Bezoek mij in drie minuten

Nu hebben die van het toeritisch bureau van Valencia toch zo ne schone video gemaakt…

Normaal gezien wordt deze stad altijd gepromoot met dat beeld van de Ciutat de les Arts i les Sciències, maar daarstraks liet mijn schoonbroer me een nieuwe video zien, waar die bouwwerken niet eens in voorkomen.

Wat zie je dan wel in de video? Al de rest. Het echte València. Maar op zo´n terloopse, bescheiden manier dat je het amper merkt, en vooral meegenomen wordt in de sfeer, de kleuren, de geluiden. Zoals je in de 20e seconde die zompige grond ziet, of in 1:03 onze typische banda (de lokale fanfare).

Maar het mooiste is natuurlijk dat ze tonen hoe een plek je kan veranderen -ten goede. Misschien daarom dat ik een traantje liet toen ik deze video voor het eerst zag. Omdat dat ook met mij gebeurd is.

Ofwel was het gewoon omdat het eigenlijk een supermelige video is.

Maar oordeelt u vooral zelf:

 

PS: ´t estime is Valenciaans voor ik hou van jou. Wat een leerrijke blog is dit toch aan het worden.

 

 

 

Guide to the Spanish: Work

 

Als noorderlingen zijn we geneigd te veronderstellen dat Spanjaarden niet zo hard werken. Een volkje van praatgrage, schouderophalende levensgenieters zien we immers geen 12 uur per dag op kantoor doorbrengen.

De werkelijkheid is echter behoorlijk anders. Spanjaarden kloppen meer uren dan Belgen (zo´n 150 uur meer per jaar). Bovendien werken ze vaak op onmenselijke uren, rollen ze van de ene shift in de andere, moeten ze op hun eentje een werklast torsen waar je makkelijk 3 mensen mee bezighoudt, en worden ze daar een habbekrats voor betaald. En daar wordt zelden over geklaagd, want sinds de economische crisis (*) mag je al van geluk spreken dat je een job hebt. Het is maar hoe je geluk definieert, natuurlijk.

Mensen die om 8 uur beginnen en om 20u gedaan hebben, zijn hier geen uitzonderingen. Soms ligt dat aan het feit dat niemand naar huis durft zolang de baas nog achter zijn bureau zit, ook al zit de officiële werkdag erop en heb je niets meer te doen. Maar de grote boosdoener is de lange middagpauze, die gemakkelijk tweeënhalf uur kan duren. Want dat is de siëstatijd waaraan niet geraakt mag worden. Voor wie iets verder van huis werkt, is dat vaak compleet verloren tijd, maar dat wordt gemakshalve over het hoofd gezien. Veel mensen brengen die tijd door in een bar, pratend met vrienden of collega´s. Maar ik ken ook mensen die na de lunch gewoon weer aan het werk gaan, al worden ze voor die uren eigenlijk niet betaald.

En toch is dit niet echt een paradox. Ik heb er de laatste weken veel over nagedacht, en mijn persoonlijke conclusie  –for what it´s worth– is dat deze arbeidomstandigheden net voortkomen uit de Spaanse mentaliteit. Want aan de basis heeft het te maken met hiërarchie en een niet willen (of durven) raken aan die hiërarchie. Aan de dingen nemen zoals ze komen, omdat je toch niet de macht hebt ze te veranderen. Aan je neerleggen bij de situatie zoals ze is, in plaats van op te komen voor verandering. Hoe vaak heb ik niet iemand de schouders zien ophalen en zeggen “Och ja, dat is nu eenmaal zo”.

En wie wel verandering wil, vindt die vaak sneller (en veel beter betaald) in het buitenland.

Wie het hier wel voor elkaar heeft, zijn zij die voor de staat werken: administratief bedienden, artsen, leraars in staatsscholen, etc. Die krijgen een degelijk loon aan het eind van de maand (of toch een normaal loon, naar Belgische normen), en hebben meestal om 15u al gedaan. Geen wonder dus dat iedereen aan de oposiciones, de staatsexamens, wil meedoen. Deze worden uitgeschreven naargelang het aantal beschikbare plaatsen, wat betekent dat er sinds de crisis voor bepaalde categorieën maar amper examens geweest zijn. En wanneer er wel een examen wordt uitgeschreven, moet je soms met tweeduizend medekandidaten concurreren voor een 50-tal plaatsen. Fun.

Kortom, voor werk moet je niet naar Spanje komen. Maar dat hadden jullie vast al door.

(*) Tijdens die crisis steeg het werkeloosheidspercentage van 8 % in 2007 naar 26 % in 2013. Momenteel zitten we op 19 %. Voor jongeren onder de 25 jaar zitten we momenteel op een duizelingwekkende 44 %.

 

 

 

Goede raad uit 1881

Aangepord door deze aangename kennismaking, heb ik me voorgenomen om elk jaar minstens één 19e eeuwse, Engelstalige roman te lezen. Als bonus heb ik de bijbehorende film op de computer klaarstaan, die ik pas bekijk als het boek uit is. (Waw, het wilde leven van een dertiger. Spannende zaken.)

Om het helemaal opwindend te maken, heb ik hieronder een vrije vertaling gemaakt van een van mijn favoriete fragmenten uit het boek waarin ik momenteel bezig ben, zijnde The Portrait of a Lady:

“Dus jij denkt dat je een romantisch leven kan leiden, een leven waarin je het jezelf en anderen naar de zin maakt. Dat is een foute veronderstelling, lieverd. Wat voor leven je ook leidt, je moet er je ziel in leggen -als je er enige vorm van succes mee wil bereiken. En zodra je dat doet, is het gedaan met de romantiek, dat kan ik je verzekeren; dan wordt het harde realiteit! Je kan niet altijd jezelf tevreden stellen; soms moet je anderen tevreden stellen. Tot dat laatste ben jij zeker bereid, dat geef ik toe, maar er is iets anders dat nog veel belangrijker is –je moet vaak anderen teleurstellen. Daartoe moet je altijd bereid zijn, daar mag je niet voor terugdeinzen. En dat gaat jou niet af, jij houdt teveel van bewondering, jij wil in een positief licht gezien worden. Jij denkt dat we kunnen ontsnappen aan plichten die onaangenaam zijn eenvoudigweg door te romantiseren –dat is de grote illusie waarin jij leeft, mijn schat. Maar zo zijn de dingen niet. Je moet bereid zijn om op vele momenten in het leven het helemaal niemand naar de zin te maken. Niet eens jezelf.”

 

(Henry James, Portrait of a Lady, p 243 )

(PS: met dank aan de Kleine Atlas van de Werkelijkheid )

Hit the road, Jack

Ik had een video beloofd, en hier is ie:

 

We hadden op voorhand geen soundcheck kunnen doen, dus daarom zie je me halverwege nog rap wat bijregelen. Ik wist precies ook niet goed wat ik met mijn handen aanmoest (dus frullen we maar wat met ons haar, of spelen met de kabel van de microfoon, is dat niet geweldig schattig). Laura ging aan het begin van de tweede strofe over in puur gibberish, en oeioei, wat was dat daar op het einde, vlak voor het slotakkoord? En dit alles zoals u weet onder het motto: lol vóór perfectie.

Anyway, mission accomplished. We hebben ons geweldig geamuseerd 🙂

Dit is trouwens wat de band vorig jaar deed, voor erin gezongen werd:

 

 

 

Lol versus perfectie

Sinds september doe ik mee met de jazzband hier op de muziekschool, die verstopt gaat achter de naam “Taller de música creativa” (workshop creatieve muziek). Die groep bestaat uit drie saxofonisten, een trompettist, een contrabassist, een vioolspeler, een drummer, en twee stemmen: Laura (mijn betoverende, goedlachse partner-in-crime uit de zangles) en ik. De groep wordt geleid door David, de energieke leraar contrabas die kan zwaaien als een dirigent en pianospelen tegelijkertijd.

Verleden donderdag hadden we repetitie, en als voorbereiding op de audición van volgende week hebben we een uur aan een stuk hetzelfde nummer gerepeteerd: Hit the road, Jack.

Dus daar stonden we, op het podium, voor een lege zaal. De drummer tikte af, de saxofoons zetten in, David dreunde de akkoorden mee op de piano. En ik draaide me naar Laura, en zong:

O woman, o woman, don´t you treat me so mean.

You´re the meanest old woman that I´ve ever seen.

 

En die prachtige, vrolijke Laura grijnsde terug en repliceerde:

 

Well I guess if you say so, I´d better pack my things and go!

 

Na de vierde of vijfde keer het hele nummer doorlopen te hebben, riep Manolo vanachter zijn contrabas: “Wacht even, ik ga het opnemen!” en liep hij met zijn mobiele telefoon de zaal in.

Later die avond stuurde hij de opname door via whatsapp. Eerst klonken er een halve minuut aanwijzingen in de trant van “Nee Manolo, zet het wat verder!” en toen begon het nummer. Tijdens het luisteren naar mezelf merkte ik iets op wat ik eigenlijk al langer vermoedde, namelijk dat mijn stem eigenlijk niet zo geschikt is voor dit soort muziek. Ze is een beetje te braaf, te licht, niet rauw genoeg. Een vriend die operazanger is, heeft me eens gezegd dat ik een musicalstem heb. Ideaal voor ballades en Disneysongs, maar minder geschikt voor jazz- en soulwerk.

Maar ik hoorde nog iets anders in de muziek. Ik hoorde hoeveel plezier we hadden tijdens de opname. Ik zag weer voor me hoe Laura en ik hadden staan zwaaien en draaien op het podium, hoe we gelachen hadden en genoten, temidden van al die good vibes, omgeven door die geweldige instrumenten en enthousiaste muzikanten (die er ook wel eens compleet naast speelden, trouwens). En toen dacht ik: so what als ik geen jazzstem heb? Ik blijf gewoon lekker in die groep zingen want het is supertof. We zijn geen professionals, en godzijdank. We spelen zonder druk en zonder zorgen. En da´s de allerfijnste manier van spelen.

Daarom heet het trouwens spelen.

 

 

 

Guide to the Spanish: Education

Nu we toch over kinderen bezig zijn: hier een woordje over het Spaans onderwijs.

De kleuterschool beginnen ze in september van het kalenderjaar dat het kind drie wordt (mijn dochter is van april, dus ze begon de kleuterschool toen ze al 3,5 was). Als je je kind eerder naar de opvang wil sturen, moet je dat zelf betalen.

Wat ze op de kleuterschool leren, hangt af van school tot school en van leerkracht tot leerkracht. Hier leren ze al van in het begin lezen en schrijven. Ik ben daar persoonlijk geen voorstander van, ik zie kleuters liever de hele tijd spelen, maar het is niet anders. Het idee achter dit Matilda-plan is dat ze dan beter voorbereid naar het eerste leerjaar gaan, want daar wordt er naar het schijnt stevig op de gaspedaal geduwd. Mijn mening is dan dat ze beter wat minder druk zetten in het lager onderwijs, zodat ze het op de kleuterschool ook kalmer aan kunnen doen, maar zo werkt het dus niet.

Gelukkig wordt dat lezen en schrijven wel erg speels aangeleerd: de letters worden gelinkt aan de namen van de klasgenootjes, en ze leren dus eerst elkaars namen schrijven. Nummers worden ook aan hun vriendjes gelinkt. Ik moet zeggen dat het wel impressionant was een vierjarige aan tafel te hebben die zo eventjes een ganse lijst neerschreef van 26 kinderen met elk hun eigen nummer en naam erachter. (De klasgroepen blijven drie jaar lang dezelfde, dus die kinderen kennen elkaar door en door.) Dat de letters aan namen gelinkt worden, blijkt ook erg handig bij het aanleren van moeilijke letters. Mijn dochter heeft geen probleem met de “stille H”, want dat is de H van Judith. En dat de C op twee manieren kan uitgesproken worden (als K en als S), is ook geen probleem: er is de C van Carlos en de C van Cesc.

Dan volgen er zes jaar basisonderwijs. Onder de moeders van de kleuters doet hier het spookverhaal de ronde dat er dit jaar VIJFTIEN boeken aangekocht moesten worden voor het eerste leerjaar, en dat er al meteen met kleine letters geschreven wordt. Bovendien geven sommige juffen zoveel huiswerk dat de kinderen na schooltijd niet meer in het park geraken om te spelen. Maar soit, we zullen zien.

Na het basisonderwijs volgen er vier jaar ESO (Educación Secundaria Obligatoria). Het heeft even geduurd voor ik het doorhad, maar in het secundair worden er hier geen niveauverschillen gehanteerd. De groepen zijn dezelfde als in de lagere school. Daar kwam ik achter toen ik hoorde over leerlingen die alleen maar 10´en op hun rapport hadden. “In het secundair onderwijs? Dat kan niet,” zei ik. Want in België bestaat zoiets inderdaad niet. Als je daar 100 procent haalt op je rapport, dan zit je in een te lage richting, en in de “hoge” richtingen zorgen ze er wel voor dat je niet aan 100 procent geraakt. Maar hier kan dat dus wel, want er zijn tot en met het vierde middelbaar geen “hoge” en “lage” richtingen.

Na 4 jaar ESO wordt er wel een keuze gemaakt. Dan kan je naar het Beroepsonderwijs (Formación Profesional) of 2 jaar Bachillerato doen, een voorbereiding op het hoger onderwijs. En daar gaat pas echt goed de zweep erover, want de punten van je eindexamen na twee jaar bachillerato (de Selectividad genaamd) bepalen je verdere onderwijsloopbaan. Voor elke richting aan de universiteit is er namelijk een minimumscore vastgesteld, en als je die niet haalt, kan je die richting niet studeren. Bovendien is er ook maar een beperkt aantal plaatsen, en wie de hoogste scores haalt op de selectividad mag eerst kiezen (en ook eerst de uurroosters kiezen). Het is hier dus heel normaal dat je niet je eerste keuze gaat studeren, maar bijvoorbeeld de opleiding doet die je als derde keuze had aangevinkt. Je kan natuurlijk wel altijd aan een privé-universiteit gaan studeren, maar daar moeten je ouders het wel mee eens zijn, want dat is een pak duurder.

 

 

 

Guide to the Spanish: Babies

Dit keer geen citaat uit de Xenophobe´s Guide, want daar staat geen hoofdstuk in over baby´s (maar ik ga wel even consequent door met Engelse titels, vandaar babies hierboven). Een opmerking van Kleine Atlas deed mijn frank vallen: ik hoef me eigenlijk helemaal niet aan de indeling van de Xenophobe´s Guide te houden. Daarom zullen er ook een paar afleverinkjes verschijnen zonder cursief citaat uit dat boekje als inleiding.

Spanjaarden zijn gek op baby´s. Ik moest altijd veel moed rapen voor ik met mijn ukje een kamer vol familieleden binnenstapte, want die kwamen geheid op ons afgestormd als een horde wilde neushoorns. Mijn coping strategie was dan om haar dicht tegen me aan te drukken (want ze rukken je baby ook gewoon uit je armen als je niet teveel weerwerk geeft), luid te roepen “Uit de weg, ze moet gevoed worden!” en dan de dichtsbijzijnde slaapkamer in te duiken. Wanneer iedereen een beetje gekalmeerd was, sloop ik dan voorzichtig weer naar buiten en deed de ronde langs tantes, neven, nonkels, nichten, grootmoeders, overgrootmoeders en buren, zodat iedereen mijn dochtertje eens kon vasthouden. Daar hoorde dan onvermijdelijk een heel schattig kriebelspelletje bij over een poes, waarbij het baby´tje over haar gezicht gestreeld werd, terwijl deze heerlijke Vaenciaanse woorden klonken:

Mixinetes, arrapaetes, que vindrà el gatet, i te fará “miau, miau, miau, miau, miau”!

Wat ook tamelijk bijzonder is: Spanjaarden zijn gek op baby´s, van wie ze ook zijn. Wanneer je een fruitwinkel, bakkerij of postkantoor binnenstapt met een kinderwagen, is er altijd wel iemand die zich over je kleintje heen buigt en er een conversatie mee begint. Het probleem is dat je in het Spaans moeilijk over een kind kan praten zonder het geslacht aan te geven. In het Vlaams kan je daar makkelijk omheen door “Wat een schoon kind!” uit te roepen, maar zodra je in het Spaans “¡Qué guapo!” zegt over een meisje, of “¡Qué guapa!” over een jongen, heb je het in twee woorden al verpest. Want het wordt niet geapprecieerd dat je het geslacht van iemands baby verkeerd inschat, en mensen die zich laten vangen, schamen zich er geweldig over. Daarom (en volgens mij echt alleen maar daarom) krijgen meisjes van zodra ze geboren worden twee oorbelletjes in hun oortjes geschoten. In het ziekenhuis, op de materniteitsafdeling. Mijn dochter niet, omdat ik dat expliciet geweigerd heb. Maar daarmee heb ik tientallen mensen in affronten gebracht, want een baby zonder oorbellen is voor hen een jongen. Ook wanneer ik mijn dochtertje in een rode jurk met een knalroze strik op de buik had gehesen, bleven mensen haar ongehinderd een mooi jongetje noemen. Wat mij natuurlijk geen bal uitmaakte, want een baby is een baby. Maar ik leerde al snel af de bewonderaars te corrigeren, enerzijds om hen de gêne te besparen, anderzijds omdat ik het beu was weer die hele uitleg te geven over waarom ik bij haar geen gaatjes had laten schieten.

Het is in een dorpje als het onze ook volstrekt normaal dat onbekenden (zowel mannen als vrouwen en voornamelijk bejaarden) je op straat totaal ongevraagd opvoedkundig advies geven. En niet op een Peter Adriaensen manier. Nee. Ze richten zich rechtstreeks tot je peuter met de woorden “Hebt gij nog altijd nen tutter? Bah, zo vies!” (Hallo, mijn kind is anderhalf en je hebt haar nog nooit eerder in je leven gezien.) Een ander voorbeeld vond plaats op een zonnige wintermiddag, toen ik gehaast de buggy voortduwde en daarbij een heertje passeerde, dat me toeriep: “Hela! Zet dat kind eens een muts op!”

 

Dus stel u voor hoe groot de cultuurshock was toen ik met mijn baby naar België reisde, daar openbare ruimtes betrad en er niemand naar mijn baby omkeek. Ik kon amper geloven hoe weinig aandacht ze kreeg, en ik werd er eerlijk gezegd een beetje ongemakkelijk van.

“Hey, ik ben hier wel met een superschattige baby,“ wou ik roepen (maar hield me natuurlijk in, brave Belg die ik nog steeds was).Toen begon ik de overdreven aandacht van de Spanjaarden wel iets meer te appreciëren.

 

Die toegenomen appreciatie duurde even lang als mijn bezoek aan België. Zodra ik weer in Spanje was en de moeder van een vriendin ongevraagd mijn baby uit mijn armen rukte, was het meteen weer over.

 

Guide to the Spanish: Children

“To the Spanish, children come first, to whomsoever they belong, and the banning of them from bars or places of adult entertainment, as practised in Britain, is not only unthinkable but looked upon as uncivilised.

Children should not only be seen but encouraged to be heard, loudly, for they are evidence of life and continuity which must be heralded with joy. They are pandered to and rarely corrected. They would never be sent to bed as a punishment, indeed they are never sent to bed at all.”

(Drew Launay, Xenophobe´s Guide to the Spanish, p 7)

Het is onvoorstelbaar hoe weinig belang er hier gehecht wordt aan de slaap van een kind. Ik heb kinderen van vermoeidheid omver zien vallen in bars, restauranten en op trouwfeesten. Ik ken kinderen die elke nacht in slaap vallen voor de tv op hun kamer. Maar daar staat tegenover dat kinderen, althans hier in ons dorp, een fantastisch leven hebben. Elke dag na schooltijd spelen ze nog een uur of twee in het park met hun vriendjes, en de zonovergoten weekends worden gespendeerd met hun uitgebreide familie rond een gigantische pan paella, ofwel picknickend in het park met de vrienden van hun ouders en bijbehorende kroost.

Bijgevolg groeien de meeste kinderen hier erg gelukkig op. Ik heb in al die jaren nog geen enkel geval gezien van depressie of eetstoornissen bij kinderen. De meeste gezinnen hier hebben maar één of hooguit twee kinderen, maar ze groeien op met hun vriendjes. Ze zijn nooit alleen.

Oja, en dat ze zelden worden gecorrigeerd op hun luidruchtigheid klopt ergens wel (hoewel lang niet in alle gevallen), maar dat is volgens mij gewoon omdat de meeste ouders ook luidruchtig zijn.

 

 

 

Guide to the Spanish: Sex

“In Spain lust is ever in the air. There is nothing about the Spanish appreciation of sex that is inhibited or restrained. (…) The Church, once powerful and reprimanding, is no longer allowed to dampen people´s enjoyment of sex; all edicts from Rome are ignored, and in many out of the way villages where the 20th century has not quite caught up, the people encourage their priest to have a mistress so that they can have peace in mind when their daughters go to confession. (…)

Spanish girls are generally to be protected and kept innocent for as long as possible, while foreign girls are regarded as easy prey. The English head the top of the list, possibly because there are more of them than Americans who come a close second. The Germans take the whole business a bit to seriously, the Scandinavians are clinical, the French tend to talk too much and compare performances, while Brazilians, Argentinians, Colombians and other South Americans are considered best, knowing how to make the conquest difficult with a promise of victory at the end, but only because they are far from home.

From the Spanish female point of view, the foreign male has little to offer that she can´t find at home as far as sensuality is concerned, so non-physical attributes (homour, joie-de-vivre, money) can sway the balance.

Though loud car horns, motor cycles revving up, jack hammers hammering, chainsaws screaming and incessant shouting are not usually noises noticed by the Spanish, people will pause to listen attentively in empty night streets to the sensitive sound of a couple in climax from beyond a balcony and half open shutters.”

(Drew Launay, Xenophobe´s Guide to the Spanish, p 33-35)

 

Het stereotype van de Spanish lover is waarschijnlijk tot stand gekomen door hun gebrek aan personal space (zie eerdere post: Greetings) waardoor een Spanjaard veel sneller als flirterig overkomt: hij knijpt tijdens een gesprek spontaan in je arm, trekt achteloos de rits van je vest wat verder dicht, slaat zijn arm om je middel en dat allemaal zonder bijbedoelingen. Omdat ze zo onbevangen omgaan met lichaamscontact, vermoed ik dat het voor een buitenlander niet altijd makkelijk is om daadwerkelijk met iemand te flirten, want al jouw trucs gaan hier verloren in een zee van fysieke gemoedelijkheid.

Bovendien is het hier de helft van het jaar zo warm (zie: het seizoen van de halfnaakte mannenlijven) dat ze het veel meer gewend zijn blote torso´s en gapende décollétés te zien, waardoor ze er minder van opkijken en zich –naar noorderlijke normen- ook gewaagder kleden zonder dat ze daarmee een bepaalde boodschap willen overbrengen.

Maar dat wil niet zeggen dat er hier zomaar vrolijk in het rond gevogeld wordt of dat iedereen hier tegen zijn 25e een Kama Sutra expert is. Vaak zelfs integendeel.

De eerste grote domper op de feestvreugde is het feit dat jonge mensen vaak heel lang in het ouderlijk huis / op het ouderlijk appartement blijven wonen. Daardoor is seks vanaf het begin iets wat clandestien moet gebeuren: ofwel in de eigen slaapkamer op die twintig minuutjes dat moeders bezoekje aan de buurvrouw overlapt met het begin van vaders late shift, en kleine broer bij een vriend is gaan gamen, ofwel in de auto na zonsondergang, op een plaats waar de enige passanten andere koppeltjes in auto´s zijn op zoek naar een plekje om ongestoord te kunnen ontladen. Deze plaatsen worden picaderos genoemd, en er zijn websites (bijvoorbeeld deze) waarop je de dichtsbijzijnde picadero kan opzoeken. Het is dan ook geen wonder dat het liedje “Qué difícil es hacer el amor en un Simca 1000” een grote hit was in de jaren `80. Een Spanjaard van de oudere generatie wist me trouwens te vertellen dat het “inderdaad niet gemakkelijk was”.

Een andere factor is nog steeds de katholieke kerk, wat er in bovenstaande gids ook beweerd mag worden. Er zijn nog steeds mensen van mijn generatie die trouwen met hun eerste lief, wachten met het voltrekken van de daad tot de eerste huwelijksnacht, en in sommige gevallen zeer veel kinderen krijgen. En ook onder de minder katholieken is het geen uitzondering te trouwen met je eerste liefde. Zo zijn veel koppels van in de dertig al bijna hun halve leven samen met hun echtgenoot of echtgenote.

Al ligt dat bij Spanjaarden die op Erasmus zijn gegaan wel een beetje anders natuurlijk 😉