De liefde voor (bepaalde) boeken

Ik ben een dierenvriend, maar dat wil niet zeggen dat ik per definitie van alle dieren hou.

“Ik begrijp het niet,” zei de moeder van een ex-lief ooit, verwijzend naar mijn koele behandeling van haar schoothondje. “Ik dacht dat Kathleen zo´n dierenvriend was?” Maar het is met dieren zoals met mensen: sommige karakters botsen, anderen klikken samen als Maagdenburgse bollen.

En met boeken gaat het net zo: ik ben pro boeken en général, maar er zijn er die ik zonder pardon in de papiercontainer gooi, omdat ik vermoed dat ze in een tweede leven als schoolschrift een waardevoller bestaan zullen leiden. Maar er zijn evengoed boeken waar ik verliefd op word, en die liefde manifesteert zich op de volgende manieren:

  • Ik schrijf of onderlijn erin met potlood
  • Ik neem het boek mee in mijn handtas om het buitenshuis voort te kunnen lezen, zodat er ezelsoren aan komen
  • Ik besteed aandacht aan de keuze van de bladwijzer
  • Ik ga op zoek naar andere boeken van dezelfde schrijver/schrijfster

Over het algemeen ben ik geen fan van veel spullen bijhouden, maar deze boeken hou ik bij, of koop ik aan als ik ze gelezen heb maar zelf nog niet heb. Boeken die me…

  • …hebben doen huilen (één traan volstaat)
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor ik het leven iets beter begrijp
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor mijn leven iets vlotter verloopt

 

Omdat ik gezien heb dat er hier onder de lezers ook een paar boekenfans zitten, dacht ik van eens een lijstje met mijn all time favourites te grabbel te gooien (en daarmee te maskeren dat Het Plan in een zeer trage fase zit, maar zoals jullie weten ligt dat aan de zomer en het feit dat het schooljaar hier VEEL TE LAAT begint).

Hier gaan we:

Fictie:

  • Minoes (Annie M G Schmidt)
  • De Gebroeders Leeuwenhart (Astrid Lindgren)
  • Kruistocht in Spijkerbroek (Thea Beckman)
  • Matilda (Roald Dahl)
  • Winnie-the-Pooh (Alan A. Milne)
  • The Woman Who Walked Into Doors (Roddy Doyle)
  • The God of Small Things (Arundhati Roy)
  • Life of Pi (Yann Martel)
  • Never Let Me Go (Kazuo Ishiguro)
  • Far From The Madding Crowd (Thomas Hardy)

Non fictie:

  • The Tending Instinct (Het knuffelinstinct) (Shelley Taylor)
  • The Age of Empathy (Een tijd voor empathie) (Frans De Waal)
  • Awakening The Buddha Within (De Ontwakende Boeddha) (Lama Surya Das)
  • Emotional Intelligence (Daniel Goleman)
  • The Highly Sensitive Person (Hoogsensitieve Personen) (Elaine N. Aron)
  • The Migraine Brain (Carolyn Bernstein)
  • The Macho Paradox (Jackson Katz)
  • Neurosis and Human Growth (Karen Horney)

Wat mij eraan doet denken: waarom krijgen we op de middelbare school geen leeslijst non-fictie voorgelegd? Hoe waardevol zou het zijn als elke tiener reeds een paar boeken over psychologie achter de kiezen had alvorens aan het (z)ware leven te beginnen?

En nog een vraag: hoe zit dat bij jullie?

Wat zijn jullie favorieten?

 

 

 

 

 

Advertenties

1 september pas comme les autres

 

1 september begon voor mijn dochter om middernacht.

Toen zat ze met haar papa op straat paella te eten. Het is hier namelijk feestweek in Rafelbunyol, en de jaarlijkse paella-avond, waarbij in de hoofdstraat na zonsondergang honderden vuurtjes worden aangestoken waarop iedereen zijn paella komt koken, was verleden dinsdag wegens regen (ja, regen! Halleluia!) uitgesteld tot donderdag. Ik was thuisgebleven wegens te moe (drie migranies in augustus, beuh). Daardoor kreeg papa vrij spel en bracht dochterlief pas thuis tegen 1 uur ´s nachts. (Ik heb het dit jaar opgegeven daar nog tegenin te gaan. De school begint hier dit jaar pas op 11 september, dus voor deze week laat ik het maar gebeuren, die late bedtijden.)

Ze kroop bij mij in bed, en papa ging weer naar het dorp, waar de discomóvil voor een feestje zorgde.

Om 9 uur ´s morgens kwam papa weer thuis.

Nu is het vier uur. Ik vermoed dat in België de kindjes nu ongeveer naar huis zullen komen van hun eerste schooldag. Elena heeft er een hele dag voor de tv opzitten. Ondertussen heb ik aan mijn verkleedkostuum zitten werken, want vanavond is het hier carnaval. (*) Ik heb voor mezelf uit een lap jeansstof de blauwe jurk van Belle uit Beauty and the Beast nagemaakt (behoorlijk gelukt, maar het zit wel een beetje ongemakkelijk), en voor mijn dochter de jurk van Princess Poppy uit Trolls. Ik heb ook gel gekocht om haar haar rechtop te zetten en verf om het roze te spuiten. Papa gaat als zigeunerin.

Het wordt nog een interessante avond…

 

(*) Het Carnaval van Rafelbunyol is zeer bekend in Spanje. We kunnen vanavond zo´n 40.000 bezoekers verwachten, terwijl er in dit dorp maar zo´n 8500 mensen wonen.

IMG_20170901_220123

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?

 

 

 

 

 

Ontrouw (Of: less is more)

Ik las bij Odile Schmidt over een schrijfwedstrijd met als thema “Verboden vruchten”. Ideaal, dacht ik, want daar had ik een paar jaar geleden al eens een kortverhaal over geschreven. Bleek echter dat de limiet 500 woorden was, en mijn verhaal er meer dan 700 telde. Snoeien dus. Maar tijdens het snoeien zag ik dat er heel wat schortte aan de tekst. Het is dus een nuttige knipbeurt geweest. Om het helemaal op punt te krijgen, zou ik er best toch weer wat aan toevoegen, maar voor een blog lijkt de 500-woorden versie me wel lang genoeg. Dus voor wie zin heeft, hier is het kortverhaal:

Ontrouw

Van buitenaf had het een goed idee geleken. De handgeschilderde letters “Café Au Jolicoeur” op het vensterglas hadden hem het gevoel gegeven dat ze hem wenkten. Maar zodra Marcel het café binnenstapte, kwam het schuldgevoel aanrollen als een vloedgolf. Hij durfde toen echter niet op zijn voetstappen terugkeren en nam aarzelend plaats op een barkruk aan de toog.

Het café was licht en ruim. Aan een tafeltje bij het raam zaten twee jonge vrouwen samenzweerderig te praten over een onderwerp dat hen af en toe ondeugend deed giechelen. Studentes, vermoedde Marcel, ofwel oud-studiegenoten die kwamen bijkletsen. In hun ogen kon hij zien hoe opwindend het leven kon zijn, en dat sleur voor hen voorlopig slechts een woord was, geen gevoel.

Wat verderop aan de toog zat een vrouw met lange, rode krullen. Ze was elegant gekleed en zat te lezen in een boek dat ze met één hand op de toog opengeslagen hield. Ze droeg geen nagellak en voor zover Marcel kon zien ook geen lippenstift, hoewel hij dat om de een of andere reden van een vrouw als zij net verwachtte. Misschien droeg ze al genoeg rood in haar haren, bestond er een quotum voor dat soort dingen. Marcel glimlachte even. Zaken waar hij nog nooit over nagedacht had. Hij moest toegeven dat het hem plezierde er eens over na te denken. Maar het welbehagen opgewekt door deze observatie kon zijn ongemak niet verjagen.

“Wat zal het zijn?”

Hij keek betrapt op, recht in het gezicht van de barman. Het was een jonge kerel met perfect getrimde bakkebaarden.

“Een pintje,” mompelde Marcel.

En toen zag hij opeens zichzelf, in de spiegel achter de toog. Zijn gezicht rood van schaamte, zijn blik geschokt door de plotse confrontatie. Bewust een fout maken is één ding, maar jezelf ook nog eens recht in de ogen kijken terwijl je ermee bezig bent, is nog heel iets anders.

Marcel wachtte niet op het bier. Hij gooide een stuk van twee euro op de toog, en liep snel het café uit.

De daaropvolgende avond ging hij zoals vanouds naar café Den Toren. De weg naar zijn plek aan de toog werd door de eeuwige rookwalmen aan het zicht onttrokken -wat niet deerde want hij kon het traject blindelings afleggen. Zodra hij zich op zijn vertrouwde kruk had genesteld, stond er al een pint voor hem klaar. Langzaam keek hij op.

Raymond stond vlak voor hem, de dikke armen over elkaar geslagen, zodat de zeemeermin op zijn rechterarm onder de walvis op zijn linker doorzwom. Marcel prees zich gelukkig dat de tapkast tussen hen in stond.

“We hebben u gemist, gisteren,” zei Raymond vanonder zijn snor, op een toon die allerminst de gevoelswaarde van zijn woorden onderschreef.

“Ziek, moest thuisblijven,” prevelde Marcel.

“Jaja,” gromde de barman. “Ziek.”

Marcel zette het glas aan zijn lippen en liet het lauwe bier in zijn mond stromen. Met zijn ellebogen steunend op de toog probeerde hij het biljartspel van Ronny en André te volgen.

Het lukte hem van geen kanten.

 

 

 

 

Lol versus perfectie

Sinds september doe ik mee met de jazzband hier op de muziekschool, die verstopt gaat achter de naam “Taller de música creativa” (workshop creatieve muziek). Die groep bestaat uit drie saxofonisten, een trompettist, een contrabassist, een vioolspeler, een drummer, en twee stemmen: Laura (mijn betoverende, goedlachse partner-in-crime uit de zangles) en ik. De groep wordt geleid door David, de energieke leraar contrabas die kan zwaaien als een dirigent en pianospelen tegelijkertijd.

Verleden donderdag hadden we repetitie, en als voorbereiding op de audición van volgende week hebben we een uur aan een stuk hetzelfde nummer gerepeteerd: Hit the road, Jack.

Dus daar stonden we, op het podium, voor een lege zaal. De drummer tikte af, de saxofoons zetten in, David dreunde de akkoorden mee op de piano. En ik draaide me naar Laura, en zong:

O woman, o woman, don´t you treat me so mean.

You´re the meanest old woman that I´ve ever seen.

 

En die prachtige, vrolijke Laura grijnsde terug en repliceerde:

 

Well I guess if you say so, I´d better pack my things and go!

 

Na de vierde of vijfde keer het hele nummer doorlopen te hebben, riep Manolo vanachter zijn contrabas: “Wacht even, ik ga het opnemen!” en liep hij met zijn mobiele telefoon de zaal in.

Later die avond stuurde hij de opname door via whatsapp. Eerst klonken er een halve minuut aanwijzingen in de trant van “Nee Manolo, zet het wat verder!” en toen begon het nummer. Tijdens het luisteren naar mezelf merkte ik iets op wat ik eigenlijk al langer vermoedde, namelijk dat mijn stem eigenlijk niet zo geschikt is voor dit soort muziek. Ze is een beetje te braaf, te licht, niet rauw genoeg. Een vriend die operazanger is, heeft me eens gezegd dat ik een musicalstem heb. Ideaal voor ballades en Disneysongs, maar minder geschikt voor jazz- en soulwerk.

Maar ik hoorde nog iets anders in de muziek. Ik hoorde hoeveel plezier we hadden tijdens de opname. Ik zag weer voor me hoe Laura en ik hadden staan zwaaien en draaien op het podium, hoe we gelachen hadden en genoten, temidden van al die good vibes, omgeven door die geweldige instrumenten en enthousiaste muzikanten (die er ook wel eens compleet naast speelden, trouwens). En toen dacht ik: so what als ik geen jazzstem heb? Ik blijf gewoon lekker in die groep zingen want het is supertof. We zijn geen professionals, en godzijdank. We spelen zonder druk en zonder zorgen. En da´s de allerfijnste manier van spelen.

Daarom heet het trouwens spelen.

 

 

 

Tip van de Week!

 

Uw toegewijde is op azertyfactor door Karel Sergen uitgekozen tot Tip van de Week met het kortverhaal De Vlucht (een verhaal dat ook al eens door Marnix Peeters getipt was, by the way). En wat heeft hij daar mooie dingen over gezegd, ik zit hier nog te blozen… En ik ga nu eens even niet te bescheiden zijn om dat hieronder te herhalen:

“Wat Suzan als personage in dit flitsverhaal interessant maakt is dat ze in haar bruidsjurk het vliegtuig neemt naar Bangkok. Nog interessanter is dat ze geen geliefde bij zich heeft. Ik hou van bizarre personages en bizarre situaties, precies omdat ze in een verhaal neerzetten wat we ons durven verbeelden maar nooit zelf realiseren. Goede literatuur verbreedt grenzen op een manier dat het aannemelijk wordt. Daarvoor heb je wel de juiste tekening van het personage nodig en een precieze, intrigerende sfeerschepping. Daar is Kathleen in geslaagd. 

Een voorbeeld: we worden zo door Suzan op sleeptouw genomen dat we ons niet gaan afvragen waarom die man daar nu niet bij is, wat die of wat zij de dag voordien (was het wel de dag voordien?) hebben uitgespookt. Geen platte nieuwsgierigheid maar haar nieuwe beleving houdt ons aan het lezen. En de apotheose, een soort imaginaire zweeftocht van de bruid in het gangpad van het vliegtuig, luid toegejuicht door het publiek, voelt zalig aan. Het personage ervaart een bevrijding door wat het zelf heeft gekozen én door de omstandigheden waarin zij terecht komt.

De hilarische toiletscène vooraf heeft ook een functie: met veel vestimentaire moeite heeft ze zich ontlast. Ze is nu klaar om alle ballast af te gooien die haar zou hebben belemmerd om van een ware ‘bruidsgang’ te genieten. Een symbolische geladenheid vind je uiteraard ook in de titel ‘De vlucht’, een flauwe vondst als het niet door een sterk verhaal zijn ware betekenis kon krijgen. Kathleen kan schrijven. Ze houdt zich ver van analytisch gezwets of sentimentele tussendoortjes. Het verhaal trekt zich door via theatrale beelden in een stijl die tegelijk nuancerend beschrijvend is én kordaat genoeg om niet verloren te lopen in bloemrijke opsommingen.

Op het einde drinkt Suzan gulzig van het flesje water dat op de stoel ligt van haar afwezige partner. Zo mocht ik ook dit verhaal tot mij nemen, als onzichtbare lezer, omdat het helder en lekker ontwrichtend was voor mijn verbeelding. Waartoe dient literatuur anders?”

 

Hartelijk dank, mijnheer Sergen, u hebt mijn week goed gemaakt 🙂

 

 

 

Een Border Collie Brein in 1847

Ik was eerder per ongeluk een exemplaar van Jane Eyre tegengekomen, en mijn voornemen het te lezen was gepaard gegaan met het mentaal opstropen van de mouwen. Het ging immers om een boek uit 1847. Moeilijke woorden, lange zinswendingen, ellenlange  landschapsbeschrijvingen,… ik was er helemaal klaar voor.

Een totaal overbodige voorbereiding, zo bleek. Het leest vlotter en meer to the point dan de laatste moderne, Nederlandstalige boeken waar ik me doorgeworsteld heb. Maar dat was niet de enige verrassing: ik ben namelijk helemaal mee met de schrijfster, Charlotte Brontë. Ze werd geboren in april 1816, dat is dus tweehonderd jaar geleden. Maar ik heb het gevoel dat we perfect even samen iets zouden kunnen gaan drinken bij de bakker hier op de hoek en dat met haar van gedachten wisselen een pak makkelijker zou gaan dan met een hele hoop van mijn tijdgenoten.

Toegegeven, ik zit nog maar aan hoofdstuk 13, maar ik kon het niet laten er al iets over te schrijven, want ik heb zo het vermoeden dat juffrouw Brontë een Border Collie Brein bezat. Een mooi stukje daarover bijvoorbeeld:

“It is in vain to say human beings ought to be satisfied with tranquillity: they must have action; and they will make it if they cannot find it. Millions are condemned to a stiller doom than mine, and millions are in silent revolt against their lot. Nobody knows how many rebellions besides political rebellions ferment in the masses of life which people earth. Women are supposed to be very calm generally: but women feel just as men feel; they need exercise for their faculties, and a field for their efforts as much as their brothers do; they suffer from too rigid a restraint, too absolute a stagnation, precisely as men would suffer; and it is narrow-minded in their more privileged fellow-creatures to say that they ought to confine themselves to making puddings and knitting stockings, to playing on the piano and embroidering bags. It is thoughtless to condemn them, or laugh at them, if they seek to do more or learn more than custom has pronounced necessary for their sex.”

(Charlotte Brontë, Jane Eyre, p 141)

In 1847, dames en heren. Alstublieft.

 

 

 

De Accidenteel Gender-evenwaardige Boekentijdlijn (om maar eens een titel te geven)

Op mijn 35e verjaardag, ondertussen een jaar geleden, nam ik me voor 100 boeken te lezen alvorens de kaap van 40 te bereiken (is dat Kaap De Goede Hoop?)

Ondertussen heb ik er ongeveer 20 achter de kiezen, en wat me opviel toen ik onlangs de lijst eens bekeek, was dat mijn keuze tamelijk gespreid is waar het de leeftijd van deze boeken betreft. Dus heb ik voor de aardigheid (en ook om het autistje in mij te bevredigen) een tijdlijn gemaakt:

1906 – The Railway Children (Edith Nesbit)

1934 – Burmese Days (George Orwell)

1945 – The Catcher in The Rye (J.D. Salinger)

1960 – To Kill a Mockingbird (Harper Lee)

1962 – Noten Kraken (Godfried Bomans)

1974 – Monty Python and the Holy Grail (Monty Python)

1982 – The Secret Diary of Adrian Mole, aged 13 ¾ (Sue Townsend)

1987 – The Commitments (Roddy Doyle)

1998 – Round Ireland With a Fridge (Tony Hawks) (staat er nog niet bij, maar bijna uit)

2001 – Zijn Broer (Philippe Beson)

2006 – Eat, Pray, Love (Elizabeth Gilbert)

2008 –The Migraine Brain (Carolyn Bernstein)

2009 – Letter To My Daughter (Maya Angelou)

2009 – An Education (Nick Hornby)

2012 – This Is How You Lose Her (Junot Díaz)

2014 – The Woman Who Stole My Life (Marian Keyes)

2014 – Totes Les Cançons Parlen De Tu (Xavi Sarrià)

2015 – More Fool Me (Stephen Fry)

2015 – Big Magic (Elizabeth Gilbert)

2015 – Dertig Dagen (Annelies Verbeke) (heeft nummer 0 omdat ik er al in bezig was vóór mijn verjaardag)

 

* De boeken die ik niemand aanraad: Eat, Pray, Love en More Fool Me.

* De boeken waar ik mee gegrinnikt heb: Noten Kraken en The Secret Diary of Adrian Mole

* De boeken waar ik hardop mee gelachen heb: Monty Python and The Holy Grail, en Round Ireland With a Fridge

* De boeken die mij gepakt hebben: Burmese Days en Dertig Dagen

* De boeken die mij vree gepakt hebben: The Catcher In The Rye en To Kill A Mockingbird

* Het boek dat mijn leven veranderd heeft: The Migraine Brain

En wat het feministje in mij het mooiste vindt aan die ganse opsomming, is dat er in de lijst ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke schrijvers staan, en dat er (werkelijk geheel toevallig) in bijna elke van bovenstaande categorieën zowel een man als een vrouw staat.

Zomaar vanzelf!

Jeej, het kan!

Lezen out-of-the-box

De boekenbijlages in Vlaamse tijdschriften gaven mij altijd het idee dat lezen iets is wat vooral in de vakantie gedaan wordt, en dat het daarbij voornamelijk om romans gaat -liefst van al een “spannend boek”. Je kent dat beeld wel, van dat stapeltje boeken naast de strandstoel, dat stuk voor stuk afgewerkt wordt.

In een ver verleden heb ik dat ooit een keertje zo gedaan. Het was in de tijd dat ik nog naar Spanje op vakantie ging, omdat de familie van mijn toenmalig Belgisch lief een appartement had aan de Costa del Sol. Tijdens een van die vakanties heb ik een stapeltje antieke Zweedse detectives uit de boekenkast gehaald en die onder een strandparasol een voor een uitgelezen.

Maar normaal gezien staat mijn manier van lezen daar mijlenver vanaf.

Eerst en vooral omdat ik niet alleen op vakantie lees, maar het hele jaar door. Op sommige dagen lees ik niets, op andere dagen heb ik slechts een kwartiertje de tijd. Maar twintig dagen lang een kwartiertje, is vijf uur. Best de moeite, lijkt me dat.

Vervolgens omdat ik meestal in vijf boeken tegelijkertijd bezig ben. Elk boek heeft daarbij een tijd en plaats: zwaardere literatuur voor een vrij uur overdag, iets grappigs voor op de wc, een pocket voor op de metro, iets ontspannends voor het slapengaan. Daardoor duurt het soms maanden voor ik een boek effectief uit heb, maar vaak heb ik dan opeens drie boeken op een week uit. Dus uiteindelijk komt het op hetzelfde neer.

Maar de belangrijkste verandering in mijn leesgedrag is er gekomen toen ik begonnen ben met het lezen van non-fictie. Boeken geschreven door experts zijn een onvoorstelbare bron aan kennis. Mijn favoriete partner in crime is hierbij wordery.com: wat een heerlijke manier om makkelijk, snel en goedkoop aan Engelstalige boeken te geraken. (Dat lijkt op reclame, maar ik word hier niet voor betaald hoor. Het is gewoon een hint voor wie amazon wil omzeilen….)

 

En jullie, hoe lezen jullie?