Een Border Collie Brein in 1847

Ik was eerder per ongeluk een exemplaar van Jane Eyre tegengekomen, en mijn voornemen het te lezen was gepaard gegaan met het mentaal opstropen van de mouwen. Het ging immers om een boek uit 1847. Moeilijke woorden, lange zinswendingen, ellenlange  landschapsbeschrijvingen,… ik was er helemaal klaar voor.

Een totaal overbodige voorbereiding, zo bleek. Het leest vlotter en meer to the point dan de laatste moderne, Nederlandstalige boeken waar ik me doorgeworsteld heb. Maar dat was niet de enige verrassing: ik ben namelijk helemaal mee met de schrijfster, Charlotte Brontë. Ze werd geboren in april 1816, dat is dus tweehonderd jaar geleden. Maar ik heb het gevoel dat we perfect even samen iets zouden kunnen gaan drinken bij de bakker hier op de hoek en dat met haar van gedachten wisselen een pak makkelijker zou gaan dan met een hele hoop van mijn tijdgenoten.

Toegegeven, ik zit nog maar aan hoofdstuk 13, maar ik kon het niet laten er al iets over te schrijven, want ik heb zo het vermoeden dat juffrouw Brontë een Border Collie Brein bezat. Een mooi stukje daarover bijvoorbeeld:

“It is in vain to say human beings ought to be satisfied with tranquillity: they must have action; and they will make it if they cannot find it. Millions are condemned to a stiller doom than mine, and millions are in silent revolt against their lot. Nobody knows how many rebellions besides political rebellions ferment in the masses of life which people earth. Women are supposed to be very calm generally: but women feel just as men feel; they need exercise for their faculties, and a field for their efforts as much as their brothers do; they suffer from too rigid a restraint, too absolute a stagnation, precisely as men would suffer; and it is narrow-minded in their more privileged fellow-creatures to say that they ought to confine themselves to making puddings and knitting stockings, to playing on the piano and embroidering bags. It is thoughtless to condemn them, or laugh at them, if they seek to do more or learn more than custom has pronounced necessary for their sex.”

(Charlotte Brontë, Jane Eyre, p 141)

In 1847, dames en heren. Alstublieft.

 

 

 

Het Border Collie Brein

Sinds kort ben ik weer buitenshuis beginnen werken: ik geef vijf uur aan een stuk les, haal na het werk mijn dochter van school, neem haar mee naar het park, en zodra ze in bed ligt, doe ik het huishouden en ga ik mijn lessen voorbereiden.
Tijd om te schrijven blijft er daardoor niet echt meer over. Maar ik heb een geweldige ontdekking gedaan: ik ben veel minder moe. Ik liep de muren op tijdens mijn stay-at-home moederschap. Ik werd er gek van en doodmoe. Koken en kuisen: daar heb ik echt geen talent voor. En als je de hele dag alleen maar dingen doet waar je geen talent voor hebt… daar wordt een mens niet bepaald gelukkig van.

 
Nu sta ik weer voor de klas en moet ik 15 mensen 5 uur lang geïnteresseerd houden in een taal waar ze amper iets van kennen. Ik moet continu switchen tussen mijn tweede (Engels) en derde taal (Spaans). Ik moet humor gebruiken, psychologische trucjes, en veel empathie. Het is alle zeilen bij, en toegegeven: na die vijf uur ben ik ook wel moe. Maar het is een heel ander soort vermoeidheid. Want behalve mijn lijf heb ik ook mijn hersenen kunnen gebruiken.

 
Toen ik in het vijfde middelbaar zat, kochten mijn ouders een Border Collie pup. Iemand waarschuwde ons dat Border Collies werkhonden zijn. Je kan ze niet als een schoothondje de hele dag binnenhouden: ze zijn slim en hebben uitdagingen nodig. Je kon onze hond niet gelukkiger maken dan door spelletjes te spelen waarbij hij strategieën moest gebruiken. Het was een prachtig dier en een zeer trouwe bondgenoot. Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje verhuisde. Ik mis hem nog steeds.

 
En natuurlijk moest ik aan hem denken toen ik deze paragraaf las:

 
“Met een creatieve geest geboren zijn, is zoiets als een Border Collie hebben als huisdier: je moet het werk te doen geven, anders krijg je er gegarandeerd een hoop last mee. Geef je brein een klusje om handen, anders verzint het zelf wel een klusje –eentje waar jij misschien niet zo gelukkig mee bent (aan de zetel knabbelen, gaten graven, de postbode bijten, enzovoort.) Ik heb er jaren over gedaan om dit te leren, maar het blijkt dus zo te zijn dat wanneer ik niet actief iets aan het maken ben, ik actief iets aan het kapot maken ben (mijzelf, een relatie, mijn eigen zielerust).” Elizabeth Gilbert, Big Magic, p 171

 
Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeker nu ik een Border Collie dochter heb 🙂