Post uit 2008 (5/7)

25 oktober 2008

Lieve bollebozen en boekenwurmen,

Het lijkt een lange tijd geleden dat ik u geschreven heb, maar geloof mij: ik heb u eerder al teruggeschreven. Doch net toen ik mijn geweldig komische, literair hoogstaande en uitzonderlijk meesterlijk samengestelde brief af had, besloot de computer of hotmail of de God van het Internet dat het niet zo mocht zijn en sloot opeens de hele boel af. Vandaag heb ik evenwel weer de tijd gevonden het opnieuw te proberen, maar de labiele internetconnectie maakt van dit schrijven nog steeds een spannende bezigheid en geeft me het exotische gevoel met u contact te zoeken vanuit Midden-Afrika ofzo.

Er moet mij iets van het hart: Spanjaarden zijn meesters in het maken van lawaai. We hebben tijdelijk nieuwe bovenburen en ik verdenk hen ervan expres de deur naar de hal te laten openstaan om hun conversaties meer allure te geven. Hun gekwebbel galmt door het hele gebouw en vermoedelijk vinden de andere bewoners (uitgezonderd mijzelf) dat fantastisch, want Spanjaarden zijn dus zot van lawaai. Ik ben hier reeds naar twee huwelijken geweest en elke keer wanneer het koppel de kerk uitkomt, worden er na het rijstgooien (wat toch een lieflijk moment is, zo lijkt mij) een stel knallers afgestoken >BAM BAM BAM KNETTER KNAL BAM< die ge eerder met een Napoleontisch slagveld zou associëren. Ik schrik mij elke keer weer te pletter, duik in elkaar en verstop mij achter Alfonso. En dat vinden die Spanjaarden natuurlijk helemaal geweldig en zo lever ik mijn bijdrage tot de feestvreugde.

Hen die hem kennen zal het vast niet verbazen dat ook Alfonso een graag geziene gast is op deze feesten. Tijdens de laatste bruiloft heeft hij uit de parkeergarage van de feestzaal zo een oranje verkeerskegel gestolen en heeft die dan gebruikt om op straat (midden in Valencia) Engelse versies van schunnige Spaanse liedjes rond te toeteren en naar kinderen te roepen: “Ik ben de straat-pedagoog! Als het groen is, moogt ge oversteken!”

Mijn Spaans gaat al iets beter. Ik durf al gewoon met de mensen beginnen babbelen, ook al praat ik nog steeds gelijk Jerommeke en komt er nog niet veel verleden tijd aan te pas. Maar dat kan Spanjaarden allemaal niet veel schelen. De buschauffeurs op de pendelbus tussen Alboraya en Port Saplaya kennen mij ondertussen al, en één van hen zegt elke keer wanneer ik opstap enthousiast: “Ahaa, daar is de Belgische! We zullen u eens wat Spaans leren, zie!” en dan begint hij over zijn abonnement op de stierengevechten.

Het werk gaat goed. Het lesgeven is absoluut niet stresserend -behalve misschien voor mensen die het op hun zenuwen krijgen van Spanjaarden die meeeega-traag Engels praten. Het houdt wel in dat ik dagelijks half de stad rondreis en dus zeer veel tijd doorbreng op het openbaar vervoer, maar daar zit ik niet zo erg mee in. Het is super collega´s te hebben van over de hele wereld (Britten, Canadezen, een Australiër en de obligate Ier) zodat ik mijn eigen Engels wat kan bijwerken.

Wat het weer betreft hebben we ware stormdagen achter de rug. Het is nooit echt koud, maar gieten dat het gedaan heeft… Nooit lang hoor, maar aangezien het opeens met bakken uit de hemel valt en de rioleringen hier precies onbestaande zijn, zijt ge binnen de vijf minuten omsingeld door modderstromen en lijkt het slechts een kwestie van tijd vooraleer de eerste krokodil zal opduiken. Ik heb voor het eerst in mijn leven mijn schoenen letterlijk leeggegoten.

Morgen komen papa en mama aan met hun wagen volgeladen vol met Kathleentjes spullen. Ik ben heel erg benieuwd wat ze van deze plaats gaan vinden…

Nu moet ik jullie laten, want die arme jongen die de hele dag heeft moeten werken en die nu verkouden in de zetel ligt toe te kijken hoe FC Barcelona Almería afmaakt, heeft wat verpleging nodig…

 

Heel veel liefs en tot de volgende!

 

Immer uw

 

Kathleen

 

 

 

Advertenties

Boekenbeurs -of toch niet

Vrijdagavond bij mijn schoonouders in Valencia gaan slapen, zodat ik op zaterdagmorgen op tijd op de luchthaven zou geraken.

Om middernacht komt mijn schoonvader de telefoon brengen. Mijn man wil me spreken;  het is dringend. Ik neem de telefoon aan en hoor: “They cancelled your flight.”

F*ck.

Dus ik uit bed, naar de computer. Inderdaad: staking op Zaventem bij Aviapartner. Geen vluchten meer te vinden, behalve een van Airfrance voor 300 euro. Ik kruip weer in bed en maak in mijn hoofd een lijstje:

geen Boekenbeurs met Evelien – geen boekvoorstelling met Christine en Sofie – geen kortverhaal presenteren op het podium van het schrijfsalon – geen stoofvlees bij Bert en Katrien (aaargh! het beste stoofvlees ever!) – geen dichtersdate met De Letterkoek – geen bloggersdate met Kleine Atlas – geen avondje grappen en grollen met Loes

*zucht*

Maar ik kan wel uitslapen.

En mijn dochter gaat het ge-wel-dig vinden dat ik thuisblijf.

De volgende ochtend grabbel ik alle centen bij elkaar die ik gespaard had voor treinreizen in België, wandel helemaal te voet naar het centrum van Valencia, en koop een gigantisch stuk zwarte stof. Ik wandel helemaal te voet weer terug naar het huis van mijn schoonouders en stuur een berichtje naar de funk band: “Ik kom vanavond toch!”

Om zes uur stap ik het repetitielokaal binnen met mijn handbagage op wieltjes. De andere zangeres is niet echt blij me te zien -ze dacht dat ze deze repetitie voor zichzelf zou hebben. Maar ik kom niet om te zingen: ik kom om de pianiste te ontmoeten die vandaag voor het eerst met ons komt meespelen. Ze komt uit Oekraïne en, zoals meteen bij het eerste nummer blijkt, ze speelt echt heel goed.

Na de repetitie wandel ik door de regen (toch een beetje België) naar het station van Benimaclet en neem de metro naar Rafelbunyol.

De volgende dag (zondag, de dag van de boekvoorstelling) ben ik alleen thuis en zet ik me aan het werk. Blijkt dat er niets zo goed is om je aandacht af te leiden als het knippen van een enorm stuk glibberige stof op een gladde tafel. De jurk met vleermuismouwen die daar aan het eind van de dag uit tevoorschijn komt, is niet wat ik me had voorgesteld. Maar wat is er ooit zoals we het ons hadden voorgesteld? Aan het werk blijven, dat is de boodschap. En genieten van het mooie van elke dag.

En een van die mooie dingen op die eerste koude zondag van het najaar, is het berichtje dat die lieve, lieve Sofie me stuurt. Ze heeft een foto gemaakt van de bespreking die Vitalski in het boek bij mijn kortverhaal heeft gezet. Dat maakt meteen alles goed. Ik zal jullie de hele tekst besparen (daarvoor kan je het boek kopen, haha), maar de eerste alinea wil ik jullie niet onthouden:

Economy of love is een zeer origineel verhaal, wat op zich al een grote verdienste is, want hoeveel miljarden verhalen zijn er al wel niet verteld op onze planeet? Bovendien is het ook werkelijk een verhaal, met een flink aantal wendingen, alles bij elkaar telkens zo onvoorspelbaar en opzienbarend dat ze uit een bundel Verrassende vertellingen van Roald Dahl hadden kunnen komen.”

Roald Dahl!

Twee woorden, en mijn dag kon niet meer stuk.

 

 

reclaam

En ondertussen is er iemand helemaal van Nederland naar Spanje gefietst!

Ongelooflijk straf vind ik dat, gewoon op een dag zeggen: mannekes, salut, ik fiets naar Spanje. Die straffe meid heet Loes, en je kan hier haar avontuur volgen. Ze is nog steeds onderweg, ze weet niet waar de reis gaat eindigen. En dat is het beste soort reizen.

 

 

 

Stukje droom dat alvast uitkomt

Van Creatief Schrijven een uitnodiging gekregen voor de boekvoorstelling van dit boek, waarin een van mijn kortverhalen wordt gepubliceerd.

Jeej!

Daarmee ben ik in mijn belevingswereld dus toch al een beetje auteur, samen met 24 andere co-auteurs. En 24 is mijn geluksgetal! Er bestaat geen toeval, beste mensen.

Ondergetekende zal dus binnenkort naar de Boekenbeurs vliegen (zeer letterlijk), alwaar zij met 24 andere nobele schrijfliefhebbers (onder andere Christine Van den Hove en Sofie) het gat zal trachten op te vullen dat Pieter Aspe daar dit jaar achterlaat. Zoals altijd: indien de gezondheid het toelaat.

Het moet natuurlijk wel lukken dat ze er net het ondeugendste verhaal hebben uitgekozen (economy of love), en ik heb er geen idee van wat voor commentaar erbij gaat staan. Maar dat houdt het leven spannend, zeker?

 

 

 

 

Tip van de week!

Weer zo´n schoon kado gekregen: nog eens tot tip van de week verkozen, jeej!

Dit keer door Joachim Stoop, een professionele boekenliefhebber die niet alleen op het schitterende idee is gekomen boeken en muziek te combineren, maar ook nog eens Nederlandse les geeft aan anderstalige nieuwkomers. Een man die dus bijna al mijn stokpaardjes in zijn paraplubak heeft staan. Ik was bijgevolg zeer benieuwd naar zijn commentaar (die kan je hier lezen).

Hij koos een tekst die ik nog maar pas geschreven heb, en waar ik eigenlijk heel tevreden over ben. Lang aan de juiste woorden en zinstructuren zitten schaven, maar de clou en de inhoud had ik vrijwel direct. Het is een kortverhaal (maar echt een heel kort, dus ook voor wie niet zoveel tijd heeft) dat Herder heet.

 

 

 

Brief van een allochtoon

Mijn man heeft een Spaanse vriend die met zijn Zuid-Koreaanse echtgenote en hun twee jonge kinderen in Wales woont. Op een dag kwam bij hen thuis de conversatie op het onderwerp “nationaliteiten”, naar aanleiding van een activiteit over vlaggen, die hun zoontje op de kleuterschool had gedaan. “Jij bent Spaans-Koreaans,” zeiden zijn ouders hem. “Niet waar!” protesteerde het jongetje. “Ik ben Welsh!”

Daaraan moest ik denken toen ik gisteren in De Standaard online deze kop las: “Blikvanger Leuven krijgt met Mohamed Ridouani allochtone burgemeester“. Ridouani een allochtoon? De man is in Kessel-Lo geboren en heeft zijn hele leven in Leuven gewoond, gestudeerd en gewerkt. Hij is Leuvenser dan al die Vlamingen die in Leuven zijn blijven hangen na hun studies. Daar klopte volgens mij iets niet, en daarom nam ik het woordenboek erbij.

In Van Dale zag ik de dubbelzinnigheid waarmee wij het woord allochtoon gebruiken bevestigd:

  • allochtoon (bijvoeglijk naamwoord): van elders alfkomstig (tegenstelling: autochtoon)
  • allochtoon (de; m, v; meervoud: allochtonen): iemand die van elders afkomstig is (tegenstelling autochtoon). Het CBS definieert een allochtoon als iemand van wie miniumaal één van de ouders in het buitenland geboren is.

En daar zit het hem. Het woord allochtoon wordt dus gebruikt voor zowel mensen die letterlijk van ergens anders afkomstig zijn, als voor de kinderen van mensen die van elders afkomstig zijn. Dus die kinderen worden in dezelfde categorie geschaard als mensen die werkelijk van elders afkomstig zijn, ook al zijn ze zelf niet van elders afkomstig

Dit lijkt gevit, maar ik vind dit een zeer belangrijke kink in de kabel.

Een paar maanden geleden noemde iemand me (voor de grap weliswaar, maar toch) een guiri. Dat is het woord waarmee hier naar toeristen verwezen wordt, voornamelijk die met een roodverbrand gezicht. Ik voelde mij echt gekwetst. Ik dacht: ik woon hier verdorie al tien jaar, heb twee talen bijgeleerd, steek mijn kind in het weekend na 22u in bed, en nog hoor ik er niet bij.

En nu denk ik: als zo´n opmerking bij mij al zo hard binnenkomt, hoe moet iemand die in België geboren en getogen is zich dan voelen wanneer ze het etiket “van elders afkomstig” opgekleefd krijgen? Om weer te verwijzen naar het zoontje uit het Spaans-Koreaanse gezin uit de inleiding: dat jongetje wilde volgens mij met alle geweld Welsh genoemd worden omdat hij zich even Welsh voelde als zijn klasgenootjes. En daarin had hij, volgens mij, gelijk.

Nog een ander voorbeeld. Mijn dochter is het kind van een Spaanse vader en een Belgische moeder. Ze is geboren in Spanje. Maar volgens bovenstaande definitie is zij hier dus een allochtoon. Moest ze ooit naar België emigreren, dan is zij daar ook een allochtoon. Waar zij ook woont, zij zal dus altijd een woord opgekleefd kunnen krijgen dat betekent: van elders afkomstig. Voor mij klinkt dat alsof ze nergens echt thuishoort. En dat klopt langs geen kanten. En daarom is dit geen gevit, want je ergens thuisvoelen is een basisbehoefte.

Daarmee wil ik niet beweren dat er geen verschillen zijn tussen kinderen van migranten en kinderen van niet-migranten. Als je thuiscultuur verschilt van de heersende cultuur in de samenleving, dan zal dat vast een invloed hebben die je niet (of minder) terugvindt in gezinnen waar de thuiscultuur dezelfde is als die buitenshuis. Maar daar het woord allochtoon en autochtoon voor gebruiken, dat vind ik zeer riskant. Die woorden hebben immers behoorlijk wat lading, en verdelen mensen onder in twee kampen (zie dat woord in de Van Dale: tegenstelling). Bij De Morgen hebben ze het volgens mij wat dat betreft veel beter aangepakt, wanneer ze over Pierre Kompany schrijven: “Vader Kompany wordt eerste burgemeester van Afrikaanse origine.

Zullen we de woorden autochtoon en allochtoon dus maar gewoon daar laten waar ze thuishoren, namelijk in geschiedkundige studies over kolonialisme enzo, en wanneer we het hebben over de interessante en uitdagende diversiteit van onze 21e eeuwse samenleving de woorden afkomst en migratie gebruiken? Of beter nog: het coole Engelse woord “roots” gebruiken. Want de uitdrukkingen “afkomstig van” en “van … afkomst” kunnen ook nog voor verwarring zorgen.

Yeah. De truc met de wortels.

 

 

 

 

Verkiezingen

Aangezien de papieren om te stemmen vanuit het buitenland er dit jaar niet geraakt zijn, was ik op zoek naar een andere manier om mijn bijdrage te leveren.(*)

Ik had daarom hard zitten schrijven aan een gans pamflet waarover ik naderhand niet tevreden was. Gelukkig las ik vandaag deze blogpost van Tifosa die mij honderd keer waardevoller lijkt dan wat ik op papier had gekregen, en die ik hier graag met jullie deel.

En er is nog iets wat ik wil delen.

Ik weet dat er veel (en vaak terecht) gesakkerd wordt over politici, en dat mensen zich door het partijensysteem makkelijk in kampen verschansen.

Dat maakt het vaak moeilijk om over politiek te praten: er wordt je meteen een etiket opgeplakt en van daar gaat het meestal bergaf. Zelf ben ik gelukkig tamelijk immuun voor het onderverdelen van mensen volgens de partij waarop ze stemmen. Alle kleuren passen uiteindelijk in de regenboog (behalve zwart en wit).

Ook geloof ik niet dat alle politici zakkenvullers en mooipraters zijn. Mijn vader heeft indertijd zes jaar als schepen gewerkt in de gemeenteraad van ons dorp (voor de teloorgegane Volksunie), en in die periode heb ik gezien wat voor belachelijke spelletjes er onder politici gespeeld worden (niet door mijn vader uiteraard), maar leerde ik ook mensen kennen voor wie het vak van politicus een roeping was en die zich ondanks alle tegenkanting bleven inzetten.

Ik weet dat het heel gewaagd is om je en plein public achter een bepaalde kandidaat te zetten, maar ik ga het toch doen. En onderaan zal ik anderen aanraden hetzelfde te doen. Want als we de politieke arena aan de roepers en de schreeuwers overlaten, verandert er niks.

Hierbij dus twee mensen waar ik het volste vertrouwen in heb.

Bram Van Braeckevelt komt in Gent op voor Groen. Ik ken hem ongeveer 15 jaar, van toen we nog allebei in Gent woonden, waar hij aan een master Europese Studies bezig was. Zolang ik hem ken is hij al met politiek bezig, en met thema´s die ook mij na aan het hart liggen. Hij is open, gedreven, en heeft zeer veel ervaring.

Maarten Verbiest is mijn broer. Hij komt in Leuven op voor de sp.a. Hij heeft eerst sociaal werk (optie maatschappelijke advisering) gestudeerd en nadien sociologie. Ik sta er altijd van versteld hoe uitgebreid zijn kennis is op het vlak van maatschappelijke thema´s en hoeveel inzicht hij heeft. Voor ik mij ergens een mening over vorm, ga ik vaak eerst even bij hem te rade.

Voor wie niet in Leuven of Gent woont, of zich niet comfortabel voelt onder de hier aangegeven kleuren: ga op zoek! Zoek naar die mensen die echt je stem waard zijn. Ik ben ervan overtuigd dat er in (bijna) elke partij en in elke stad of dorp zo wel iemand te vinden is. Het internet staat ter uwer beschikking.

Als jullie zelf een goede kandidaat kennen, mag je die hieronder gerust in de commentaarsectie vermelden, net zoals ik hier in deze post gedaan heb. Dat is democratie, lieve mensen! 

 

PS: Bram en Maarten weten niet dat ik hen in deze post vermeld heb. Ze hebben het me niet gevraagd, en ik heb het hen ook niet verteld.

(*) Dat mysterie is ondertussen door expat-collega Darling Doormat opgehelder in de commentaarsectie. Merci, dear Darling!

 

Post uit 2008 (4/7)

Vrijdag 3 oktober 2008

Knuffelaars en koekedozen,

Er is veel gebeurd deze week.

Ge herinnert u misschien nog dat ik vorige week 6 uur lesgeven aan Spaanse kindjes als finale jobaanbieding had binnengerijfd, mij aangeboden door het warrige madammetje van het Campus Study Center. ZIj had mij op het hart gedrukt maandag om 10.00u op de eerste leraarsvergadering aanwezig te zijn. Ondergetekende stond dus maandag om 09.50u  voor de gesloten deur van het CSC en stond daar om 10.30u nog steeds, een beetje ongerust in haar boek te lezen. Toen kwam Laura, de twenty-something Spaans-Britse blondine en helpster van het madammeke de deur opendoen en zei dat het madammeke pas om 11.00u zou komen. Wat doet men in zo´n geval in Spanje? Samen een kop koffie gaan drinken (en ik nog steeds hardnekkig fruitsap).

Tegen 11u kwam daar het madammeke aan, kroop achter haar bureau, begon de uren te verdelen en zei me zonder blikken of blozen dat ik verwacht werd voor 1 lesuur op maandag en 1 lesuur op woensdag.

Dus ik: “Jamaar, u had me gezegd dat u zes uur voor me hebt!”

Zij: “Nee, ik heb er maar twee. Maar het zullen er wel meer worden, hoor.”

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: ik heb daar die dag 1 uurtje lesgegeven aan twee kleine Spaanse meisjes (best wel gezellig) en hoewel het madammeke me met alle macht voor die twee uren wou houden, dacht ik in mezelf beleefd “Kunt u even lekker de pot op”, zeker toen ik die dag nog drie telefoontjes kreeg voor sollicitatiegesprekken.

De beste aanbieding daarvan was van het Wall Street Institute, een Amerikaanse onderneming die lessen Engels geeft in bedrijven. Ik er meteen naartoe en mezelf vol overtuiging verkocht als de beste werkkracht van de wereld, en dit aan Luca, rekruteringsverantwoordelijke en de meest typische Amerikaan die je je kunt indenken: rond als een ton, megajoviaal en met een Michael Moore-gehalte zo hoog als de Empire State.

Hij regelde meteen een interview met de directeur voor me, dus om 19.00u zat ik, opnieuw blakend van dezelfde beroepsovertuiging, in het kantoortje van Robert De Directeur, die me beloofde diezelfde avond nog te zullen bellen of ik de job had of niet. Tegen 21u zei ik in de keuken tegen Alfonso (in het Engels weliswaar): “Die mannen gaan toch niet meer bellen precies”, en net op dat moment rinkelde mijn GSM en kreeg ik van Robert te horen dat ik de job had en dat Luca me de volgende ochtend zou bellen omdat ze snel met de lessen wilden beginnen. Ik natuurlijk het spreekwoordelijke gat in de lucht gesprongen.

De volgende dag: doodse stilte.

Op CNN overtuigende reportages over waarom Wall Street heden ten dage niet de beste plek is om te werken.

De daaropvolgende dag (woensdag): Kathleen die met een vertwijfeld hart naar het WSI belt. Niemand neemt op.

Twee uur later: het WSI belt terug (kon ik zien aan het nummer). Ik zeg mijn naam en meteen wordt er ingelegd. Ik denk: daar hebt ge het. Ze willen mij niet en hebben niet eens de guts om het me persoonlijk te zeggen.

Ik bel terug, krijg Luca aan de lijn, en die zegt: “Ah, Kathleen! Ik bel u binnen vijf minuten terug!”

Urenlang geen gehoor, ik weer bellen, weer niemand die opneemt, en in mijn hoofd pakken zich al de visioenen samen van Kathleen en Alfonso werkloos en dakloos onder de schone bruggen van Valencia, alwaar een stoet honende taalschool-directeuren langs trekt die mij toeroepen: “Dan hadt gij ons aanbod maar niet moeten afslaan! Vijftien uur per week tegen negen en een halve euro!”

Het einde van deze zenuwslopende dag werd bezegeld met een telefoontje van Luca waarin hij zich duizend maal excuseerde voor zijn laattijdigheid, zeggende dat het een zeer drukke week was voor het instituut en dat ik de volgende dag werd verwacht voor een trainingssessie. “Welcome on board!” besloot hij met Amerikaans enthousiasme, wat zoveel betekent als 750 euro netto aan het eind van elke maand, en dat minstens tot kerstmis. Dat is niet veel voor 20 lesuren per week, maar geloof me, het is zo ongeveer het beste aanbod dat ik gehad heb. En het is lesgeven aan volwassenen, wat ik een reuze pluspunt vind, want dat is iets wat ik nog nooit gedaan heb en alle extra ervaring is welkom.

En nu ga ik jullie laten, want ik heb honger-honger-honger…

Tot spoedig!

Immer uw toegewijde,

Kathleen

 

 

 

Antwoord 3: Maestro, música, por favor

Deze heerlijke vraag van Samaja was zo plezant om te beantwoorden, dat ik het weer veel uitgebreider heb gedaan dan oorspronkelijk de bedoeling was:

Heb je een favoriet nummer aller tijden (om naar te luisteren en/of om zelf te zingen)?

Nou en of, meer dan één!

*Favorieten aller tijden: Mister Brightside van The Killers (en je ziet hieronder alleen zijn kop, maar de videoclip is echt goed), Beach Baby van First Class en May You Never van John Martyn:

 

*Favoriete dansnummer: Shake It Off van Taylor Swift:

 

*Favoriete karaoke nummer: I Wanna Dance With Somebody van Whitney Houston, Son of a Preacher Man van Dusty Springfield en J´aime la vie van Sandra Kim:

 

*Om me in te zingen gebruik ik meestal Blute Nur uit de Matheüspassie van Bach (hier met de sopraan Emma Kirkby) (Ik kan het natuurlijk langs geen kanten zo goed als een echte sopraan, maar zodra je dit gezongen hebt, zijn gewone popsongs peanuts):

 

  • Ik ben geen festivalganger en ga ook niet veel naar concerten (teveel drukte voor deze HSP´er), maar wie ik toch ooit graag in het echt zou horen, is Hozier, hier met Jackie and Wilson:

 

*En als laatste nog even een beetje dramatisch doen: wanneer ik sterf zou ik in de hemel graag Jim Croce tegenkomen, en daar samen wat muziek maken. Hij stierf in 1973, op de hartverscheurend jonge leeftijd van 30 jaar. Maar zelfs voordat ik dat wist, kreeg ik al een krop in mijn keel wanneer ik I Got a Name hoorde:

 

I´ve got a song, I´ve got a song

And I carry it with me, and I sing it loud

If it gets me nowhere, I go there proud

 

(Hey, het zou ook leuk zijn als jullie hieronder jullie favoriete nummers achterlaten!)

Antwoord 2: Op de koffie

Hier ook meteen het antwoord op de vraag van Mrs. Brubeck, want dat is een heel makkelijk antwoord:

Wij komen volgend jaar terug naar Spanje…mogen we dan op de koffie? 🙂

Natuurlijk, Mrs. Brubeck! Schrijf mij een mailtje met wanneer jullie aankomen, en dan zorgen we ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten!

Dat geldt trouwens voor iedereen die hier komt lezen (*) en richting Valencia reist. Ik ben altijd blij om mensen uit het thuisland weer te zien of te leren kennen. Het is altijd zo fijn om weer wat Nederlands/Vlaams te kunnen praten, en om de stad te tonen, en samen ergens chocolate con churros te gaan eten ofzo 🙂

Altijd welkom dus!

 

(*) Nu ja, bijna iedereen. Sociaal onaangepaste psychopaten en stalkers gelieve zich te onthouden. Ge moet dat niet persoonlijk opnemen, hoor, maar ik spreek dan liever een keertje af in België. Da´s voor u ook goedkoper he.