Het Waargebeurde Piano Verhaal

Om helemaal mee te zijn moeten jullie weten dat ik al twee maanden lang op zoek ben naar een piano.

Ik kan maar niet de juiste vinden. Waarschijnlijk sleept het zo aan omdat ik diep vanbinnen liefst een piano met echte hamers en snaren zou hebben, maar mij door realiteitszin gedwongen voel te gaan voor een elektrisch exemplaar. En ondertussen, in het diepst van de nacht, droom ik heel stiekem van een vleugelpiano.

Nu is er een karaokewedstrijd hier in Rafel waarvoor ik me ingeschreven heb. In mei was er ook een wedstrijd geweest: toen had ik een verslonste Amy Winehouse-pruik uit de verkleedkist getrokken (souvenir van het vrijgezellenfeestje van mijn echtgenoot) en tijdens het zingen van Back To Black een zodanige Tipsy Amy Messes With The Jury-performance gegeven dat ik prompt de trofee voor beste interpretatie won. Vicente, de organisator en eigenaar van de sporthal waar de wedstrijd plaatsvond, was in de wolken -vooral omdat ik als enige in foutloos Engels kon zingen, vermoed ik. Hij had me op het hart gedrukt me in te schrijven voor de volgende editie.

In oktober werd ik gecontacteerd door Vicente, en hij vertelde me dat hij er deze keer wat meer werk van ging maken. Een dansschool zou voor de pauze-act zorgen, en voor elke performance zou er een video getoond worden van het originele nummer, zodat de kandidaat dat in zijn opvoering kon imiteren.

Ik dacht een poosje na, en stuurde hem toen deze video door:

Er zit wel een lange pianosolo in, maar ik dacht: ik verkleed me in een kat (diadeem met poezenoortjes, en een lange staart aan mijn jurk) en dan ga ik tijdens die solo gewoon wat tussen het publiek lopen en die staart in hun gezichten wrijven. Ge moet de mensen toch een beetje entertainen he.

Enfin. Vorige woensdag ging ik naar de sporthal voor de repetitie. En Vicente zei me dat hij de video veranderd had, want op degene die ik doorgestuurd had, kon je geen mensen zien. Hij had een clip gedownload van een optreden van Nina Simone:

 

Ik zei: maar ik wil dat best zoals op die eerste video doen hoor, ik ging mij in kat verkleden. En Vicente zei: dat is niet nodig, ik heb een piano voor u gemaakt.

En ik zei: wat?

En hij: ik heb een piano voor u gemaakt.

Ik: in karton?

Hij: nee, in hout.

Laat zien, zei ik. En toen nam hij me mee naar een lokaaltje waar een namaak houten vleugelpiano stond, toch wel één op anderhalve meter. Mijn mond viel open. Hebt gij dat zelf gemaakt? vroeg ik. Ja, zei hij, het was niet gemakkelijk.

Je kan kortverhalen schrijven en je kan kortverhalen lezen. Maar soms, als je geluk hebt, zit je er middenin.

 

 

 

 

Advertenties

Regels

Zeer inspirerende posts over regels gelezen (hier en hier), en aangezien dat iets is wat ik ook al een tijdje van plan was, spring ik maar eens mee op de kar. Al was mijn uitgangspunt aanvankelijk hoe blij ik altijd ben als ik mijn regels doorkrijg, aangezien dat betekent dat de komende negen maanden mijn nachtrust relatief gewaarborgd is. Maar dat is dus niet het soort regels waar het in die andere blogs over gaat, en ook niet waar ik het hier over ga hebben, wees gerust.

Ik heb erover zitten nadenken, welke regels er gelden hier in huis, en in mijn hoofd. En ik ben tot de conclusie gekomen dat ik sinds die verhuis naar Spanje negen jaar geleden zeer, zeer, zeer veel regels overboord heb gegooid /moeten gooien. Want alles wat thuis in het Belgenlandje zo vanzelfsprekend was, bleek dat hier dus niet te zijn. Echt de meest basic dingen. Bijvoorbeeld:

  • drie maaltijden per dag: ontbijt, middagmaal, avondmaal (nee hoor, vijf keer eten per dag)
  • op het openbaar vervoer moet ge zachtjes praten (haha, komaan gij)
  • kleine kinderen moeten voor tien uur in bed  (als ze moe zijn vallen ze vanzelf wel in slaap)
  • werk moet altijd perfect afgeleverd worden (wees maar gewoon blij dat het af is)
  • werk moet altijd op tijd afgeleverd worden (morgen is er nog een dag)
  • ongeveer 15 centimeter personal space (en het menselijk contact dan?)
  • ´s nachts op straat stil zijn (wie wil slapen moet maar oorstopkes indoen)
  • ge moet uzelf leren redden (jamaar, waar zijn uw familie / vrienden / buren / de kapster / de ouders van de vriendjes van uw dochter / de madam van de papelería en haar man/… dan voor?)
  • ge moet werk hebben (allez jong, bijna niemand heeft hier werk. als ge maar eten hebt.)

Als er in je omgeving dag in dag uit getornd wordt aan wat voor jou basisregels zijn, dan gaat algauw je hele vitrinekast vol opgeblonken normen en waarden tegen de grond. En dan pluk je van tussen de scherven die regels die echt het meest waardevol zijn en die de val hebben overleefd. Vriendelijk zijn voor anderen. Helpen als je kan. Grenzen stellen. Voldoende slapen.  

Daarom is het dat je met een even groot hart kan blijven houden van een zwangere vriendin wanneer ze een sigaret opsteekt, hoewel ze daarvoor in je land van herkomst aan het kruis genageld zou worden. Want ze heeft haar redenen en je hebt geleerd dat al dat oordelen over anderen niet helpt.

Daarom is het dat je nooit helemaal zal integreren, want je blijft halsstarrig weigeren je kind mee te nemen naar late feestjes, en blijft dan noodgedwongen zelf ook maar thuis. Maar dat heb je ervoor over want de slaap van kinderen is belangrijk, altijd en overal.

En daarom zal je nooit meer helemaal in je thuisland passen, want er zijn regels die onherroepelijk beschadigd zijn, en daar kan je je met alle lieve wil van de wereld niet meer naar plooien.

Het voordeel van dat hele proces is dat er veel ballast weg is.

Het nadeel is, denk ik, dat gevoel van tussen twee stoelen te vallen.

Maar da´s misschien een goede plaats voor een meditatiekussentje.

 

 

 

Beginselverklaring

Ik geloof dat ge altijd eerst met de ander moet praten.

Ik geloof in gebundelde krachten.

Ik geloof in pure chocolade, fruit en slaap.

Ik geloof in alles op zijn tijd.

Ik geloof in de slappe lach, seks met wederzijdse goesting, en dansen.

Ik geloof in zorgen voor kinderen, ook al zijn ze niet van u.

Ik geloof in vergelijkingen en metaforen.

Ik geloof in geven omwille van het geven en niet omwille van het terugkrijgen.

Ik geloof in hacerse camino al andar.

Ik geloof in vanalle soorten vriendschap.

Ik geloof in doorgeven.

Ik geloof in loslaten.

Ik geloof in constructieve feedback.

Ik geloof in grenzen en het respecteren ervan.

Ik geloof in liefde op het eerste gezicht.

Ik geloof in zorgen, enthousiasme en muziek.

Ik geloof in honderden zaadjes planten om aan een handvol bloemen te geraken.

Ik geloof in wandelen en liefdevolle aandacht.

Ik geloof in u.

 

 

 

HSP (3/3): Een extraverte HSP op weekend

Casestudy.

Twee weken geleden gingen we op weekend à l´espagnole: met 11 volwassenen, 8 zes-jarigen en een hond. Mijn echtgenoot heeft via zijn werk contacten met katholieke zusters overal te lande, die hem immer goedgezind zijn wegens zijn blauwe kijkers. Een plek vinden om met zijn allen te logeren was voor hem dus klein bier (foto´s: zie onderaan).

Ik wou heel graag mee, want het is een zeer leuke groep met erg lieve mensen. Maar ik zag er zoals altijd ook een beetje tegenop, want op verplaatsing slapen is een behoorlijke drempel en het ging om een tamelijk grote groep met veel kinderen. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd diende te worden dat weekend. Dat ging als volgt.

Na aankomst op zaterdagnamiddag namen we onze intrek in een gebouw dat vroeger een soort internaat was. Zeer charmant: jaren vijftig stoeltjes en spiegels, authentieke houten deuren, witte muren en zonnige beddelakens. Eenvoudig en helemaal vintage. Buiten was er een speelplaats onder de bomen. Daar aten we merienda terwijl de kinderen met de hond speelden. Daarna besloten de moeders om samen een wandeling te maken. Ik had daar echter weinig zin in, want ik was nog maar net op die nieuwe plek aangekomen en nog volop in assimilatie-modus, en bedankte dus vriendelijk.

´s Avonds spendeerden we een uur of twee in de paellero, met zijn allen in het donker rond het vuur. Dat klinkt erg romantisch, maar de acht kinderen die met zaklantaarntjes liepen te zwaaien en wier gegil weerkaatste tegen de muren en de vloertegels, maakten het erg overstimulerend. Ze schenen met die zaklantaarns ook altijd recht in je ogen, hoe vaak hen ook gezegd werd naar de grond te richten. Ik was niet de enige ouder die af en toe wat rust opzocht.

Uiteindelijk was het vlees klaar (ook weer heel Spaans: een avondmaal met alleen vlees en brood -groenten zijn voor konijnen), en gaven we eerst de kinderen te eten. Tegen dat ze allemaal gegeten hadden, was het al bijna half elf. Ik stelde voor hen naar bed te brengen. Mijn man vertelde een verhaaltje aan de jongens, die met zijn zessen op één kamer lagen, en ik vertelde een verhaaltje aan mijn dochter en haar vriendinnetje, die met zijn tweeën op een andere kamer lagen. Daarna kwamen er een paar ouders naar boven om ons af te lossen, maar na elven werd er nog steeds gejoeld bij de jongens. Ik liep de kamer in en zag dat ene jongetje, het gevoeligste van de hele bende. Hij lag daar doodmoe en met open ogen voor zich uit te staren, wakker gehouden door de rest. Dat was moeilijk om aan te zien. Toen heb ik mijn juffenstem en politie-technieken bovengehaald, samen met een vader die ook echt bij de politie zit, haha, waarmee het tien minuten later muisstil was en twintig minuten later iedereen sliep. Tegen die tijd hadden de andere volwassenen al gegeten, maar er waren gelukkig nog twee lapjes vlees over.

Om kwart voor twaalf haalde mijn man de orujo boven, en zei ik: goeienacht allemaal, ik ga slapen. Ik had echt zin om nog te blijven, maar wist uit ervaring dat elk kwartier later in bed zich de volgende ochtend zou vertalen in een nog zwaarder hoofd. Een kwestie van schadebeperking dus. Daarmee lag ik als eerste in bed, en was de volgende ochtend als laatste uit de veren, daar tussenin ongewild gewekt door elke persoon die die nacht naar de wc ging, mezelf inclusief.

De anderen had die zondagmorgen kennelijk energie genoeg om al meteen na het ontbijt op excursie te vertrekken. Daar heb ik ook vriendelijk voor bedankt. Wat deze keer wel een beetje raar was, want iedereen ging mee. Maar ik was moe, en wou gewoon even alleen zijn. Dus bleef ik achter met de hond. Wat heerlijk. Ik nam de hond mee op een wandelingetje naar het dorp, nam wat foto´s, praatte met een paar nonnetjes, las een blog op mijn gsm. Drie uren verstreken geruisloos, en voor ik er erg in had, was iedereen weer terug.

Samen prepareerden we een middagmaal op basis van pasta in een gigantische kookpot, en aten weer in twee shifts op de binnenplaats van de zusters, onder een lindeboom en omgeven door jasmijnstruiken. Het was heel erg gezellig. Daarna werd er ingepakt en reden we allemaal weer naar Rafelbunyol.

Het is dus allemaal wel te doen, zo´n groepsactiviteit. Ik had het ook echt niet willen missen (of zoals Prinses dat zegt: ondanks alles wil ik erbij zijn). Maar ik moet er geregeld uit kunnen stappen, en dat gaat zonder problemen zolang ik zelf durf doen wat nodig is, en de anderen daar begrip voor hebben. En die chance heb ik dus.

 

 

 

 

HSP (2/3). De extraverte HSP en het slappe koord

Hooggevoeligheid wordt meestal gelinkt aan introversie, maar zo´n 30 procent der HSP´s zou extravert zijn. Dat lijkt een contradictio in terminis. Hoe kan je nu zo prikkelgevoelig zijn en toch uitbundig, naar buiten gericht, etc? Dat klinkt een beetje als een zeemeermin die van zonnebaden houdt.

Geloof mij, het kan, maar het is inderdaad geen makkelijke combinatie. Een extraverte HSP raakt net zo snel overpikkeld als een introverte HSP, maar kan zich niet zo lang afzonderen in weldadige eenzaamheid, want daar zijn er dan weer te weinig prikkels. Voor een extraverte HSP is het heel snel te veel, maar ook heel snel te weinig. Althans, dat is mijn ervaring. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd dient te worden.

Het voordeel is dat dit soort mensen het geweldig doet in een groep: ze zijn zich bewust van ieders noden en alle interpersoonlijke wrijvingen, en spelen daar snel op in om ervoor te zorgen dat iedereen zich op zijn gemak voelt. Het mag alleen niet te lang duren. Persoonlijk sta ik bijvoorbeeld heel erg graag voor een klas volwassenen, en ik word daar altijd enorm geapprecieerd omdat ik ervoor zorg dat iedereen mee is en zich betrokken voelt. Maar kinderen of pubers zijn me te druk, en als ik teveel op mijn bord krijg en te weing kan rusten, komen de migraines eraan. En dan mag je nog zo´n goeie leerkracht zijn: als je niet kan lesgeven, kan je niet lesgeven. Dus ja.

De plekken waar ik mij het beste overeind kan houden op dat slappe koord zijn rustige plaatsen waar er andere mensen zijn. Plaatsen waar je niet noodzakelijk moet interageren, maar waar je niet alleen bent: treinen, parken, bibliotheken. En ik trek heel graag op in een groep, maar ik voel me het best op mijn gemak als ik weet dat ik weg kan wanneer ik dat wil.

Maar soit, het is allemaal niet onoverkomelijk als je leert hoe je ermee om moet gaan en op een beetje goodwill van je omgeving kan rekenen. Zoals dat zeemeerminnetje op het strand: een beetje zonnebaden en dan weer snel het water in.

BOGO SALE Sunbathing Mermaid Art Postcard Prints Set of 10

 

 

 

 

 

 

Op vriendelijke wijze mensen weren in minder dan vijf woorden.

Ik vind het niet tof als er mensen aan mijn voordeur komen om mij iets aan te smeren. Als ik thuis ben, wil ik met rust gelaten worden. Gisteren zat ik op de wc toen de getuigen van Jehova langskwamen; daarstraks stond ik op het punt een onwillige printer door het raam te smijten toen er iemand kwam aanbellen om te vragen of ik een alarmsysteem wou kopen. Gelukkig heb ik doorheen de jaren geleerd hoe ik deze onderbrekingen zo snel mogelijk kan afhandelen. Slechts één zinnetje heb ik daarvoor nodig.

In het geval van Jehova-getuigen, bijbelgroepen of een ander soort religieuze passanten, kijk ik hen liefdevol aan en zeg: “Soy budista.” Dat werkt echt schitterend. (*) Ze kijken dan meestal even een beetje verward, komen daarna verbazend snel en geheel op eigen kracht tot de conclusie dat er niets aan te doen valt, en vervolgen waardig hun weg.

In het geval van daarjuist, met de man die alarmsystemen verkocht, trok ik tamelijk verwilderd de voordeur open: mijn haar naar alle kanten en een blik in mijn ogen waarin de woestheid brandde van mijn recente confrontatie met een weerbarstig wifi-systeem. (Als er iets is wat mij binnen de twee minuten tegen het plafond kan doen gaan, dan zijn het computers. Ik heb een engelengeduld met mechanische apparaten, maar onwillige electronica: o wee.) Dat hielp wel, denk ik. Terwijl hij me vroeg of ik een alarmsysteem voor ons huis wou overwegen, zag ik hem al denken: dit wil een inbreker ´s nachts niet tegenkomen. Toen ik daar nog eens “¡Tenemos un perro!” (wij hebben een hond) bovenop gooide, had ook hij geen enkel duwtje in de rug meer nodig om meteen naar de volgende voordeur te trekken.

In alle andere gevallen waar ik niet meteen iets concreets kan verzinnen (mensen van verzekeringsmaatschappijen, boekenclubs, banken, etc.), gebruik ik dit ene zinnetje: “I´m so sorry, my Spanish is very bad.” (**) De dapperen onder hen proberen dan nog even weerstand te bieden met een paar woorden Engels, maar tot hiertoe heeft iedereen het binnen de tien seconden opgegeven.

Et voilà. Zo regelt men dat.

 

(*) Ik heb mezelf er wel van moeten overtuigen dat het geoorloofd is dit te verkondigen, omdat ik wel iets van boeddhisme afweet en een Boeddha in mijn badkamer heb staan. Maar hoe het op mijn karma gaat wegen, weet ik niet.

 

(**) Stout, stout, stout. Ik weet het.

 

 

 

 

Beknopte kroniek van een spirituele evolutie

In deze post ben ik een belangrijk boek vergeten te vermelden, en dat wil ik hierbij rechtzetten. Maar in plaats van het er gewoon bij te plakken, ga ik er een volledige nieuwe blogpost aan wijden.

Om het in zijn context te plaatsen, moet ik het echter eerst over iets anders hebben. Namelijk over religie. En een lied.

Religie dus.

In de jaren ´80 in Vlaanderen betekende dat op school van die liedjes zingen over hoe de wereld een toverbal is, en dat je elkaar 490 maal moet vergeven. Mijn moeder wou ons ook een beetje vaker in de mis krijgen dan alleen met kerst en pasen, en motiveerde ons daartoe door ons in te schrijven als misdienaars. Want een eucharistieviering wordt toch iets interessanter wanneer je af en toe van je stoel mag komen en met belletjes mag rinkelen enzo.

Dat had allemaal wel zijn charme, maar een diep katholiek geloof is daar niet uit voortgekomen. Later heb ik Jezus als historisch figuur wel leren appreciëren om zijn revolutionaire ideeën, maar dan eerder als een soort pacifistische Che Guevara.

Toen ik een jaar of zeventien was, kwam het boeddhisme op mijn pad. Ik las Lama Surya Das en de autobiografie van de Dalai Lama, bezocht het boeddhistisch centrum in Schoten, maakte mijn eindejaarsopdracht voor godsdienst over de Boeddha. Het was zo´n kleurrijke, rustgevende, vriendelijke wereld. Achteraf gezien denk ik dat ik vooral van die boeddhistische leer veel meegenomen heb. Maar ik had teveel moeite met bepaalde theoretische en transcendente aspecten om mezelf in volle overtuiging een boeddhist te durven noemen.

Toen trouwde ik, en werd zwanger, en daarna moeder, en daarmee zakte ik met mijn beide voeten in het zuigende moeras van onze ware natuur. Dat dierlijke, dat vergankelijke, dat volle leven en die lonkende dood. Die jaren en ervaringen toonden me iets waar ik in religieuze filosofieën zeer weinig over terugvond (*). Waar ik me toen wel in kon vinden, waren boeken geschreven door psychologen en primatologen, die me uitlegden waar we vandaan kwamen, waarom we seks hadden en met wie, hoe we het beste voor onze kinderen konden zorgen en waarom. Ons lijf, het leven en het doorgeven. Dat was zo belangrijk, zo basic. Voor het spirituele was er in die tijd erg weinig plaats. Alles draaide om zorgen, slaapgebrek overleven en die oerliefde voelen. Het was ploeteren, leven en doorgaan, en voor andere dingen was er gewoonweg geen energie.

Ergens rond die tijd kwam me per toeval “Imagine” van John Lennon weer ter ore, en dacht ik: kijk, dat is alle religie die een mens nodig heeft. Als iedereen dat lied als leidraad zou gebruiken, dan zou het rap in orde komen met de wereld. Het was een soort spirituele simplificatie die me als jonge, overwerkte, back-to-basics moeder erg goed uitkwam –en waar ik eigenlijk nog altijd achter sta.

Maar toen kwam er een boekje op mijn pad dat me zodanig raakte, dat ik toch weer aarzelend begon na te denken over die spirituele krachten, die boven het moeras zweven en ons uit het drijfzand houden. En dat was The Prophet (De profeet) van Kahlil Gibran, een Libanees-Amerikaanse schrijver en dichter. Het is een boekje dat in de hippiebeweging van de jaren ´60 veel weerklank vond, en waaruit nog steeds geciteerd wordt.

En dat doe ik nu ook. Ik lees er soms zelfs hardop uit voor. Want het klinkt zo mooi, als je het hoort, het biedt zoveel troost en schoonheid. En het raakt je ergens in je ziel.

Een lichtje boven het moeras.

Sindsdien noem ik mezelf een Gibran-Lennonist, als ik mezelf iets moet noemen op dat vlak. Als er zo nog zijn, mogen ze zich hierbij bekend maken. Kunnen we eens een reünie houden: voorlezen uit “The Prophet” en met de gitaar erbij “Imagine” zingen. Hm. Dat zou nog best eens gezellig kunnen worden.

 

(*) Ik weet wel dat Siddharta Gautama zo geschokt was door ziekte, verval en de dood toen hij die uiteindelijk onder ogen kreeg, maar uiteindelijk was dat toch altijd een tamelijk… ik weet het niet… mannelijke kijk op de zaak. Waardevol, uiteraard, maar toch een beetje eenzijdig.

 

 

 

De liefde voor (bepaalde) boeken

Ik ben een dierenvriend, maar dat wil niet zeggen dat ik per definitie van alle dieren hou.

“Ik begrijp het niet,” zei de moeder van een ex-lief ooit, verwijzend naar mijn koele behandeling van haar schoothondje. “Ik dacht dat Kathleen zo´n dierenvriend was?” Maar het is met dieren zoals met mensen: sommige karakters botsen, anderen klikken samen als Maagdenburgse bollen.

En met boeken gaat het net zo: ik ben pro boeken en général, maar er zijn er die ik zonder pardon in de papiercontainer gooi, omdat ik vermoed dat ze in een tweede leven als schoolschrift een waardevoller bestaan zullen leiden. Maar er zijn evengoed boeken waar ik verliefd op word, en die liefde manifesteert zich op de volgende manieren:

  • Ik schrijf of onderlijn erin met potlood
  • Ik neem het boek mee in mijn handtas om het buitenshuis voort te kunnen lezen, zodat er ezelsoren aan komen
  • Ik besteed aandacht aan de keuze van de bladwijzer
  • Ik ga op zoek naar andere boeken van dezelfde schrijver/schrijfster

Over het algemeen ben ik geen fan van veel spullen bijhouden, maar deze boeken hou ik bij, of koop ik aan als ik ze gelezen heb maar zelf nog niet heb. Boeken die me…

  • …hebben doen huilen (één traan volstaat)
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor ik het leven iets beter begrijp
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor mijn leven iets vlotter verloopt

 

Omdat ik gezien heb dat er hier onder de lezers ook een paar boekenfans zitten, dacht ik van eens een lijstje met mijn all time favourites te grabbel te gooien (en daarmee te maskeren dat Het Plan in een zeer trage fase zit, maar zoals jullie weten ligt dat aan de zomer en het feit dat het schooljaar hier VEEL TE LAAT begint).

Hier gaan we:

Fictie:

  • Minoes (Annie M G Schmidt)
  • De Gebroeders Leeuwenhart (Astrid Lindgren)
  • Kruistocht in Spijkerbroek (Thea Beckman)
  • Matilda (Roald Dahl)
  • Winnie-the-Pooh (Alan A. Milne)
  • The Woman Who Walked Into Doors (Roddy Doyle)
  • The God of Small Things (Arundhati Roy)
  • Life of Pi (Yann Martel)
  • Never Let Me Go (Kazuo Ishiguro)
  • Far From The Madding Crowd (Thomas Hardy)

Non fictie:

  • The Tending Instinct (Het knuffelinstinct) (Shelley Taylor)
  • The Age of Empathy (Een tijd voor empathie) (Frans De Waal)
  • Awakening The Buddha Within (De Ontwakende Boeddha) (Lama Surya Das)
  • Emotional Intelligence (Daniel Goleman)
  • The Highly Sensitive Person (Hoogsensitieve Personen) (Elaine N. Aron)
  • The Migraine Brain (Carolyn Bernstein)
  • The Macho Paradox (Jackson Katz)
  • Neurosis and Human Growth (Karen Horney)

Wat mij eraan doet denken: waarom krijgen we op de middelbare school geen leeslijst non-fictie voorgelegd? Hoe waardevol zou het zijn als elke tiener reeds een paar boeken over psychologie achter de kiezen had alvorens aan het (z)ware leven te beginnen?

En nog een vraag: hoe zit dat bij jullie?

Wat zijn jullie favorieten?

 

 

 

 

 

1 september pas comme les autres

 

1 september begon voor mijn dochter om middernacht.

Toen zat ze met haar papa op straat paella te eten. Het is hier namelijk feestweek in Rafelbunyol, en de jaarlijkse paella-avond, waarbij in de hoofdstraat na zonsondergang honderden vuurtjes worden aangestoken waarop iedereen zijn paella komt koken, was verleden dinsdag wegens regen (ja, regen! Halleluia!) uitgesteld tot donderdag. Ik was thuisgebleven wegens te moe (drie migranies in augustus, beuh). Daardoor kreeg papa vrij spel en bracht dochterlief pas thuis tegen 1 uur ´s nachts. (Ik heb het dit jaar opgegeven daar nog tegenin te gaan. De school begint hier dit jaar pas op 11 september, dus voor deze week laat ik het maar gebeuren, die late bedtijden.)

Ze kroop bij mij in bed, en papa ging weer naar het dorp, waar de discomóvil voor een feestje zorgde.

Om 9 uur ´s morgens kwam papa weer thuis.

Nu is het vier uur. Ik vermoed dat in België de kindjes nu ongeveer naar huis zullen komen van hun eerste schooldag. Elena heeft er een hele dag voor de tv opzitten. Ondertussen heb ik aan mijn verkleedkostuum zitten werken, want vanavond is het hier carnaval. (*) Ik heb voor mezelf uit een lap jeansstof de blauwe jurk van Belle uit Beauty and the Beast nagemaakt (behoorlijk gelukt, maar het zit wel een beetje ongemakkelijk), en voor mijn dochter de jurk van Princess Poppy uit Trolls. Ik heb ook gel gekocht om haar haar rechtop te zetten en verf om het roze te spuiten. Papa gaat als zigeunerin.

Het wordt nog een interessante avond…

 

(*) Het Carnaval van Rafelbunyol is zeer bekend in Spanje. We kunnen vanavond zo´n 40.000 bezoekers verwachten, terwijl er in dit dorp maar zo´n 8500 mensen wonen.

IMG_20170901_220123

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?