Duimen maar: hopen op het Natalia Effect

Mannekes, het heeft niet mogen zijn: kennelijk was er een straffere tekst in de running die de wedstrijd gewonnen heeft…

Maar niet getreurd, misschien lukt het de volgende keer wel. En als ik dan weer naast het goud grijp, kan ik me nog altijd tot de Heilige Natalia wenden: zij die in 2003 tijdens het allereerste seizoen van Idool op de tweede plaats eindigde, in de voorrondes van Eurosong 2004 Xandee moest laten voorgaan, ja, zelfs in Sterren op de dansvloer tweede werd -maar ondertussen wel een schitterende zangcarrière uitbouwde.

Ik denk dat ik een foto van Natalia in mijn agenda ga plakken 🙂

 

 

 

Duimen maar!

Vanmorgen kreeg ik deze mail in mijn inbox:

Beste schrijfliefhebber,

Bedankt voor je deelname aan de schrijfkans ‘Verhaal voor dictee gezocht’ op Azertyfactor. We ontvingen een zestigtal straffe inzendingen. Juryleden Katrijn Van Bouwel en Ludo Permentier maakten na lang en rijp beraad een eerste selectie.

En goed nieuws, want jouw tekst staat in de top drie. Dat betekent dat hij vandaag wordt voorgelegd aan de bibliotheeksector, die verzamelt in Oostende. Bibmedewerkers beslissen mee welke tekst gaat worden voorgelezen op 6 december.

Morgen, vrijdag 20 september, maken we op Azertyfactor de winnaar van deze wedstrijd bekend. Dat is dus de tekst die vandaag de meeste stemmen krijgt. Duimen maar!

Tof he?

Zo spannend 🙂

Schrijven om de duivel uit te drijven

Een opmerking van Koen Schyvens (our man in Maputo) herinnerde me eraan dat ik nog een belangrijk antidotum vergeten ben in deze lijst, namelijk: schrijven.

Ik veronderstel dat elke activiteit die je graag doet en die je zelfvertrouwen geeft een goede preventie is tegen psychisch lijden. In mijn geval heeft creatief schrijven me dus zeker geholpen om dammen op te werpen tegen dreigende depressies.

Er is echter nog een andere vorm van schrijven die soms acuut hulp bood wanneer ik middenin een aanval zat. Het is een soort van schrijven die niets te maken heeft met schrijfkriebels of inspiratie, en die iedereen kan toepassen (volgens mij). Daarom wil ik er hier dieper op ingaan.

De werkwijze is zeer eenvoudig: je neemt een blad papier, en je begint te schrijven. Je schrijft alles neer wat er in je opkomt, wat het ook is. Je haalt je gedachten uit je hoofd en zet ze neer op papier. Dat kan heel therapeutisch werken, heb ik gemerkt. Ten eerste omwille van de fysieke actie (je bent met iets doelgerichts bezig in plaats van de muren op te lopen), ten tweede omdat je de negativiteit van binnen naar buiten brengt (depressie is een soort van opkroppen, van binnenhouden), en ten derde omdat het makkelijker is de denkfouten in je gedachtegang te herkennen wanneer je ze zwart op wit ziet staan. Depressieve gedachten klinken veel harder op papier. Het is ongelooflijk wat voor rotzooi we onszelf wijsmaken onder invloed van een depressie, maar het is vaak pas wanneer je het op papier zet dat je beseft wat er allemaal in het duister van je hoofd omgaat.

Soms zie je het niet meteen. Daarom kan het nuttig zijn die schrijfsels na een paar uur of een paar dagen later opnieuw te bekijken. En dan die ideeën tegen te spreken. Dat is hoe je tegen depressie vecht: je moet jezelf leren tegenspreken. Vechten tegen depressie is: met heel je lijf voelen hoe nutteloos je bent, met volle overtuiging denken “ik ben niets waard”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “dat is onzin, ik hou van jou en er zijn zoveel mensen die jou graag zien.” Of met heel je lijf voelen dat niets zin heeft, met volle overtuiging denken “dit bestaan is een goddelijke grap, ons leven een uitstel van executie”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “er is hoop, er is liefde, er is vreugde. Nu voel je het niet, maar straks weer wel.”

Het is heel zwaar werk, en het heeft niet meteen effect. Maar oefening baart kunst. Dus in die Eerste Hulp Bij Depressie-kit zou ik zeker en vast een potlood en een notaboekje steken.

 

 

 

 

 

De beste antidepressiva

(Deze post werd geschreven vanuit persoonlijke ervaringen. Ik ben geen psychiater of psycholoog, en wil hier geen uitspraken doen over therapie of medicatie. De verantwoordelijkheid voor hoe deze tekst door de lezer geïnterpreteerd wordt, ligt bij de lezer zelf, niet bij mij. Dank u.)

Iemand vroeg me eens of ik een lijst kon maken met de zaken die me geholpen hadden met het overwinnen van depressie. Met depressie bedoel ik dan de chronische depressie die ik van mijn 18 tot ongeveer mijn 24e getorst heb, daarna de post-natale depressie die zo´n vier maanden na de geboorte van mijn dochter begon en een jaar of twee aansleepte, en tot slot de resterende korte aanvallen die ik hier eens heb beschreven.

Als je dat zo leest, klinkt dat zeer zwaar. En dat was het ook. Bovendien dacht ik (of beter, vreesde ik) lange tijd dat ik een Depressief Persoon was, ondanks alle vrolijkheid die ik tentoon kon spreiden. Maar gaandeweg heb ik geleerd dat ik absoluut geen Depressief Persoon ben, wel integendeel. Ik ben van nature belachelijk up-beat, en er rotsvast van overtuigd dat optimisme een morele plicht is. Maar ik kwam terecht in omgevingen, systemen en situaties waarin ik me niet kon handhaven, en die me ziek maakten. En dan is het pompen of verzuipen.

Hieronder dus een lijst met wat me daadwerkelijk geholpen heeft depressies te dragen en te overwinnen, in de hoop dat het iemand tot nut kan zijn. (Want kennelijk is het nodig.)

tv-kijken

Ik kijk heel weinig tv. Ik zet me alleen maar voor een scherm omdat ik een welbepaalde film wil zien, of omdat het een aangenaam moment is om samen met mijn man door te brengen. Alleen wanneer ik depressief was, gaf ik me over aan binge-watching. Dan keek ik in één trek drie afleveringen van Desperate Housewives (what´s in a name?) of draaide er een volledig seizoen van Friends door.

En dat was een goede zet. De personages op tv gaven me het gevoel dat er mensen om me heen waren, een soort substituut-vrienden die ik kon oproepen wanneer ik wou, en die er geen moer om gaven dat ik als een ongewassen landloper in de zetel lag. Ze praatten, ze lachten, ze huilen. Ze vertelden grappen. Ze leidden me af. De overwinning op mijn post-natale depressie heb ik voor een groot deel te danken aan de makers van How I Met Your Mother.

Misschien is dat ook een van de redenen dat ik door de band zo weinig tv kijk. Voor mij is het een medicijn, iets dat ik opgeborgen hou voor wanneer de nood het hoogst is.

weggaan

Soms moet je, om jezelf te redden, iets opgeven. Een studierichting, een job, een relatie, een vriendschap, een woonplaats, een idee, een droom, een verwachting. Dat kan bijzonder moeilijk zijn, zeker als anderen het daar helemaal niet mee eens zijn. Maar het is jouw leven. Je eerste verplichting heb je aan jezelf. En wanneer je één plek verlaat, kom je terecht op een andere plek -een plek waar je andere dingen leert. En vaak zijn dat precies de dingen die je nodig had.

Wat die paar maanden in Belfast voor mij betekend hebben, valt niet te overschatten. Daar is een soort van recuperatie in gang gezet die nadien in Spanje werd aangezwengeld. Beide ervaringen waren niet gemakkelijk, maar ze waren wel gezond. Plots keek ik vanuit een ander perspectief naar de plek waar ik vandaag kwam,  en begon dingen te zien die ik voordien niet had opgemerkt omdat ik er toen met mijn neus bovenop zat. Ik begreep vroeger bijvoorbeeld niet waarom België zo hoog scoorde in de zelfmoord-ranglijsten. Nu begrijp ik dat beter.

vaardigheden aanleren

Je moet leren voelen. Je moeten leren benoemen wat je voelt en waarom je dat voelt. En daarna moet je leren omgaan met die gevoelens.

Je moet leren waar je grenzen liggen en die dan met hand en tand verdedigen. Je moet leren “nee” zeggen. Je moet leren inzien wat jouw basisnoden zijn en dan leren er alles aan te doen om die noden te vervullen.

de juiste boeken lezen

Veel van die vaardigheden, en inzichten omtrent welke vaardigheden ik miste en waarom, heb ik geleerd uit boeken. Ik heb geen therapie gevolgd bij gerenommeerde therapeuten of psychologen, maar ik heb wel hun boeken gelezen. Of dat even efficiënt is, weet ik niet, maar het was wel oneindig veel goedkoper en praktischer, en uiteindelijk bleek het ook doeltreffend.

het artikel bij de tandarts

Een paar jaar geleden zat ik in de wachtkamer van de tandarts in een magazine te bladeren. Daarin las ik een artikel waaraan ik nog vaak heb teruggedacht wanneer ik weer naar beneden zonk. Het was geen artikel over depressie, het ging niet over “10 dingen die je kan doen wanneer je depressief bent” ofzo. Het was een reportage over een bordeel in Azië (ik denk Birma, maar ik kan me vergissen). Matrassen in containers, een corrupt politie-corps, vrouwen die elke dag hun lichaam moesten verkopen en geslagen werden. Maar wat me het meest aangreep was het verhaal van de kinderen. Want die vrouwen werden natuurlijk zwanger (ze konden hun klanten niet dwingen een condoom te gebruiken), en hun kinderen groeiden op in het bordeel. Zodra die kinderen er fysiek klaar voor waren, stonden hun eerste klanten te wachten.

Ik weet dat je de ene miserie niet met de andere mag vergelijken. Maar in het diepste donker denk ik nog vaak: ik ben niet geboren in een Aziatisch bordeel. Zoveel heb ik nu ook weer niet te klagen.

muziek

And if it wasn´t for the music, I don´t know what I´d do.”

(Indeep, Last night a DJ saved my life)

vrienden

Mensen zeggen vaak “bel mij als er iets is”. Zelf zeg ik het ook, al weet ik zeer goed dat dat het laatste is wat iemand met een depressie zal doen: iemand opbellen en om hulp vragen. En toch moeten we dat zinnetje blijven gebruiken. Blijf dat zeggen: ge moogt mij altijd bellen. Want alleen al de wetenschap dat er iemand is die je zou kunnen bellen, maakt een verschil. Het feit dat er iemand is die je af en toe een mailtje stuurt, die vraagt hoe het met je gaat, die je uitnodigt, die voor jou supportert, die jou ondanks tijd en afstand niet vergeten is, die blij is met je gezelschap, die voorstelt op je hond te passen wanneer je op vakantie gaat, die je een boek opstuurt, die met jou van gedachten wil wisselen, die je via een prachtig, warm gebaar duidelijk maakt dat je voor altijd een plekje hebt dicht bij hun gezin,… Dat alles maakt het bijzonder moeilijk om jezelf op te geven.

 

 

Mobiliteit in België: een representatieve dag

Op zaterdag 24 augustus reisden mijn man, mijn dochter en ik van Nisramont naar Leuven, en maakten een tussenstop in Brussel. Het was een erg Belgische reis, om redenen die u zodadelijk vast duidelijk zullen worden.

Mijn ouders brachten ons met de wagen naar het station van Marloie. We moesten daarbij een omweg maken, want er waren wegenwerken. Het bord dat aangaf langs waar de omleiding liep, werd aan het zicht onttrokken door een ander verkeersbord dat pal voor het eerste bord stond.

Toen we in het station aankwamen, vroeg ik de man aan het loket of het mogelijk was met één ticket van Marloie naar Leuven te reizen en een tussenstop te maken in Brussel Schuman. “Normaal gezien niet,” zei hij, “want normaal gezien moet je langs Ottignies. Je mag wel uitstappen en je reis hervatten, maar dat moet op het kortste traject zijn. En voor Leuven is dat langs Ottignies.” Ik begon me al een beetje zorgen te maken, toen hij zijn uitleg hervatte. “Maar je hebt geluk: vandaag zijn er werken in Ottignies, dus moet je uitzonderlijk wél langs Brussel. Dus kan je daar wel gewoon uitstappen zonder meerprijs.” Dat was waarschijnlijk voor het eerst in 39 jaar dat ik voordeel haalde uit een omleiding. Een glorieus moment.

We reisden tot Brussel Schuman, waar we een tijdje stonden te draaien voor we de weg vonden naar het Jubelpark en het Museum voor Kunst & Geschiedenis (dat gebouw is trouwens een architecturale omleiding op zich). Na wat zoekwerk vonden we de mummies waar we voor gekomen waren, en nadat we die in levende/dode lijve bezichtigd hadden, liepen we weer naar het station. Nu blijkt Brussel Schuman zowel een trein,- als een metrostation te zijn, en bovendien volledig ondergronds. Dat zal misschien wel duidelijk zijn voor wie daar elke dag gebruik van maakt, maar voor eendagsreizigers als wij was het een doolhof (gelukkig waren we in het aangename gezelschap van lokale versterking). We namen ruim op tijd de lift naar beneden -een voorsprong die we al gauw verloren aan gangen, wegwijzers en nog meer liften, zodat we maar net op tijd de trein opstapten.

Na een korte rit kwamen we aan in Leuven. Daar moesten we de bus op naar onze eindbestemming. Ik was door de lokale bevolking al gewaarschuwd dat je beter geen kaartje koopt op de bus, omdat dat zéér duur uitkomt. Gelukkig zag ik naast het busstation een gebouw waarop de naam Lijnwinkel prijkte. Dus ik de Lijnwinkel binnen. Daar kwam ik in een haveloze wachtzaal terecht, die op één even haveloze man na leeg was. Ik liep langs de man heen naar een glazen deur die naar de loketten beloofde te leiden. “De winkel is gesloten,” riep de man me toe. “Oh, bedankt,” zei ik, en terwijl ik hem aankeek zag ik achter hem een ticketautomaat staan. Dus liep ik daarop af. “Die werkt niet,” zei de man. Hij zei het met een intonatie waarvan ik op dat moment besefte dat ik die nog nooit in een andere taal of in een ander land gehoord had: een paradoxaal akkoord van berusting en verzet.

“Waar moet ik dan een ticket kopen?” vroeg ik. “Aan het loket van het treinstation,” zei hij. “Het treinstation,” herhaalde ik, met in mijn stem een zweem van ironie die in het Spaans zelden of nooit komt opzetten. De man knikte samenzweerderig. Welkom in het land van de omleidingen.

Enfin, uiteindelijk op de bus geraakt. Zwaait die bus opeens de buitenring op, terwijl wij daar niet moeten zijn. Dus ik naar voor, om de buschauffeur te vragen of we wel op de juiste bus zitten. “Ja hoor,” zegt hij vrolijk, “maar er is een omleiding.”

Ik had het kunnen weten.

 

 

Red het klimaat: 10 tips (4-6)

(Deze gastpost werd geschreven door Maarten Verbiest)

  1. faseer fossiel thuis uit

Voor het verwarmen van onze huizen gebruiken de meesten vandaag nog fossiele brandstoffen en in het bijzonder aardgas. Dat is al een hele stap beter dan mazout wegens efficiënter en een lagere uitstoot. Maar ook daarmee gaan we op termijn moeten stoppen. Wat kan je vandaag doen? De trias energetica toepassen:

Stap 1: beperk je vraag –  dus isoleren (dak-muur-vloer), enkel verwarmen wat verwarmd moet worden (moet je slaapkamer de hele dag 20 graden zijn in de winter? Serieus?), en compact wonen.

Stap 2: gebruik maximaal hernieuwbare energie – zon, wind, water. Zonnepanelen zijn een duurzame keuze over de levensduur bekeken, en/of je kan je energie groen en lokaal aankopen. Ecopower is een aanrader voor wie in Vlaanderen woont, en er zijn overal wel lokale energiecoöperaties of aanbieders van échte lokale groene stroom. En in het bijzonder als je zelf stroom opwekt, kan je dit combineren met elektrisch aangedreven warmte-opwekkers. Erg in trek tegenwoordig is een warmtepompboiler, waarmee je je sanitair warm water elektrisch verwarmt. Je volledig verwarmingssysteem omschakelen is momenteel helaas nog een hele financiële investering, en voor een niet-aangepast huis ook een grote lopende kost als je niet het leeuwendeel van de benodigde stroom zelf kan opwekken. Dit ligt natuurlijk anders als je een nieuw huis bouwt (meer daarover verder).

Stap 3: de resterende fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk gebruiken. Bvb. door lage-temperatuurverwarming te gebruiken (vloer- of wandverwarming) ipv radiatoren, en door transmissieverliezen op te sporen en te elimineren (dus een goed afgestelde ketel, geen overbodig lange buizen, buisisolatie waar zinvol,…).

 

  1. (herop)bouwen of renoveren?

Renoveren, zonder twijfel. Sinds kort bestaat er een slooppremie voor wie een oude niet-energiezuinige woning afbreekt en er een nieuwe voor in de plaats zet. Echter, dit rendeert energetisch pas na een 40-tal jaar.. Of je moest érg duurzaam bouwen (minimaal gebruik van beton en zo veel mogelijk hernieuwbare materialen).

En ook als je renoveert geldt dat hoe meer materialen je hergebruikt, hoe beter het is. Als je toch nieuw wil bouwen, overweeg dan houtskeletbouw (zo doe je meteen aan carbon capture!) of een andere lokale grondstof (leem, of strobaalwoningen, al is dat minder evident in de stad omwille van de dikte van de muren). Bouw ook compact doch praktisch doordacht (kleiner kan ook ruimer zijn). Is je huis te groot? Dan kan je de te verwarmen ruimtes beperken, of aan house-sharing doen. Zeker als de kinderen het huis uit zijn. Duurzaam bouwen start bij het vinden van een architect én aannemer die hier in mee is. En er misschien zelfs een uitdaging van wil maken (ook voor hen een interessant visitekaartje!). Waar je woont of bouwt heeft natuurlijk ook een grote impact op hoe ecologisch je levensstijl zal zijn.

 

  1. Vliegen? Blijf lekker lang weg!

Zelf heb ik al enkele jaren geen vliegtuig meer genomen. Voor vakanties vind ik het persoonlijk wat zinloos, omdat er nog zoveel interessants te ontdekken valt op niet-vliegafstand. Een tropische bestemming staat ook niet per definitie garant voor een leukere of meer deugddoende vakantie.

Vlieg je dan toch? Make it count! Beter 1 lange reis dan 2 of 3 kortere. Bezoek je een continent, doe dat dan voor minstens een maand (liefst langer, indien mogelijk), en reis rond op je reis. Het zal je gegarandeerd veel langer bijblijven. Een zuiverder geweten kan je kopen (al wordt de uitstoot niet vermeden dus het blijft een beetje een aflaat, helaas). Een betrouwbaar initiatief is deze: www.carbonaltdelete.eu. Het is een onwaarschijnlijke schande dat vlieghavens gesubsidieerd worden, kerosine niet belast en er zelfs geen btw op vliegtickets geheven wordt. Door te compenseren neem je zelf toch wat verantwoordelijkheid op.

Moet je vliegen voor het werk? Kijk of het met de trein kan (duurder helaas, maar je kan echt wel werk verzetten op de trein, moest dat een argument zijn voor de baas/bazin), reis niet met meer mensen dan strikt noodzakelijk, en overweeg aan vergaderingen deel te nemen via videoconferencing. Investeren in goede infrastructuur voor dit laatste is overigens snel terugverdiend.

 

L’histoire se répète

Uit een boek dat ik onlangs op een Belgische zolder tegenkwam.

Zoek de gelijkenissen met het begin van de eenentwintigste eeuw.

“Tussen 1871 en 1911 verlieten ongeveer 28 miljoen mensen Europa. Ze trokken naar Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Argentinië, Canada en Amerika.

Vele Europese bedrijven vestigden een kleine handelspost in buitenlandse havens.  Nederlandse en Duitse boeren verkochten hun boerderij en kochten land van de Amerikaanse spoorwegmaatschappijen. Veel emigranten raakten enthousiast door een boek van de Amerikaanse journalist James Brisbin uit 1881, waarin hij beschreef hoe je snel rijk kon worden als veeboer in Amerika.

Engelse boeren gingen naar Australië of Nieuw-Zeeland, op zoek naar sappige weiden; mijnwerkers uit Wales trokken naar Pennsylvania, waar ze meer geld konden verdienen. Italiaanse boeren gingen als ongeschoold arbeider werken bij de Amerikaanse spoorwegen. Ook werden vaak Poolse mannen aangenomen voor werk aan de spoorweg. Ze reisden meestal in groepjes van tien en hadden een oud vrouwtje bij zich dat voor ze waste en kookte.

Andere emigranten waren mislukkelingen die opnieuw wilden beginnen: zakenlieden die al hun geld hadden verloren, verarmde adel en misdadigers die voor de politie op de vlucht waren. Sommige arbeiders die op de zwarte lijst waren gekomen vanwege vakbondsactiviteiten, kregen van hun vakbond een kaartje voor de overtocht. Ierse boeren vluchtten weg van de armoede en honger, Slowaken ontvluchtten de politieke onderdrukking in Hongarije. Uit Rusland kwamen joden “bij wie de onderdrukking van het gezicht te lezen viel”.

De emigranten kwamen in een vreemde, vijandige omgeving terecht. Toen Engelse boeren in Wisconsin kerstliederen zongen op kerstavond, raakten andere emigranten in paniek -ze dachten Indiaanse strijdkreten te horen. De nieuwkomers, die helemaal onderaan moesten beginnen en werden uitgescholden voor “spaghettivreter” of “pinda”, zochten steun bij elkaar. Hun nationalistische trots werd vaak nog sterker dan toen ze nog in hun vaderland woonden. Amerikaanse Ieren spaarden hun geld op en stuurden het naar Ierland om de strijd tegen de Engelsen te steunen.

De meeste emigranten waren enthousiast, intelligent (ook al hadden ze vaak niet veel opleiding) en pasten zich gemakkelijk aan. Het waren harde werkers en hun kinderen profiteerden daarvan. Vaak lieten ze familieleden op hun kosten overkomen of stuurden ze geld naar huis om een bejaard familielid te helpen. De brief die ze meestuurden ging dan het hele dorp rond en zo kregen anderen ook zin om naar de Nieuwe Wereld te gaan. ”

(Uit “Zo was het tijdens de Industriële Revolutie”, uitgeverij De Hoeve, 1993)

En dan stond er ook nog een foto onder van migranten op het dek van een stoomboot, met volgend onderschrift:

“De migranten wacht eerst nog een gevaarlijke overtocht op het tussendek (de goedkoopste slaapplaats) van een oud schip. Het verhaal gaat dat de kapitein soms passagiers overboord gooit als ze niet opnieuw het geld voor de overtocht betalen. Hele gezinnen gaan soms dood door honger of ziekte.”

 

 

Red het klimaat: 10 tips (1-3)

  1. Ken jezelf

 We kunnen in het ijle om ons heen beginnen consuminderen en compenseren, maar meten is weten. Dus probeer een overzicht te maken van waar je vandaag staat op de verschillende domeinen. Het internet staat vol met calculatoren, maar helaas is er geen enkele perfect. Het beste is voor jezelf een scope af te bakenen en een startpunt te zoeken. Je kan niet alles tegelijk doen. Dus probeer uit te maken waar je grootste ‘klimaatslokoppen’ zitten, en hoe en of je er iets aan kan (en wil?) veranderen. Als je helemaal wil ‘losgehen’ kan je (aanrader voor excel-fanatici!) een CO2-boekhouding bijhouden.

Hieronder enkele leidvragen. Probeer voor elke categorie te berekenen met hoeveel equivalent CO2 op jaarbasis het overeen komt.

  • Hoe verplaats je je (naar werk, winkel, vakantie)?
  • Hoe verwarm je je huis?
  • Hoeveel elektriciteit verbruik je, en welke stroom komt uit je stopcontact? Voor welke stroom betaal je? (lokaal groen, certificaatgroen of grijs?)
  • Waaruit bestaat je eetpatroon? Vegan, vegetarisch, kip, elke dag rood vlees?
  • En het eetpatroon van je huisdieren?
  • Koop je veel spullen in plasticverpakkingen?
  • Ben je een grote elektronica-verbruiker? Ben je een hersteller of nieuwkoper?
  • Drink je vooral kraanwater of uit flessen?
  • … (oneindig lange lijst)

 

  1. Fiets!

 Jep, binnenkoppertje. Fietsen is goed voor het milieu, je gezondheid én je portemonnee. Idealiter woon je dicht bij je werk en winkel (en school), zodat alvast al je dagelijks vereiste verplaatsingen duurzaam kunnen gebeuren. Dingen te verplaatsen? Vandaag is er zo’n overweldigend aanbod aan cargofietsen, fietstrailers, midtails, longtails, fietszakken en fietsmanden, dat je gewoon geen excuus meer hebt. En nog elektrisch ondersteund ook, als het niet anders kan. Twee kinderen én boodschappen? Geen punt. Toen ik 10 jaar geleden met de bakfiets rondreed voelde ik me een kermisattractie. Vandaag moet je zelfs dat er niet meer bijnemen.

Wil je écht duurzaam fietsen? Koop dan een tweedehandsfiets (oude fietsen zijn niet zelden ook heel wat robuuster dan nieuwere modellen), opgelapt door een sociaal economiebedrijf.

 ! Tip voor Leuvenaars: www.velo.be.

 

  1. Mijd fossiel mobiel

 Heb je nog een auto die op dino’s rijdt (benzine, diesel, LPG of CNG)? Stap er gerust in om je grootmoeder te bezoeken, grote boodschappen te doen, of om met het hele gezin op vakantie te gaan. Maar niet voor je dagelijkse verplaatsingen.

 ! Weetje: een verbrandingsmotor heeft een efficiëntie van +/- 25%. Rekenvoorbeeld: 1 persoon van 70 kg rijdt in een auto van 1200 kg. Van alle energie-inhoud in je liter brandstof, gaat welgeteld 1,38% naar het verplaatsen van de persoon die er in zit. Zo gaan we vandaag om met een uitputbare grondstof die het klimaat om zeep helpt. Not cool.

! Tip: Avontuurlijk aangelegd? Er zijn ook andere manieren om je over middellange afstanden te verplaatsen, buiten fietsen. Minder energie-efficiënt, maar nog steeds stukken beter dan per auto: een elektrische eenwieler, een elektrisch skatebord of onewheel, een elektrische scooter, of (als je gewoon sneller wil fietsen zonder veel inspanning) een speed-pedelec.

 

Red het klimaat: 10 tips (inleiding)

(Gastbijdrage, geschreven door Maarten Verbiest.)

Toegegeven, ook ik neig soms richting je-m’en-foutisme. We hebben immers nood aan systemisch verandering, en er zijn zoveel systeemfouten waar je zelf geen invloed op hebt. Je kan je dus afvragen waarom hier dan een lijstje staat met dingen die JIJ kan doen. Daarom deze inleiding, om het nut van deze bijdrage toe te lichten.

Verandering gebeurt nooit vanzelf en gaat nooit snel. Het is een gradueel proces. En voor verandering ten goede van ‘het klimaat’ geldt hetzelfde als wat je ziet gebeuren bij alle nieuwe fenomenen binnen sociale groepen: het begint met innovators, gaat over early adopters, waarna de rest begint in te pikken en het uiteindelijk gemeengoed is. Dat is zo bij de adoptie van technologie (de telefoon, de auto) maar evenzeer van ideeën (algemeen stemrecht, het basisinkomen).

Diffusion_of_ideas.svg

bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Diffusion_of_innovations

Al moeten we wel opmerken dat als we het hebben over klimaatverandering, het niet gaat over 1 product of idee, maar over een heel scala aan innovaties, zowel qua ideeën als ‘producten’ en zelfs gedragingen. En wat het helemaal eng maakt (al heeft dat ook een potentieel voordeel), is dat het niet ‘optioneel’ is en er een datum vastgelegd is waarom we 100% ‘marktaandeel’ behaald moeten hebben. Je kan er voor kiezen om er van af te zien een smartphone aan te schaffen. Maar na 2050 ga je niet meer kunnen leven alsof het 2019 is. Iets wat wel in het voordeel van het klimaat speelt is dat mensen sneller dan vroeger mee zijn met verandering. Mooie illustratie hiervan: https://www.visualcapitalist.com/rising-speed-technological-adoption/

Feit blijft dat hoe meer innovators en early adopters er zijn die een boodschap uitdragen, hoe sneller verandering mogelijk is. En net omdat er in dit geval een deadline is (je weet wel, nuluitstoot tegen 2050), is het ontzettend belangrijk dat we een zo snel mogelijke transitie doormaken.

Zodoende geef ik graag 10 tips mee van wat jij kan doen om deel uit te maken van die groep innovators en early adopters. Want er hangt (heel) veel van af.