaat over sociale veranderingen, weerstand en moed. Volgens mij kan het geen kwaad om dat trio eens onder de loep te nemen, aangezien we daar in onze hedendaagse samenleving ook mee te maken krijgen.
  • O, hoe schattig is dat Zwitsers accent!

Over Petra Volpe heb ik niet veel gevonden, maar gelukkig wel een video waarin ze een interview geeft in het Engels (mijn Duits gaat niet veel verder dan “Wann kommt der Bus”).

 

 

 

Mei: The Bookshop (Isabel Coixet)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Dit is een film custom-made voor HSP´s: mooie setting in een Engels kustdorpje, het strijdtoneel een ouderwetse boekenwinkel, de heldin een dame met een bescheiden droom. Nadien had ik even het gevoel dat het misschien wat te weinig om het lijf had, maar dat gevoel verdween al snel toen mijn man en ik achteraf over de film begonnen te praten. Want dit is echt zo´n film waar alles in zit: liefde, macht, moed, enthousiasme, manipulatie, onschuld. Al die thema´s waar we als mensen in de wereld mee te maken krijgen.

Van de Catalaanse Isabel Coixet heb ik geen Engelstalig interview gevonden, maar als je haar wilt bezig zien/horen, heb ik hier wel een Spaans interview:

 

En tijdens het doornemen van haar wikipedia-pagina, kreeg ik zeer veel goesting om meer van haar films te zien. Alleen al om de titels! (“Demasiado viejo para morir joven”, “Mi vida sin mí”, “La vida secreta de las palabras” …) Bovendien regisseerde ze ook documentaires zoals “Viaje al corazón de la tortura” over de Balkan-oorlog, en “Escuchando al juez Garzón” over rechter Garzón. Een sjieke madam.

 

 

 

 

 

April: Mudbound (Dee Rees)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Lang geleden las ik in een interview met een vrouw van Afrikaanse afkomst deze woorden: “Ik word drie keer gediscrimineerd: ik ben een vrouw, ik ben zwart, en ik ben homosexueel.” Tot op dat moment had ik er nooit bij stilgestaan dat er ook zoiets als geaccumuleerde discriminatie bestaat. De woorden van die vrouw ben ik, in tegenstelling tot haar naam, na bijna twintig jaar nog steeds niet vergeten.

Het hadden de woorden van Dee Rees kunnen zijn, want ook zij is een lesbische vrouw van Afrikaanse afkomst. En behalve die drie labels is ze ook nog eens hypergetalenteerd en een regisseur van jewelste. Dat maakt Mudbound je wel duidelijk.

De film speelt zich af op het platteland van de zuidelijke Verenigde Staten tijdens de jaren veertig, waar het leven op dat moment een overlevingsstrijd is, zowel voor de jongens die naar de oorlog gestuurd worden, als voor hen die achterblijven en elke dag de ongenadige natuur en de nog ongenadigere regels van de samenleving moeten trotseren.

Het duurde even voor ik echt in de film zat: het verhaal komt tamelijk traag op gang, alsof het zichzelf uit de modder moet trekken. Maar zodra je erin zit, wordt je meegenomen en niet meer losgelaten. De film kroop me zodanig onder het vel dat ik aan het einde zelfs tranen voelde opkomen, wat mij nochtans niet snel gebeurt. Miserie, hoop en menselijkheid zo mooi in beeld gebracht.

Ik ben er nog altijd van onder de indruk.

 

Maart: Lady Bird (Greta Gerwig)

(Over het waarom van deze reeks, zie: Een jaar vol vrouwen)

Een van mijn Plannen (Plan H denk ik) is het schrijven van de Grote Roman. Deze speelt zich af in Merksem (Antwerpen) in het jaar 1998, en gaat over een meisje in haar laatste jaar middelbaar. Het is niet autobiografisch, al was ik in 1998 weldegelijk een laatstejaars in een middelbare school in Merksem.

Met die informatie in het achterhoofd is het niet moelijk te begrijpen dat ik meteen mee was met Lady Bird. De film volgt een meisje tijdens haar senior year aan een katholieke high school in Sacramento, California, in 2002. Ik weet het, Merksem is geen Sacramento, maar ik had het gevoel dat de tijdsprong die ik voor de film moest maken, er een was waarop ik al veel had geoefend.

Greta Gerwig, de schrijfster en regisseur van de film, is bovendien exact drie jaar jonger dan ik en dus een generatiegenote. Kijk, dat vind ik dus su-per-cool. Die doet gewoon haar ding, en haalt daarmee fluitend een paar Oscar-nominaties binnen.

En helemaal overstag ging ik toen ik de brief las die Gerwig aan Justin Timberlake geschreven had, waarin ze hem vroeg of ze een van zijn songs in haar film mocht gebruiken:

“Dear Mister Timberlake,

I mean, what can I say? You´re Justin Timberlake. You were the soundtrack to my adolescence. Your rise corresponded exactly with my very awkward puberty. Between *NSYNC and your solo work every year of my growing up was defined by your sound. I pretty much wouldn´t be an adult without you. (…) I know I am not the first lady to completely geek out over you and your music, and I know I won´t be the last. But I can say with certainlty that no one would be happier, more honored, or more psyched to have your song in my film. How I wish I could tell the girl in headgear that she´d be getting this moment as an adult.”

Daarmee moest ik meteen denken aan een vriendin van mij, die in de periode waarin de film zich afspeelt, een interimjob had als wardrobe assistant in Flanders Expo. Ze heeft toen Justin Timberlake in levende lijve gezien. Meer nog, ze heeft daar een (zij het zeer beperkt) gesprek met hem gehad. (*) Toen ze ons daarover vertelde, voelde het alsof ze ons tot aan de poort van het sterrendom had gebracht. Justin and me. One degree of separation.

Moet het nog gezegd, wat ik van Lady Bird vind, behalve dat ik helemaal mee was? Okee: het is een mooie film. Kwetsbaar, echt, warm, eenvoudig. En een klein beetje rebels. Helemaal zoals de meisjes van zeventien die wij ooit waren.

(*) “Excuse me…” – “Oh, it´s okay.” (Vriendin moest passeren en Justin zat in de weg.)

 

 

 

 

Een jaar vol vrouwen.

Terwijl het land hier gisteren met recht en reden half op zijn gat lag (Día Internacional de la Mujer), zat de dees zich af te vragen hoe ze een nuttige bijdrage kon leveren.

En ik dacht: film. Iets met film.

Want de verhalen die we aan elkaar doorgeven zijn niet onschuldig. Ze bepalen mee hoe we ons ten opzichte van onszelf en elkaar gedragen. Daarom is het nodig dat we stilstaan bij wat er in die verhalen verteld wordt, hoe ze verteld worden, en wie ze vertelt.

Sinds ik gelezen heb over de Bechdel-test, kan ik niet meer onbevooroordeeld naar films en series kijken. Die test kan je doen voor eender welke film, en is heel simpel. Stel volgende vragen:

  1. Zijn er minstens twee vrouwelijke personages in de film en hebben ze een naam?
  2. Praten deze vrouwelijke personages met elkaar (langer dan een minuuut in totaal)?
  3. Praten ze over iets anders dan een man?

Een film slaagt voor deze test als er op alle drie de vragen “ja” geantwoord kan worden. Het is verbazend hoeveel films deze test niet doorstaan.

Een van de oplossingen is: meer vrouwelijke regisseurs. (*)

Maar die komen zelden aan de bak bij de grote spelers, en ze vallen al helemaal niet in de prijzen. En dat is niet omdat er geen goede vrouwelijke regisseurs voorhanden zijn, maar voornamelijk omdat zowel mannelijke als vrouwelijke leidinggevenden in de filmindustrie bij het woord “regisseur” spontaan aan een man denken (**).

Daarom wil ik elke maand minstens één film bekijken van een vrouwelijke regisseur, en daarover op deze blog berichten, twaalf maanden lang. Leest en kijkt u lekker mee. Suggesties zijn overigens welkom. (Ik zet mij alvast schrap voor opmerkingen over de titel van deze post.)

En voor wie zin heeft in nog een paar tedtalks over dit thema:

 

(*) “...the female directors are associated with, in terms of short films and indie films, more girls and women on-screen, more stories with women in the center, more stories with women 40 years of age or older on-screen” (Stacy Smith)

(*) Turns out, both male and female executives, when they think director, they think male. They perceive the traits of leadership to be masculine in nature. So when they’re going to hire a director to command a crew, lead a ship, be a visionary or be General Patton, all the things that we’ve heard — their thoughts and ideations pull male. The perception of director or a leader is inconsistent with the perception of a woman. The roles are incongruous, which is consistent with a lot of research in the psychological arena.” Stacy Smith