Nieuwjaarsgedicht over 2020

Precies één jaar geleden

lachten wij nog zeer luid

bij het zien van Aziaten

met een masker op hun snuit

maar toen wij zelf terecht kwamen

in de thuisonderwijs-hel

met de supermarkt als vakantie-uitstap

toen verging het lachen ons wel

plots leefden we in bubbels

en het vergde heel wat tact

om de ander mee te delen:

“jij bent niet mijn knuffelcontact”.

we leerden Skypen en Zoomen

of we dat nu wilden of niet

we leerden eindelijk tegoei onze handen wassen

en niezen als niemand het ziet

we kregen een snelcursus virologie

van superster-virologen

en zielig starend uit het raam

zagen wij voor onze ogen

de natuur openbloeien in al haar pracht:

vogels, walvissen, tijgerinnen

en je zag aan hun blik dat elk dier dacht:

hou die mensen nog maar even binnen

België in december -mouwloos

Indien de Belg zijn hoofdverblijfplaats in Spanje heeft: niet-essentiële verplaatsingen naar en vanuit de autonome regio’s zijn verboden. Dit in- en uitreisverbod geldt niet voor de Canarische eilanden, Galicië, de Balearen en Extremadura. Belgen die hun hoofdverblijfplaats in een van de gesloten autonome regio’s hebben, mogen die regio niet verlaten, behalve om essentiële redenen (werk, gezondheid, overmacht etc.).

Dit staat op de website van het consulaat. Familiebezoek is geen essentiële reden, dus hebben we onze reis afgelast.

Daar zijn best wat tranen om gevloeid -vooral voor mijn dochter was het een bittere pil om te slikken, en ik vind het ook heel erg voor mijn ouders. Die hebben hun kleindochter voor het laatst in het najaar van 2019 gezien. Maar voor mezelf was het behalve een zware teleurstelling ook een beetje een opluchting. Want eigenlijk ben ik al een jaar lang aan het aftellen: in november 2019 was ik beginnen aftellen naar de België-reis die we in april zouden maken, en toen die in het water viel, begon ik uit te kijken naar december. Maar een jaar lang aftellen in onzekerheid, dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Dus ergens geeft het ook wel rust dat er nu gewoon zekerheid is. Het kan niet, we gaan niet, y ya está.

Maar we gaan er sowieso toch een fijne kerst van maken, en ervoor zorgen dat al wie ons lief is, deze winter nog eens extra ingepeperd krijgt hoe lief precies.

Het einde van cash?

Ik ging vanmorgen neerzitten om een blogpost te schrijven over hoe in deze coronacrisis de armen armer worden en de rijken rijker, maar bedacht me dat ik nog naar de buurtwinkel moest om shampoo. (Ik gebruik liefst een shampoo zonder al te veel chemische rommel, en die hebben ze hier niet in de supermarkt.) Dus stapte ik de fiets op, met mondmasker en pet, en trotseerde de plakkende hitte en de brandende zon.

In de buurtwinkel aangekomen koos ik dezelfde shampoo als altijd. Vier euro kost zo´n fles. Dat kwam me goed uit, want ik had een briefje van tien euro bij, en het idee was dat ik dan met het wisselgeld een briefje van vijf zou terugkrijgen. Briefjes van vijf heb ik nodig om wekelijks mijn aandeel te betalen wanneer we met de groep het repetitielokaal huren.

De dame van de buurtwinkel had echter geen wisselgeld. “Iedereen heeft vandaag met briefjes betaald,” zei ze. “Ik heb niets meer over. En bij de bank willen ze me geen kleingeld meer geven. Ik moet naar een bank twee dorpen verder gaan om munten te gaan vragen. Maar ik sta er hier alleen voor, dus ik geraak daar niet altijd.”

Ik knikte, en drukte een donker vermoeden uit dat ik almaar meer bewaarheid zie worden. “Ze maken van deze crisis gebruik om iedereen met de kaart de laten betalen,” zei ik. “Dan hebben ze meer controle over wat er met ons geld gebeurt. Terwijl het helemaal niet bewezen is dat het virus wordt overgedragen via cash geld.”

De mevrouw achter me in de rij mengde zich in het gesprek: “Ze willen dat we alles via onze telefoon betalen! Dat is hoe ze ons willen controleren: via onze telefoons.”

“Ja,” zei de winkeldame, “en voor oude mensen is dat echt een probleem. Die kunnen daar helemaal niet mee overweg.”

Op weg naar huis bedacht ik me: hoe vrij zijn we nog, wanneer langzaam maar zeker het geld uit onze handen getrokken wordt? Op van die listige manieren als de winkels van minder wisselgeld voorzien, en de “prijs” voor het afhalen van cash geld uit machines optrekken? (Ik kon dat vroeger gratis, nu betaal ik daar zo´n twee euro voor -voor het afhalen van mijn eigen geld. Is dat niet crimineel?)

Dat knagend ongemak vond ik zonet degelijk verwoord in dit artikel uit The Guardian:

“Een samenleving zonder cash geld is goedkoper (de verspreiding van bankbriefjes kost elk jaar miljarden) and veiliger (het ondermijnt de zaken van tasjesdieven en drugdealers). En voor millenials met hun smartphone in de aanslag is het vooral veel handiger.

De nadelen? Slecht nieuws voor iedereen die afhangt van cash donaties, van straatmuzikanten over bedelaars tot kerken. Bovendien zullen sommige mensen hun uitgaven niet in de hand kunnen houden, omdat ze niet in staat zijn hun budget te beheren. Zij die in de marges van de samenleving leven, zij die niet formeel in de banksystemen zitten, zouden een soort non-personen kunnen worden.

De banken zijn grote fans van deze overgang naar een cashloze maatschappij, en dat alleen al zou een reden tot bezorgdheid moeten zijn. Een handvol grote spelers, zoals Visa en Mastercard, zullen de volledige betalingsinfrastructuur controleren -tot een of beiden crashen, wat een lamleggen van het gehele financiële systeem tot gevolg kan hebben, ook al is het maar tijdelijk.

En dan zijn er de “Big Brother” implicaties, waarbij elke uitgave geregistreerd wordt en traceerbaar is.” 

Heel concreet: stel je voor dat je eten moet kopen omdat je niets meer in huis hebt. Je hebt een briefje van twintig euro in de hand -geen probleem. The food is yours. Een tweede mogelijkheid: je hebt geen cash geld, maar wel een bankkaart. Je bankkaart wordt geweigerd, om wat voor reden dan ook. Er staat nog voldoende geld op je kaart, maar iets of iemand in het systeem zorgt ervoor dat jij niet aan je geld kan. Wat dan?

En betalen met je telefoon, nog zoiets. Ik heb de app van de bank op mijn telefoon verwijderd. Ik vond het zo´n eng idee dat ik met een ding rondliep waarop een code van vier (of vijf?) cijfers het enige was wat de toegang tot al mijn spaargeld in de weg stond. Via mijn bankkaart kan je tenminste niet aan mijn spaarrekening, maar via zo´n app kan je aan alles. En weet ik veel waar hackers tegenwoordig toe in staat zijn.

De cashloze maatschappij: ik zie ze niet graag komen.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 72

We hebben een uurrooster hier in het dorp, om te voorkomen dat iedereen tegelijkertijd buitenkomt. Het gaat om de tijden waarop je, volgens leeftijdscategorie, buiten mag om aan lichaamsbeweging te doen (*). Dat ziet eruit als volgt:

*van 6 tot 10u: volwassenen

*van 10 tot 12u: ouderen

*van 12 tot 19u: kinderen (met hun ouders)

*van 19 tot 20u: ouderen

*van 20 tot 23u: volwassenen

Het interessante effect van dit uurrooster is dat het nog nooit zo druk geweest is op straat. Vooral vanaf 18u, wanneer na de siesta iedereen hun kroost in de rolschaatsen klikt of op de fiets duwt om nog snel even een toertje te doen. Daarna worden die kinderen thuis afgezet, en begeven de ouders zich even later weer de straat op om samen met alle kinderloze volwassenen rond het dorp te gaan snelwandelen alsof ze voor een marathon aan het trainen zijn. En in dat uurtje overlap, waarin de kinderen te laat worden thuisgebracht en volwassenen te vroeg naar buiten komen, wandelen kranig de oudjes rond, en komen zo in contact met ie-de-reen.

Moest er geen uurrooster zijn, ik zweer het u, dan was er hier geen kat op straat.

Nog een leuk detail is het feit dat het uurrooster in fase 1 eigenlijk niet geldt voor dorpen met een bevolking van minder dan 10.000 inwoners. Dus iedereen dacht er hier afgelopen maandag van af te zijn, want we waren allemaal naar wikipedia gesurft, waar we gelezen hadden dat de bevolking van Rafelbunyol in 2019 op 8941 geraamd was, en okee, we hadden best wel wat zwangerschappen zien passeren, maar nu ook weer niet zo overdreven veel. Doch, toen kwam dinsdag het bericht van de ayuntamiento dat we wél nog het uurrooster moeten volgen, ook al zitten we inderdaad onder de 10.000. En toen ik me daarstraks tussen mijn snelwandelende dorpsgenoten begaf en een groepje bevriende moeders probeerde bij te houden, hoorde ik van één van hen waarom dat zo is: we hebben in dit dorp teveel personen per vierkante meter.

Gelukkig worden al die vierkante meters nu intensief benut.

 

(*) Om naar de winkel te gaan, of een terrasje te doen, of de hond uit te laten mag je uiteraard naar buiten wanneer je wil. Vragen in de zin van “mag je als bejaarde om 9 uur ´s morgens naar de winkel joggen” of “mag een dertiger om 11 uur in de voormiddag via een omweg op zijn sportfiets naar het café fietsen” worden liefst vermeden.

 

 

 

 

 

 

 

 

reclaam: camping Casa Valerosa

(Deze post wordt niet gesponsord, ik maak altijd uit vrije wil reclame. En als je op deze blog advertenties ziet, is dat omdat ik de gratis versie van wordpress gebruik.)

 

Voor wie deze zomer toch naar Spanje wil, en met de eigen wagen tot hier wil rijden, heb ik een mooie tip: camping Casa Valerosa, tussen Barcelona en Valencia.

Ik ga heel eerlijk zeggen dat ik er nog niet zelf ben geweest, maar de website ziet er veelbelovend uit, en de besprekingen zijn allemaal positief. De camping wordt gerund door Vlamingen.

Dus voor wie deze zomer risicoloos (*) op vakantie wil naar Spanje, kan dit een goed alternatief zijn.

 

(*) Ge moet dan niet op de Franse autostade onder een oplegger rijden, natuurlijk.

 

 

 

Corona Chronicles: day 56

Vandaag ben ik naar de markt geweest.

Jawel, de markt!

Voor de gelegenheid hebben ze die verplaatst naar het park hier vlakbij mijn deur. Dat kwam alvast mooi uit. En de reden van die verplaatsing is dat er om het park een hek staat en dat er twee ingangen zijn. Op die manier kan er mooi gecontroleerd worden wie er binnen,- en buitengaat.

Bij de ingang werd ik gevraagd mijn handen te wassen met een gel, en kreeg ik een mondmaskertje aangereikt. En zo wandelde ik met mijn allereerste mondmaskertje (mijlpaal?) het park in. Dat gaf me een beetje een Darth Vader gevoel, zo mijn gezichtsveld beperkt zien tot de strook tussen dat mondmasker en de klep van mijn pet. Ik voelde me als een robot die de omgeving scande. Erg aangenaam vond ik het niet.

Ik liep naar de kraam van Elisa en haalde mijn bestelling noten en droge vruchten op. We praatten even, maar wat was het ongemakkelijk met dat maskertje voor mijn gezicht. Mijn bril dampte constant aan. En toen stapte ik over van het kamp van de verantwoorde gebruikers naar dat van de knoeiers: ik raakte het mondmaskertje aan en trok het tot onder mijn neus. Naar de medaille voor voorbeeldig burgerschap kan ik dus fluiten, maar ik kon tenminste een beetje ademen.

Toen ik langs de aangewezen uitgang weer naar buiten stapte, groette ik vriendelijk de persoon die daar de wacht hield. En terwijl ik langs hem heen liep, besefte ik: hij heeft mijn glimlach niet gezien.

Wat jammer.

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 54

Vanmorgen ben ik voor het eerst in maanden weer in het postkantoor geweest (wie hier al langer meeleest, weet dat ik daar graag kom).

Sonia is een van de vaste bedienden die daar werkt, en we kennen elkaar ondertussen al jaren. Van achter haar loket heeft ze mijn dochter zien opgroeien, en de bovengemiddelde frequentie waarmee ik als migrant met postpakketjes kom aandraven, gaf mij de gelegenheid de operatie en revalidatie van haar hond op de voet op te volgen. Deze sympathieke loketbediende is een vrouw met een hoge hippie-factor, die op zaterdagvoormiddag in het postkantoor wierrookstokjes brandt om haar collega´s alvast in een ontspannen weekendstemming te brengen.

Vandaag liep Sonia er nog meer hippie bij dan anders: ze had haar dikke, zwarte haar met een potlood bovenop haar hoofd in een enorme dot vastgestoken, en de strengen die niet bij in de knot geraakten, vielen wild over haar schouders. “Wat zit je haar leuk!” zei ik haar oprecht, terwijl ik geholpen werd aan het loket van haar collega. Zelf was Sonia iets minder enthousiast over haar kapsel. “Joh, ik had een prachtige permanent,” zei ze, “maar die is er helemaal uitgegroeid.”

De klant die zij op dat moment aan het helpen was, moest qua coiffure trouwens niet onderdoen voor Sonia. Het was een vrouw met een omvangrijke bos blonde krullen die tot onder haar schouderbladen reikte. Dicht bij haar hoofdhuid was het donker van haar natuurlijke haarkleur zichtbaar. Ja, ik was omgeven door waanzinnig volumineuze kapsels, en ik vond het fantastisch.

Sinds gisteren zijn de kappers weer aan het werk, en voor hen ben ik natuurlijk heel erg blij. Maar stiekem had ik het ook wel leuk gevonden als we allemaal nog wat langer in die verwilderde modus waren blijven zitten. Stel je eens voor: iedereen met een jaren ´70 kapsel! En zoveel meer grijs en wit op straat!

Voor mij staat het vast: ik ga mijn haar nooit meer kort laten knippen. Ik wil er op mijn oude dag als een hippie-vrouwtje bijlopen: met een dikke bos ontembaar wit haar.

En dat ga ik dan bovenop mijn hoofd in een dikke knot vaststeken.

Met een potlood.

En een paar haaknaalden.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 53

Toen ik zaterdagochtend uit het raam keek, moest ik lachen. Overal wandelende en joggende mensen! Wat een bedrijvigheid. Kennelijk is de beste manier om mensen aan het sporten te krijgen, het hen eerst te verbieden. En daarna de mogelijkheden beperkt te houden.

Er waren ook oude bekenden bij: een zestiger die hier normaal wekelijks komt langsfietsen, en een oude man met een lang en een kort been, die elke dag door weer en wind op aangepaste schoenen zijn rondje om het dorp mankt.

´s Namiddags zetten onze buren hun tuinstoelen in het voetgangerssteegje achter onze huizen, op anderhalve meter van elkaar. We plaatsten de thermometer een paar minuten in de zon: het kwik steeg tot 41 graden. Mijn man haalde bier, de buurman schonk gintonics. De kinderen trokken hun badpakken aan en gooiden met waterballonnen. Af en toe zagen we een politiewagen passeren, maar onze vrije interpretatie van social distancing werd gedoogd.

Het leek een gewone vakantiedag.

It´s all downhill from here. 

 

 

Corona Chronicles: day 47

Vandaag laat ik mijn dochter aan het woord (typles en Nederlandse les in één): 

zo zouden alle dagen moeten zijn: de hele morgen tv kijken, gaan wandelen en terwijl appelsienen plukken, daarna met het buurmeisje praten, daarna huiswerk doen, daarna tekenen, dan eten , en daarna een douchke pakken, en dan gaan slapen.

De quarantaine van een contente negenjarige in een notendop 🙂