September: Letter To My Daughter (Maya Angelou)

(Jaa, september. Blogpost die ik maar niet afgewerkt kreeg.)

(Over het waarom van deze reeks, lees “Een Afrikaans jaar“.)

Maya Angelou had geen dochter; ze had een zoon. Maar, zo schrijft ze in de inleiding, dit boek draagt ze op aan haar duizenden dochters over de hele wereld, ongeacht hun huidskleur of religieuze strekking. In 28 korte brieven vertelt ze over de levenservaringen die het meeste impact hebben gehad op haar morele en emotionele ontwikkeling.

Sommige verhalen zijn pakkend, andere zijn grappig, allemaal dragen ze wijsheid in zich. Het is trouwens niet alleen aan te raden literatuur voor dochters; zonen zullen hier evengoed iets aan hebben. Want elk verhaal stemt tot nadenken, of je het nu met haar eens bent of niet, en dat alleen al lijkt me waardevol.

Een van mijn favoriete stukjes is Porgy and Bess, waarin ze beschrijft hoe ze, na een Europese tour met een musicalgezelschap, terugkeert naar Amerika, en daar een inzinking krijgt. Ze zoekt hulp bij haar stemcoach, Frederick Wilkerson. Die brengt haar een yellow pad en een pen, en draagt haar op haar zegeningen neer te schrijven. Wanneer ze zegt dat ze daar geen zin in heeft, dat ze voelt dat ze gek aan het worden is, zegt hij: denk aan alle mensen die doof zijn. Die symfonieën noch het gehuil van hun eigen baby´s kunnen horen. Schrijf op: ik kan horen -dank u, God. En nu denk je aan iedereen die niet kan zien. En aan iedereen die niet kan lezen…

Tegen de tijd dat ze de hele pagina volgeschreven heeft, is de waanzin verdwenen.

Dit zijn de laatste paragrafen van dat verhaal, tevens een gepaste afsluiter voor deze post:

That incident took place over fifty years ago. I have written some twenty-five books, maybe fifty articles, poems, plays and speeches all using ballpoint pens and writing on yellow pads.

When I decide to write anything, I get caught up in my insecurity despite the prior accolades. I think, uh, uh, now they will know I am a charlatan that I really cannot write and write really well. I am almost undone, then I pull out a yellow pad and as I approach the clean page, I think of how blessed I am.

The ship of my life may or may not be sailing on calm and amiable seas. The challenging days of my existence may or may not be bright and promising. Stormy or sunny days, glorious or lonely nights, I maintain an attitude of gratitude. If I insist on being pessimistic, there is always tomorrow. Today I am blessed.