Sneeuwwitje: achter de schermen

Best wel opgelucht dat dat eerste sprookje er alvast opstaat. Het is toch iets heel anders om te zeggen “ik ga dit of dat schrijven tegen volgende week” dan om met iets naar buiten te komen wat al kant en klaar is. Een interessante oefening dus.

Wat me opviel: als je het op de website ziet staan, lijkt het alsof het daar regelrecht en van de eerste keer getypt werd. Maar niets is minder waar. Daarom dacht ik van hier even te laten zien hoe het eraan toegaat in de schrijfkeuken: al het gepruttel en geborrel en gesmos waar je doorheen moet vooraleer er zo´n propere tekst staat te blinken op het scherm.

De eerste stap is mijn geval een klein Harry Potter-schriftje waarin ik een lijstje van sprookjes heb gemaakt. Van elk sprookje dat me doenbaar lijkt, heb ik alvast een korte inhoud geschreven.

 

De volgende stap is een schrift van A4-formaat met een minder frivole, maar wel hardere kaft, zodat je geen tafel nodig hebt om te schrijven. Daarin komt de eerste versie in potlood, plus losse zinnetjes en woorden waarvan ik denk dat ik ze later kan gebruiken. Er wordt ook lekker veel in geschrapt en gegomd.

schrift 1b

Zodra ik een paar paragrafen op papier heb, typ ik ze over in een computerbestand. Tijdens dat overtypen verandert er behoorlijk veel. Heb ik een deel af, dan sla ik het op onder de noemer “(titel) 1”.

Wanneer ik eraan voortwerk, kijk ik alles wat ik de vorige keer geschreven heb nog eens na, en brei er een nieuw stuk aan. Dat sla ik op als “(titel) 2”, kwestie van oud materiaal niet te verliezen. En zo brei ik langzaam het hele verhaal aan elkaar, telkens het eerder geschreven stuk aanpassend en verbeterend.

screenshot

Wanneer het dan eindelijk online staat, kijk ik het nog een laatste keer na om er spelfouten uit te halen en wat kleine verbeteringen in aan te brengen. Dan zie ik altijd nog een paar zinnen staan waar ik niet helemaal tevreden over ben, maar die laat ik voorlopig staan.

Et voilà, zo werkt dat hier dus.

 

 

 

April en de kleuters

April wordt kleutermaand!

Elke vrijdag ga ik iets posten dat op een of andere manier met het kleuterleven te maken heeft. Ik heb daar twee goede redenen voor:

  1. kleuters en creativiteit, dat gaat geweldig goed samen
  2. mijn eigen kleuter verjaart deze maand, hihi 🙂

 

Wat het precies gaat worden, daar ben ik nog niet helemaal uit. Hm, dat wordt spannend…

Schrijven zonder te schrijven

 

Jaren geleden was mijn broer op klasuitstap, en deelde een kamer met een paar klasgenoten. Zodra het licht uitging, moesten de jongens zwijgen. De strenge lerares Frans paradeerde van tijd tot tijd als nachtwacht door de gang, om toe te zien op de correcte implementatie van die regel.

Mijn broer en zijn vrienden, een groepje ingenieurs-in-spe, waren echter nog lang niet moe. Aan hun pogingen tot conversatie was telkens ruw een einde gemaakt door de juf Frans, en daarom waren ze maar overgestapt op blindschaken. Paard naar f3. Loper naar c5, fluisterden mijn broer en zijn vriend Ruben om beurten. De partij was al een flink eind op weg, toen ze in het donker van de kamer en de mist van hun opkomende vermoeidheid een schaakstuk verloren.

“Pion op e5 pakt…”

“Daar staat geen pion.”

“Jawel.”

“Nietwaar, want…”

“WAT IS DAT HIER ALLEMAAL!” Als een gestapo-officier viel de juf Frans hun kamer binnen.

Even was het stil. Toen klonk Ruben´s stem vanuit het donker:

“We zijn aan het schaken, mevrouw.”

 

De lerares was door die opmerking even uit haar lood geslagen en verdacht de jongens ervan met haar de spot te drijven. Waarom? Omdat ze veronderstelde dat je om te schaken een schaakbord nodig hebt. En schaakstukken. Dat klopt echter niet, zoals mijn broer en zijn vrienden bewezen. De kern van de schaakpartij zijn de strategieën. Het bord en de stukken zijn slechts hulpstukken. Krukken voor ons wankele geheugen.

Met schrijven is het net zo. Het belangrijkste is niet het schrijven zelf, niet de pen, het papier, de computer of het boek. Het belangrijkste zijn de ideeën en de woorden die we vinden om ze uit te drukken. De voornaamste reden waarom we ze op papier zetten, is om ze niet te vergeten en ze te kunnen overdragen aan een ander zonder daarbij lijfelijk aanwezig te moeten zijn.

En daarom kan ik werken in bed. In de roes van de ochtend of het sluimeren van de avond zoeken ideeën me op en vangen mijn hersenen ze in woorden. Van die woorden breit mijn brein zinnen. Die zinnen herhaal ik tot ze stevig genoeg zijn om ze vast te kunnen houden tot ik uit bed stap en aan papier geraak.

 

It´s all in our head.

 

 

 

Het Border Collie Brein

Sinds kort ben ik weer buitenshuis beginnen werken: ik geef vijf uur aan een stuk les, haal na het werk mijn dochter van school, neem haar mee naar het park, en zodra ze in bed ligt, doe ik het huishouden en ga ik mijn lessen voorbereiden.
Tijd om te schrijven blijft er daardoor niet echt meer over. Maar ik heb een geweldige ontdekking gedaan: ik ben veel minder moe. Ik liep de muren op tijdens mijn stay-at-home moederschap. Ik werd er gek van en doodmoe. Koken en kuisen: daar heb ik echt geen talent voor. En als je de hele dag alleen maar dingen doet waar je geen talent voor hebt… daar wordt een mens niet bepaald gelukkig van.

 
Nu sta ik weer voor de klas en moet ik 15 mensen 5 uur lang geïnteresseerd houden in een taal waar ze amper iets van kennen. Ik moet continu switchen tussen mijn tweede (Engels) en derde taal (Spaans). Ik moet humor gebruiken, psychologische trucjes, en veel empathie. Het is alle zeilen bij, en toegegeven: na die vijf uur ben ik ook wel moe. Maar het is een heel ander soort vermoeidheid. Want behalve mijn lijf heb ik ook mijn hersenen kunnen gebruiken.

 
Toen ik in het vijfde middelbaar zat, kochten mijn ouders een Border Collie pup. Iemand waarschuwde ons dat Border Collies werkhonden zijn. Je kan ze niet als een schoothondje de hele dag binnenhouden: ze zijn slim en hebben uitdagingen nodig. Je kon onze hond niet gelukkiger maken dan door spelletjes te spelen waarbij hij strategieën moest gebruiken. Het was een prachtig dier en een zeer trouwe bondgenoot. Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje verhuisde. Ik mis hem nog steeds.

 
En natuurlijk moest ik aan hem denken toen ik deze paragraaf las:

 
“Met een creatieve geest geboren zijn, is zoiets als een Border Collie hebben als huisdier: je moet het werk te doen geven, anders krijg je er gegarandeerd een hoop last mee. Geef je brein een klusje om handen, anders verzint het zelf wel een klusje –eentje waar jij misschien niet zo gelukkig mee bent (aan de zetel knabbelen, gaten graven, de postbode bijten, enzovoort.) Ik heb er jaren over gedaan om dit te leren, maar het blijkt dus zo te zijn dat wanneer ik niet actief iets aan het maken ben, ik actief iets aan het kapot maken ben (mijzelf, een relatie, mijn eigen zielerust).” Elizabeth Gilbert, Big Magic, p 171

 
Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeker nu ik een Border Collie dochter heb 🙂

Een Goede Plek Voor Slechte Ideeën

Perfectionisme is een lastige metgezel. Moeilijk te bekoren, want het is nooit goed genoeg. En moeilijk te negeren ook, want ze heeft ons met twee vingers beet bij onze Achilleshiel. “Wat ben je waard als je het niet perfect doet?” zegt ze fijntjes. “Onvoorwaardelijke liefde, wie gelooft daar nu in?”

Zoals een gevangene in een oude western sleept de perfectionist een loden bal aan zijn enkel mee. Hij loopt er al zo lang mee rond dat hij zich niet kan voorstellen hoeveel sneller hij vooruitgang zou boeken zonder. Zonder die schrik om fouten te maken. Want dat is uiteindelijk wat perfectionisme is: als nuttige eigenschap vermomde angst.

Dus hoe kom je van die angst af?
Daar moest ik aan denken tijdens het bekijken van deze video, waarin Austin Kleon het heeft over notitieboekjes.

Notebooks are a good place for bad ideas,” zegt hij daarin, en toont ter illustratie een fragment uit het notitieboek van Marcel Proust. Twee bladzijden volledig volgeschreven en allebei van boven tot onder doorgehaald. Zie je het voor je? De grote Proust zit te pennen en te pennen, en zegt aan het einde: “Niet goed genoeg. Opnieuw. En avant.” Ook Proust schreef dingen die niet perfect waren. Zo werken creatieve processen. Zo werkt Het Leven. Je kan niet beter worden als je geen fouten maakt.

Daarom hou ik van notitieboekjes, besefte ik plots. Die hebben me geleerd hoeveel ik moet proberen en prutsen en “fout” doen om uiteindelijk tot iets moois te komen. Daarin schrijf ik vijf bladzijden vol om te komen tot een gedicht van tien regels. En wat doorstreept is, was niet fout, maar nodig. Zonder de eerste ideeën geen eindresultaat. Het voordeel van een notitieboek is dat je het voor je ziet, je zogezegde fouten letterlijk in handen hebt. Dit is het, zeg je, en er is niks mis mee.

Leve de notitieboekjes!

En avant.

(ook een mooie verzameling schriftjes ontdekt bij Het Geluk Van De Schrijver)

DSC_0265

De Origami Revelatie

Ik zag laatst op de metro hoe een klein meisje opstond en op de stoel tegenover haar een stukje papier ging halen. Het was niet zomaar een stukje papier –of althans: niet meer. Het was door degene die het daar had achtergelaten vakkundig in een kleine, gave kraanvogel gevouwen. Het meisje nam het kleinood mee naar haar plaats, toonde het opgewekt aan haar moeder en bleef er de hele rit lang mee spelen.

Wat een mooie metafoor over het nut van kunst, dacht ik. Het leven een metro-rit, kunst een papieren vogel. Is dat laatste essentieel? Tuurlijk niet, je kan best zonder origami-geknutsel van A naar B geraken. Maar de vondst van een delicaat vogeltje maakt de reis wel zoveel aangenamer.

(Wat een mooi toeval ook dat ik de week voordien aan “vlinders van papier” of “vogels van papier” als titel voor deze blog had zitten denken.)

Het gaat trouwens niet alleen om het plezier dat het meisje had aan dat onverwachte kadootje. De maker ervan had er vast ook voordeel mee gedaan: tijdens het vouwen zal de reis voor hem of haar ook minder saai hebben geleken. Daarom schrijven we, prutsen we aan bloemstukken en modelbouwvliegtuigjes, daarom pakken we onze gitaar en hernemen voor de honderdduizendste keer de intro van Stairway To Heaven. Niet om er prijzen mee te winnen of er munt uit te slaan, maar omdat het onze reis zoveel aangenamer maakt.

En pikt er iemand blij verrast zo´n papieren vogeltje op, dan is dat een prachtige bonus.

Kattebelletjes?

Ik ga niet zeggen dat dit een schrijfblog wordt, want dat klinkt oersaai.

Wat het dan wel wordt: een blog over creatieve schrijverij (klinkt dat minder saai?). En aangezien creatief schrijven neerkomt op verhalen vertellen, gaat deze blog dus over mensen, liefdes, kleuren, grapjes, herinneringen,… Kortom, het leven zelf.

Een jaar of drie geleden ben ik deze weg ingeslagen, en ik kom daar soms zo´n interessante mensen en ideeën tegen, dat het zonde lijkt dat niet te delen. Bovendien zijn er ook een paar voorlopig nog onvertelde verhalen die me gegrepen hebben, waaronder een Echt Lang Verhaal. Die willen zo graag het daglicht zien, en aangezien ik gemerkt heb dat ik standvastiger werk wanneer ik mijn vorderingen in blogland kan delen (zelfs als sommige posts maar door twee man en de spreekwoordelijke paardekop gelezen worden), dacht ik, kom, we gaan ervoor.

Voor we van start gaan nog even de titel uitleggen: ik had een woord nodig dat de essentie van deze nieuwe blogwending kon vatten: ikzelf (Kath) die korte tekstjes over creatief schrijven post. En daar was het! Tingeling, here we go 🙂