School in tijden van corona (2)

Het is niet al kommer en kwel in het coronatijdperk. Sommige zaken zijn ten goede veranderd!

  • Waar mijn dochter vroeger met 27 kinderen in de klas zat, zitten ze nu met 18. (Ik heb dat zelf een keer meegemaakt: exact dertig jaar geleden, in het vijfde leerjaar bij juffrouw Tanja, in Stella Maris in Merksem. Dat was fan-tas-tisch.)
  • Er is eindelijk zeep in de toiletten.
  • Er wordt veel vaker schoongemaakt.
  • Op de speelplaats spelen de kinderen per klas in afgebakende zones. De speeltijd verloopt daardoor een pak rustiger. Bovendien kan zo je beste vriendinnetje niet door iemand van een andere klas ingepikt worden, en de kans dat je een vuist in je maag krijgt van iemand van een hoger jaar is gereduceerd tot nul.
  • Er blijven veel minder kinderen op school eten, en er wordt niet gegeten in de refter, maar in de klas zelf. (Heb ik ook een keer meegemaakt: 27 jaar geleden, toen we in het tweede jaar middelbaar in de Ter Lindenhofstraat les kregen. Is er hier nog iemand die zich dat herinnert? Ik vond dat echt gezellig.)

Zelfs voor de ouders is er iets verbeterd. Tot vorig jaar moesten we altijd op een grote hoop aan de schoolpoort op de toppen van onze tenen en met de zon in onze ogen proberen een glimp op te vangen van onze kinderen, daarna wild zwaaien in de hoop dat ze ons zagen, en dan hopen dat ze door de zee van ouders en grootouders de weg tot bij ons zouden vinden. Ik heb de afgelopen jaren zo vaak gedacht: “Is er nu echt geen betere manier om dat te regelen?” En kijk, die is er kennelijk wel. Aan de andere zijde van de school is er ook een poort. Die wordt nu ook opengedaan, en daar ga ik nu mijn dochter opwachten, samen met een zodanig klein aantal andere ouders dat we makkelijk afstand kunnen bewaren, en onze kinderen al van ver kunnen zien. Met de zon in de rug. Heerlijk.

Natuurlijk zijn er ook nadelen. Zo moeten de kinderen de hele dag een mondmasker op, en wanneer er ééntje positief test op corona, moet de hele klas veertien dagen thuisblijven (zelfs wanneer ze negatief testen). Dat is al met de klas van een vriendje gebeurd, en dat zal ons vroeg of laat ook vast overkomen. Dan zullen we even wat minder lachen (dochterlief meer).

Ik zit echter stiekem te hopen dat de nadelen tegen volgend jaar zullen verdwijnen, maar de voordelen niet.

Waarom we net nu plannen moeten maken

Sinds het najaar van 2019 was ik aan het aftellen naar mijn volgende België-reis: op 8 april 2020 zou ik vertrekken. In de eerste week van maart, toen we begonnen te voelen dat er iets op til was, verkondigde ik nog stellig tegenover de man van de groentenwinkel dat ik naar mi tierra zou reizen, sí o sí. Een paar dagen later werd het duidelijk dat het no zou worden.

En nu vertel ik aan iedereen dat we in december gaan, en indien mogelijk tot halverwege januari blijven. Dat lijkt tamelijk onzinnig, want niemand weet wat er ons dit najaar nog staat te wachten, laat staan dat we weten hoe de situatie er deze winter zal uitzien. Maar toch wil ik in mijn agenda december voor België reserveren. En vandaag heb ik op de website van de bbc gelezen waarom dat een goed idee is.

Plannen is namelijk een vorm van proactive coping. Dat betekent dat je de onzekerheid die je in het nu ervaart, wegneemt door op een actieve manier met de toekomst bezig te zijn. Of je plannen dan ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden, doet er eigenlijk minder toe; het gaat erom dat je door iets te ondernemen minder stress ervaart in het heden. Plannen geeft je het gevoel dat je toch nog een beetje controle hebt.

Een tweede positief effect van plannen is dat het de cognitieve rommel in ons hoofd opruimt. Ons brein houdt namelijk niet van losse eindjes: wanneer we een taak niet kunnen afmaken, blijven onze hersenen ermee bezig (dat heet het Zeigarnik-effect) (*). Om de mentale druk van onafgewerkte taken te kunnen loslaten, volstaat het te plannen wanneer je ze onder handen zal nemen. Op die manier geef je je brein het signaal dat het dat item voorlopig even mag laten rusten.

Dus, corona of niet: wij blijven lekker onze agenda gebruiken. Yeah.

 

(*) Zegt nu nog eens dat ge hier niks leert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 72

We hebben een uurrooster hier in het dorp, om te voorkomen dat iedereen tegelijkertijd buitenkomt. Het gaat om de tijden waarop je, volgens leeftijdscategorie, buiten mag om aan lichaamsbeweging te doen (*). Dat ziet eruit als volgt:

*van 6 tot 10u: volwassenen

*van 10 tot 12u: ouderen

*van 12 tot 19u: kinderen (met hun ouders)

*van 19 tot 20u: ouderen

*van 20 tot 23u: volwassenen

Het interessante effect van dit uurrooster is dat het nog nooit zo druk geweest is op straat. Vooral vanaf 18u, wanneer na de siesta iedereen hun kroost in de rolschaatsen klikt of op de fiets duwt om nog snel even een toertje te doen. Daarna worden die kinderen thuis afgezet, en begeven de ouders zich even later weer de straat op om samen met alle kinderloze volwassenen rond het dorp te gaan snelwandelen alsof ze voor een marathon aan het trainen zijn. En in dat uurtje overlap, waarin de kinderen te laat worden thuisgebracht en volwassenen te vroeg naar buiten komen, wandelen kranig de oudjes rond, en komen zo in contact met ie-de-reen.

Moest er geen uurrooster zijn, ik zweer het u, dan was er hier geen kat op straat.

Nog een leuk detail is het feit dat het uurrooster in fase 1 eigenlijk niet geldt voor dorpen met een bevolking van minder dan 10.000 inwoners. Dus iedereen dacht er hier afgelopen maandag van af te zijn, want we waren allemaal naar wikipedia gesurft, waar we gelezen hadden dat de bevolking van Rafelbunyol in 2019 op 8941 geraamd was, en okee, we hadden best wel wat zwangerschappen zien passeren, maar nu ook weer niet zo overdreven veel. Doch, toen kwam dinsdag het bericht van de ayuntamiento dat we wél nog het uurrooster moeten volgen, ook al zitten we inderdaad onder de 10.000. En toen ik me daarstraks tussen mijn snelwandelende dorpsgenoten begaf en een groepje bevriende moeders probeerde bij te houden, hoorde ik van één van hen waarom dat zo is: we hebben in dit dorp teveel personen per vierkante meter.

Gelukkig worden al die vierkante meters nu intensief benut.

 

(*) Om naar de winkel te gaan, of een terrasje te doen, of de hond uit te laten mag je uiteraard naar buiten wanneer je wil. Vragen in de zin van “mag je als bejaarde om 9 uur ´s morgens naar de winkel joggen” of “mag een dertiger om 11 uur in de voormiddag via een omweg op zijn sportfiets naar het café fietsen” worden liefst vermeden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 60

Er werd verwacht dat de Valenciaanse gemeenschap vandaag van fase 0 naar fase 1 zou gaan, en dat we dus ons dorp zouden mogen verlaten, voorzichtig een terrasje doen, hier en daar een vriend bezoeken. Maar daar stak Madrid dit weekend een stokje voor.

Als ik het goed begrepen heb (maar pin me er niet op vast), dan verliep dat gesprek ongeveer zo:

Madrid: “Valencia gaat niet naar fase 1.”

Valencia: “Hoezo? Waarom niet? We hebben een kei-dik dossier ingeleverd! Wij zijn helemaal klaar voor fase 1!”

Madrid: “Nee, want jullie testen niet genoeg.”

Valencia: “Maar jullie hebben nergens gezegd hoeveel we moeten testen om naar fase 1 te mogen gaan!”

Madrid: “Als ge niet genoeg test, dan weet ge niet hoe het zit met de verspreiding.”

Valencia: “Jamaar, dat is niet eerlijk. Dan had ge dat eerder moeten zeggen!”

Enfin, geen fase 1 voor Valencia dus.

Gisteren sprak ik even met de buurvrouw. Ik had haar al lang niet meer gezien; ze is er nooit bij wanneer we met de buren ´s avonds in het steegje vanuit ons deurgat komen praten.

“Kathleen, ik ben zo gelukkig,” zei ze me, met een mojito in de hand en haar blauwe ogen stralend in haar zongebruinde gezicht. “Ik was zo moe voor deze crisis uitbrak, zo gestresseerd. Ik maakte me zoveel zorgen om de cijfers van de kinderen, ik was al dat heen en weer rijden naar de muziekschool zo beu. Wat is het heerlijk om nu gewoon lekker thuis te zitten. Ik trek me geen bal meer aan van de schoolcijfers. De kinderen zijn gelukkig, ik ben gelukkig, we moeten nergens heen. Laat die fase 0 nog maar een tijdje duren.”

Alvast één iemand die geen problemen heeft met een verlengd verblijf in fase 0.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reclaam: de corona cursus

Jullie weten dat ik graag (ongesponsord) reclame maak wanneer ik bij andere bloggers een bijzondere post of een goed idee tegenkom. Vandaag wil ik dit pareltje aanprijzen: de corona cursus van Hade Wouters.

Een van de grootste misvattingen die er bestaan over creativiteit, is dat sommige mensen creatief zouden zijn en andere niet. Ik ben er zeker van dat er hier een paar mensen meelezen die denken dat ze niet tot het “creatieve kamp” behoren omdat ze als kind geen bovenmaatse aanleg toonden voor tekenen, of een hekel hadden aan blokfluit spelen.

Een andere is de overtuiging dat creativiteit iets is waar je niet teveel tijd aan moet besteden, want als je geen genie bent en je geen meesterwerken maakt, wat is dan het nut?

Jullie horen mij al komen: ik ben het daar niet mee eens. Volgens mij is elke mens van nature een creatief wezen, en gaat creativiteit veel verder dan schilderen, muziek maken of boetseren. Creativiteit is een manier van leven. Het kan zich uiten in de manier waarop je met conflicten omgaat, excuses verzint, je terras betegelt. Creativiteit is in je hoofd het raam opengooien, naar buiten leunen, en mogelijkheden zien tot ver over de horizon. Op eender welk gebied.

Voorts is het cultiveren van creativiteit een prachtige manier om jezelf te leren kennen, want niets is zo persoonlijk als onderzoeken waar je eigen hersenen je heen brengen zodra je de teugels viert, en je eigen lichaam gebruiken om dat uit te drukken. Je schildert misschien niet als Van Gogh, maar niemand schildert zoals jij. Niemand voedt op zoals jij, niemand leidt vergaderingen zoals jij, niemand kookt zoals jij.

Nu corona ervoor gezorgd heeft dat we minder contact hebben met anderen, is het misschien een goed moment om wat meer contact te maken met die ene persoon die er altijd is: onszelf. 

Hade Wouters heeft daar een zeer toegankelijke cursus voor gemaakt. Via allerlei gerichte vragen en speelse opdrachten helpt ze je om je eigen creativiteit weer aan te zwengelen en stukken van jezelf te hervinden waarvan je niet eens wist dat je ze verloren was.

Lijkt me een mooi kadootje aan jezelf om deze lock down en de hele nasleep ervan door te komen.

Informatie over de cursus kan je hier vinden.

Aan zij die de reis ondernemen: veel plezier gewenst 🙂

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 56

Vandaag ben ik naar de markt geweest.

Jawel, de markt!

Voor de gelegenheid hebben ze die verplaatst naar het park hier vlakbij mijn deur. Dat kwam alvast mooi uit. En de reden van die verplaatsing is dat er om het park een hek staat en dat er twee ingangen zijn. Op die manier kan er mooi gecontroleerd worden wie er binnen,- en buitengaat.

Bij de ingang werd ik gevraagd mijn handen te wassen met een gel, en kreeg ik een mondmaskertje aangereikt. En zo wandelde ik met mijn allereerste mondmaskertje (mijlpaal?) het park in. Dat gaf me een beetje een Darth Vader gevoel, zo mijn gezichtsveld beperkt zien tot de strook tussen dat mondmasker en de klep van mijn pet. Ik voelde me als een robot die de omgeving scande. Erg aangenaam vond ik het niet.

Ik liep naar de kraam van Elisa en haalde mijn bestelling noten en droge vruchten op. We praatten even, maar wat was het ongemakkelijk met dat maskertje voor mijn gezicht. Mijn bril dampte constant aan. En toen stapte ik over van het kamp van de verantwoorde gebruikers naar dat van de knoeiers: ik raakte het mondmaskertje aan en trok het tot onder mijn neus. Naar de medaille voor voorbeeldig burgerschap kan ik dus fluiten, maar ik kon tenminste een beetje ademen.

Toen ik langs de aangewezen uitgang weer naar buiten stapte, groette ik vriendelijk de persoon die daar de wacht hield. En terwijl ik langs hem heen liep, besefte ik: hij heeft mijn glimlach niet gezien.

Wat jammer.

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 54

Vanmorgen ben ik voor het eerst in maanden weer in het postkantoor geweest (wie hier al langer meeleest, weet dat ik daar graag kom).

Sonia is een van de vaste bedienden die daar werkt, en we kennen elkaar ondertussen al jaren. Van achter haar loket heeft ze mijn dochter zien opgroeien, en de bovengemiddelde frequentie waarmee ik als migrant met postpakketjes kom aandraven, gaf mij de gelegenheid de operatie en revalidatie van haar hond op de voet op te volgen. Deze sympathieke loketbediende is een vrouw met een hoge hippie-factor, die op zaterdagvoormiddag in het postkantoor wierrookstokjes brandt om haar collega´s alvast in een ontspannen weekendstemming te brengen.

Vandaag liep Sonia er nog meer hippie bij dan anders: ze had haar dikke, zwarte haar met een potlood bovenop haar hoofd in een enorme dot vastgestoken, en de strengen die niet bij in de knot geraakten, vielen wild over haar schouders. “Wat zit je haar leuk!” zei ik haar oprecht, terwijl ik geholpen werd aan het loket van haar collega. Zelf was Sonia iets minder enthousiast over haar kapsel. “Joh, ik had een prachtige permanent,” zei ze, “maar die is er helemaal uitgegroeid.”

De klant die zij op dat moment aan het helpen was, moest qua coiffure trouwens niet onderdoen voor Sonia. Het was een vrouw met een omvangrijke bos blonde krullen die tot onder haar schouderbladen reikte. Dicht bij haar hoofdhuid was het donker van haar natuurlijke haarkleur zichtbaar. Ja, ik was omgeven door waanzinnig volumineuze kapsels, en ik vond het fantastisch.

Sinds gisteren zijn de kappers weer aan het werk, en voor hen ben ik natuurlijk heel erg blij. Maar stiekem had ik het ook wel leuk gevonden als we allemaal nog wat langer in die verwilderde modus waren blijven zitten. Stel je eens voor: iedereen met een jaren ´70 kapsel! En zoveel meer grijs en wit op straat!

Voor mij staat het vast: ik ga mijn haar nooit meer kort laten knippen. Ik wil er op mijn oude dag als een hippie-vrouwtje bijlopen: met een dikke bos ontembaar wit haar.

En dat ga ik dan bovenop mijn hoofd in een dikke knot vaststeken.

Met een potlood.

En een paar haaknaalden.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 53

Toen ik zaterdagochtend uit het raam keek, moest ik lachen. Overal wandelende en joggende mensen! Wat een bedrijvigheid. Kennelijk is de beste manier om mensen aan het sporten te krijgen, het hen eerst te verbieden. En daarna de mogelijkheden beperkt te houden.

Er waren ook oude bekenden bij: een zestiger die hier normaal wekelijks komt langsfietsen, en een oude man met een lang en een kort been, die elke dag door weer en wind op aangepaste schoenen zijn rondje om het dorp mankt.

´s Namiddags zetten onze buren hun tuinstoelen in het voetgangerssteegje achter onze huizen, op anderhalve meter van elkaar. We plaatsten de thermometer een paar minuten in de zon: het kwik steeg tot 41 graden. Mijn man haalde bier, de buurman schonk gintonics. De kinderen trokken hun badpakken aan en gooiden met waterballonnen. Af en toe zagen we een politiewagen passeren, maar onze vrije interpretatie van social distancing werd gedoogd.

Het leek een gewone vakantiedag.

It´s all downhill from here. 

 

 

Corona Chronicles: day 46

Vandaag zijn dochterlief en ik Miguel gaan opzoeken. Miguel is een jonge dertiger die in de velden rond het dorp een mini-paradijsje heeft aangelegd. Op het land van zijn schoonvader heeft hij van oude kratten een hutje gebouwd, met een klein terrasje en een paellero van tweedehands bakstenen. Elke dag is hij daar te vinden: hij wiedt het onkruid, plant artisjokken, plukt sinaasappels. Hij snoeit, wiedt, plant en plukt. Ik heb zelden een gelukkiger mens gezien.

Hij had gevraagd wanneer we hem nog eens kwamen opzoeken, want hij had nieuwe eendjes, en die zou dochterlief vast leuk vinden. Dus stapten we vandaag de fiets op en reden langs het enige fietspad dat ons dorp rijk is naar het kruispunt van waar je de velden kan instappen. Aan dat kruispunt maakten we onze fiets vast en wachten op Oscar en Sara. Oscar is de beste vriend van mijn dochter, en zijn moeder Sara is een goede vriendin van mij. Ze wonen vlakbij dat kruispunt, dus had ik hen gevraagd of ze ons wilden vergezellen. Natuurlijk wilden ze dat.

Hoe vreemd het ook was elkaar niet te kunnen kussen of omhelzen, het was ontzettend fijn om elkaar weer te zien. Om samen onder een stralende zon over de kleine zandweggetjes tussen het hoge gras te lopen. Om daar Miguel te zien staan, gebruind en stralend als de zon zelf, met in zijn armen een tamme kip, die hij koesterde alsof het een puppy was.

We praatten. We plukten verse bonen. De kinderen voerden slakken aan de eendjes. Miguel liet Oscar het ei rapen dat zijn kip die dag gelegd had, en zei dat hij het mee naar huis mocht nemen. Met een brede glimlach op zijn bleke gezichtje toonde Oscar zijn moeder de vangst.

Toen namen we afscheid van Miguel en liepen weer naar het kruispunt, met onze zakken vol bonen, en heel veel zon in ons hoofd.