Roodkapje: Tip van de Week

Mijn bewerking van Roodkapje werd op azertyfactor.be getipt door Wally De Doncker.

Jeej!

Hij spotte ook de schrijffout in de eerste regel, die ik meteen verbeterd heb, natuurlijk. Aaargh, kon mezelf wel voor het hoofd slaan… Da´s dan een regel die ik echt goed ken, en zelfs onderwezen heb. En ik heb die tekst zo vaak herschreven. Altijd overgekeken dus.

Maar (en hier komt het wellicht zwakke doch welgemeende excuus) ik heb het altijd een vervelende regel gevonden. De regel in het Engels is veel logischer: als het om een meervoud gaat: S eraan vast. Als het om een bezitsvorm gaat: weglatingsteken + S. Ik heb nooit begrepen waarom ze dat in het Nederlands ook niet zo doen. Want die regel in het Nederlands lijkt simpel totdat dat Y op de proppen komt. En de doffe E. Maar soit.

Hoe dan ook: het bewijst nog maar eens hoe belangrijk het is je teksten door taalvaardige derden te laten nalezen. Want zodra je zelf twee keer over een schrijffout heen hebt gekeken, merk je ze waarschijnlijk niet meer op.

En wat dat kortverhaal betreft: ik zou graag op een dag ook nog eens een bundeltje kortverhalen schrijven met als titel “Sprookjes zoals ze echt gebeurd zijn”. Maar dat zal dan toch voor na Plan A en C zijn, vermoed ik.

 

 

 

 

Advertenties

Het geheim van een lang leven (echt waar)

Dat geheim heb ik niet zelf verzonnen (zoals al dat wild gespeculeer in de twee voorgaande posts). Het komt uit een tedtalk door Susan Pinker, ontwikkelingspsychologe. En ik ga het u hier even in record-tempo meedelen.

Het antwoord op de vraag hoe we onze kans op een zeer lang leven kunnen vergroten komt uit het onderzoek naar sociale relaties en mortaliteit door Julianne Holt-Lunstadt. Susan Pinker zag de bewijzen ervan in de versleten maar nog steeds levende lijven van de honderdjarigen op Sardinië, een van ´s werelds blauwe zones.

In dat onderzoek werd over een tijdspanne van zeven jaar gekeken welke factoren in ons leven gecorreleerd zijn aan een lagere mortaliteit. De resultaten daarvan staan op een slide in de video op minuut 7.13, en ik raad jullie aan even naar die plek in de voordracht te gaan. Daar staat het blauw op zwart: wat ons langer doet leven, meer nog dan verse lucht, sport en stoppen met roken, zijn onze relaties met anderen.

Wat er echter opmerkelijk is aan deze bevindingen is dit: onze hechte relaties met de mensen die het dichtst bij ons staan zijn extreem belangrijk, maar ze staan op de tweede plaats. De factor die het meeste impact heeft, is de sociale integratie. Dat betekent hoe vaak je met mensen praat gedurende de dag, en met hoeveel mensen je praat. Dit kunnen mensen zijn met wie je een sterke band hebt, maar evengoed mensen met wie je een zwakke band hebt. Een grapje uitwisselen met de postbode. Een praatje slaan met de buurvrouw. Het gebabbel over koetjes en kalfjes in de slagerij (haha). Dat soort interacties blijkt een van de sterkste voorspellers van hoe lang je zal leven.

Deze informatie ging mij recht naar het hart. Want ik heb het verschil aan den lijve ondervonden. Hier in dit dorp wordt er namelijk altijd gebabbeld, door iedereen, en met iedereen. Er wordt gezwaaid, er wordt gelachen, er worden schouderklopjes gegeven. Ik weet niet meer waar ik dat ooit geschreven heb, maar hier heb ik ontdekt dat het echt moeilijk is om lang down te blijven wanneer iedereen de ganse tijd zo vriendelijk tegen je doet. En bovenal: spontaan contact maakt. Bovendien maakt het kennelijk niet uit dat die conversaties over banale zaken gaan zoals het weer. Het hoeven zelfs geen conversaties te zijn. Gewoon al iemand in de ogen kijken en vriendelijk glimlachen is genoeg. Het maakt ons allemaal gezonder en werpt gewicht in de schaal aan de kant van het lange leven.

Enfin, koetjes en kalfjes en glimlachen dus.

Ik wens jullie allemaal een heerlijk weekend toe.

 

Waarom de millenials zo moe zijn

Ik zit al een paar dagen met deze blogpost van enerziek in mijn hoofd. Ze postte daar een video (zie hier) over waarom burn-outs het frequentst voorkomen bij mensen geboren tussen 1980 en 2000.

Nu heb ik daar dus lang en diep over zitten nadenken, en ik kwam tot volgende bedenkingen:

1.Millenials zijn de eerste generatie die een constante stroom aan veranderingen hebben doorgemaakt tijdens hun formatieve jaren. Er wordt wel eens beweerd dat zij daarom net makkelijker met die nieuwe technologieën en tendenzen omkunnen, want hoe jonger je bent, hoe flexibeler je brein. Maar ik vraag me af of het niet juist andersom is. Of al die veranderingen niet juist moeilijker te verteren zijn voor wie nog volop in de groei is en daardoor nog niet zo stevig in zijn schoenen staat.

De generatie van mijn ouders heeft tijdens hun jeugd de komst van de televisie meegemaakt, en dat was vast ook een behoorlijke aanpassing. Maar tijdens de opmars van de computer, het internet, de gsm, en sociale media hadden zij hun leven al tamelijk op orde. Ze hadden een diploma, werk, een woonst, kinderen. Ze wisten wie ze waren en wat ze verondersteld werden te doen. Hun wortels zaten diep in de grond en dus konden ze wel tegen een stootje.

De mensen van mijn generatie echter voelden de wind regelmatig met wilde schokken keren, net in de periode dat hun wortels de diepte zochten en stabiliteit nodig hadden. Neem gewoon al onze manier van communiceren op afstand tussen pakweg ons 15e en 35e levensjaar. Dat is gegaan van brieven schrijven en telefoneren, over smssen en ICQ, naar facebook en Whatsapp. En alles daar tussenin. Om maar een banaal voorbeeld te geven.

Wij zijn de eerste generatie wier ouders en leerkrachten hen niet konden voorbereiden op de maatschappij waarin we terecht zouden komen, want niemand had een duidelijk beeld van hoe die maatschappij eruit zou zien.

2.Ook op de werkvloer is er de laatste decennia veel veranderd, veronderstel ik. Nieuwe technologieën hebben het tempo opgevoerd, de financiële crisis heeft de werkdruk doen toenemen, en ook de administratieve last is alleen maar toegenomen. Dat lijken mij al heel wat zware boterhammen om te slikken wanneer je in je job al jarenlang stevig in het zadel zit. Maar wanneer je net begonnen bent en nog duizend-en-één nieuwe dingen onder de knie moet krijgen, en moet vechten om een plaatsje te veroveren, dan lijkt het me niet meer dan normaal dat het hoge tempo, de werkdruk en de administratie de emmer doen overlopen. Laten we ook niet vergeten dat het voornamelijk de nieuwkomers zijn die na de kantooruren  nog andere katjes te geselen hebben (verhuizingen, verbouwingen, prille en daarom onstabiele relaties, baby´s, peuters, kleuters, etc.)

3.En dan zijn er de verwachtingen. Wanneer je in de tijd van mijn vader een universitair diploma haalde, was het goed mogelijk dat je de eerste was in het dorp die dat voor elkaar kreeg. Slechts één generatie later ben je de vreemde eend in de bijt wanneer je niet minstens één universitair diploma op zak hebt. Om maar een voorbeeld te geven.

Ik heb nooit begrepen waar mijn lage zelfvertrouwen vandaag kwam, tot ik deze formule las:

IMG_20180214_220117[1]

Die verwachtingen komen van overal en iedereen. We leven in een tijd waarin alles mogelijk is en het succes van anderen ons dagelijks onder de neus gewreven wordt. Slagen in het leven is de default mode, want alles is voorhanden, dus als het je niet lukt een succesvol leven uit te bouwen, dan kan het maar aan één persoon liggen: aan jou. Failure is not an option. En dus werken wij ons constant uit de naad om successen te behalen, om toch nog een beetje zelfvertrouwen te behouden. Want zodra we steken laten vallen, voldoen we niet langer aan al die torenhoge verwachtingen, en dan zinkt het schip.

(In de video zegt men dat millenials denken dat zij en zij alleen verantwoordelijk zijn voor hun succes en hun falen, en dat dat komt doordat ze “hoogst individualistisch zijn opgevoed”, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Ik hou het op bovenstaande formule.)

En daarom, beste mensen, zijn volgens mij de millenials zo moe.

Uw eigen ideeën hieromtrent zijn meer dan welkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uw rafelkath in Femma

De mensen van Femma hebben me gevraagd om voor hun februarinummer een artikel te schrijven over hoe het is om een nieuwe thuis op te bouwen in een ander land. En dat heb ik uiteraard met veel plezier gedaan. Er komen ook een paar foto´s bij naar het schijnt… Ik ben zeer benieuwd!

Mijn dochter loopt al overal te verkondigen dat ze beroemd gaat worden in België 🙂  (En dat ze een exemplaar van het magazine mee naar school wil nemen, want een van haar vriendinnetjes gelooft haar niet.)

 

 

 

 

 

 

 

 

Een halfafgewerkte, visuele liefdesverklaring aan het Vlaams en het Nederlands

Ondanks het feit dat mijn eigen Nederlands een nogal hoog Astrid Bryan gehalte heeft, ben ik een groot liefhebber van mijn moedertaal. Ik las dan ook met veel plezier Loes´ Ode aan het Nederlandsch. Ze eindigt die post met: Er zijn nog zoveel meer mooie woorden, zoals rompslomp en dartelen en dwaallicht, vergeet-me-nietje en doodstil. Wat zijn joufavorieten?

Het antwoord op die vraag was ik al een paar jaar eerder beginnen formuleren, op een vel van een tekenblok. Bij deze:

woorden

(En nu zie ik juist dat vergeet-mij-nietje er daar ook tussenstaat 🙂 )

 

 

 

Over Moedeloosheid, Andere Mensen en het Kaartspel

In December vieren we elk jaar de verjaardag van een vriendin. De voorbije jaren waren we steeds ´s middags iets gaan eten in een Indisch restaurant in Valencia, en nadien blijven hangen tot een uur of zeven in de namiddag. Dit jaar zei ze dat we ´s avonds zouden afspreken, omdat enkele mensen aangegeven hadden dat het leuk zou zijn nadien in het nachtleven te duiken.

“We hebben afgesproken in het restaurant om 21.30u,” zei ze.

En ik dacht: “Sh*t.”

Want ik zat eindelijk in een gezond slaapritme, en ik wist dat een dergelijke deviatie, ook al was het maar voor één nacht, me weer volledig uit balans zou brengen. En dat was wat er gebeurde.

Dat feestje was verleden zaterdagavond. Om één uur ´s nachts verlieten we het restaurant, en terwijl de anderen een bar opzochten, ging ik naar huis. Tegen twee uur lag ik in bed, iets voor drie uur viel ik in slaap.

Vandaag is het dinsdag en ik heb nog steeds watten in mijn hoofd, want hoewel ik gisteren redelijk op tijd naar bed ben gegaan, duurde het tot twee uur ´s nachts voor ik de slaap kon vatten. Dat had voor een deel ook wel te maken met het feit dat dochterlief ziek was geweest, gisteren een koortsige siesta had gedaan, en dan tegen de avond zo opgekikkerd was dat ze om 23u nog niet sliep. Waardoor ik dus tot laat in de avond kleuterjuf/verpleegster had moeten spelen en ´s avonds opgedraaid naar bed was gegaan.

En op zo´n momenten komt dan vaak de moedeloosheid opzetten. Want dan denk ik: “Hoe doen Andere Mensen dat?” Of nog zieliger: “Hoe komt het dat Andere Mensen dat kunnen en ik niet?” Hoe komt het dat andere mensen op zaterdag zorgeloos op restaurant kunnen gaan, voor twee/drie/vier/vijf kinderen tegelijk kunnen zorgen, en op maandag naar hun werk kunnen? Want al bij al nog chance dat ik sinds juli de arbeidsmarkt achter me heb gelaten. Had ik me gisteren naar een paar klassen moeten slepen, dan was ik vandaag met een migraine begonnen, of had ik me alleszins op zeer onaangename wijze door de week moeten slepen. Been there, done that, way too often.

Maar ik heb onderhand geleerd dat het geen zin heeft dat soort vragen te stellen. Dat we in het leven allemaal tamelijk at random met een stel kaarten bedeeld zijn, en dat het de bedoeling is het spel zo goed mogelijk door te komen met de kaarten die je in de hand hebt. En dat we al blij mogen zijn met de kaarten die we gekregen hebben. En inderdaad, soms moet ik pro´s en contra´s afwegen die voor een ander van geen belang zijn. Maar ik vermoed dat dat uiteindelijk voor iedereen geldt, al zien we dat bij anderen niet altijd gebeuren –misschien omdat we niet graag in onze kaarten laten kijken.

 

 

 

Boodschap van de Sint

Zoals jullie weten heb ik hier een directe connectie met Sinterklaas, en hij laat weten dat hij het heel tof vindt wat die schrijvers voor De Morgen gedaan hebben, maar dat hij toch liever voor zichzelf spreekt. Bijgevolg:

 

Vooraleer die pieten-polemiek weer begint,

Hier een briefje, geschreven door de Sint

Want ´t is niet dat ik op iemand zijn tenen wil trappen,

Maar er is iets dat jullie nog altijd niet snappen

De vacature voor Piet staat open voor iedereen

Niet voor zwarte of witte pieten alleen

Ik heb onder mijn pieten zelfs aziaten

Alleen heeft niemand dat in de gaten

Want roet is de gelijkmaker in ´t pietenvak

Dankzij dat vuil is elke piet op zijn gemak

In geen enkel bedrijf vindt men zo weinig discriminatie

Als bij de Sint en zijn pietendelegatie

Daarom vraag ik aan alle nepklazen dit jaar:

Zoek u een gevarieerd hulpteam bij elkaar

Dat zwart-wit-denken is zo passé

Dat zegt uw Sint -en die gaat toch al even mee.

 

Vrolijk Sinterklaasfeest, allemaal!

 

 

 

Lievegem

Voor ik naar Spanje vertrok, heb ik op een blauwe maandag een tijdje in Waarschoot gewoond. Inderdaad, Waarschoot, of all places. Een plek met zo mogelijk nog minder inwoners dan Rafelbunyol, (maar desondanks een eigen wikipedia-pagina in het Spaans -ge moet het toch maar kunnen).

Het is een dorpje op fietsafstand van Eeklo, dat bovenmaats veel cafés en kapperszaken telt, en door de bewoners liefdevol “Worschuet” genoemd wordt, als ik het mij goed herinner. Ik kwam er terecht door toedoen van het ex-lief, die werk had in Lovendegem. In Waarschoot vonden we een betaalbaar huurappartementje, op de Oostmoer, boven de Aveve, en van daaruit vertrokken we elke dag naar ons werk: hij in Lovendegem, ik op een school in Zomergem.

En nu lees ik in de krant dat Waarschoot, Lovendegem en Zomergem gaan fuseren tot Lievegem. Gaat de naam Waarschoot dan nog gebruikt worden? Gaat dat over een paar jaar nog bestaan? Zei ik het niet, dat je als ex-pat nooit meer echt terugkan naar de plek die je hebt achtergelaten?

Wat een vreemd gevoel.

En Lievegem… Het is een schattige, nobele poging, maar ik weet het niet.

Ik heb precies meer een voorkeur voor Ex-lievegem.

 

 

 

 

 

Stap 4: Schrijven + Plan B (+ Plan C + Plan D)

Ondertussen dus echt in een schrijfroutine geraakt via deze hack: naar de bib gaan en daar achter een computer gaan zitten. Zo kreeg ik tenminste het gevoel dat ik echt aan het werk was. Want als ik thuis bleef, stond ik de hele dag was op te hangen.

Maar nu ik wat routine heb opgebouwd, blijf ik wel weer thuis, want op de computers in de bib hebben ze geen Word (I kid you not). Wel een soort notepad, waardoor ik bij het overzetten van documenten op mijn eigen computer een kwartier bezig was met gesplitte woorden weer aan elkaar zetten.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik momenteel niet meer aan het boek aan het schrijven ben (al is dat nog steeds plan A), maar dat er iets anders is tussengekomen, een Plan B. Dat wil ik voor zondag afwerken, en dan gaan we weer verder met Plan A. En dan is er ook nog een Plan C en eigenlijk ook een Plan D. Dat krijg je met zo´n overactieve rechterhersenhelft. Nu is het zaak de linkerkant wat aan te zwengelen om dat allemaal op een lijn te krijgen.

Plan B

Op 5 november 2013 sloot het Valenciaanse televisiestation Canal Nou zijn deuren. Bijna 1000 werknemers stonden daarmee op straat en er werd een schuldenberg van 1200 miljoen euro achtergelaten (maar de PP vond het niet nodig daar een onderzoek aan te wijden). Sindsdien is er geen enkel televisieprogramma in het Valenciaans te bekijken. Er zijn alleen nog Catalaanse zenders, en al de rest is Spaans uiteraard. Ondertussen heeft de PP hier na een kwart eeuw heerschappij de scepter moeten doorgeven aan PSOE en Compromís, en die proberen nu het televisiestation weer op poten te krijgen.

Dus ik dacht: laat ik eens een televisieprogramma voor kinderen schrijven, in het Valenciaans. Met wat Engels erbij. Iets dat 10 minuten duurt ongeveer, een beetje grappig is, met wat kleurrijke personages. Ik heb er met wat mensen over gepraat, ideeën verzameld, een concept uitgeschreven, en daarna heb ik een aflevering uitgewerkt, waaraan ik nu de laatste hand aan het leggen ben. Dat ga ik door een paar mensen laten nalezen, en dan geef ik het zondag aan mijn schoonbroer. Die staat met zijn beide voeten in de Valenciaanse mediawereld, dus die weet waar het terecht moet komen.

De kans is wel heel erg klein dat er iets mee gebeurt, want Canal Nou maakte maar erg weinig programma´s zelf. De meeste werden aangekocht van productiehuizen, en die zijn er hier bijna niet (ah nee, want er is geen tv-station meer). Daarvoor zou je al naar Catalonië moeten. Maar soit, we kunnen maar proberen. Je moet honderden zaadjes planten als je een handvol bloemen wil, nietwaar? (Zie: beginselverklaring.)

Over Plan C en D vertel ik later -die zijn trouwens in het Nederlands, dus dat zal voor  jullie wat interessanter zijn 🙂

 

 

Het Waargebeurde Piano Verhaal

Om helemaal mee te zijn moeten jullie weten dat ik al twee maanden lang op zoek ben naar een piano.

Ik kan maar niet de juiste vinden. Waarschijnlijk sleept het zo aan omdat ik diep vanbinnen liefst een piano met echte hamers en snaren zou hebben, maar mij door realiteitszin gedwongen voel te gaan voor een elektrisch exemplaar. En ondertussen, in het diepst van de nacht, droom ik heel stiekem van een vleugelpiano.

Nu is er een karaokewedstrijd hier in Rafel waarvoor ik me ingeschreven heb. In mei was er ook een wedstrijd geweest: toen had ik een verslonste Amy Winehouse-pruik uit de verkleedkist getrokken (souvenir van het vrijgezellenfeestje van mijn echtgenoot) en tijdens het zingen van Back To Black een zodanige Tipsy Amy Messes With The Jury-performance gegeven dat ik prompt de trofee voor beste interpretatie won. Vicente, de organisator en eigenaar van de sporthal waar de wedstrijd plaatsvond, was in de wolken -vooral omdat ik als enige in foutloos Engels kon zingen, vermoed ik. Hij had me op het hart gedrukt me in te schrijven voor de volgende editie.

In oktober werd ik gecontacteerd door Vicente, en hij vertelde me dat hij er deze keer wat meer werk van ging maken. Een dansschool zou voor de pauze-act zorgen, en voor elke performance zou er een video getoond worden van het originele nummer, zodat de kandidaat dat in zijn opvoering kon imiteren.

Ik dacht een poosje na, en stuurde hem toen deze video door:

Er zit wel een lange pianosolo in, maar ik dacht: ik verkleed me in een kat (diadeem met poezenoortjes, en een lange staart aan mijn jurk) en dan ga ik tijdens die solo gewoon wat tussen het publiek lopen en die staart in hun gezichten wrijven. Ge moet de mensen toch een beetje entertainen he.

Enfin. Vorige woensdag ging ik naar de sporthal voor de repetitie. En Vicente zei me dat hij de video veranderd had, want op degene die ik doorgestuurd had, kon je geen mensen zien. Hij had een clip gedownload van een optreden van Nina Simone:

 

Ik zei: maar ik wil dat best zoals op die eerste video doen hoor, ik ging mij in kat verkleden. En Vicente zei: dat is niet nodig, ik heb een piano voor u gemaakt.

En ik zei: wat?

En hij: ik heb een piano voor u gemaakt.

Ik: in karton?

Hij: nee, in hout.

Laat zien, zei ik. En toen nam hij me mee naar een lokaaltje waar een namaak houten vleugelpiano stond, toch wel één op anderhalve meter. Mijn mond viel open. Hebt gij dat zelf gemaakt? vroeg ik. Ja, zei hij, het was niet gemakkelijk.

Je kan kortverhalen schrijven en je kan kortverhalen lezen. Maar soms, als je geluk hebt, zit je er middenin.