Mei: The Bookshop (Isabel Coixet)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Dit is een film custom-made voor HSP´s: mooie setting in een Engels kustdorpje, het strijdtoneel een ouderwetse boekenwinkel, de heldin een dame met een bescheiden droom. Nadien had ik even het gevoel dat het misschien wat te weinig om het lijf had, maar dat gevoel verdween al snel toen mijn man en ik achteraf over de film begonnen te praten. Want dit is echt zo´n film waar alles in zit: liefde, macht, moed, enthousiasme, manipulatie, onschuld. Al die thema´s waar we als mensen in de wereld mee te maken krijgen.

Van de Catalaanse Isabel Coixet heb ik geen Engelstalig interview gevonden, maar als je haar wilt bezig zien/horen, heb ik hier wel een Spaans interview:

 

En tijdens het doornemen van haar wikipedia-pagina, kreeg ik zeer veel goesting om meer van haar films te zien. Alleen al om de titels! (“Demasiado viejo para morir joven”, “Mi vida sin mí”, “La vida secreta de las palabras” …) Bovendien regisseerde ze ook documentaires zoals “Viaje al corazón de la tortura” over de Balkan-oorlog, en “Escuchando al juez Garzón” over rechter Garzón. Een sjieke madam.

 

 

 

 

 

Advertenties

Surprise: een liedje!

Ik was laatst met een vriendin naar een jazz-optreden geweest: een pianiste, een jazz-zangeres en zo´n 20 man als publiek. Wat de zangeres deed was niet echt mijn stijl, maar de pianiste speelde wel erg goed. Bovendien een paar songs van Nina Simone die ik al zo lang eens wil proberen. En er is hier een goeie pianist in het dorp die met me wil samenwerken (en die me al heeft horen zingen, belangrijk detail), maar die heeft juist een tweede kindje gekregen en dus momenteel geen tijd en energie.

Dus ik dacht: ik trek gewoon mijn stoute schoenen aan en ik vraag aan deze madam of ze eens zou willen samenkomen om een paar van die nummers te proberen.

Ja, mannekes. Amai. Ik kreeg meteen haar hele CV over me heen en dat zij wel een professionele pianiste was en dat ik maar beter iemand van mijn “niveau” kon zoeken.

En ik dacht: 1. ge hebt me nog niet horen zingen. Ik ben geen professionele zangeres, maar de professionele zangeres waarmee ik u juist heb zien optreden zat er zelf een paar keer naast. En 2. moesten we in het Palau de la Música staan dan was ik nooit op u afgestapt, maar we staan in een bar waar ge juist voor twintig man hebt gespeeld. Context enzo, weet je wel.

Anyway.

De dag nadien zat ik thuis een beetje te tokkelen en kwam volgend liedje aankloppen, wat ik hier graag met jullie deel, omdat ik weet dat sommigen onder jullie nogal van homemade music videos houden. De uitleg en de tekst die ik er op youtube bijgezet heb, zal ik eronder zetten.

 

The title refers to the fact that Taylor Swift has written some songs about people who have wronged her, which I used to think was a bit not-done, but then one day someone got me so annoyed that within no time I came up with this song. And it felt like such a relief that I instantly understood why she does it.

I´m not much of a guitarist (nor have I ever claimed to be one) and am totally cured from the burdens of perfectionism, of which this video is a clear example. Nevertheless I hope some of you will enjoy this little song.

These are the lyrics:

I heard her play the piano in a little bar by the sea

Afterwards I walked up to her and asked: you wanna do a song with me?

She asked me: Are you a pro? And I said: Well,… No…

I just like making music for free

She said you should look for someone with your level

Which was clearly not her ´cause she was so much better

She had too many degrees to play a simple song

And for someone with a pile of degrees I guess “simple” is just “wrong”

 

So I got home and I thought: There´s just one thing I can do

That´s to pick up my guitar and go all Taylor Swift on you

 

Then there was his guy I met in a little bar downtown

We had a chat, we had a drink, but then he never came around

So I picked up the phone one evening

Though I should´ve known better

And asked him: We had so much fun Don´t you wanna go out again?

 

He said: I´m looking for someone who looks better

Which is clearly not you, ´cause you wear glasses

With all those girls one Tinder eating out of my hand

If I pick a girl with glasses my friends will never understand

 

So I put down the phone and thought: The one thing I can do

Is pick up my guitar and go all Taylor Swift on you

 

And now I´m looking for people who are nicer

Who don´t believe in looks or titles, status or degrees

Just people, you know, with their heart in the right place

Who are prepared to give me the chance to just be me.

(“Well, at least you did it in one go… That´s good..”)

April: Mudbound (Dee Rees)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Lang geleden las ik in een interview met een vrouw van Afrikaanse afkomst deze woorden: “Ik word drie keer gediscrimineerd: ik ben een vrouw, ik ben zwart, en ik ben homosexueel.” Tot op dat moment had ik er nooit bij stilgestaan dat er ook zoiets als geaccumuleerde discriminatie bestaat. De woorden van die vrouw ben ik, in tegenstelling tot haar naam, na bijna twintig jaar nog steeds niet vergeten.

Het hadden de woorden van Dee Rees kunnen zijn, want ook zij is een lesbische vrouw van Afrikaanse afkomst. En behalve die drie labels is ze ook nog eens hypergetalenteerd en een regisseur van jewelste. Dat maakt Mudbound je wel duidelijk.

De film speelt zich af op het platteland van de zuidelijke Verenigde Staten tijdens de jaren veertig, waar het leven op dat moment een overlevingsstrijd is, zowel voor de jongens die naar de oorlog gestuurd worden, als voor hen die achterblijven en elke dag de ongenadige natuur en de nog ongenadigere regels van de samenleving moeten trotseren.

Het duurde even voor ik echt in de film zat: het verhaal komt tamelijk traag op gang, alsof het zichzelf uit de modder moet trekken. Maar zodra je erin zit, wordt je meegenomen en niet meer losgelaten. De film kroop me zodanig onder het vel dat ik aan het einde zelfs tranen voelde opkomen, wat mij nochtans niet snel gebeurt. Miserie, hoop en menselijkheid zo mooi in beeld gebracht.

Ik ben er nog altijd van onder de indruk.

 

Fragiel maske

Prinses schreef in haar meest recente post: “Iemand horen zeggen dat ik ongeschikt ben voor het doen van arbeid, is gewoon raar.”

Ik las het en meteen stond ik weer in de keuken van mijn vriendin Nadja. Nadja is een alleenstaande moeder die een zware fulltime job combineert met de zorg voor haar extreem energieke zoontje. “Wat jij kan, zou ik nooit kunnen,” zei ik haar. Ze weet van mijn migraines, slaapstoornissen, overgevoeligheid, etcetera. Ze weet dat ik haar wil helpen waar ik kan, maar dat haar zoontje niet bij ons kan blijven slapen, gewoonweg omdat ik hem niet aankan. Ze weet dat ik begin vorig jaar een goedbetaalde job moest opzeggen omdat de migraines me verhinderden mijn werk te doen, en dat ik verleden zomer de slechtbetaalde job die me restte moest opzeggen, omdat ik wegens paniekaanvallen de straat niet meer opkon.

Ze weet dat ik daar geweldig mee inzit, omdat ik het liefst van al gewoon zou willen werken, zoals vrijwel iedereen.

Dus toen ik zei “Wat jij kan, zou ik nooit kunnen,” wist ze dat ik gelijk had.

Ze sloeg haar arm om me heen, en antwoordde: “Kath, eres muy delicada. Tú estás hecha para que te quieran.”

Wat zoveel betekent als: fragiel meiske, gij zijt gemaakt om van te houden.

Hoe lief is dat?

Ik hoop natuurlijk dat het maar voor een bepaalde periode is, zowel voor mij als voor Prinses, als voor iedereen die op een gegeven moment te fragiel is om op de arbeidsmarkt te functioneren. Maar ik vind het een mooi idee, dat we nog steeds waardevol zijn, al hebben we geen betaalde job. Dat alleen al het feit dat we liefdevolle wezens zijn ons bestaan rechtvaardigt, en dat er anderen zijn die er alles aan zouden doen om ons in leven te houden, wanneer we daar zelf op een dag de middelen niet toe hebben.

(Ook met dank aan Dennis. Hij weet het waarschijnlijk zelf niet meer, maar die titel komt van hem.)

 

 

 

 

 

 

 

Een recept! Voor COCA dan nog!

Ooit bracht ik een Canadese vriendin mee naar mijn schoonouders. Mijn schoonmoeder vroeg of ze wat coca wou. “Zelfgemaakt,” voegde ze eraan toe. Mijn vriendin keek verbaasd. “Brouwt jouw schoonmoeder haar eigen coca cola?”

De reactie van mijn vriendin was nog een heel onschuldige. Toen ik hier zelf net was aanbeland, dacht ik bij het woord coca meteen aan cocaïne. Maar al snel bleek dat het gewoon om een biscuit ging, een cake. En geeneens spacecake. Gewoon een gebak gemaakt met olijfolie in plaats van boter.

Dus voor wie er zin in heeft: hier een recept voor authentieke Spaanse coca de limón.

Je hebt voor dit recept geen weegschaal nodig. De hoeveelheden worden allemaal afgemeten met het yoghurtpotje. Dat moet je dus wel bijhouden. Ik giet altijd eerst de yoghurt in een apart kommetje en maak het potje schoon met keukenpapier, zodat de andere ingrediënten er niet aan blijven plakken.

Citroenyoghurt is het lekkerste, maar ik weet niet of je die in België kan vinden. Gewone yoghurt zal anders ook wel werken. (Banaanyoghurt heb ik ook eens geprobeerd, maar dat rook niet lekker nadien.) Het potje dat ik altijd gebruik is er een van 125 g.

Ingrediënten:

3 eieren

1 potje citroenyoghurt

olijfolie (1 yoghurtpotje)

suiker (2 yoghurtpotjes)

bloem (3 yoghurtpotjes)

bakpoeder

1 citroen

bloemsuiker om nadien over de coca te strooien

 

Werkwijze

Breek de eieren in een kom, en meng ze met de suiker.

Voeg de yoghurt en de olijfolie toe. Goed mengen.

Maak de citroen schoon en rasp de schil eraf. Voeg de schil toe aan het mengsel.

Voeg de bloem en het bakpoeder toe. Liefst gezeefd. Goed mengen.

Bestrijk de binnenkant van een ovenschaal met boter. Bestrooi met bloem.

Giet het deeg in de ovenschaal. Bak 40 minuten (best zelf een beetje in het oog houden hoe lang het nodig heeft) in een voorverwarmde oven op 180 graden.

En… bon profit!

 

Voor wie niet voldoet aan het perfecte plaatje

We hebben dit weekend Pasen gevierd in het dorp van mijn schoonouders. Dat was heel erg fijn, maar één voorval deed voor mij de feestvreugde even haperen.

Er kwamen een paar kennissen langs, waaronder een vrouw die ik al een paar keer gezien had en die altijd sympathiek was overgekomen. We stonden in een groep te praten toen ze me vroeg: “En wanneer komt het tweede kind? Zou je niet eens voor een broertje of zusje voor je dochter zorgen?”

Nu, met die opmerking op zich kan ik wel leven. Als volwassenen onder elkaar kan je rustig uitleggen waarom je ervoor gekozen hebt een hond te adopteren in plaats van voor een tweede kind te gaan.

Maar toen draaide ze zich naar mijn dochter, die een beetje verderop zat te tekenen, en riep: “Hé, wil jij geen broertje of zusje? Zeg eens aan je mama dat ze jou een broertje of zusje moet geven!” Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn dochter riep terug: “Nee, ik wil geen broertje of zusje.” De vrouw keerde zich toen weer naar het gezelschap en zei: “Nou, hoe hebben ze haar zo ver gekregen dat ze zoiets antwoordt? Elk kind wil toch een broertje of zusje?” En of dat allemaal nog niet voldoende was, herhaalde ze de hele act nog een keer: ze raadde me aan om toch maar zo snel mogelijk voor een tweede kind te zorgen (mijn kinderloze schoonbroers die naast me stonden liet ze ongemoeid) en riep weer naar mijn dochter dat ze bij haar moeder om een broer of zus moest bedelen, alsof dat de job van een eerstgeborene is.

Ik wist echt niet wat ik moest zeggen. Ik heb me omgedraaid en ben weggelopen.

Het is voor sommige mensen zeer moeilijk om aan te nemen dat anderen niet dezelfde levenskeuzes maken. Ik vermoed trouwens dat we allemaal wel eens in die val trappen. Want zo wordt het ons in onze sociale omgeving en in onze cultuur voorgeschoteld: je wordt verliefd, je trouwt en je krijgt kinderen (twee).

Wie alleen is, wordt aangemaand een partner te zoeken.

Wie samenwoont, wordt aangemaand te trouwen.

Wie getrouwd is, wordt aangemaand een kind te krijgen.

Wie een kind heeft, wordt aangemaand een tweede te krijgen.

Er zijn al mensen die me gezegd hebben: “Heb je maar één kind? Wat zielig voor je dochter!”. Terwijl mijn dochter naast ons stond en ons kon horen. Of ze zeggen: “Wat eenzaam, zo´n enig kind!” Dan zeg ik: er zijn 7 miljard mensen op de wereld. Zo eenzaam zal ze vast niet zijn.

De hele uitleg waarom we geen tweede kind willen, geef ik niet meer. Er zijn zeer veel redenen, en sommige wegen erg zwaar door. Wie de verhalen kent, begrijpt het. Wie ze niet kent, moet er maar vanuit gaan dat mijn man en ik twee volwassenen zijn die in staat zijn hun eigen beslissingen te nemen.

Je hoeft niet iemands verhaal te kennen om respect op te brengen voor hun keuzes.

Voor alle duidelijkheid wil ik er wel bij zeggen dat er volgens mij niets mis is met vragen. Ik vraag ook aan singles of ze gaan trouwen. Ik vraag aan getrouwde stellen of ze kinderen willen, en ik vraag aan ouders met één kind of ze een tweede willen. En aan ouders met twee kinderen of ze een derde willen. Maar ik denk echt dat ik het gewoon vraag uit interesse, en niet omdat ik vind dat ze de volgende stap zouden moeten nemen.

Want ik weet dat het niet fijn is wanneer iemand je het gevoel geeft dat je niet voldoet. Hoe hard ik soms ook sta te roepen dat de verwachtingen van anderen me niet meer deren: als er iets gebeurt zoals dat voorval dit weekend, dan word ik toch weer uit het lood geslagen. Het komt nog altijd aan.

En dat is logisch, want wij zijn groepsdieren. Natuurlijk trekken wij ons iets aan van wat anderen van ons denken. Zeker wanneer ze ons wijzen op onze zwakke plekken. Wanneer ze net die beslissingen in vraag stellen waarmee we het meeste moeite hebben gehad.

Maar sterk zijn betekent niet dat je geen zwakke plekken hebt. Het betekent dat je weet en aanvaardt wat je zwakke plekken zijn.

En nu ga ik stoppen voordat ik teveel als Paulo Coelho begin te klinken.

 

 

 

 

10 vragen

Ik vond deze vragenlijst bij Samaja, en ze zei dat wie het wil hem kan overnemen. En omdat ik het zelf zo leuk vond haar antwoorden te lezen, ga ik het zelf ook een keertje doen.

 

1.Wat is jouw meest favoriete dag van de week?

Vrijdag. Altijd al geweest. Tijdens het laatste jaar middelbaar hadden we toen in de namiddag Latijn, fysica en weer Latijn, en dat waren zo´n rustige uurtjes. Daarna schaakclub en dat was ook altijd leuk (“I´m a nerd and I´m proud”). Tegenwoordig is vrijdag moeder-dochterdag. Dan gaan we na school met z´n tweetjes iets zoets eten in een panadería, voor de muziekschool begint. Heel gezellig.

 

2. Waar verheug jij je het meest op voor 2018?

In juni gaan we een (korte) musical brengen met de jazzband. Disneyliedjes in jazz,- en reggaeversie. De tekst voor het verhaaltje tussen de liedjes heb ik zelf geschreven en ik ben nu de meisjes aan het coachen die gaan acteren. ´t Is echt superleuk, maar wel zéér spannend, want we hebben zoiets nog nooit gedaan, dus ik hoop maar dat het gaat lukken… Maar als het allemaal goed verloopt, gaat het echt de max zijn.

 

3. Maak je iedere avond je eten vers of gebruik je kant-en-klaar of pakjes makkelijk?

Vooral vers (kip of vis + verse groenten + aardappelen of rijst of pasta), maar soms trek ik ook een blik open (vleesballetjes of bonen of kikkererwten) waar ik dan wat rijst of aardappelen bijgooi. Ik heb ook altijd een zak doperwtjes in de vriezer. Heel handig en die zijn echt lekker.

 

4. Hoe sta jij over het algemeen in het leven?

“Optimism is a moral duty”.

 

5. Wat is de beste beslissing die je ooit genomen hebt?

Na de derde kandidatuur te stoppen met diergeneeskunde.

 

6. Ben je materialistisch ingesteld?

Ik hou wel van spullen die goed gemaakt zijn, lang meegaan en door het gebruik een ziel krijgen. Of spullen die ik van anderen kado gekregen heb. Daar ben ik wel aan gehecht. Maar spullen kopen voor het uiterlijk vertoon, om je status op te krikken, dat kan ik niet. Daar mis ik een paar genen voor, denk ik.

 

7. Waar kan je over dagdromen?

Signeren op de boekenbeurs! En dat daar dan alle mensen passeren die ik de afgelopen tien jaar niet of amper heb kunnen zien, zonder dat ik zelf het hele land moet rondreizen. Zalig.

 

8. Wat is je favoriete TV programma?

Het allermeest heb ik genoten van “How I met your mother”. Dat zat zo goed in elkaar, er werd zo bangelijk geacteerd, en het liep ook helemaal gelijk met ons eigen leven toen (denk dat we zelfs op ongeveer hetzelfde moment een baby kregen als Lilly en Marshall in de serie).

 

9. Ben je een mensen-mens?

Samaja schreef: “Bij momenten ;-). Ik ben graag onder de mensen, sla graag een babbeltje en mis sociaal contact als het op dat vlak kalm is. Maar ik heb ook soms nood aan rust en stilte, zonder gedoe en gezaag om me heen. Het hangt er dus wel vanaf welk soort mensen.” En ik kan het eigenlijk niet beter zeggen.

 

10. Sta jij altijd voor iedereen klaar in nood?

Ja, over het algemeen wel, denk ik. Al heb ik wel mijn beperkingen, en dat heb ik de laatste tijd ook beter leren onderkennen en communiceren. Ik ga geen mensen meer uit de nood helpen als ik mezelf daarmee in nood breng. En er zijn ook mensen van wie ik bewust emotioneel afstand genomen heb omdat de relatie me meer kwaad dan goed deed. Maar als er iemand in nood is en ik kan hen helpen zonder zelf schade te ondervinden, dan doe ik dat. Met alle plezier.

 

 

Stap 4,5: Voorbereiding van de testrit

Ondertussen wordt er nog steeds aan Plan A gewerkt, langzaam maar zeker.

Een vriendin raadde me het boek Playing Big van Tara Mohr aan (*), en dat staat vol goede ideeën. Was echt een geweldige tip. Wat ik in mijn hoofd had als “testrit” noemt zij een “leap”. Het is een actie, tamelijk eenvoudig van opzet, die je in direct contact brengt met je doelpubliek.

Concreet betekent dat voor mij: een info-avond organiseren voor ouders om hen een aantal ideeën bij te brengen over hoe ze ervoor kunnen zorgen dat hun kinderen makkelijker een vreemde taal leren.

Tijdens het lezen van het boek, besefte ik dat ik die testrit best wat vroeger in het proces plan, omdat de feedback van de ouders erg waardevol kan zijn. Welke ideeën slaan aan, welke niet? Welke vragen hebben ze? Dat soort zaken.

Ik wou die info-avond graag in de bibliotheek houden, maar daar zijn werken aan de gang. Prima eigenlijk: wanneer alles af is, kan ik meteen in een splinternieuw interieur mijn praatje houden. Ondertussen contacteerde ik de schepen van cultuur. Haar antwoord liet een tijdje op zich wachten, maar uiteindelijk hadden we een korte vergadering, samen met de bibliothecaris. Ze toonden zich beiden zeer enthousiast. De schepen zei wel dat ik best ook contact opnam met de voorzitster van de oudervereniging. “Buscar aliados,” noemde ze dat. Bondgenoten zoeken. Want dat ik toch een beetje moest oppassen niemand voor de borst te stoten, en niemand onder zijn duiven te schieten.

Met die mevrouw van de oudervereniging heb ik dan onlangs contact opgenomen. Ook zij ziet het project zitten, en zal me binnenkort (**) laten weten wanneer ze kan afspreken.

Volgende maand is de bibliotheek klaar.

En daarmee ligt er een tripje buiten de Comfort Zone in het verschiet.

 

(*) Deze blog wordt niet gesponsord. Goede boeken aanraden doe ik even graag voor niets.

(**) in Spanje kan dat zijn: morgen, volgende week, over twee maanden, etc.

 

 

Maart: Lady Bird (Greta Gerwig)

(Over het waarom van deze reeks, zie: Een jaar vol vrouwen)

Een van mijn Plannen (Plan H denk ik) is het schrijven van de Grote Roman. Deze speelt zich af in Merksem (Antwerpen) in het jaar 1998, en gaat over een meisje in haar laatste jaar middelbaar. Het is niet autobiografisch, al was ik in 1998 weldegelijk een laatstejaars in een middelbare school in Merksem.

Met die informatie in het achterhoofd is het niet moelijk te begrijpen dat ik meteen mee was met Lady Bird. De film volgt een meisje tijdens haar senior year aan een katholieke high school in Sacramento, California, in 2002. Ik weet het, Merksem is geen Sacramento, maar ik had het gevoel dat de tijdsprong die ik voor de film moest maken, er een was waarop ik al veel had geoefend.

Greta Gerwig, de schrijfster en regisseur van de film, is bovendien exact drie jaar jonger dan ik en dus een generatiegenote. Kijk, dat vind ik dus su-per-cool. Die doet gewoon haar ding, en haalt daarmee fluitend een paar Oscar-nominaties binnen.

En helemaal overstag ging ik toen ik de brief las die Gerwig aan Justin Timberlake geschreven had, waarin ze hem vroeg of ze een van zijn songs in haar film mocht gebruiken:

“Dear Mister Timberlake,

I mean, what can I say? You´re Justin Timberlake. You were the soundtrack to my adolescence. Your rise corresponded exactly with my very awkward puberty. Between *NSYNC and your solo work every year of my growing up was defined by your sound. I pretty much wouldn´t be an adult without you. (…) I know I am not the first lady to completely geek out over you and your music, and I know I won´t be the last. But I can say with certainlty that no one would be happier, more honored, or more psyched to have your song in my film. How I wish I could tell the girl in headgear that she´d be getting this moment as an adult.”

Daarmee moest ik meteen denken aan een vriendin van mij, die in de periode waarin de film zich afspeelt, een interimjob had als wardrobe assistant in Flanders Expo. Ze heeft toen Justin Timberlake in levende lijve gezien. Meer nog, ze heeft daar een (zij het zeer beperkt) gesprek met hem gehad. (*) Toen ze ons daarover vertelde, voelde het alsof ze ons tot aan de poort van het sterrendom had gebracht. Justin and me. One degree of separation.

Moet het nog gezegd, wat ik van Lady Bird vind, behalve dat ik helemaal mee was? Okee: het is een mooie film. Kwetsbaar, echt, warm, eenvoudig. En een klein beetje rebels. Helemaal zoals de meisjes van zeventien die wij ooit waren.

(*) “Excuse me…” – “Oh, it´s okay.” (Vriendin moest passeren en Justin zat in de weg.)

 

 

 

 

Een jaar vol vrouwen.

Terwijl het land hier gisteren met recht en reden half op zijn gat lag (Día Internacional de la Mujer), zat de dees zich af te vragen hoe ze een nuttige bijdrage kon leveren.

En ik dacht: film. Iets met film.

Want de verhalen die we aan elkaar doorgeven zijn niet onschuldig. Ze bepalen mee hoe we ons ten opzichte van onszelf en elkaar gedragen. Daarom is het nodig dat we stilstaan bij wat er in die verhalen verteld wordt, hoe ze verteld worden, en wie ze vertelt.

Sinds ik gelezen heb over de Bechdel-test, kan ik niet meer onbevooroordeeld naar films en series kijken. Die test kan je doen voor eender welke film, en is heel simpel. Stel volgende vragen:

  1. Zijn er minstens twee vrouwelijke personages in de film en hebben ze een naam?
  2. Praten deze vrouwelijke personages met elkaar (langer dan een minuuut in totaal)?
  3. Praten ze over iets anders dan een man?

Een film slaagt voor deze test als er op alle drie de vragen “ja” geantwoord kan worden. Het is verbazend hoeveel films deze test niet doorstaan.

Een van de oplossingen is: meer vrouwelijke regisseurs. (*)

Maar die komen zelden aan de bak bij de grote spelers, en ze vallen al helemaal niet in de prijzen. En dat is niet omdat er geen goede vrouwelijke regisseurs voorhanden zijn, maar voornamelijk omdat zowel mannelijke als vrouwelijke leidinggevenden in de filmindustrie bij het woord “regisseur” spontaan aan een man denken (**).

Daarom wil ik elke maand minstens één film bekijken van een vrouwelijke regisseur, en daarover op deze blog berichten, twaalf maanden lang. Leest en kijkt u lekker mee. Suggesties zijn overigens welkom. (Ik zet mij alvast schrap voor opmerkingen over de titel van deze post.)

En voor wie zin heeft in nog een paar tedtalks over dit thema:

 

(*) “...the female directors are associated with, in terms of short films and indie films, more girls and women on-screen, more stories with women in the center, more stories with women 40 years of age or older on-screen” (Stacy Smith)

(*) Turns out, both male and female executives, when they think director, they think male. They perceive the traits of leadership to be masculine in nature. So when they’re going to hire a director to command a crew, lead a ship, be a visionary or be General Patton, all the things that we’ve heard — their thoughts and ideations pull male. The perception of director or a leader is inconsistent with the perception of a woman. The roles are incongruous, which is consistent with a lot of research in the psychological arena.” Stacy Smith