Mensen van glas

De 19e eeuwse prinses Alexandra van Bavaria leefde in de overtuiging dat ze als kind een glazen vleugelpiano had ingeslikt, en dat ze met dat enorme instrument in haar binnenste rondliep.

Als je zoiets leest, staan de tegenargumenten meteen te dringen om als eerste de waanzin te bevechten. Kinderen kunnen geen vleugelpiano´s inslikken! Kinderen kunnen geen piano´s inslikken tout-court (*)! Niemand kan een volledige piano in zijn binnenste meedragen, geen speelgoed,- of buffetpiano, laat staan een volledige vleugel! En van glas? Wie bedenkt er in ´s hemelsnaam een slaginstrument van glas?

Je reinste waanzin, natuurlijk.

En toch.

Ik las haar verhaal, over hoe ze behoedzaam door deuropeningen schoof, en enkel op stoelen met kussens ging zitten, bang om zich te stoten en de piano te breken. Hoe ze bovenop haar glas-fixatie ook leed aan smetvrees en enkel in het wit gekleed wilde gaan.

Ik stelde me voor hoe ze het enorme gewicht van die vleugelpìano met zich meedroeg door de gangen van het paleis, iedereen aanmanend tot voorzichtigheid. En eerlijk gezegd begreep ik haar wel. Dat prachtige, loodzware, breekbare instrument in haar binnenste, dat ze zo omzichtig moest afschermen van de harde, scherpe buitenwereld -misschien was er echt wel een piano. Misschien was ze zelf wel die piano. Wat ben je anders, in een tijdperk waarin er nog niet over hooggevoeligheid en trauma wordt gepraat?

Wat zijn hooggevoelige, kwetsbare, creatieve mensen als ze geen glazen vleugelpiano´s zijn?

 

 

 

(*) Al blijft het de vraag of werkelijk alle speelgoedpianootjes opgewassen zijn tegen de wilskracht van een tweejarige.

 

 

Advertenties

Tijdscapsules

Twee jaar geleden ben ik in de speelgoedwinkel tot een ontstellende vaststelling gekomen: de My Little Ponies van nu zijn niet de My Little Ponies van 30 jaar geleden. Ik was daar serieus van onder de indruk. Dacht dat ik even de winkel in kon lopen en er zo´n mooi paardje kopen voor mijn dochter, maar wat ik vond had nog weinig te maken met de speelgoedpony´s uit de jaren ’80. Minder mooi en van minder goede kwaliteit. Gelukkig had ik nog een verzameling uit mijn eigen kindertijd. En ik dacht: had ik dat geweten, dan had ik indertijd een gans pony-leger aangekocht.

Nadien maakte ik me de bedenking: wat zijn de waardevolle spullen van vandaag? Wat zouden we nu opzij moeten houden zodat we het over dertig jaar uit het zwarte gat van de gangkast kunnen opdiepen en uitroepen: Oh, kijk eens wat ik hier heb! Dat maken ze tegenwoordig niet meer (of toch niet op die manier)! Hoe mooi/ sterk/ bijzonder/ interessant/ grappig/ nostalgieverwekkend/ etc…

Zullen we een tijdscapsule maken?

Wat mag daar van jou in?

 

 

 

Ze zijn al bezig nog voor ze begonnen zijn

Ik kreeg van een Spaanse vriend dit artikel uit El diaro doorgemaild: “El partido ultra belga sustituye por hombres a diputadas electas que incluyó en sus listas para cumplir la paridad“. Wat zoveel betekent als: “Extremistische partij vervangt vrouwelijke verkozenen die op de lijst stonden om gelijkheid te verzekeren door mannen.”

En inderdaad, na wat zoekwerk vond ik hetzelfde bericht in De Standaard en De Morgen. In het artikel van De Morgen staat er tenminste nog een foto van één van die vrouwen bij; De Standaard plaats er doodleuk een video boven van Van Grieken op bezoek bij de koning. Wat dus geen bal met het opzij zetten van vrouwen te maken heeft.

En wat zeggen die vrouwen zelf? “Het is met een dubbel gevoel, maar ja, we zetten er ons wel over. Ik ben een vrouw van mijn woord.” Dat zegt Lut Deforche-Degroote in De Morgen. “Het is spijtig, maar misschien een volgende keer, hé? Ik wil gewoon niemand teleurstellen. Immanuel is heel bekwaam en gaat dat goed doen.”

“Ik wil gewoon niemand teleurstellen.”

Aja, want dat leren vrouwen. Braaf in de rij lopen en vooral niemand teleurstellen. Laat maar beter een man voorgaan, want die gaat dat goed doen. En vraag jezelf vooral niet af of je het zelf misschien ook goed had gedaan.

Ik dacht aan Rosa Parks, die de moed had om te blijven zitten waar ze zat.

Omdat ze recht had op die plek.

 

 

Plastic (3)

Bedenkingen en ervaringen na 3 weken afval ruimen:

  • Je hebt degelijke handschoenen nodig.
  • Het is een beetje verslavend, want ook als je niet aan het opruimen bent, zie je dingen liggen die je wil oprapen
  • Vuil dat er al lang ligt, is moeilijker weg te krijgen. Het hangt in de planten, plakt vast onder het zand. “Vers” vuil oprapen is het makkelijkst.
  • Ik vrees dat er een paar slakken mee de container zijn ingegaan.
  • Isomo is waarschijnlijk het ergste: al die kleine bolletjes komen los en verspreiden zich.
  • Er zit veel variatie in het soort afval. Dat gaat van yoghurtpotjes over strijkijzers tot batterijen. Maar vooral veel flesjes en blikjes, en verpakkingen van snacks.
  • Het is moeilijk om geen oordeel te vellen over de cerebrale capaciteiten van mensen die afval op straat gooien terwijl er tien meter verder containers staan voor restafval, papier en karton, PMD, en glas. Maar daar wordt aan gewerkt.
  • Het is fijn om te zien hoe de straten er toch al iets beter uitzien na een paar keer tien minuutjes vuil ruimen.
  • Ondanks de handschoenen blijft het een vieze bedoening, waarschijnlijk vooral in mijn hoofd. Ik blijf op mijn hoede voor infecties, en ontsmet nadien mijn handen.
  • In het weekend ruim ik geen vuil op.
  • Als ik mijn regels heb, ruim ik geen vuil op.
  • Ik wil het niet blijven doen, want ik blijf nadien wel een beetje met dat vuil in mijn hoofd zitten, en dat is niet wat ik in mijn hoofd wil. Ik ben niet de nieuwe David Sedaris.
  • Soms dacht ik: vandaag doe ik het niet. Maar dan lag er bijvoorbeeld plots een stuk isomo voor de deur, en pakte ik toch maar een zak en trok mijn handschoenen aan. Ik ben niet de nieuwe David Sedaris, maar ik snap hem wel.

 

 

 

Post-verkiezingen: waarom wandelen

Uit het nieuwe boek van Austin Kleon:

Walking is good for physical, spiritual, and mental health. “No matter what time you get out of bed, go for a walk,” said director Ingmar Bergman to his daughter, Linn Ullmann. “The demons hate it when you get out of bed. Demons hate fresh air.”

What I´ve learned on our morning walks is that, yes, walking is great for releasing our inner demons, but maybe even more important, walking is great for battling our outer demons. 

The people who want to control us through fear and misinformation -the corporations, marketers, politicians- want us to be plugged into our phones or watching TV, because then they can sell us their vision of the world. If we do not get outside, if we do not take a walk out in the fresh air, we do not see our everyday world for what it really is, and we have no vision of our own with which to combat disinformation.

 

-Austin Kleon, Keep Going, p 175

 

 

 

 

Stemmen met looprek

Ik ben geen voorstander van de stemplicht, en dat om een tamelijk poëtische reden: wanneer ik hier in Spanje ga stemmen, weet ik dat iedereen die het stemlokaal in en uitloopt, daar uit vrije wil is. Sommigen geloven in verandering, anderen in schadebeperking. Maar elk van hen gelooft in het belang van hun bijgedragen steentje. Hier wordt het stemmen overgelaten aan zij die nog geloven.

Ik heb vanmorgen zoveel oude mensen aan het stemlokaal gezien: met looprekken, op krukken, voorzichtig uit de wagen geholpen door hun kinderen, ondersteund door hun kleinkinderen.

De generatie die nog goed weet hoe het was niet te mogen kiezen.

Zij gaan stemmen, hoe dan ook.

 

 

 

 

 

 

 

Tim Minchin en de graden van verwijdering

Ik ben niet bijzonder geïnteresseerd in bekende mensen. Maar daarnet zei mijn zangleraar dat hij vorig jaar een leerling had die een kennis was van Tim Minchin. En ik dacht: “Wow! Three degrees of separation tussen Tim Minchin en mezelf!”
Dat heeft wel mijn dag gemaakt.

PS: dat betekent dus ook: maximum vier graden van verwijdering tussen Tim Minchin en uzelf! Wat een onverwacht kado voor wie eraan twijfelde of deze blog lezen wel ergens goed voor was.

Plastic (2)

Toevallig was er een tijdje geleden nog een tweede post (behalve die van Loes bedoel ik) die over plastic en afval ging, en wel deze van Bentenge, waarin een link staat naar deze petitie van Avaaz over het dumpen van plastic afval in Azië.

…en dan die vraag aan een ander stellen, fluisterde Remco Campert weer, en dus besloot ik die petitie met een aantal Spaanse vrienden te delen in een whatsapp-groep. Ik schreef er voor de zekerheid een korte Spaanse synopsis bij. “Slechts 9% van het opgehaalde plastic wordt daadwerkelijk gerecycleerd” stond daar onder andere in.

Een van mijn vrienden reageerde geshockeerd. “MAAR 9 PROCENT? Wat een misleiding!” Bleek dat mijn Spaanse vrienden er vanuit gaan dat al het plastic dat in de gele containers wordt gegooid, gerecycleerd wordt. Zo praten ze er ook over. Iemand die afval sorteert, zegt: yo reciclo (ik recycleer).

Dus legde ik uit in de groep dat er een verschil is tussen afval scheiden en afval recycleren. Je sorteert je afval zodat het daarna makkelijker is er de stukken uit te halen die gerecycleerd kunnen worden.

Maar dat is natuurlijk ook maar het verhaal dat ik zelf geloof, besefte ik op dat moment. Want uiteindelijk heeft niemand van ons een duidelijk beeld van wat er precies met ons afval gebeurt. Er is heel weinig informatie en zero transparantie.

Is dat niet een beetje een deel van het probleem?

 

Liefdesliedje

Daarnet toevallig een tekstje teruggevonden in een van mijn schriftjes. Ik heb het op azertyfactor gezet voor wie zin heeft in een liefdesliedje (voorlopig zonder muziek) om de dag mee te beginnen.

Je kan hier klikken om het te lezen.

Een fijne week gewenst allemaal!

 

 

Plastic (1)

Onze straat was vroeger een boomgaard vol appelsienbomen.

Hoe idyllisch klinkt dat? Ik woon in een Spaans dorpje in een straat die vroeger een boomgaard was.

Maar vooraleer u makelaars begint op te bellen: even een reality check.

In onze wijk staan nog niet zoveel huizen, al komen er elk seizoen wel een paar nieuwe bij. Op de open plekken tussen de huizen groeien grassen, veldbloemen en alle soorten onkruid. Dat geeft mooie plaatjes zoals dit:

afval 3

Maar ook: tussen al dat groen ligt afval. 

afval 4

Nu is afval in de berm gooien sowieso heel fout, maar wat het nog erger maakt, is dat er in elke straat grote afvalcontainers staan waar je gratis je afval in kan gooien. Een bruine voor restafval, een gele voor PMD, een groene voor glas, een blauwe voor papier. Om de een of andere reden ligt er naast die containers nog meer vuil dan ergens anders:

afval 2

Een keer of drie per week dacht ik: eigenlijk zou ik handschoenen moeten aantrekken en al die rommel opruimen. Maar de motivatie kwam nooit echt op gang, want daarna kwamen er gedachten op als: over een paar jaar is alles hier toch volgebouwd, dus dat probleem lost zich vanzelf op. En: wil ik wel de “gekke ecologista” zijn? Ja mensen, de Spaanse mentaliteit begint hier binnen te sluipen.

Maar toen las ik deze post van Loes en ging ik weer nadenken.

En mijn conclusie was: nee, ik ga niet wachten tot alles hier volgebouwd is. Dat duurt nog jaren en ondertussen loopt mijn hond tussen het plastic en het gebroken glas, en groeien alle kinderen uit de buurt op met het idee dat het normaal is naast een halve stortplaats te leven.

Dus vanmorgen heb ik rubberen handschoenen aangetrokken, een vuilniszak genomen, en in plaats van de hond uit te laten heb ik hem mee de straat op genomen terwijl ik de zak vol afval gooide. Binnen de vijf minuten zat de zak vol met alles wat ik op een paar meter gevonden had. En eigenlijk zag je het verschil niet eens. Een vriendin die langs reed met de auto, stopte in het midden van de straat, opende haar raampje en riep: “¡Ecologista! ¿Que vas recogiendo basura?“(*) En ik riep: “¡Sí, porque estoy harta!” (**)

Ik doe het niet graag, ik voel me er super-ongemakkelijk bij, en ik zou honderd keer liever de coole, hippe dame van het dorp zijn in plaats van de gekke, kwaaie ecologista. Bovendien zwiepte er een stuk plastic lint langs mijn oog toen ik het uit de planten trok, en nu zit ik me zorgen te maken of ik daar een oogontsteking aan ga overhouden.

Maar morgen doe ik het weer, vijf minuutjes. In de hoop dat over een paar jaar er toch wat meer mensen zijn die afval opruimen minder gek vinden dan afval uit het raam van je wagen gooien.

En om de moed erin te houden, lezen we Remco Campert:

……………………………………………………………………

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

—————————————————————–

(*) “Ecologista! Loop jij daar nou afval op te ruimen?

(**): Ja, want ik ben het beu!