Corona Chronicles: day 46

Vandaag zijn dochterlief en ik Miguel gaan opzoeken. Miguel is een jonge dertiger die in de velden rond het dorp een mini-paradijsje heeft aangelegd. Op het land van zijn schoonvader heeft hij van oude kratten een hutje gebouwd, met een klein terrasje en een paellero van tweedehands bakstenen. Elke dag is hij daar te vinden: hij wiedt het onkruid, plant artisjokken, plukt sinaasappels. Hij snoeit, wiedt, plant en plukt. Ik heb zelden een gelukkiger mens gezien.

Hij had gevraagd wanneer we hem nog eens kwamen opzoeken, want hij had nieuwe eendjes, en die zou dochterlief vast leuk vinden. Dus stapten we vandaag de fiets op en reden langs het enige fietspad dat ons dorp rijk is naar het kruispunt van waar je de velden kan instappen. Aan dat kruispunt maakten we onze fiets vast en wachten op Oscar en Sara. Oscar is de beste vriend van mijn dochter, en zijn moeder Sara is een goede vriendin van mij. Ze wonen vlakbij dat kruispunt, dus had ik hen gevraagd of ze ons wilden vergezellen. Natuurlijk wilden ze dat.

Hoe vreemd het ook was elkaar niet te kunnen kussen of omhelzen, het was ontzettend fijn om elkaar weer te zien. Om samen onder een stralende zon over de kleine zandweggetjes tussen het hoge gras te lopen. Om daar Miguel te zien staan, gebruind en stralend als de zon zelf, met in zijn armen een tamme kip, die hij koesterde alsof het een puppy was.

We praatten. We plukten verse bonen. De kinderen voerden slakken aan de eendjes. Miguel liet Oscar het ei rapen dat zijn kip die dag gelegd had, en zei dat hij het mee naar huis mocht nemen. Met een brede glimlach op zijn bleke gezichtje toonde Oscar zijn moeder de vangst.

Toen namen we afscheid van Miguel en liepen weer naar het kruispunt, met onze zakken vol bonen, en heel veel zon in ons hoofd.

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 45

Hoewel het zondag is, ga ik toch iets schrijven. Want het is een belangrijke dag: vandaag mochten de kinderen voor het eerst weer naar buiten.

Toen ik vanmorgen uit het raam keek, zag ik aan de overkant van de straat een meisje op een step. Verderop liep een vrouw met een kinderwagen. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

Even later filmde ik hoe mijn dochter de voordeur uitrende, de lege straat overstak, en de zandberg opcrosste die de werkmannen daar de afgelopen dagen bij elkaar hebben gestapeld. Een half uur lang heeft ze samen met de hond op die berg gespeeld.

´s Namiddag zijn we met de buren gaan wandelen, braaf de richtlijnen voor social distancing respecterend. En toch vonden de kinderen het heerlijk, want op anderhalve meter van elkaar kan je perfect een koerske doen.

Wat een mooie dag was dit. Zoveel lucht en opluchting. Zoveel hoop. In de Kerk weten ze het al lang: het is de strenge veertigdagentijd die de wederopstanding momentum geeft.

 

 

 

Corona Chronicles: day 43

Voor vandaag heb ik weer een stukje vertaald uit een artikel dat ik in de krant las. De titel luidt: In Madrid worden de rijen van honger en armoede steeds langer. “Elke dag komen er nieuwe mensen bij.” Ik wil het delen omdat het een beeld geeft van wat er achter de schermen gebeurt, heel praktisch en hands-on. En omdat het behalve droevig, ook mooi en menselijk is.

In het artikel wordt parochiepriester Gonzalo Ruipérez geïnterviewd. Die beheert momenteel de 70.000 kilo aan voedselvoorraden die opgeslagen liggen in de parochie San Juan de Dios in Vallecas, een van de armste wijken van Madrid. De priester heeft twee gsm´s op zak en krijgt zo´n 300 oproepen per dag binnen. In een Excelbestand houdt hij keurig bij welk voedsel er naar welke familie gaat. Alles wordt verdeeld in zakken van verschillende supermarkten, en door een team van 10 vrijwilligers aan de behoeftige gezinnen geleverd

“Het voedsel in de zakken van Mercadona is bestemd voor gezinnen met vier leden of minder. De zakken van Carrefour gaan naar gezinnen vanaf vijf personen, en de zakken van Ahorra Más zijn voor moslims. Als er baby´s zijn, verandert dat de zaak, en deze maand is er wat dat betreft veel extra vraag gekomen. Waar we voordien 85 families met pasgeborenen hadden, hebben we er nu 102. Deze families krijgen nog een extra zak met luiers, babyvoeding of melkpoeder. We houden ook rekening met gezinnen die geen elektriciteit hebben, zoals in La Cañada. Zij krijgen meer voeding in conserven, en geen bevroren voeding. Maar in alle zakken zitten mondmaskers en een flesje ontsmettingsalcohol.”

– “Is er in jullie magazijn nooit een poging tot inbraak geweest?”

-“Nooit. Op een keer kwam er een man naar me toe en hij zei: “Padre, maak u geen zorgen. Alle families die uit stelen gaan, wij staan hier allemaal in de rij.”

(…)

Het is 17.00. De priester staat op en toont ons nog twee lokalen waar er nog meer eten ligt opgeslagen. Ondertussen vertelt hij met zachte stem dat ze elke dag 10 pizza´s krijgen van een zeer goed Italiaans restaurant in het centrum. “Pizza betekent hier kerst.” Elke avond brengt hij de pizza´s rond naar telkens andere gezinnen. Dan openen de kinderen de deur en vieren ze de komst van de pizza alsof het nieuw speelgoed was.

“Goeieavond, padre“, “hoe gaat het, padre?”, “alles goed, padre?” roepen de mensen uit de buurt hem toe wanneer hij over het zebrapad loopt. Plots stapt er een vrouw op hem af en zegt: “Padre, ik heb een eend uit een van de parken op het plein gezien.” Vol ongeloof steekt de priester als een giraf zijn nek uit om een glimp van het dier op te vangen.

“Als die niet maakt dat ie weg is, eet er vanavond iemand eend met appelsien.”

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 36

Dit is een vrije vertaling van een Spaans bericht dat ik daarstraks kreeg doorgestuurd. Ik wil het met jullie delen omdat het goed de sfeer van de laatste weken weergeeft. 

Covid-19: eindelijk alles duidelijk op een rijtje:

  1. Je mag je huis niet verlaten, maar als het echt nodig is, dan wel.
  2. Mondmaskers zijn totaal nutteloos, maar ze zijn wel nuttig. Als je kan, draag een mondmasker; indien niet, dan is een sjaal voor je mond ook goed. Of draag gewoon niets want uiteindelijk is het alleen nuttig wanneer je zelf al besmet bent, maar je kan wel besmet zijn zonder het te weten. Dus: draag een mondmasker. Zijn er geen mondmaskers in voorraad? Laat het dan maar.
  3. Je mag niet naar het ziekenhuis gaan, behalve wanneer het echt nodig is, dus wanneer je te ziek bent om naar het ziekenhuis te gaan. Indien niet, blijf thuis, want uiteindelijk is het gewoon een soort griep. Nu ja, een stevige griep, Nu ja, een pak erger dan de griep. Enfin, je kan eraan doodgaan.
  4. Handschoenen dragen helpt niet, maar het kan helpen.
  5. Er zal altijd genoeg voedsel in de supermarkten zijn, behalve als het op is.
  6. Wanneer je terugkomt van de supermarkt kan je best je schoenen aan de deur laten staan en je kleren wassen op 60 graden; op lagere temperaturen wassen is niet voldoende, hoe lang je de wasmachine ook laat draaien. Als je je handen grondig wast met zeep, is dat voldoende.
  7. Kinderen worden niet ziek van het virus, behalve de kinderen die er ziek van worden. Nu ja, in Madrid liggen er kinderen in het ziekenhuis, maar toch vooral oudere mensen (zoals bij de meeste ziekten). Dus, nee, kinderen worden niet ziek van het virus.
  8. Dieren kunnen niet besmet worden, al heeft er in België een kat positief getest. Mensen worden bijna niet getest, maar deze kat dus wel, want ja, ze was zo schattig. Dieren krijgen het virus niet, behalve sommige, maar ook die zijn gezond, want we testen ze niet, hoewel het virus werd overgedragen door een dier. Of toch niet. Een vleermuis, een miereneter -of kwam het uit een laboratorium? Nee, nee, dat was niet, het was een eenhoorn, een panda, een dolfijn. Er was een meneer die een rare soep had gegeten, en knal, boem, nu zitten we ermee.
  9. Wanneer je ziek bent, kan je verschillende symptomen hebben: zeer hoge koorts, verlies van smaak,- en reukzin, kortademigheid. Je kan ook ziek worden zonder enig symptoom, en je kan symptomen hebben zonder ziek te zijn (psychosomatisme, hypochondrie, schijnzwangerschap) of je kan besmettelijk zijn zonder symptomen te hebben of gewoon hooikoorst hebben, en hoe dan ook, je kan eraan sterven of toch niet.
  10. Om niet ziek te worden moet je gezond eten en aan lichaamsbeweging doen, maar blijf zoveel mogelijk binnen en eet wat je nog in de kast hebt liggen.
  11. Vermijd contact met ouderen, en zorg goed voor hen. Breng je oudere buren voedsel en medicijnen. Maar vermijd contact.
  12. Het virus blijft actief op bepaalde oppervlakken gedurende twee uren, nee, vier, nee, zes, nee, zeiden we uren, we bedoelen dagen. Maar alleen in een vochtige omgeving. Of nee, niet noodzakelijk. Want het virus muteert. Of nee, toch niet. Of wel, maar alleen een heel klein beetje.
  13. Het aantal besmette personen wordt meegedeeld, maar eigenlijk weten we niet hoeveel personen er besmet zijn. We gaan testen doen, massa´s testen, maar niet nu, morgen pas, of overmorgen, of volgende week. Soit, we gaan testen, maar er is geen haast bij. Als je je ziek voelt, blijf gewoon thuis en wacht tot het overgaat.
  14. Er bestaat geen behandeling, of misschien is er toch één die veilig is en werkt, of misschien toch niet, of misschien toch wel. Enfin, er waren positieve resultaten bij sommige patiënten en bij anderen niet, dus we hebben een behandeling, maar eigenlijk hebben we er geen.
  15. Maak jullie geen zorgen, want alles is onder controle, en we weten perfect waar we mee bezig zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 26

Ik las net een artikel in de Spaanse krant El Mundo waar ik de tranen van in de ogen kreeg. Dus dat wil ik vandaag met jullie delen.

De titel luidt: “Solidaire verhuurders: ik vergeef je de huur zolang de noodtoestand voortduurt.”

Het gaat over huurders die door de corona-crisis financieel in de problemen zijn geraakt, en van hun huisbazen te horen krijgen dat ze zich over de huur alvast geen zorgen hoeven te maken.

Dan volgen er verschillende voorbeelden, waarvan ik er hier twee voor jullie zal vertalen:

Silvia is 60 jaar en verhuurt een appartement in een dorpje in Tarragona voor 550 euro per maand aan een koppel. Beide huurders verloren door de crisis hun werk. “Het was mijn eigen voorstel, ik belde hen op en zei dat we april niet zouden meetellen en dat ze zich geen zorgen moesten maken over de komende maanden,” vertelt ze. “Ik moet de hypotheek betalen en haal zelf net het einde van de maand, maar zij staan er slechter voor dan ik, en dit is het moment waarop we schouder aan schouder moeten staan. We zullen ons er wel doorheen slaan, op de één of andere manier. Ik heb twee zoons die zelf huren en die voor het moment hun werk behouden hebben. Moesten zij hun werk verliezen, dan zou ik het ook appreciëren wanneer men hen zou helpen.”

Een andere huisbazin vertelt ons haar verhaal via een tekstbericht. “Ik blijf liever anoniem, om onze identiteit en intimiteit en die van onze huurders te beschermen. De huur is op dit moment niet van belang. De geldkas wordt later wel weer aangevuld, net als materiële zaken. Onlangs werd mijn leven gered in de operatiezaal, tot tweemaal toe, en nu bekijk ik het leven op een andere manier,” schrijft ze. 

“We zijn een koppel uit Sevilla en verhuren een huis. Onze huurster woont alleen en baat een café uit. Zolang we in de alarmfase zitten, hoeft ze niet te betalen. Haar inkomsten beperken zich tot de steun die ze van de staat krijgt. Het is niet veel, maar het is voldoende om eten van te kopen en de rekeningen te betalen,” gaat ze verder. “Meer dan ooit moeten we elkaar helpen. Moest ik me in haar situatie bevinden, dan zou ik ook op deze manier geholpen willen worden. Ze is een goede huurster, ze heeft me nooit om iets gevraagd, en ze zorgt voor mijn eigendom alsof het haar eigen huis was. Ik ben haar dit verschuldigd… Ze wist niet wat te zeggen, ze wilde me zo snel mogelijk terugbetalen. Mijn man en ik zijn overheidsbedienden en hebben het geluk dat we ons in een betere situatie bevinden. Ze hoeft ons helemaal niets terug te betalen. Wij zijn alleen maar bezorgd om haar welzijn. Ze heeft weinig familie en moet het redden zonder hulp,” concludeert ze.

Als dat geen straaltje zon is doorheen de donkere wolken van deze storm.

 

PS: Een ander mooi voorbeeld van generositeit in tijden van corona is te vinden in Pakistan. Daarover kan je hier lezen.

PS: En hier een artikel uit Napels.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 24

Het thema van vandaag was Alice in Wonderland: dochterlief had zich verkleed in Alice, mijn man in de Mad Hatter (moest ie eigenlijk niet veel moeite voor doen), en omdat ik zelf weinig rood maar wel veel zwart in de kast heb hangen, had ik me verkleed in de Queen of Spades in plaats van de Queen of Hearts. De hond deed dienst als Maartse Haas (*).

Om twaalf uur stipt lokten we de jarige het balkon op met het excuus dat we nog even de was gingen ophangen, en toen kwamen alle buren uit hun ramen piepen. De overbuur had een geluidsinstallatie op zijn balkon gezet, en daarmee bouwden we een microfeestje. We dansten de Macarena en zongen cumpleaños feliz. Daarna deden we met z´n drietjes een barbecue op het terras, aten hamburgers, luisterden naar country op Radio Nacional de España.

“Amai, al negen jaar,” zei ik. En de negenjarige antwoordde: “Volgend jaar tien. Dan worden mensen normaal gezien saai.” Maar de saaiheid, zoveel was duidelijk vandaag, ligt nog lang niet in het verschiet.

Tijdens het schrijven van deze post dacht ik: Alice in Wonderland, hoe toepasselijk is dat. Zijn we niet allemaal onverwachts in een gat getuimeld, en opeens in een andere wereld terecht gekomen? Een vreemde, gekke wereld, die we het ene moment voor onmogelijk hielden, en die desondanks een paar uur later werkelijkheid werd. 

En nu lopen we een beetje verdwaasd door de dagen, we drinken thee en praten met de bloemen. We houden concerten op het balkon, verkleedpartijtjes in de woonkamer, wereldreizen in ons hoofd. Want, zoals Lewis Carroll zei: “Imagination is the only weapon in the war against reality.

 

(*) Een rol die hij zodanig gedreven op zich nam dat hij een van zijn eigen drollen opat (hazen doen net als konijnen aan coprofagie).

Corona Chronicles: day 21

Vandaag ben ik voor het eerst sinds de lock down naar de supermarkt gegaan, evenzeer uit nieuwsgierigheid als uit noodzaak. Ik had het middaguur uitgekozen en dat bleek de juiste keuze: de rij was erg kort.

Voor ik naar binnen mocht, moest ik wel eerst langs een tafeltje dat voor de gelegenheid op de parking stond opgesteld. Daar moest ik mijn handen eerst inwrijven met een ontsmettende gel, en ze vervolgens in twee plastic zakjes steken, bij wijze van handschoenen. Blijkbaar was het de bedoeling dat ik die zakjes tijdens de hele duur van mijn winkeltocht zou aanhouden.

“Mag ik niet gewoon deze gebruiken?” vroeg ik aan de mevrouw van de supermarkt die achter het tafeltje stond, en ik toonde haar de wegwerphandschoenen die ik van thuis had meegebracht. Ze schudde haar hoofd. “Wat je wel kan doen, is naar de afdeling groenten en fruit gaan, en daar die zakjes vervangen door plastic handschoenen,” zei ze. (*) (**)

Toen kwam er een klant buiten en was het mijn beurt. Met de grootste moeite haalde ik een stuk van 50 cent boven om in het winkelkarretje te steken (echt waar, dat moet je eens proberen: met twee plastic zakken om je handen een muntje opdiepen uit je portefeuille) om eenmaal bij de karretjes aangekomen te zien dat ze allemaal ontgrendeld waren en ik dus geen muntstuk nodig had.

Het ongemak van dat recente manuele manoeuvre dreef mij meteen naar de afdeling groenten en fruit, waar ik gauw de plastic zakjes voor plastic handschoenen inwisselde. Die handschoenen brachten echter weinig verlichting, want ik had net mijn handen moeten wassen met gel, en krijg je plakkerige vingers maar eens in dunne plastic gleufjes geschoven.

Soit, na een poosje wringen zaten de vingers toch min of meer op hun plaats. En toen ging ik groenten en fruit kopen. Wat ik normaal gezien niet doe in de supermarkt, maar om Maricarmen en haar klanten deze week de dreiging van mijn snotneus te besparen, had ik besloten een uitzondering te maken.

Dus nam ik een plastic zakje, naderde de bak met appels, en probeerde dat plastic zakje open te prutsen. Met mijn plastic handschoenen. Lukte dus ook langs geen kanten. Maar dapper deed ik voort, plastic schuivend over plastic, plastic glippend over plastic, plastic plakkend tegen plastic. Op de één of andere manier lukte het me uiteindelijk toch om beide tegen elkaar geplakte zijden van het zakje te laten lossen uit hun liefdesgreep, en kon ik appels kopen. En toen moest ik een volgend zakje nemen voor de tomaten. En was het weer van dat.

Tegen dat appels, tomaten, champignons en komkommers broederlijk naast elkaar en ieder verpakt volgens eigen soort in mijn kar lagen, had ik de truc gevonden: aan de zijkant van die zakjes is er een gleuf, waar de zijkanten naar binnen geplooid zijn. Daar kan je makkelijker met je geplastificeerde vinger langswrijven en de boel opentrekken. Ik hoorde op dat moment een andere klant aan een van de winkeldames vragen of ze hem alsjeblieft wou helpen zijn plastic zakjes te openen. “Ik zal u even de truc laten zien,” zei de winkeldame. Een gevoel van trots gloeide terstond op in mijn borstkas. Ik had deze truc helemaal op eigen kracht ontdekt. Moest ik een klantenkaart hebben gehad, ik had extra punten geëist.

Dit vleugje zelfingenomenheid werd echter spoedig afgestraft: aan de weegschaal met het elektronische bedieningsbord drukte ik op “koolsla” in plaats van op “kerstomaten”. Dus spuwde de weegschaal de verkeerde sticker uit. Die sticker moest ik met mijn gehandschoende handen uit de machine trekken, dubbel plooien, en in de vuilbak gooien. Minutenlang heb ik de afgebakende ruimte voor de weegschaal bezet gehouden om daar als een idioot met mijn handen te staan wapperen om dat verdomde stickertje van die vervloekte handschoenen los te krijgen.

Ah, de supermarkt. Wat een avontuur.

 

 

 

(*) Ik weet niet hoe dat tegenwoordig in België zit, maar in Spanje staat er (ook in niet-coronatijden) in de supermarkt naast de weegschaal voor het fruit altijd een doos waar je plastic handschoenen uit kan nemen. Het is de bedoeling dat je altijd plastic handschoenen draagt wanneer je groenten of fruit aanraakt.

(**) Ik vroeg me af waarom ze niet gewoon meer van die plastic handschoenen hadden besteld, maar ik vermoed dat ze daar zelf ook opgekomen zijn, en dat het een kwestie van te weinig voorraad was.

 

 

 

Corona Chronicles: day 18

Goed nieuws: de keelpijn is ondertussen grotendeels voorbij, hoofd,- en spierpijn verdwenen, de snotstroom bijna opgedroogd. Was dit nu een gewone verkoudheid die ons de stuipen op het lijf heeft gejaagd, of was het de zogenaamde corona-light? Was die druk op de borstkas reëel of ingebeeld, pathologisch of psychosomatisch? Geen idee. En erover peinzen heeft geen zin, dus we laten het varen.

Hoe dan ook, het huisarrest en de onzekerheid wogen vandaag zwaarder dan anders. En toen nodigde een vriendin me uit voor een groepsgesprek: van 8 tot 9 uur ´s avonds, met een vijftal andere (voor mij onbekende) dames.

Voorbereidingen werden getroffen: ik diepte uit mijn kleerkast een doos kleren op die ik bewaar voor wanneer dochter groot genoeg zal zijn om erin te passen. Ik toonde mijn dochter deze doos en zei: veel plezier ermee. Ik stelde dochterlief de ouderlijke slaapkamer met de manshoge spiegel op de kleerkast ter beschikking. Ik sloot mezelf op in de logeerkamer. Toen was het acht uur en begon het gesprek. Slechts één keer werd ik onderbroken toen mijn dochter veiligheidsspelden kwam zoeken.

Toen ik na zestig minuten praten en luisteren weer uit de logeerkamer tevoorschijn kwam, waren mijn batterijen opgeladen. De kleren gingen weer in de doos, we aten hamburgers en lachten, ik las voor uit Otje, het licht ging uit.

“Zullen we morgen je trouwjurk bovenhalen?” stelde dochter voor.

Dat gaan we doen.

 

 

 

Corona Chronicles: day 17

Ondertussen hebben we er hier op tweeënhalve week alle zes seizoenen van Third Rock From The Sun doorgedraaid. Voor wie die serie niet kent: dat is een Amerikaanse sitcom die op tv te zien was van 1996 tot 2001.

De premisse alleen al vind ik briljant: vier buitenaardse wezens worden op missie naar de aarde gestuurd om daar het leven op onze planeet te onderzoeken. Aangezien zij in hun natuurlijke staat een soort seksloze paarse blubber zijn, is de overstap naar hun menselijke vorm een bron van zéér veel boeiende ontdekkingen en hilarische misverstanden. Bovendien houdt hun onschuldige kijk op de menselijke samenleving ons vaak een spiegel voor.

3rd Rock from the Sun | TV fanart | fanart.tv

Als ode aan deze reeks, die ons door de eerste weken van de lockdown heeft geloodst, wil ik graag afsluiten met een paar citaten:

*“That´s the wonderful thing about physics: nobody understands it!”

*”What´s the point of having a democracy if everybody´s going to vote wrong?

*”Women! You can´t live with them, and yet, they´re everywhere.

*(opera op de radio) Harry: “Dick, remember how I said I wanted to learn to sing? I´ve changed my mind.”

*Dick: “Women always act so adult, but just like that, they´ll sink all the way down to your level.”

*(Dick opent de vestiaire, waar Harry in een dwangbuis aan de kapstok hangt.) Harry: “How am I supposed to learn if you keep letting me out?”

En dan die ene uitroep van Dick, die ik me na al die jaren nog steeds herinnerde omdat ik er nog vaak aan heb teruggedacht, telkens wanneer het ging over leugens versus de waarheid:

*”You want the truth? You want the truth? Well, I CAN´T HANDLE THE TRUTH!

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 16

Vanmorgen werd ik wakker met een gezwollen, pijnlijke keel. ´s Namiddags voelde ik een grieperig soort pijn opkomen in mijn hoofd en ogen. Tegen een uur of vijf dreef een vermoeidheid in lijf en leden me naar bed.

“Is het dit nou?” dacht ik.

Maar een paar uur later was het weer voorbij, en voelde ik me fit genoeg om de hond uit te laten, met een zere keel en een snotneus weliswaar.

Je hoort wel eens zeggen dat deze crisis een ideaal moment is voor introspectie, waarin we onszelf beter kunnen leren kennen.

Ik heb vooral de hypochonder in mezelf leren kennen.

Als ze morgen zeggen dat intense jeuk één van de symptomen van het coronavirus is, dan ga ik het overal voelen kriebelen, daar ben ik zeker van.