Corona Chronicles: day 15

De groentenwinkel waar ik normaal gezien inkopen doe, is gesloten. “Tancat“(*) hangt er aan de deur, zonder verdere uitleg. Dus fiets ik tegenwoordig naar het groentenwinkeltje van Maricarmen, aan de andere kant van het dorp.

Het regende vandaag, wat ik altijd fantastisch vind (Belgisch weer, het thuisgevoel), en in deze tijden van corona nog meer. Want Valencianen zijn met geen stokken door het regenweer te jagen. Toen ik dus vanmorgen door het dorp fietste, leek het een heel gewone dag. Niks geen crisis.

Dat de twee klanten voor mij op twee meter van elkaar stonden, bracht me weer tot de realiteit, evenals het mondmaskertje dat Maricarmen droeg. Maar wat een leuk mondmaskertje was dat! Handgemaakt, met een hip, groen bloemenmotief dat mooi bij haar groene vest paste, en eigenlijk bij het hele interieur van de winkel. Dus toen het mijn beurt was, rolde voor het eerst in mijn leven deze zin uit mijn mond: “¡Qué mascarilla más chula!“(**)

Maricarmen bedankte me voor het compliment, en vertelde me dat een mevrouwtje uit de straat dat masker speciaal voor haar genaaid had. Vier exemplaren had onze groentenvrouw gekregen: twee voor zichzelf en twee voor haar zoon. Omdat ik op dat moment de enige klant in de winkel was, ging ze meteen een van die andere maskertjes halen (een blauw-wit gestreept) en toonde me hoe ingenieus het in elkaar gezet was: het bestond uit twee stoflagen met daartussen ruimte voor een filter. Als filter, zo legde ze me uit,  kon je gewoon een papieren zakdoekje gebruiken. Weer dook ze de kamer achter de winkel in en kwam terug met een pakje papieren zakdoekjes. Ik kreeg de volledige demonstratie.

“Ik heb aan die mevrouw voorgesteld om ervoor te betalen, natuurlijk,” vertelde Maricarmen. “Maar daar wou ze niks van weten. Dus heb ik haar dit gegeven.” Ze trok de koelkast open waarin de kazen bewaard worden, en haalde er een stevig exemplaar uit. “Dit is de favoriete kaas van haar vader.”

Toen kwam er een volgende klant aan, en brak ze haar uitleg af. Ik laadde mijn boodschappen in, kreeg nog een krop sla kado, en fietste weer naar huis.

Op de terugweg zag ik de Protección Civil een voedselpakket aan huis afleveren bij een oud vrouwtje.

Ja, alles komt goed.

Want we zorgen voor elkaar.

 

 

 

(*) “gesloten” in het Valenciaans.

(**) “Wat een tof mondmaskertje, zeg!”

 

Corona Chronicles: day 14

Het vreemde aan deze dagen is dat ze eigenlijk ontzettend snel voorbij gaan en ik aan het einde van de dag telkens het gevoel heb dat ik niks gedaan heb. Retrospectie toont telkens dat dat gevoel onterecht is.

Zo heb ik vandaag:

  • dochterlief een inleiding in virologie gegeven en in hyper-vereenvoudigde vorm de werking van het immuunsysteem uitgelegd (komen die drie jaar diergeneeskunde toch nog van pas)
  • voor het allereerst een les online gegeven. Inderdaad, beste vrienden, Madam Papier is de 21e eeuw binnengestapt -of eigenlijk zachtjes binnengeduwd, want het is iets dat me eerder overkomen is dan dat ik er actief naar heb gezocht.
  • samen met mijn dochter hamburgers gemaakt, dus dat valt onder de noemer kookles geven (al heb ik er waarschijnlijk meer van geleerd dan zij).
  • de was gedaan
  • een gymnastiekles gegeven gebaseerd op wat ik in de jaren ’90 van Jane Fonda heb geleerd. Met The Pointer Sisters als muzikale begeleiding was dat echt wel fun.

Tijdens het uitlaten van de hond (dicht bij het huis! met leiband! zonder dochter!) kwam ik een buurvrouw tegen die ik nog niet kende. Ze ging net wat afval in de container gooien en had van de gelegenheid gebruik gemaakt haar dochtertje van anderhalf mee in de buitenlucht te nemen.

Dat peutertje ging helemaal uit haar dak toen ze de hond zag. “Ze is gek op dieren,” vertelde de buurvrouw. “We zien jullie hier vaak voorbij wandelen, en dan wil ze altijd naar jouw hond toe.”

Nu weet ik dat honden het virus niet overdragen, maar er doen de laatste tijd artikels de ronde waarin staat dat het coronavirus op allerlei oppervlakten kan overleven. En ik weet niet onder wat voor oppervlakte mijn hond valt. Dus misschien is wat ik toen gedaan heb pandemie-gewijs ongeoorloofd. Maar ik heb de hond laten zitten, heb twee passen achteruit gedaan, en toen is dat enthousiaste, kleine meisje in haar roze, pluche jasje om zijn hals gevallen met zoveel liefde en plezier dat mijn hart er nog van smelt als ik eraan terugdenk. En die lieve hond van me bleef zitten, en liet het allemaal (tamelijk letterlijk) over zich heenvallen.

Ja, het was een mooie dag.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 13

Ik ben vanmiddag even op de hometrainer gaan zitten (iets wat ik de komende weken vaker wil doen), en dankzij de Tiny Podcast vlogen de eerste zeven minuten voorbij. Het onderwerp van vandaag was creativiteit in tijden van corona.

In de podcast vroeg Hade aan haar luisteraars of ze daar zelf ervaring mee hebben. Ik dacht meteen aan een luguber voorbeeld: in Madrid werd het Palacio de Hielo omgevormd tot een gigantisch lijkenhuis. Toen ik dat las, constateerde ik bij mezelf twee zeer verschillende reacties.

Enerzijds was er de schok om de dramatische lading van dat nieuws. Zoveel doden. Een plaats van leven en beweging die verstard wordt tot een wachtzaal van de dood. Een familielid hebben dat daar in een kist gestockeerd ligt tussen de andere kisten. Hartverscheurend.

Maar vrijwel tegelijkertijd dacht ik: wat een fantastisch idee. Een ijspiste is de perfecte plaats voor de berging van doden. De ruimte is voorhanden, de installaties zijn er. Het is de ideale oplossing voor een prangend probleem.

En dit is hoe de coronacrisis onze creativiteit door de barrières duwt. Normaal gezien zou iedereen uitroepen: je gaat toch geen lijken op een ijspiste bewaren, wat een waanzinnig idee! Maar nu moet het, dus nu kan het. Want nood breekt wet. En ik denk dat dat ook op kleinere, en minder dramatische schaal gebeurt.

Neem nu bijvoorbeeld thuiswerken. Ik weet niet hoe het in de rest van het land zit, maar in Valencia heb ik wel vaker gehoord over de weerstand van bedrijfsleiders om hun werknemers van thuis uit te laten werken. Maar nu zit er niets anders op. Laten we hopen dat deze episode hen leert dat het inderdaad kan. Dat op kantoor achter je bureautje zitten niet de enige manier is waarop gewerkt kan worden. Dat het werk ook af geraakt wanneer werknemers niet als kinderen door hun oversten op de vingers gekeken worden. Dat er zelfs vele voordelen aan thuiswerk verbonden zijn.

En ik vermoed dat deze crisis ons op nog honderd-en-één andere manieren zal laten zien dat er veel meer kan dan we dachten. Beperkingen zijn vaak een boost voor onze creativiteit (ken je hem nog, de truc met de kokosnoten?) Creativiteit is thinking inside the box, and then going wild inside that box. 

Ik wens jullie allemaal een creatieve quarantaine toe.

 

 

Corona Chronicles: day 12

Introspectie wordt erg aangemoedigd dezer dagen, en dit heb ik alvast bijgeleerd over mezelf:

Ik zat eigenlijk al een beetje in quarantaine.

Mijn leven nu is namelijk niet zo heel erg anders dan vóór deze crisis uitbrak: mijn dag speelde zich toen ook voornamelijk binnenshuis af en werd gevuld met grotendeels dezelfde taken: voor dochterlief zorgen, de was doen, eten maken, de hond uitlaten, inkopen doen. En daar werd ik toen ook wel eens een beetje gek van; soms voelde ik me zelfs op het randje van een huisvrouwensyndroom.

Het mooie aan deze quarantaine is dat ik nu heel duidelijk zie wat ik wel mis en wat niet. Dus weet ik ook waarop ik me moet focussen om het huisvrouwensyndroom te bestrijden zodra de quarantaine opgeheven wordt.

Eigenlijk zijn er maar vier dingen die ik momenteel echt mis:

Vooral dat laatste mis ik heel erg. De optredens iets minder omdat daar ook altijd wat stress bij komt kijken, maar de repetities zijn puur opladen.

Daarmee weet ik dus waarop ik me moet concentreren wanneer we weer buiten mogen. Oh, dat gaat een mooie dag zijn. Dan kruip ik uit twee quarantaines tegelijk.

 

(*) Al zijn er zo jammer genoeg niet veel in deze stad.

 

Corona Chronicles: day 11

Op een normale donderdag haal ik ´s middags mijn dochter op van school en dan wandelen we samen naar de markt, waar ik aan de kraam van Elisa en haar zus een voorraadje noten en gedroogde vruchten insla. Mijn dochter krijgt dan van beide vrouwen steevast veel aandacht en een snoepje.

Meestal praat ik dan met Elisa, die iets jonger is dan ik, over hoe het met haar cursus Engels gaat, of over mijn plannen om naar België te reizen. Twee weken geleden zei ze dat de kans erin zat dat de markten zouden moeten sluiten. Ik vroeg haar of ik misschien mijn bestelling bij haar thuis zou kunnen ophalen. Ze zei dat dat geen enkel probleem was, ze woont immers ook hier in Rafelbunyol.

Dus we wisselden telefoonnummers uit. Toen ging Spanje in lock down en werden inderdaad de markten afgeschaft.

Gisteren belde ik Elisa op. Ze zei dat ze ´s morgens in het magazijn mijn bestelling zou klaarmaken en dat ik die dan bij haar thuis zou kunnen ophalen. Ze zou de zak aan de deur zetten om direct contact te vermijden. Ze is dezer dagen namelijk ook erg voorzichtig, want samen met haar zus zorgt ze voor haar bejaarde ouders.

Ik zei haar dat ik het geld kon overschrijven, zodat we geen potentieel besmette cash moesten uitwisselen. Daar wou ze echter niet van weten. “In juni heb ik een examen Engels,” zei ze. “Geef jij me maar online les in ruil voor de koopwaar.” (*)

Maar toen kwam er een factor in het spel die ik niet voorzien had toen we in tempore non suspecto telefoonnummers uitwisselden: de politie. Gewoon even langsfietsen is er hier tegenwoordig niet meer bij. Je mag nog wel naar de winkel, maar mag je bij iemand aan de deur voedsel ophalen? Geen idee. Dit lijken misschien overdreven zorgen, maar ik was al een keer op mijn vingers getikt omdat ik samen met mijn dochter de hond uitliet. Bovendien circuleerde het bericht dat de politie in ons dorp al tien inwoners beboet had omdat ze zich niet aan de regels hielden.

Om een legale draai te kunnen geven aan mijn aanwezigheid op straat, besloot ik eerst langs de supermarkt te fietsen en op mijn terugweg langs het huis van Elisa. Dat gaf me een beetje gemoedsrust.

Hoewel het net na de middag was en iedereen verondersteld werd thuis in een staat van siesta te liggen, liep de rij wachtenden aan de supermarkt de hele parking rond. Iedereen stond op twee meter van elkaar. Ik zuchtte en maakte rechtsomkeert.

Ik zal jullie niet langer in spanning houden: ik ben gewoon langs Elisa´s huis gefietst en heb zonder problemen die zak opgehaald. We hebben op twee meter van elkaar een praatje geslagen dat onzettend veel deugd deed, zoals elk praatje tegenwoordig een teug zuurstof lijkt. Toen ben ik weer naar huis gefietst. Niets aan de hand.

Maar dat gevoel van dreiging is me diep in de kleren gaan zitten. Dat gevoel van straks houden ze me tegen en moet ik het gaan uitleggen. Als ik chance heb, word ik als een klein kind op de vingers getikt. En als ik geen chance heb, ben ik een paar honderd euro kwijt.

Ja, beste mensen, ik heb op dit moment meer schrik van de politie dan van het coronavirus. Dat had ik niet zien aankomen.

Gelukkig vervloog de spanning van de trip zodra ik thuis de lege bokalen begon te vullen met walnoten, rozijnen, hazelnoten, dadels, amandelen en pecannoten.

En dan was er ook nog dat kleine zakje met een kleurrijke inhoud die ik niet besteld had: snoepjes voor mijn dochter.

 

(*) Voor wie ondertussen de rekening zit te maken: wij eten hier massa´s noten en gedroogde vruchten, want dat is food from heaven voor wie gluten probeert te vermijden. En we draaien er elke twee weken een halve kilo walnoten door -goed voor de hersenen, naar het schijnt. Dus ja, mijn bestelling was wel een paar lessen waard.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 10

“Wat als we er vandaag eens een rustige zondag van maken, en gewoon binnen blijven?” stelde ik vanmorgen voor aan mijn echtgenoot. Dat vond hij wel grappig. (*)

Misschien is het ook wel leuk als ik hier op de blog de zondagen van een beetje verpozing voorzie. Daarom wil ik vandaag met jullie een persoonlijke vertaling delen van wat ik hier de beste grap van de week vond:

 

Populaire uitdrukkingen over 20 jaar:

*Een quarantaine van twee maanden, dat had gij nu eens moeten meemaken, sé.

*Die jonge gasten van tegenwoordig zijn veel te verwend. Een goei pandemie, dat is wat die nodig hebben.

*Toen ik zo oud was als gij, dan vocht ik met uw nonkels om de vuilniszak te mogen buiten zetten. 

*In onzen tijd moesten wij het huis niet uit om ons te kunnen amuseren.

*Op nen dag gaat ge beseffen wat een rol wc-papier waard is.

*Grootvader, vertel nog eens van toen dat ge uit het raam ging hangen om te applaudisseren. 

*Vandaag is een speciale dag: vandaag openen we het laatste pak wc-papier dat uw overgrootmoeder kocht in 2020.

 

Een fijne zondag, allemaal!

 

(*) Mijn dochter had het niet door; ze zei: “Maar mama, we moeten toch sowieso binnen blijven?” Wat ironie betreft, is er nog een beetje werk aan de winkel.

Corona Chronicles: day 9

In de tweede week van januari liep een goede vriend van mij een zware verkoudheid op. Hij had hoofdpijn, koorts en een droge hoest die hem ´s nachts uit zijn slaap hield. Twee weken later zag ik hem in Valencia, en hij was nog steeds niet beter. Dat vonden we allebei tamelijk vreemd, dat een infectie die tussen griep en verkoudheid lag zo lang aansleepte. Een paar dagen daarna liet hij me weten dat hij zich beter voelde.

Toen mijn vriend met zijn klachten naar de dokter ging, werd hij niet getest op het coronavirus. En eigenlijk is dat logisch, want op dat moment was in China pas de eerste patiënt overleden en die testen kosten zo´n 30 euro.

Een week nadat ik hem gezien had, in het eerste weekend van februari, kreeg mijn dochter hoge koorts. We brachten haar naar het medisch centrum, maar ze stuurden ons terug, want ze konden niets vinden. Twee dagen later was haar koorts opgelopen tot tegen de 40 graden. Met een koortswerend middel kregen we haar temperatuur naar beneden, maar we besloten opnieuw naar de dokter te gaan. Hij stuurde ons weer naar huis met de boodschap dat als de koorts niet daalde, we haar naar het ziekenhuis moesten brengen. De volgende dag lag dochterlief doodziek op de sofa, met een koorts van 40 graden, die we met de medicijnen die we voorhanden hadden, niet naar beneden kregen. Ze begon ook te klagen over pijn in haar zij, snikte dat ze niet goed kon ademen.

Ik heb haar toen in mijn armen de spoedafdeling binnengedragen.

Daar werd ze onderzocht en een röntgenfoto bracht een longontsteking aan het licht. Er werd ook even gegrapt: “Het zal toch geen corona zijn zeker?” Maar ze werd niet getest.

Ze kreeg sterkere medicijnen en antibiotica. Haar koorst daalde. Om twaalf uur ´s nachts werd ze uit het ziekenhuis ontslagen zodat ze toch nog thuis kon slapen. Na anderhalve week recupereren en antibiotica kon ze weer naar school. Ze had toen twee weken school gemist.

Op donderdag 12 maart werd het ons in sneltempo duidelijk dat de corona-epidemie ook hier bittere ernst zou worden, en dat de scholen de volgende dag al zouden sluiten. Een goede vriend van ons was op dat moment al twee dagen niet gaan werken omdat hij griep had. Ik belde hem op, vroeg hem hoe het met hem ging. Gewoon een griepje, zei hij. Spierpijn, koorts, lo típico. Een paar dagen later was hij alweer op de been.

Ook hij werd niet getest op het coronavirus.

Hiermee wil ik niet zeggen dat het in al die gevallen om een corona-infectie ging. In het geval van mijn hoestende vriend lijken de symptomen verdacht veel op corona, maar de timing was wel erg vroeg. Bij mijn dochter leken de antibiotica te werken, wat wijst op een bacteriële infectie, en niet op een virus. En in het laatste geval leek het inderdaad op een normale griep die binnen de week voorbij was, en waren er geen respiratoire problemen.

Maar mijn punt is dit: als al deze gevallen niet getest werden, dan zijn er vast massa´s mensen die besmet waren met het coronavirus door de mazen van het net geglipt. Want het gaat om een virus dat een waaier aan symptomen kan veroorzaken, en waar vele patiënten niet heel erg ziek van worden.

Ik heb besloten om mijn blog niet meer met cijfers af te sluiten. Want die zeggen me eigenlijk nog maar weinig. Volgens mij is dit virus hier al veel langer aanwezig, en ligt het aantal besmettingen massaal veel hoger dan we denken. Ik heb zelfs het vermoeden -of beter gezegd, ik koester de hoop dat de kans groter is dat we het al doorgemaakt hebben dan dat we het nog gaan oplopen.

 

 

 

Corona Chronicles: day 8

De grootmoeder van mijn echtgenoot is 94 jaar en woont nog steeds alleen op haar eigen appartement. Er komt elke dag hulp aan huis, maar haar kinderen en kleinkinderen moeten nu noodgedwongen wegblijven. Dat is niet makkelijk, zegt ze, maar ze staat ervan versteld hoeveel telefoontjes ze krijgt.

Deze fiere vrouw ziet er absoluut geen 94 uit. Ze heeft een huid waar menig 60-jarige alleen maar van kan dromen, en haar gezondheid is een trouwe metgezel. Alleen haar ogen zijn door de jaren heen zodanig achteruit gegaan dat ze nog maar met moeite kan zien. “Wat wil je,” zegt ze daarover, “op mijn leeftijd.” Gelukkig hoeft ze zich na decennia ervaring niet meer op haar ogen te beroepen om babykleertjes en bedspreien te haken, met kabelpatroon en al.

Ik wou schrijven: vroeger zong ze. Maar ze zingt nog steeds, zarzuelas vooral. Dat ik ook zing, vindt ze geweldig. Op kerstfeesten, wanneer we met de hele familie een half restaurant innemen, maant ze me altijd aan recht te staan en iets te zingen. Soms doe ik dat, maar vaker laat ik mijn beurt passeren, en vraag haar zelf iets te zingen. Dat doet ze dan vol overgave en emotie. En toonvast. Na de laatste noot staan haar vele, ondertussen volwassen kleinkinderen op en geven haar een vrolijk en luid applaus.

Ook aan haar geheugen is nog niet getornd. Mijn man belde vandaag zijn abuela op en vroeg haar iets voor te dragen. Hij nam haar stem op terwijl ze Oda al Dos de Mayo van Bernardo López García voordoeg:

Mijn vaderland, ik hoor uw zorgen, 

En luister naar het trieste concert

Dat de klok en het kanon

Spelen voor de doden. 

Strofe na strofe bleef ze reciteren, dit strijdlied gecomponeerd tijdens de Franse bezetting, en gerecupereerd tijdens de dictatuur. Haar stem klonk rustig, gedecideerd, vertrouwd.

En ik dacht: met welk gruwelijk gemak hebben we aanvankelijk gezegd dat het virus enkel ouderen van het leven berooft. Alsof dat niet zo erg zou zijn. Alsof enkel een pandemie die ook jongere mensen treft een drama is.

Dus hierbij een ode aan de abuelos en abuelas.

Ook aan die van mij, ons moemoe, die in een rusthuis in de Kempen woont, zonder kans op bezoek. Maar met heldhaftige verzorgers om zich heen.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 7

19 maart, de dag van Sint Jozef, is dé grote feestdag in Valencia. Deze dag markeert het hoogtepunt van de Fallas (zie hier en hier), waarop de straten van de stad dichtslibben met feestvierders en er onophoudelijk vuurwerk knalt.

Vandaag leek het echter alsof we in een soort van fotografisch negatief van dit evenement terechtgekomen waren. Alleen om twee uur ´s middags werd er vuurwerk afgestoken voor het gemeentehuis, en klonk Paquito el chocolatero door de luidsprekers. De rest van de dag waren de straten leeg en hoorde je enkel de vogels.

Desalniettemin heb ik vandaag een kleine aanvaring gehad met de politie.

Ik was met Elena de straat opgegaan om de hond uit te laten, en aangezien er in de verste verte geen levende ziel te bekennen was, had ik de leiband van de hond losgemaakt. Het dier liep vier meter voor ons uit.

En toen kwam daar een politiewagen aan.

Ik stopte, want ik had al door dat het van dat ging zijn.

Twee politieagenten met blauwe plastic handschoenen aan vroegen me of ik misschien niet wist dat je niet ver van huis mocht (ik woon daar, zei ik, en wees naar mijn huis halverwege de straat). Toen berispten ze me omdat de hond los liep (fair enough, maar toch), en daarna kreeg ik naar mijn voeten omdat ik mijn dochter bij me had. Nu weet ik dat je de politie en de guardia civil hier absoluut niet mag tegenspreken, maar toen ik dat hoorde, heb ik me wel een beetje (onderdanig) verweerd. “Maar dan moet ik haar alleen thuislaten,” zei ik. “Want mijn man werkt vandaag van negen uur ´s morgens tot elf uur ´s avonds.” Dat argument in combinatie met de wallen onder mijn ogen (en misschien ook het feit dat veel van de agenten in het dorp mijn man kennen en hem een sympathieke gast vinden) zorgde ervoor dat ze er niet verder op ingingen.

Ik maakte de leiband weer vast en we liepen snel naar huis. Die namiddag heb ik de hond nog een paar keer achter een bal aan laten lopen in het steegje achter ons huis, maar telkens ik een wagen hoorde naderen, voelde ik een kort, elektrisch schokje van de stress.

Maar we hebben vandaag ook op Whitney Houston gedanst en mini-pizzas gegeten voor tv. Dus al bij al was het toch een goeie dag.

 

(18.074 vastgestelde besmettingen in Spanje, 921 in de Comunidad Valenciana)

 

 

 

Corona Chronicles: day 6

(Lieve allemaal, ik heb niet de tijd gehad om op jullie reacties te antwoorden, maar ik heb ze wel allemaal gelezen. En hoe fijn is het dat er onder deze posts ganse conversaties ontstaan! Dat vind ik echt heerlijk 🙂 )

Vandaag heb ik een paar voordelen aan de lock down ontdekt (behalve dat de hond vaker uitgelaten wordt):

  • Het leven is veel rustiger. Ik hou eigenlijk wel van die stille straten.
  • Er kan nog maar weinig, maar dat betekent ook dat er nog maar weinig moet. Ik hoef bijvoorbeeld geen drie keer per dag meer over-en-weer naar school te lopen. Da´s best wel makkelijk.
  • Een vriendin vertelde me vandaag aan de telefoon: “Nu kan ik eindelijk eens uitrusten, dat doet eigenlijk wel deugd.”
  • Even later belde ik met een andere vriendin die zei: “Ik heb al zo lang een lijstje met vijftig opera´s die ik wil zien, en nu heb ik daar eindelijk de tijd voor. Morgen staat Wagner op het menu.”
  • Ik bel elke dag met meer mensen dan ik vroeger aan de lijn kreeg in een maand.
  • Om het leven op elkaars lip vlotter te laten verlopen, geef ik dochterlief steeds meer verantwoordelijkheden, en zij leert die steeds beter op te nemen. Dat is fijn.
  • Dochterlief heeft vandaag voor het eerst een hele tekst in het Nederlands geschreven. Toen ze die voorlas, was ik ongelooflijk trots. (*)
  • Ik ben al ongeveer een maand aan het uittesten of een glutenvrij dieet mij kan helpen depressie te voorkomen (daar bestaan aanwijzingen voor) en dat dieet is in deze omstandigheden erg makkelijk vol te houden.
  • Spanjaarden zijn geen klagers; ze lachen met tegenspoed. De whatsappgroepen worden dezer dagen overspoeld door grappen en memes over het coronavirus. Mijn vrouw zei: “Ga maar de straat op. Ik betaal de boete wel.”

View image on Twitter

“Uw gezicht wanneer ge niet weet of ge moet lachen om de grappen over het coronavirus of moet panikeren om de nieuwsberichten.”

(Vandaag ga ik geen cijfers opzoeken, zodat we met een glimlach kunnen afsluiten.)

(*) Ik was ook apetrots toen ze in de zoveelste aflevering van Third Rock From The Sun plots John Cleese herkende.

“Kijk, mama!” riep ze uit. “Da´s Basil Fawlty!”

School of geen school: de basiskennis is verzekerd.