Guide to the Spanish: Meanwhile, The Women

 

Nu over de hele wereld protestmarsen aan de gang zijn die de inauguratie van Trump (terecht) zien als een slag in het gezicht van vrouwen en van iedereen die om het welzijn van vrouwen geeft, lijkt de tijd gekomen om die ene, korte post op deze blog te zetten.

In 2016 kwamen er 53 vrouwen om het leven door partnergeweld. Dat is één moord per week. En voor u zich over dit hoge cijfer zou verbazen: 2016 kende het láágste aantal moorden door partnergeweld in de afgelopen tien jaar. Dus ge moet niet vragen.

Voor januari 2017 staat deze droeve teller al op vier:

 

Ik zou hier nog een hele analyse onder kunnen typen, maar daar heb ik voor het moment geen tijd voor, dat komt misschien nog. Morgen zet ik alleszins mijn roze muts op, en ik hoop dat zeer veel vrouwen én mannen dat ook zullen doen, desnoods alleen maar in gedachten, maar met gedachten begint alles.

 

 

 

Guide to the Spanish: Work

 

Als noorderlingen zijn we geneigd te veronderstellen dat Spanjaarden niet zo hard werken. Een volkje van praatgrage, schouderophalende levensgenieters zien we immers geen 12 uur per dag op kantoor doorbrengen.

De werkelijkheid is echter behoorlijk anders. Spanjaarden kloppen meer uren dan Belgen (zo´n 150 uur meer per jaar). Bovendien werken ze vaak op onmenselijke uren, rollen ze van de ene shift in de andere, moeten ze op hun eentje een werklast torsen waar je makkelijk 3 mensen mee bezighoudt, en worden ze daar een habbekrats voor betaald. En daar wordt zelden over geklaagd, want sinds de economische crisis (*) mag je al van geluk spreken dat je een job hebt. Het is maar hoe je geluk definieert, natuurlijk.

Mensen die om 8 uur beginnen en om 20u gedaan hebben, zijn hier geen uitzonderingen. Soms ligt dat aan het feit dat niemand naar huis durft zolang de baas nog achter zijn bureau zit, ook al zit de officiële werkdag erop en heb je niets meer te doen. Maar de grote boosdoener is de lange middagpauze, die gemakkelijk tweeënhalf uur kan duren. Want dat is de siëstatijd waaraan niet geraakt mag worden. Voor wie iets verder van huis werkt, is dat vaak compleet verloren tijd, maar dat wordt gemakshalve over het hoofd gezien. Veel mensen brengen die tijd door in een bar, pratend met vrienden of collega´s. Maar ik ken ook mensen die na de lunch gewoon weer aan het werk gaan, al worden ze voor die uren eigenlijk niet betaald.

En toch is dit niet echt een paradox. Ik heb er de laatste weken veel over nagedacht, en mijn persoonlijke conclusie  –for what it´s worth– is dat deze arbeidomstandigheden net voortkomen uit de Spaanse mentaliteit. Want aan de basis heeft het te maken met hiërarchie en een niet willen (of durven) raken aan die hiërarchie. Aan de dingen nemen zoals ze komen, omdat je toch niet de macht hebt ze te veranderen. Aan je neerleggen bij de situatie zoals ze is, in plaats van op te komen voor verandering. Hoe vaak heb ik niet iemand de schouders zien ophalen en zeggen “Och ja, dat is nu eenmaal zo”.

En wie wel verandering wil, vindt die vaak sneller (en veel beter betaald) in het buitenland.

Wie het hier wel voor elkaar heeft, zijn zij die voor de staat werken: administratief bedienden, artsen, leraars in staatsscholen, etc. Die krijgen een degelijk loon aan het eind van de maand (of toch een normaal loon, naar Belgische normen), en hebben meestal om 15u al gedaan. Geen wonder dus dat iedereen aan de oposiciones, de staatsexamens, wil meedoen. Deze worden uitgeschreven naargelang het aantal beschikbare plaatsen, wat betekent dat er sinds de crisis voor bepaalde categorieën maar amper examens geweest zijn. En wanneer er wel een examen wordt uitgeschreven, moet je soms met tweeduizend medekandidaten concurreren voor een 50-tal plaatsen. Fun.

Kortom, voor werk moet je niet naar Spanje komen. Maar dat hadden jullie vast al door.

(*) Tijdens die crisis steeg het werkeloosheidspercentage van 8 % in 2007 naar 26 % in 2013. Momenteel zitten we op 19 %. Voor jongeren onder de 25 jaar zitten we momenteel op een duizelingwekkende 44 %.

 

 

 

Guide to the Spanish: Education

Nu we toch over kinderen bezig zijn: hier een woordje over het Spaans onderwijs.

De kleuterschool beginnen ze in september van het kalenderjaar dat het kind drie wordt (mijn dochter is van april, dus ze begon de kleuterschool toen ze al 3,5 was). Als je je kind eerder naar de opvang wil sturen, moet je dat zelf betalen.

Wat ze op de kleuterschool leren, hangt af van school tot school en van leerkracht tot leerkracht. Hier leren ze al van in het begin lezen en schrijven. Ik ben daar persoonlijk geen voorstander van, ik zie kleuters liever de hele tijd spelen, maar het is niet anders. Het idee achter dit Matilda-plan is dat ze dan beter voorbereid naar het eerste leerjaar gaan, want daar wordt er naar het schijnt stevig op de gaspedaal geduwd. Mijn mening is dan dat ze beter wat minder druk zetten in het lager onderwijs, zodat ze het op de kleuterschool ook kalmer aan kunnen doen, maar zo werkt het dus niet.

Gelukkig wordt dat lezen en schrijven wel erg speels aangeleerd: de letters worden gelinkt aan de namen van de klasgenootjes, en ze leren dus eerst elkaars namen schrijven. Nummers worden ook aan hun vriendjes gelinkt. Ik moet zeggen dat het wel impressionant was een vierjarige aan tafel te hebben die zo eventjes een ganse lijst neerschreef van 26 kinderen met elk hun eigen nummer en naam erachter. (De klasgroepen blijven drie jaar lang dezelfde, dus die kinderen kennen elkaar door en door.) Dat de letters aan namen gelinkt worden, blijkt ook erg handig bij het aanleren van moeilijke letters. Mijn dochter heeft geen probleem met de “stille H”, want dat is de H van Judith. En dat de C op twee manieren kan uitgesproken worden (als K en als S), is ook geen probleem: er is de C van Carlos en de C van Cesc.

Dan volgen er zes jaar basisonderwijs. Onder de moeders van de kleuters doet hier het spookverhaal de ronde dat er dit jaar VIJFTIEN boeken aangekocht moesten worden voor het eerste leerjaar, en dat er al meteen met kleine letters geschreven wordt. Bovendien geven sommige juffen zoveel huiswerk dat de kinderen na schooltijd niet meer in het park geraken om te spelen. Maar soit, we zullen zien.

Na het basisonderwijs volgen er vier jaar ESO (Educación Secundaria Obligatoria). Het heeft even geduurd voor ik het doorhad, maar in het secundair worden er hier geen niveauverschillen gehanteerd. De groepen zijn dezelfde als in de lagere school. Daar kwam ik achter toen ik hoorde over leerlingen die alleen maar 10´en op hun rapport hadden. “In het secundair onderwijs? Dat kan niet,” zei ik. Want in België bestaat zoiets inderdaad niet. Als je daar 100 procent haalt op je rapport, dan zit je in een te lage richting, en in de “hoge” richtingen zorgen ze er wel voor dat je niet aan 100 procent geraakt. Maar hier kan dat dus wel, want er zijn tot en met het vierde middelbaar geen “hoge” en “lage” richtingen.

Na 4 jaar ESO wordt er wel een keuze gemaakt. Dan kan je naar het Beroepsonderwijs (Formación Profesional) of 2 jaar Bachillerato doen, een voorbereiding op het hoger onderwijs. En daar gaat pas echt goed de zweep erover, want de punten van je eindexamen na twee jaar bachillerato (de Selectividad genaamd) bepalen je verdere onderwijsloopbaan. Voor elke richting aan de universiteit is er namelijk een minimumscore vastgesteld, en als je die niet haalt, kan je die richting niet studeren. Bovendien is er ook maar een beperkt aantal plaatsen, en wie de hoogste scores haalt op de selectividad mag eerst kiezen (en ook eerst de uurroosters kiezen). Het is hier dus heel normaal dat je niet je eerste keuze gaat studeren, maar bijvoorbeeld de opleiding doet die je als derde keuze had aangevinkt. Je kan natuurlijk wel altijd aan een privé-universiteit gaan studeren, maar daar moeten je ouders het wel mee eens zijn, want dat is een pak duurder.

 

 

 

Guide to the Spanish: Babies

Dit keer geen citaat uit de Xenophobe´s Guide, want daar staat geen hoofdstuk in over baby´s (maar ik ga wel even consequent door met Engelse titels, vandaar babies hierboven). Een opmerking van Kleine Atlas deed mijn frank vallen: ik hoef me eigenlijk helemaal niet aan de indeling van de Xenophobe´s Guide te houden. Daarom zullen er ook een paar afleverinkjes verschijnen zonder cursief citaat uit dat boekje als inleiding.

Spanjaarden zijn gek op baby´s. Ik moest altijd veel moed rapen voor ik met mijn ukje een kamer vol familieleden binnenstapte, want die kwamen geheid op ons afgestormd als een horde wilde neushoorns. Mijn coping strategie was dan om haar dicht tegen me aan te drukken (want ze rukken je baby ook gewoon uit je armen als je niet teveel weerwerk geeft), luid te roepen “Uit de weg, ze moet gevoed worden!” en dan de dichtsbijzijnde slaapkamer in te duiken. Wanneer iedereen een beetje gekalmeerd was, sloop ik dan voorzichtig weer naar buiten en deed de ronde langs tantes, neven, nonkels, nichten, grootmoeders, overgrootmoeders en buren, zodat iedereen mijn dochtertje eens kon vasthouden. Daar hoorde dan onvermijdelijk een heel schattig kriebelspelletje bij over een poes, waarbij het baby´tje over haar gezicht gestreeld werd, terwijl deze heerlijke Vaenciaanse woorden klonken:

Mixinetes, arrapaetes, que vindrà el gatet, i te fará “miau, miau, miau, miau, miau”!

Wat ook tamelijk bijzonder is: Spanjaarden zijn gek op baby´s, van wie ze ook zijn. Wanneer je een fruitwinkel, bakkerij of postkantoor binnenstapt met een kinderwagen, is er altijd wel iemand die zich over je kleintje heen buigt en er een conversatie mee begint. Het probleem is dat je in het Spaans moeilijk over een kind kan praten zonder het geslacht aan te geven. In het Vlaams kan je daar makkelijk omheen door “Wat een schoon kind!” uit te roepen, maar zodra je in het Spaans “¡Qué guapo!” zegt over een meisje, of “¡Qué guapa!” over een jongen, heb je het in twee woorden al verpest. Want het wordt niet geapprecieerd dat je het geslacht van iemands baby verkeerd inschat, en mensen die zich laten vangen, schamen zich er geweldig over. Daarom (en volgens mij echt alleen maar daarom) krijgen meisjes van zodra ze geboren worden twee oorbelletjes in hun oortjes geschoten. In het ziekenhuis, op de materniteitsafdeling. Mijn dochter niet, omdat ik dat expliciet geweigerd heb. Maar daarmee heb ik tientallen mensen in affronten gebracht, want een baby zonder oorbellen is voor hen een jongen. Ook wanneer ik mijn dochtertje in een rode jurk met een knalroze strik op de buik had gehesen, bleven mensen haar ongehinderd een mooi jongetje noemen. Wat mij natuurlijk geen bal uitmaakte, want een baby is een baby. Maar ik leerde al snel af de bewonderaars te corrigeren, enerzijds om hen de gêne te besparen, anderzijds omdat ik het beu was weer die hele uitleg te geven over waarom ik bij haar geen gaatjes had laten schieten.

Het is in een dorpje als het onze ook volstrekt normaal dat onbekenden (zowel mannen als vrouwen en voornamelijk bejaarden) je op straat totaal ongevraagd opvoedkundig advies geven. En niet op een Peter Adriaensen manier. Nee. Ze richten zich rechtstreeks tot je peuter met de woorden “Hebt gij nog altijd nen tutter? Bah, zo vies!” (Hallo, mijn kind is anderhalf en je hebt haar nog nooit eerder in je leven gezien.) Een ander voorbeeld vond plaats op een zonnige wintermiddag, toen ik gehaast de buggy voortduwde en daarbij een heertje passeerde, dat me toeriep: “Hela! Zet dat kind eens een muts op!”

 

Dus stel u voor hoe groot de cultuurshock was toen ik met mijn baby naar België reisde, daar openbare ruimtes betrad en er niemand naar mijn baby omkeek. Ik kon amper geloven hoe weinig aandacht ze kreeg, en ik werd er eerlijk gezegd een beetje ongemakkelijk van.

“Hey, ik ben hier wel met een superschattige baby,“ wou ik roepen (maar hield me natuurlijk in, brave Belg die ik nog steeds was).Toen begon ik de overdreven aandacht van de Spanjaarden wel iets meer te appreciëren.

 

Die toegenomen appreciatie duurde even lang als mijn bezoek aan België. Zodra ik weer in Spanje was en de moeder van een vriendin ongevraagd mijn baby uit mijn armen rukte, was het meteen weer over.

 

Guide to the Spanish: Sex

“In Spain lust is ever in the air. There is nothing about the Spanish appreciation of sex that is inhibited or restrained. (…) The Church, once powerful and reprimanding, is no longer allowed to dampen people´s enjoyment of sex; all edicts from Rome are ignored, and in many out of the way villages where the 20th century has not quite caught up, the people encourage their priest to have a mistress so that they can have peace in mind when their daughters go to confession. (…)

Spanish girls are generally to be protected and kept innocent for as long as possible, while foreign girls are regarded as easy prey. The English head the top of the list, possibly because there are more of them than Americans who come a close second. The Germans take the whole business a bit to seriously, the Scandinavians are clinical, the French tend to talk too much and compare performances, while Brazilians, Argentinians, Colombians and other South Americans are considered best, knowing how to make the conquest difficult with a promise of victory at the end, but only because they are far from home.

From the Spanish female point of view, the foreign male has little to offer that she can´t find at home as far as sensuality is concerned, so non-physical attributes (homour, joie-de-vivre, money) can sway the balance.

Though loud car horns, motor cycles revving up, jack hammers hammering, chainsaws screaming and incessant shouting are not usually noises noticed by the Spanish, people will pause to listen attentively in empty night streets to the sensitive sound of a couple in climax from beyond a balcony and half open shutters.”

(Drew Launay, Xenophobe´s Guide to the Spanish, p 33-35)

 

Het stereotype van de Spanish lover is waarschijnlijk tot stand gekomen door hun gebrek aan personal space (zie eerdere post: Greetings) waardoor een Spanjaard veel sneller als flirterig overkomt: hij knijpt tijdens een gesprek spontaan in je arm, trekt achteloos de rits van je vest wat verder dicht, slaat zijn arm om je middel en dat allemaal zonder bijbedoelingen. Omdat ze zo onbevangen omgaan met lichaamscontact, vermoed ik dat het voor een buitenlander niet altijd makkelijk is om daadwerkelijk met iemand te flirten, want al jouw trucs gaan hier verloren in een zee van fysieke gemoedelijkheid.

Bovendien is het hier de helft van het jaar zo warm (zie: het seizoen van de halfnaakte mannenlijven) dat ze het veel meer gewend zijn blote torso´s en gapende décollétés te zien, waardoor ze er minder van opkijken en zich –naar noorderlijke normen- ook gewaagder kleden zonder dat ze daarmee een bepaalde boodschap willen overbrengen.

Maar dat wil niet zeggen dat er hier zomaar vrolijk in het rond gevogeld wordt of dat iedereen hier tegen zijn 25e een Kama Sutra expert is. Vaak zelfs integendeel.

De eerste grote domper op de feestvreugde is het feit dat jonge mensen vaak heel lang in het ouderlijk huis / op het ouderlijk appartement blijven wonen. Daardoor is seks vanaf het begin iets wat clandestien moet gebeuren: ofwel in de eigen slaapkamer op die twintig minuutjes dat moeders bezoekje aan de buurvrouw overlapt met het begin van vaders late shift, en kleine broer bij een vriend is gaan gamen, ofwel in de auto na zonsondergang, op een plaats waar de enige passanten andere koppeltjes in auto´s zijn op zoek naar een plekje om ongestoord te kunnen ontladen. Deze plaatsen worden picaderos genoemd, en er zijn websites (bijvoorbeeld deze) waarop je de dichtsbijzijnde picadero kan opzoeken. Het is dan ook geen wonder dat het liedje “Qué difícil es hacer el amor en un Simca 1000” een grote hit was in de jaren `80. Een Spanjaard van de oudere generatie wist me trouwens te vertellen dat het “inderdaad niet gemakkelijk was”.

Een andere factor is nog steeds de katholieke kerk, wat er in bovenstaande gids ook beweerd mag worden. Er zijn nog steeds mensen van mijn generatie die trouwen met hun eerste lief, wachten met het voltrekken van de daad tot de eerste huwelijksnacht, en in sommige gevallen zeer veel kinderen krijgen. En ook onder de minder katholieken is het geen uitzondering te trouwen met je eerste liefde. Zo zijn veel koppels van in de dertig al bijna hun halve leven samen met hun echtgenoot of echtgenote.

Al ligt dat bij Spanjaarden die op Erasmus zijn gegaan wel een beetje anders natuurlijk 😉

 

 

 

 

Guide to the Spanish: Greetings

“Spain´s social behaviour is probably the most informal in the world. (…)

Introductions at home, in the street, in cafés, restaurants or wherever, therefore take a long time –longer even than in France (where an hour should be given to shake the hands of everyone in sight) since the men will kiss the women, the women will kiss the women, the children will kiss other children, the aunts will kiss the uncles, cousins, grandfathers, grandmothers, the cook, the thief, his wife, her lover.

All this is because, on the whole, the Spanish are emotionally demonstrative and gregarious. They love to meet new people, old people, old friends, new friends, and to this end continually make appointments for morning coffee, luncheon, afternoon coffee, dinner, late night coffee, late late night coffee.”

(Xenophobe´s Guide to the Spanish)

Onthouden: twee kussen in Spanje!

Afscheid nemen duurt hier uren –je kan best aan je afscheidsronde beginnen een half uur voordat je echt wil doorgaan. Want tijdens het afscheidskussen worden er vaak nieuwe gesprekken aangeknoopt, aangezien Spanjaarden gek zijn op sociale conversatie. En eens je daarin mee bent, begin je het ook zelf te doen, want het is gewoon leuk. En zo gezellig.

Spanjaarden hebben vrijwel geen personal space. Ze geven ongegêneerd kussen, knuffels en schouderklopjes, en gaan lekker dicht tegen elkaar staan of in de metro bijna op je schoot zitten ook al is de plaats naast hen vrij. Eens je daaraan gewend bent en je die zuiderlingen niet langer van je af probeert te slaan, begin je te beseffen hoe fijn het is. Al wat je in Rafelbunyol moet doen om van een depressieve bui af te geraken, is de deur uitgaan. Na een knipoog van de barman op de hoek, een losse babbel met de mevrouw van de papelería, een knuffel van een vriendin en een schouderklopje van de optieker is het zeer moeilijk je nog eenzaam en alleen te voelen.

 

 

 

Guide to the Spanish: Only if it ´s enjoyable

“Anyone attempting to understand the Spanish must first of all recognise the fact that they do not consider anything important except total enjoyment.

If it is not enjoyable, it will be ignored.

Capable of finding boundless energy to satisfy this pleasure seeking, their enormous capacity for having fun results in any unexpected form of entertainment taking precedence over everything else.

Which means that they change their minds continually. Planning does not play any part in their lives. All that is predictable about the Spanish is their unpredictability.

When visiting the country you cannot act upon the old dictum “When in Spain do as the Spanish do”, because no-one knows what they will be doing next.” (Xenophobe´s Guide to the Spanish, p 5)

Voor een buitenstaander kan het soms moeilijk te begrijpen zijn waarom men hier stieren loslaat op straat, en er dan en masse rond gaat lopen. Het wordt nog moeilijker te begrijpen wanneer er tijdens die stierenlopen gewonden en zelfs doden vallen, en er een paar maanden later toch weer stierenlopen georganiseerd worden, in dezelfde straten, door dezelfde mensen. Het mechanisme hierachter is echter zeer eenvoudig: stierenlopen zijn opwindend en fun. En Spanjaarden zijn gek op plezier. Dodelijke verwondingen houden hen niet tegen, zo diep zit dat. (Trouwens, hoe groter de kans op bloed en drama, hoe opwindender het ganse spel, en daardoor extra fun.)

Hun onvoorspelbaarheid is voor hen geen reden tot bezorgdheid of irritatie. Integendeel, het maakt het leven hier een pak eenvoudiger, hoe contradictorisch dat ook moge klinken. Want als niemand voorspelbaar is, kan je gerust een paar steken laten vallen zonder dat iemand daar van opkijkt of je erop aanspreekt. Je leert improviseren, leven van dag tot dag, en als je echt niet weet wat je aanmoet met de situatie, dan ga je gewoon iets drinken op een terrasje.

Met veel verbazing horen ze verhalen aan over noorderlingen die in hun agenda kijken wanneer ze een afspraak maken om over twee weken naar de cinema te gaan. Dat moet je hier niet proberen, dat is gewoon onzin.

 

 

 

Guide to the Spanish: Nationalism and Identity

And now for something completely different.

Tijdens de verhuis heb ik dit boekje teruggevonden: Xenophobe´s Guide to the Spanish. Een witty samenvatting van de Spaanse mentaliteit en levensstijl, waaraan ik tijdens de Grote Oversteek (Frankrijk overgestoken) mijn eerste inzichten ontleend heb over het volk wiens gezelschap mij ten deel zou vallen.

Wat een plezier was het om acht jaar later weer in dat boekje te duiken, en de inhoud te toetsen aan de ervaringen die ik hier gedurende die tijd heb opgedaan. Een leuk idee voor een reeksje blogposts, dacht ik. Dus hier gaan we: ik ga uit elk hoofdstuk de leukste stukjes pikken, en er wat commentaar aan toevoegen. Te beginnen met het hoofdstuk over nationalisme en identiteit.

(Opmerking vooraf: wanneer ik het hieronder heb over “Spanjaarden”, dan bedoel ik dat in het algemeen. Uiteraard zijn niet alle Spanjaarden hetzelfde. Dit is een veralgemenende tekst die een globaal idee wil geven en niet al te letterlijk genomen moet worden.)

 

Nationalism

“When nationalism is enjoyable, the Spanish can be nationalistic, as they were with fervour in 1992 when the Olympic Games landed in Barcelona. Never having cared much about athletics, swimming or fencing before, they realized that being cheered on by family and friends for running and jumping was rather gratifying, but when the games moved to Atlanta, not to mention Sydney, they rather lost interest. Too far away to get involved. (…) They will stay glued to they television sets to watch the Oscars if a Spanish film has been nominated, not so much because they want it to win but because it is a great excuse to stay up all night. In Spain days are for siestas and nights are for fiestas. (…)

The Spanish will only be aware of other nationalities if they have visited their country and had a great time. Conversely, they will think little of them if they were bored there.” (p 1, 2)

Het grote geheim achter het algehele contentement van de Spanjaarden is waarschijnlijk dit: dat ze helemaal mee zijn als er iets leuks gebeurt, en dat ze meteen hun interesse verliezen wanneer de dingen fout lopen. Mijn man kan zeer blij zijn als Valencia C. F.  een voetbalmatch wint, maar als ze verliezen, zet hij gewoon de tv uit en gaat iets anders doen.Toen de Spaanse voetbalploeg Europees kampioen werd in 2008, wereldkampioen in 2010 en weer europees kampioen in 2012, waren de Spanjaarden uitzinnig van vreugde en werden er niet te evenaren feesten gebouwd. Toen ze er dit jaar bij de wereldbeker voetbal uitgekickt werden in de achtste finales, haalde iedereen z´n schouders op en ging wat anders doen. Ze zien er gewoon het nut niet van in te blijven zeuren. Je kan veel zeggen over de Spanjaarden, maar klagen en zagen, dat doen ze niet.

Wat nationalisme betreft, kan je bepaalde (vooral jongere) Basken, Catalanen, Valencianen, etc.  wel makkelijk op hun paard krijgen door over nationale politiek te beginnen, maar bij de meeste Valencianen is er op dat vlak niet echt veel strijdvaardigheid te bespeuren. Ze vinden het wel schitterend wanneer je als buitenlander de moeite doet om Valenciaans te leren, en als je het ook nog begint te spreken, dan vallen ze helemaal achterover. Maar ze zouden het nooit of te nimmer van iemand eisen, en ze kijken er geen enkele Castellano-spreker op aan wanneer die geen Valenciaans begrijpt, ook al wonen die hier al hun hele leven.

Identity

“The Spanish are viewed as noisy, having no consideration for others, always late for appointments if they turn up at all, unreliable and never seeming to go to bed except in the afternoons. Worst of all they appear indifferent to complaints, apparently capable of shrugging off any form of criticism. (…)

The Spanish, if they think about it at all which is doubtful, see themselves as totally acceptable people in a world where many are not.” (p 2, 3)

Ze zijn luidruchtig, absoluut, maar het feit dat ze anderen storen met hun lawaai ligt niet zozeer aan een gebrek aan consideratie voor de ander, als wel aan het feit dat ze zich zozeer aan het amuseren zijn dat ze er gewoon niet bij stilstaan dat ze anderen daarmee zouden kunnen storen.

Wat het te laat komen betreft: dat klopt niet helemaal. Kwamen ze maar altijd te laat, dan wist je tenminste wat te verwachten. Het probleem is dat Spanjaarden compleet onvoorspelbaar zijn: soms komen ze vijftien minuten te laat, soms een uur, en net die keer wanneer jij opzettelijk te laat komt omdat je het beu bent altijd op de anderen te moeten wachten, dan is iedereen precies op tijd gearriveerd en zitten ze te wachten op jou.

Spanjaarden zijn ook niet onverschillig tegenover klachten –ze kunnen er gewoon slecht mee om. Ze worden er erg onzeker van. Een fout toegeven betekent immers schuld bekennen, en dat krenkt hun eergevoel. Daarom doen ze alsof het hun niks kan schelen, of steken ze de schuld op externe factoren of op anderen. Hoe dan ook: zich verontschuldigen doen ze zelden en ze vinden het ook behoorlijk vreemd wanneer een ander dat doet.