Februari: Vanity Fair (Mira Nair)

(Over het waarom van deze reeks, zie: “Een jaar vol vrouwen“.)

Een van de vele verfilmingen van de 19e eeuwse bestseller Vanity Fair staat op naam van de Indische Mira Nair. Deze film werd gedraaid in 2004.

Niet het meest eenvoudige boek om in een film te gieten, waardoor er in de film vaak behoorlijke sprongen gemaakt worden. Dat maakt het niet altijd eenvoudig het verhaal te volgen, voor wie het boek niet kent.

Bovendien hebben Nair en scenarist Fellowes ervoor gezorgd dat hoofdpersonage Becky Sharp niet zo sharp uit de hoek komt als in het boek, en dat werd hen indertijd niet door iedereen in dank afgenomen.

Het heeft er wel voor gezorgd dat dit een uitstekende film is voor liefhebbers van het Engelse kostuumdrama. Prachtige kleren, mannen met bakkebaarden, drama galore en een happy ending. En wat een schitterende cast. Reese Witherspoon is fenomenaal, en ook de andere acteurs passen perfect in het plaatje.

Bovendien zit er iets in deze film dat te maken heeft met het feit dat de maker ervan twee werelden in zich draagt. Mira Nair groeide op in India en kreeg op haar negentiende een beurs om aan de universiteit van Harvard te gaan studeren (tegenwoordig woont ze in New York). Misschien is dit kostuumdrama daarom net iets zwieriger en kleurrijker dan andere films uit het genre. Jane Austen meets Bollywood. Een aangename kennismaking.

 

 

 

Advertenties

Geluk

Ik kreeg een tijdje geleden dit mooie doorgeefstokje aangereikt door Le Petit Requin: de Gelukzaaierstag. Een aantal vragen over geluk. Dat bleek niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht leek (of misschien maakte ik het te moeilijk) (ja, dat zal het wel geweest zijn). Dit is waar al dat nadenken over geluk uiteindelijk op uit kwam:

1. Ben je zelf soms eens op zoek naar wat meer geluk?

Meer dan zoeken naar geluk ben ik op zoek naar manieren waarop ik het leven optimaal kan leven met de beperkingen en de mogelijkheden die ik voorhanden heb. Daarbij moet ik rekening houden met mezelf (zelfkennis is daarbij cruciaal), de mensen in mijn omgeving en mijn situatie. (Ik heb voorlopig geen antwoord op de vraag of het verleden en de toekomst daarbij ook in gedachten gehouden moeten worden.) Het is mijn ervaring dat wanneer ik dat goed voor elkaar krijg, het geluk dan meestal vanzelf volgt.

2. Wat maakt jou gelukkig?

Er is enerzijds een puur fysieke sensatie die mij instant gelukkig maakt. Het is een soort gloeien in mijn buik dat ontspanning uitstraalt naar de rest van mijn lichaam. Zodra dat opkomt, maakt het eigenlijk niet uit waar ik ben -dan kan ik gewoon zitten genieten en helemaal content zijn, zonder meer. Ik vermoed dat het meestal komt wanneer ik een degelijk stuk vlees gegeten heb. Helemaal not done voor de vegetariërs, ik weet het, en mijn excuses. Als ik helemaal eerlijk ben, moet ik dus toegeven dat de kortste weg naar geluk een goeie lap rood vlees is. Ik kan er ook niet aan doen. De laatste tijd ben ik veel met ademhalingstechnieken bezig en daar word ik ook wel rustig van, maar dat geeft niet meteen zo´n scheut geluk in mijn lijf. Evolutionair gezien komen we recht uit de jungle, en dat voel ik soms dus.

Even een minder viscerale invalshoek: ik kan ook heel erg gelukkig worden als ik een samenhang, een evenwicht, een soort spontane verbondenheid ervaar. Dingen die kloppen, beter worden, in elkaar vallen, betekenis hebben. Die wonderbare momenten waarop ik aan iemand voorgesteld word, en het klikt meteen. Wanneer iemand een huis, een leven, een hart voor me openstelt. Wanneer de ruzies opmerkelijk korter worden omdat we bijleren, en er na de ruzie weer gewoon vrede is. Wanneer ik om me heen kijk en denk: ik woon in een leuk huis, met water, electriciteit, een degelijke matras, stille nachten en aan de muren de kleuren die ik zelf gekozen heb. Wanneer mijn dochter een fijne dag heeft. Wanneer de hond naast me komt zitten. Wanneer mijn man tijdens een feestje achter me langs loopt en me een kus op mijn achterhoofd geeft. Wanneer ik iets gemaakt heb dat werkt, mooi is, geapprecieerd wordt. Wanneer ik thuiskom met fietstassen vol groenten en fruit uit de lokale fruitwinkel. Wanneer de postbode aanbelt met een nieuw boek, of er een leuke brief of een pakje in de brievenbus zit. Wanneer ik goede muziek hoor, onderduik in een boek, meegesleept word door een prachtige film. Wanneer iets zo mooi is dat ik erom moet huilen.

3. Maak jij anderen al eens gelukkig en op welke manier doe je dat dan?

De meest effectieve manier om anderen gelukkig te maken is volgens mij je ego uitschakelen. Want dan pas sta je helemaal voor hen open. Dan moeten ze niet meer op hun tellen passen, hoeven ze niet aan te vallen en zich niet te verdedigen. Dan pas kan je luisteren en aanvaarden. Als twee mensen dat tegenover elkaar doen, kunnen ze helemaal zichzelf zijn. (Dit betekent niet dat je de ander zijn/haar goesting moet laten doen. Je moet natuurlijk je eigen grenzen en noden in gedachten houden.)

4. Wat ga jij doen om jezelf/anderen gelukkiger te maken?

Het is best moeilijk om niet vanuit je ego te denken en te handelen, het is een soort automatisme waar we in vervallen voordat we er erg in hebben. Maar ik probeer me er wel van bewust te zijn. Soms lukt dat, soms lukt dat niet. Maar oefening baart kunst.

5. Als je een boek of film over geluk zou mogen aanraden aan de gelukszaaier, welke zou dat dan zijn?

Boek: “Awakening The Buddha Within“, van Lama Surya Das (in het Nederlands vertaald als “De Ontwakende Boeddha”).

Film: “Little Miss Sunshine“. (Standaardantwoord op de vraag “welke film raad je aan”).

6. Op welke drie blogs zou je graag wat geluk zaaien?

Oef, uitkiezen, daar ben ik niet goed in… Ik zou zeggen: wie zich ertoe geroepen voelt, gelieve het doorgeefstokje aan te nemen! *Kath gooit stokje in uw richting*

 

 

 

 

Reclaam: lees eens een blovel

Géén typefout in de titel: blovel is een echt woord. Het is een kruising tussen een blog en een novelle. Fijn leesvoer dus, in hapklare afleveringen, en de laatste nieuwe stap in de ontwikkeling van de oeroude roman. Want dit is puur millenium-stuff: interactie met je lezers tijdens de opbouw van je verhaal, waardoor je meteen reacties krijgt en kan bijsturen.

Christine is er een paar weken geleden een mooie begonnen, onder de titel Chris! Een aangename leeservaring voor wie om de twee dagen een paar minuutjes naar Zuid-Frankrijk wil ontsnappen -ik ben alleszins al helemaal mee 🙂

De eerste aflevering kan je hier lezen. En een leuke extra is dit kijkje achter de schermen.

Veel leesplezier!

 

Het geheim van de vampierenfee

Ik schrijf hier niet vaak over mijn dochter, omdat ik haar liever van het internet wil houden, maar onderstaande anekdote kan vast geen kwaad. Het gaat over lezen.

Als ouder wil je niet liever dan dat je kind verslingerd raakt aan boeken. Want lezen is voor alles goed: mentale, culturele en psychologische ontwikkeling, uitbreiding van hun woordenschat, schoolcijfers, etcetera. Bovendien verbruikt een lezend kind geen electriciteit en is het, zolang het niet hardop leest, nog stil ook.

De grote uitdaging is een boek te vinden dat je kind uit zichzelf wil lezen, want motivatie is alles. Wat een zegening is het dan ook wanneer je kind zijn zinnen zet op een Reeks. Zo hoef je als ouder niet na elk boek opnieuw naar iets interessants op zoek, maar haal je gewoon het volgende boek uit de Reeks.

Daarom staan er overal ter wereld boekenkasten vol met Karl May, Babysitters Club en Harry Potter.

Mijn zevenjarige heeft geheel op eigen kracht een reeksje gevonden dat ze leuk vindt. Ik zat er zelfs een beetje verbaasd naar te kijken hoe gedreven ze zich door het eerste roze-grijze boekje van Isadora Moon las. (*) Aan de tekeningen te zien, ging het over een soort vampierenmeisje met een toverstaf, die avonturen beleeft met haar sprekende pop en roze draak.

Zodra dochterlief het eerste boekje uit had, kocht ik haar als beloning meteen een tweede. Dat had ze binnen de drie dagen ook al uit, dus stond ik binnen de kortste keren weer in de boekenwinkel.

Nu is er tegenwoordig een ganse markt aan meisjesboeken. Dus ergens vroeg ik me af: waarom Isadora Moon? Wat maakt dat ze net die boekjes zo graag leest?

Bij de aankoop van het derde exemplaar, werd er een tip van de sluier opgelicht. Ik las voor het eerst de volledige tekst op de achterflap, en daar werd uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met de kleine Isadora. Ze is namelijk half vampier en half fee. Want haar vader is een vampier en haar moeder een fee. Ik las het en legde onwillekeurig mijn hand op mijn hart. Dat had mijn dochter dus in die boekjes herkend: het half-half zijn, het hebben van twee verschillende ouders uit twee verschillende werelden, die ze allebei op een of andere manier in zich draagt. En waardoor ze soms niet goed weet waar ze precies thuishoort, omdat er op elke plek wel iets is wat haar anders maakt.

Anders, maar uniek.

Mijn lieve, kleine vampierenfee.

 

(*) Voor de mensen die zich nu afvragen in welke taal ze die leest (want die mensen zijn er 😉 ), het is de Spaanse vertaling.

Het is de wind

Migraine-triggers ontmaskeren heeft soms iets van een Agatha Christie-verhaal.

Voorbeeld: hoe ik mijn eerste job kwijtgeraakte. Dat was een voltijdse Nederlands-Engels-geschiedenis in een secundaire school in Aalter. Ik zeer opgelucht, want ik had op mijn eentje huur te betalen, en zat nog in mijn “wachttijd”, dus had nog geen recht op een uitkering. Een week of twee ging het goed, daarna kwamen de zwaarste migraine-aanvallen ooit opzetten. Tof, zo op je eerste job. Een paar weken later stelde de directeur voorzichtigjes voor me te ontslaan wegens “onvoldoende matuur” ofzoiets. Want dat was de algemene conclusie natuurlijk: dat ik te zenuwachtig was, en daardoor die migraines over mezelf afriep. Ik stemde toe, want ik was niet alleen ziek, ik schaamde me ook mateloos.

In die periode nam ik een middel tegen teenschimmel (ja, het wordt een lekker verhaal, hoor), waarmee ik na een paar weken besloot te stoppen, omdat ik er van die grote “boebels” van op mijn armen kreeg.

Een paar jaar geleden besloot ik nog eens een poging te ondernemen om mijn teennagels toonbaar te krijgen, en kreeg door de dokter weer iets tegen teenschimmel voorgeschreven. Meteen kwamen weer die gruwelijke migraines opzetten, exact dezelfde die ik toen in Aalter had gehad. Ze waren duidelijk van een andere soort dan de”normale” aanvallen, en daarom heel herkenbaar. Ik stopte mijn behandeling, en de aanvallen bleven weg. Ik zocht op het internet de bijwerkingen van het werkzame bestanddeel op, en ja hoor: migraine.

Et voilà. Niks geen”gebrek aan maturiteit”. Gewoon een verdomde vergiftiging.

Er is nog een trigger die ik hier de afgelopen jaren ontmaskerd heb, een nog veel obscuurdere: het weer. Ik begon door te krijgen dat ik vaak met een migraine wakker werd wanneer het buiten hard waaide. Of dat het de dag nadat ik een migraine had gekregen hard waaide. Een vriendin en migraine-collega functioneerde als controle. Zat ik op zo´n dagen met migraine, dan stuurde ik haar “hoe voel je je?”, en kreeg ik onveranderlijk “migraine” als antwoord. In mijn nieuw aangekochte bijbel (Carolyn Bernstein´s The Migraine Brain) (*) werden mijn vermoedens bevestigd: “It´s amazing how many migraineurs can tell you a weather front is approaching. Changes in the weather are a very common migraine trigger. (…) We don´t really know why weather affects migraine. But research strongly confirms the weather-migraine connection.” (p141-142)

We hebben nu anderhalve week met zeer zware rukwinden achter de rug. Containers werden door de straten geblazen, wasgoed aan de drooglijn ging een eigen leven leiden. En mijn hoofd, mijn arme hoofd. Maar ik heb geen migraine gekregen. Ha! En weet je waarom? Weet je wat ik gedaan heb (behalve elke dag een Ibuprofen geslikt)? Ik heb geslapen. Elke nacht van middernacht tot 8 uur ´s morgens, en zodra man en kind een uur later de deur uit waren, kroop ik weer in bed en sliep door tot half twaalf. Echt slapen he, met dromen en al. Het waren een tiental dagen waarin ik niet veel waard was en mij navenant gedragen heb, en daarmee heb ik mijn vege lijf gered.

Wat mij altijd weer doet denken: ik pas ZO HARD NIET in die mal van een nine-to-five job, laat staan de versies met ergere getallen. En zo moeten er vast nog een hoop andere mensen rondlopen, die niet dezelfde luxe hebben eruit te stappen.

Daarom dus even dit logje: niet om te klagen, maar om aan te geven dat sommige mensen er echt niet aan kunnen doen. Soms zijn schijnbaar domme excuses als “het lukt me vandaag niet, want het waait te hard” geen flauwe manier om ergens onderuit te komen, maar een pijnlijke waarheid.

Soms is het echt gewoon de wind.

 

(*) Neen, deze site wordt niet gesponsord. Ik maak soms gratis en voor niks reclame voor dingen die ik echt de moeite vind, en als je onder de blogposts soms reclame ziet, dan is dat omdat ik de onbetaalde versie van wordpress.com gebruik, en dan zetten ze daar soms reclame op.

 

 

 

Recept snijbiet met rijst

Wel altijd een beetje spannend om hier een recept te posten, want ik heb ab-so-luut geen talent voor koken. Maar ik heb getracht een behoorlijke vertaling te maken van dit recept (hetgene wat ik zelf gevolgd heb, min of meer), dus dat zou wel okee moeten zijn.

 

Ingrediënten voor twee personen:

Een bos snijbiet

1 ui

4 teentjes look

1 rijpe tomaat

1 blaadje laurier

een beetje saffraan (*)

een beetje paprikapoeder

1 bouillonblokje voor kippensoep

1 liter water

olijfolie

100 g rijst

(*) Zoals dat wel vaker met eenvoudige recepten uit tijden van schaarste gebeurt, werd het door de jaren heen verrijkt met “sjiekere” ingrediënten, zoals saffraan. Maar dat hoeft er echt niet in, de meeste mensen gebruiken dat niet hoor.

Je kan er, zoals vermeld in de vorige post, dus ook wat witte bonen toevoegen. Geen idee van hoeveel en wanneer, ik heb er gewoon een half blik van de voorgekookte variant ingekieperd ergens aan het einde. (Wat een indicatie geeft van de subtiliteit waarmee ik in de keuken te werk ga.)

Je kan er ook wat aardappeltjes bij koken (dat slorpt het vocht wat op), en ik heb ook foto´s gezien waarop er slakjes in de schotel zwommen. Mediterranean style.

Werkwijze: 

Was de snijbiet en snij ze in stukken (ook de stengels). Snij de ui in stukjes en rasp de tomaat.

Bak de ui in een pan met olijfolie.

Wanneer de ui glazig begint te worden, voeg je de geraspte tomaat, de snijbiet en de look toe. Laat gedurende 10 minuten op een laag vuurtje sudderen, en voeg op het laatste moment het paprikapoeder en het bouillonblokje toe. Roeren.

Het mengsel overbrengen in een kookpot met daarin een liter water, en 15 minuten laten koken.

De rijst toevoegen, samen met de laurier en de safraan.

Gedurende ongeveer 20 minuten laten koken, een beetje zout toevoegen indien nodig.

Alvorens op te dienen zo´n 5 minuten laten rusten zodat de bouillon wat kan intrekken.

Smakelijk!

 

PS: eenvoudige en lekker zuiderse receptjes van iemand die wel de titel keukenprinses verdient, vind je hier!

 

Snijbiet

“Kan jij dit gebruiken?” vroeg Paco*, de groentenman. Terwijl hij de vraag stelde, toonde hij me een bundel brede, witte stengels die elk een groot, groen blad droegen. “Je krijgt ze gratis mee, ik kan ze toch niet meer verkopen. Maar je moet ze wel voor morgen gebruiken.”

“Heb ik nog nooit in mijn leven gezien,” zei ik doodeerlijk. “Wat is dat?”

“Het zijn acelgas,” antwoordde Paco. “Daarmee kan je acelgas con arroz maken, dat is een typisch Valenciaans gerecht. Het recept kan je makkelijk op het internet vinden.”

“Oja,” zei de vrouw die achter me op haar beurt stond te wachten. “Dat is heel lekker hoor, dat maak ik ook vaak klaar!”

“Goed, geef maar mee,” zei ik, me bewust van de mooie, spontane manier waarop hiermee mijn voornemen dat ik dit jaar beter wou leren koken geïmplementeerd werd. Het universum luistert! Paco somde de overige ingrediënten op, die had ik toevallig allemaal in huis bleek te hebben. “En je kan er ook bonen aan toevoegen,” zei hij, “al doet niet iedereen dat.” Bonen zijn voedzaam, dus dat leek me een goed idee.

Later die namiddag haalde ik mijn dochter op van school en nodigde Marcos, een van haar vriendjes, uit om bij ons thuis te komen spelen. Toen Marcos´ vader hem kwam ophalen, stond ik net te koken. Ik had op het internet de vertaling van acelgas en het bijhorende recept opgezocht. “Ik ben acelgas con arroz aan het maken!” zei ik fier. “Heerlijk!” zei Marcos´vader. “Dat maakte mijn moeder ook altijd. Superlekker! Maar het is het allerbeste met bonen erbij.”

“Die heb ik!” zei ik vrolijk. En tilde de pot bonen op als bewijs. Ik heb mijn tegendraadse dagen, maar soms ben ik echt een eersteklas immigrant.

De volgende ochtend aan de schoolpoort vroeg Marcos´moeder hoe de acelgas con arroz ons bevallen waren, en ik zei dat ik het best lekker had gevonden, maar dat mijn dochter er niet zo´n fan van was. Zodra omstaanders het gerecht hoorden vernoemen, kwamen de opmerkingen over hoe vaak en met hoeveel smaak ze dat gerecht in hun kindertijd gegeten hadden.

Toen ik een week later weer in de groentenwinkel kwam, vertelde ik Paco dat het experiment gelukt was, al was mijn dochter er niet wild van geweest. “O, ik at dat zo graag,” zei hij. “We aten het soms wel drie keer per week!”

“Ja, arroz con acelgas,” zei een oud dametje dat voor mij aan de beurt was. “Ik maakte dat vroeger zo vaak klaar. Dat is het eten van de posguerra. Heel goedkoop.”

Posguerra is de periode 1939-1959. De burgeroorlog was teneinde en Spanje werd een dictatuur, afgesneden van Europa. Een tijd van schaarste, honger, repressie en kinderarbeid.

Opeens zag ik het plaatje voor me. Hoe in die miljoenen Spaanse gezinnen ouders geworsteld hadden om hun kinderen een warme maaltijd voor te zetten. Er was geen vlees, er was geen vis, maar er was rijst. Er waren een paar tomaten. Er was wat look, een ajuin, een handvol bonen en een snijbiet. Daarmee vulden vaders en moeders de hongerige maagjes van hun kroost. En die kroost had gedaan wat alle kinderen doen: ze hadden zich vastgeklampt aan hun thuis. Aan de geuren en de smaken van de plek die geborgenheid schonk in een wereld waarin mensen soms verdwenen en niet meer terugkwamen. Arroz con acelgas was een warme maaltijd in een tijd waarin warme maaltijden een luxe waren. Dat soort fundamentele associaties geef je door.

En daarom ziet die snijbiet generaties later nog steeds groen van de hoop.

 

(*) Bueno, hij heet niet echt Paco, want ik verander de namen op deze blog, maar hij zou evengoed Paco kunnen heten.

 

 

 

Verplicht neutrale blik in moderne tijden

Ik moet dit jaar mijn identiteitskaart laten vernieuwen. Daar had ik al weinig goesting in en, nu ik naar de website van het consulaat gesurfd ben, nog minder. En wel om deze redenen:

Ten eerste omdat ik nog steeds een niet-elektronische identiteitskaart heb, en dat zou ik het liefst zou houden. Ik vind het namelijk een geruststellend idee dat mijn kaart niet stiekem afgelezen kan worden, en dat ik zelf kan zien welke informatie erop staat. Hoe absurd is het dat je als eigenaar van een elektronische identiteitskaart niet zelf kan zien wat er op de chip staat? Tuurlijk, je zal dat vast wel ergens kunnen laten checken, maar ik kan dat thuis niet even nakijken. Waarmee ik het gevoel krijg dat we elke keer weer een beetje meer richting Orwell´s 1984 geduwd worden. Want je kan niet kiezen. Je kan niet zeggen: e-ID? Sorry, geef mij maar een van die oude, geplastificeerde exemplaren, daar voel ik mij beter bij.

De tweede oorzaak van mijn weerstand kwam op toen ik doorklikte naar de normen voor de pasfoto. Blijkt dat de tijden ook op dat vlak veranderd zijn. De foto moet in kleur, het gezicht moet zo duidelijk mogelijk zijn, de ogen goed zichtbaar (er wordt aangeraden je bril af te zetten, ook wanneer je altijd een bril draagt) en je gelaatsuitdrukking moet neutraal zijn, met een gesloten mond. Je mag dus niet lachen. Waarom wil men dat soort robot-foto van ons? Omdat het op maat gemaakt is voor biometrische gezichtherkenning natuurlijk. Ik loop wat achter, maar ik las nu dat ze daar op Schiphol al een tijdje mee bezig zijn (lees bijvoorbeeld hier). Er wordt over gesproken alsof het een voordeel is voor de reiziger, want “je moet je identiteitskaart niet meer uit je zak halen”. Als er nu één ding is, op die hele waslijst ongemakken en problemen tijdens vliegreizen, waar ik me geen zorgen over maak, dan is het het feit dat ik even mijn identiteitskaart uit mijn handtas moet opdiepen. (*)

Op het gevaar af paranoïde te klinken: ik vind het allemaal best eng. Niet om hoe de situatie nu is, maar om waar dit naartoe kan leiden.

En ook: ik wil geen robot-foto op mijn identiteitskaart. Ik wil geen elektronische gezichtsherkenning, wat voor redenen ze er ook voor geven. (Terrorisme tegengaan? Is bikkelhard inzetten op onderwijs, gezondheidszorg, geweldloze communicatie, duurzaamheid en internationale samenwerking dan geen effectievere manier?)

Nee, ik wil niet gedwongen worden tot een neutrale blik.

Ik wil kunnen lachen op mijn identiteitskaart.

Want dat is de basis van mijn identiteit.

 

id 2

 

(*) Als ze het de reizigers echt makkelijker willen maken, laat hen dan stewards meesturen die helpen met je bagage. Lijkt me vooral handig voor ouders die in hun eentje reizen met een kinderwagen, twee koffers en een peuter die een verse luier nodig heeft. Om maar iets te noemen.

 

Januari: Boundaries (Shana Feste)

(Over het waarom van deze reeks, zie: “Een jaar vol vrouwen“.)

Boundaries is een roadmovie die wat teveel aan Little Miss Sunshine doet denken. Een oude wagen vol familie die door de VS trekt, zelfs een gek dansje ergens aan het einde…. De weed-dealende grootvader zorgt dan weer voor een snuifje Breaking Bad. Kortom: het is allemaal al eens eerder gedaan, en naar mijn bescheiden mening beter.

Mijn aandacht werd bijvoorbeeld vaak afgeleid door details die me niet realistisch leken. Zoals wanneer hoofdpersonage Laura een keuken binnenstapt en de kok aldaar een hondje aanreikt. Die kok, gekleed in zijn kraaknette keukenshort, neemt de hond in zijn armen. Dan denk ik: welke kok laat in godsnaam een hond toe in zijn keuken, laat staan dat hij hem in zijn armen neemt? Die scène moet natuurlijk duidelijk maken dat de kok Laura erg genegen is, maar naar mijn inzien waren er betere manieren om dat te doen. Zo waren er wel vaker scènes waar je, bij wijze van spreken, de koordjes kon ontwaren die leidden naar de handen van de poppenspeler.

Of dat rondrijden in een wagen zonder hoofdsteunen. Tientallen keren heb ik gedacht: “Mogen ze in de VS de openbare weg op zonder hoofdsteunen?” (*) En later, wanneer moeder en zoon op een vliegtuig stappen met een stuk of vijf honden: kan dat? In de passagiersruimte van een vliegtuig met vijf honden? Dat moet je hier in Europa alleszins niet proberen.

Ook met de problematische relatie tussen Laura en haar vader had ik het een beetje moeilijk. Het leek me allemaal zo cliché: de vader die teleurstelde, de wrokkige dochter die haar eigen boontjes had moeten doppen. En dan de kleinzoon die op school gepest wordt, en van zijn grootvader te horen krijgt dat hij in zijn artistieke capaciteiten moet geloven. Origineel kan je het niet noemen. Langs de andere kant: Feste heeft met deze film haar eigen problematische relatie met haar vader verwerkt, dus al is het niet orgineel, het is wel echt.

In ieder geval werd deze film ondanks bovenstaande mankementen gered. Enerzijds door de prachtige acteerprestaties van Christopher Plummer en de 16-jarige Lewis McDougall. Anderzijds door de mooie fotografie en het dromerige kleurenpalet. En telkens Shana Feste even vergeet wat ze zo dringend wil vertellen komen de mooiste beelden.

Ook de mankementen in de dialogen worden vergeven dankzij snedige en poëtische one-liners waarmee je vaak wordt verrast. Een voorbeeld daarvan vind je aan het einde van de trailer.

Alles welbeschouwd is het eigenlijk de grootvader die met deze film gaat lopen. De runaway granddad die er de kantjes vanaf loopt, zodat je niet anders kan dan je afvragen: waarom doet die man dat? Wat zit daar achter? En dat is het soort vragen dat ik in mijn hoofd wil horen wanneer ik een film bekijk.

 

 

 

(*) Moest iemand daar het antwoord op weten, dan zou ik het wel graag horen.