Reclaam: de corona cursus

Jullie weten dat ik graag (ongesponsord) reclame maak wanneer ik bij andere bloggers een bijzondere post of een goed idee tegenkom. Vandaag wil ik dit pareltje aanprijzen: de corona cursus van Hade Wouters.

Een van de grootste misvattingen die er bestaan over creativiteit, is dat sommige mensen creatief zouden zijn en andere niet. Ik ben er zeker van dat er hier een paar mensen meelezen die denken dat ze niet tot het “creatieve kamp” behoren omdat ze als kind geen bovenmaatse aanleg toonden voor tekenen, of een hekel hadden aan blokfluit spelen.

Een andere is de overtuiging dat creativiteit iets is waar je niet teveel tijd aan moet besteden, want als je geen genie bent en je geen meesterwerken maakt, wat is dan het nut?

Jullie horen mij al komen: ik ben het daar niet mee eens. Volgens mij is elke mens van nature een creatief wezen, en gaat creativiteit veel verder dan schilderen, muziek maken of boetseren. Creativiteit is een manier van leven. Het kan zich uiten in de manier waarop je met conflicten omgaat, excuses verzint, je terras betegelt. Creativiteit is in je hoofd het raam opengooien, naar buiten leunen, en mogelijkheden zien tot ver over de horizon. Op eender welk gebied.

Voorts is het cultiveren van creativiteit een prachtige manier om jezelf te leren kennen, want niets is zo persoonlijk als onderzoeken waar je eigen hersenen je heen brengen zodra je de teugels viert, en je eigen lichaam gebruiken om dat uit te drukken. Je schildert misschien niet als Van Gogh, maar niemand schildert zoals jij. Niemand voedt op zoals jij, niemand leidt vergaderingen zoals jij, niemand kookt zoals jij.

Nu corona ervoor gezorgd heeft dat we minder contact hebben met anderen, is het misschien een goed moment om wat meer contact te maken met die ene persoon die er altijd is: onszelf. 

Hade Wouters heeft daar een zeer toegankelijke cursus voor gemaakt. Via allerlei gerichte vragen en speelse opdrachten helpt ze je om je eigen creativiteit weer aan te zwengelen en stukken van jezelf te hervinden waarvan je niet eens wist dat je ze verloren was.

Lijkt me een mooi kadootje aan jezelf om deze lock down en de hele nasleep ervan door te komen.

Informatie over de cursus kan je hier vinden.

Aan zij die de reis ondernemen: veel plezier gewenst 🙂

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 13

Ik ben vanmiddag even op de hometrainer gaan zitten (iets wat ik de komende weken vaker wil doen), en dankzij de Tiny Podcast vlogen de eerste zeven minuten voorbij. Het onderwerp van vandaag was creativiteit in tijden van corona.

In de podcast vroeg Hade aan haar luisteraars of ze daar zelf ervaring mee hebben. Ik dacht meteen aan een luguber voorbeeld: in Madrid werd het Palacio de Hielo omgevormd tot een gigantisch lijkenhuis. Toen ik dat las, constateerde ik bij mezelf twee zeer verschillende reacties.

Enerzijds was er de schok om de dramatische lading van dat nieuws. Zoveel doden. Een plaats van leven en beweging die verstard wordt tot een wachtzaal van de dood. Een familielid hebben dat daar in een kist gestockeerd ligt tussen de andere kisten. Hartverscheurend.

Maar vrijwel tegelijkertijd dacht ik: wat een fantastisch idee. Een ijspiste is de perfecte plaats voor de berging van doden. De ruimte is voorhanden, de installaties zijn er. Het is de ideale oplossing voor een prangend probleem.

En dit is hoe de coronacrisis onze creativiteit door de barrières duwt. Normaal gezien zou iedereen uitroepen: je gaat toch geen lijken op een ijspiste bewaren, wat een waanzinnig idee! Maar nu moet het, dus nu kan het. Want nood breekt wet. En ik denk dat dat ook op kleinere, en minder dramatische schaal gebeurt.

Neem nu bijvoorbeeld thuiswerken. Ik weet niet hoe het in de rest van het land zit, maar in Valencia heb ik wel vaker gehoord over de weerstand van bedrijfsleiders om hun werknemers van thuis uit te laten werken. Maar nu zit er niets anders op. Laten we hopen dat deze episode hen leert dat het inderdaad kan. Dat op kantoor achter je bureautje zitten niet de enige manier is waarop gewerkt kan worden. Dat het werk ook af geraakt wanneer werknemers niet als kinderen door hun oversten op de vingers gekeken worden. Dat er zelfs vele voordelen aan thuiswerk verbonden zijn.

En ik vermoed dat deze crisis ons op nog honderd-en-één andere manieren zal laten zien dat er veel meer kan dan we dachten. Beperkingen zijn vaak een boost voor onze creativiteit (ken je hem nog, de truc met de kokosnoten?) Creativiteit is thinking inside the box, and then going wild inside that box. 

Ik wens jullie allemaal een creatieve quarantaine toe.

 

 

Het heerlijke van haken

2019 was ook een jaar van creatieve frustratie.

Ik wou zo graag meer schrijven, maar de uurroosters van echtgenoot en dochter maakten dat erg moeilijk. Ofwel was manlief thuis, ofwel dochterlief, en in een schrijfflow geraken met die lieverds om me heen bleek vrijwel onmogelijk. Bloggen lukte nog wel, maar probeer maar eens alle poëtische en grammaticale draadjes in de hand te houden terwijl je naar een plot toewerkt, wanneer plots iemand naast je begint te telefoneren of vanop de wc roept dat het toiletpapier op is. Ik veronderstelde aanvankelijk dat het een kwestie was van terrein afbakenen (“Ik ga nu een uur schrijven, dus laat me even met rust”), maar ondanks massa´s goede wil aan beide kanten veranderde ik dan toch binnen het kwartier in een soort van prehistorisch monster dat begon te brullen wanneer iemand de keukenrobot aanzette en zo de inspiratie het raam uit joeg.

Daarom heb ik me voorgenomen om dochterlief één dagje per week op school te laten eten, zodat ik een vrije middag heb om -indien gewenst op verplaatsing- alleen maar met schrijven bezig te zijn.

En ondertussen kwam er ook een soort van creatieve verlichting dankzij Trijnewijn. Op haar blog leerde ik het woord amigurumi kennen, wat Japans is voor “gehaakt of gebreid poppetje”. Ik greep naar mijn oude haaknaalden, kocht een boek, en plots ging er een hele wereld voor me open. Want dat haken, mensen, hoe fantastisch is dat? Je kan het eender waar doen, en op eender welk moment. In de zetel naast de echtgenoot wanneer hij computerspelletjes zit te spelen; aan tafel naast dochterlief terwijl ze haar middagmaal (tegen een veel lager tempo dan mama) verorbert. Tijdens alle verloren momentjes wanneer het geen zin heeft aan schrijven te beginnen: dan pluk ik een haakwerkje uit mijn tas en naai een halve eenhoorn letterlijk een oor aan.

Mijn eerste beestje was dit smoezelige eenhoorntje:

Sindsdien zijn op drie maanden tijd volgende creaties de revue gepasseerd (leuk te zien hoe ik toch wel bijgeleerd heb):

een dekentje voor de pop

een sleutelhanger

En hoe leuk is het die werkjes uit te delen?

Dus daarom het voornemen: mooie dingen maken.

Want nu heb ik (dankzij Trijnewijn) wel voldoende strategieën om alle soorten tijd nuttig te gebruiken.

 

Het voornemen voor 2020

2019 was een goed jaar: ik ben in tijden niet zo weinig ziek geweest. Bovendien kreeg ik dit najaar voor het eerst het gevoel dat er iets in dit afgepeigerde hoofd aan het recupereren was geslagen. Er waren nachten dat ik na twintig minuten in slaap viel (hoe heerlijk is dat) en dagen waarop ik met gemak de archiefkasten van mijn geheugen kon opentrekken (*).

Dus die weg wil ik blijven gaan in het nieuwe jaar. Want er is nog wel een weg te gaan. Bovendien hou ik van deze weg, en wil ik niet weer op een zijspoor geraken.

Sinds ik gestopt ben met (buitenshuis/betaald ) te werken, zijn er heel wat zorgen van die baan geschoven, maar er is wel een andere hoofdbreker voor in de plaats gekomen. De vraag wat ik nu in godsnaam ga doen om -het liefst op een legale manier- geld in het laatje te brengen. Daar ben ik nog absoluut niet uit, en eerlijk gezegd begint die vraag behoorlijk zwaar op mijn gemoed te wegen. Zodanig zwaar dat ik eigenlijk, feitelijk, diep vanbinnen, en het aller,- allerliefst van al… die vraag een jaar lang wil negeren.

Ons spaargeld laat het toe om het nog minstens een jaar of twee op één inkomen uit te zingen. Dus alles welbeschouwd: waar haal ik het recht vandaan om me zorgen te maken over geld, terwijl er zoveel mensen op de wereld zijn die niet weten hoe ze aan het einde van de maand de huur moeten betalen? (Of erger nog: het eten van de volgende dag?)

Daarom heb ik besloten om me een jaar lang geen zorgen te maken over werk of geld. Ik ga het huishouden doen, voor mijn dochter zorgen, en me voor de rest maar met één ding bezig houden, en dat is: mooie dingen maken. Verhalen schrijven, liedjes zingen en handwerken (daarover binnenkort meer). Dat kan toch nooit verloren moeite zijn, nietwaar? Een jaar lang. En daarna zien we wel weer.

 

(*) Extract uit een conversatie met mijn ouders, een paar jaar geleden. Mijn vader: “Dus toen hebben ze bij de moemoe een Alzheimer-test afgenomen. Dan vragen ze welk jaar het is enzo.” Ik (in lichte paniek): “Jamaar, dat weet ik ook niet altijd!”

Uw rafelkath in VERZIN magazine

Ik vroeg me al een tijdje af of creatieve geesten meer aanleg hebben voor psychische problemen. En blijkbaar was ik niet de enige, het heeft zelfs een naam: de Genius Madness Theory.

Nog wat extra zoekwerk verricht, alles neergeschreven in artikelvorm, en dat opgestuurd naar Verzin, het magazine voor wie graag in zijn/haar pen kruipt.

Daarin wordt het deze maand gepubliceerd, onder de titel “Schrijven is gekkenwerk”.

Wie geïnteresseerd is, kan het artikel hier online lezen.

 

PS, voor wie het gelezen heeft: de dees heeft effectief dit boven haar bureau hangen (waar of niet, het helpt wel in moeilijke tijden):

no misery no poetry

(en het hangt er zo schattig)

 

De Gore Appelsien Analogie

Het Nederlands is geen fan van procrastinatie.
Van uitstel komt afstel.
Stel niet uit tot morgen wat ge heden nog kunt doen.
Die zegswijzen passen perfect bij het ideaalbeeld van de hardwerkende noorderling.
We vatten de koe bij de horens, en vooruit met de geit.

Ik ga hier niet pleiten voor de Spaanse mañana-cultuur, maar laatst kwam ik een artikel tegen dat bovenstaande filosofie in een ietwat ander daglicht zet.

In “Why I Taught Myself To Procrastinate” schrijft Adam Grant hoe het uitstellen van creatieve taken ervoor kan zorgen dat je ze uiteindelijk beter doet. In plaats van een creatief project meteen aan te vatten en het zo snel mogelijk af te werken, kan je het beter een tijdje onder je hersenpan laten pruttelen, raadt hij aan. Zo krijgen onze hersenen meer tijd om lateraal te denken en dus met creatievere ideeën aan te komen zetten. Ook blijf je onbewust gefocust op informatie die met je project te maken heeft, en zo kom je vaak plots bij een passend citaat terecht, of een interessante verwijzing.

Zelf heb ik al vaak gemerkt hoe drastisch creatieve ideeën kunnen veranderen vooraleer ze hun ware vorm vinden. En daar hebben ze tijd voor nodig.

Vanmorgen heb ik sap geperst van de appelsienen uit abuelo´s boomgaard. Die appelsienen zien er niet bepaalde appetijtelijk uit, met hun overrijpe, verrrimpelde schil, met daarop het blauwe stof van beginnende schimmel. Leg die in een Belgische supermarkt, en iedereen loopt er met een boog omheen. Maar het zijn deze appelsienen die het beste, zoetste sap geven. Net omdat ze zoveel tijd hebben gehad om te rijpen.

 

 

 

De truc met de kokosnoten

Ik kwam gisteren deze ted-talk tegen van Tim Harford, waarin hij het legendarische verhaal vertelt van de bestverkochte pianoplaat aller tijden, namelijk die van het jazzconcert dat Keith Jarrett eind januari 1975 gaf in het Operahuis van Keulen.

Hij wou daar aanvankelijk helemaal niet spelen. Een aantal uur voor het optreden zou beginnen, had hij de piano te zien gekregen die het operahuis hem ter beschikking had gesteld, en die piano trok werkelijk op niks. De hoogste registers klonken hard en metalig omdat het fluweel op de hamers versleten was. De zwarte toetsen waren kleverig, de witte toetsen ontstemd, de pedalen werkten niet, en de piano zelf was eenvoudigweg te klein. Hij kon niet voldoende volume genereren om die grote operazaal te vullen.
“Zorg maar voor een andere piano,” zei Jarrett, “want op deze speel ik niet.” En hij ging in zijn auto zitten wachten.

Vera Brandes, de concertpromotor en verantwoordelijke voor het concert, die op dat moment nog maar een tiener was en daarmee de jongste concertpromotor in heel Duitsland, begon in allerijl rond te bellen. Maar het bleek onmogelijk om op zo´n korte termijn een vervangpiano te vinden. Ze kreeg een pianostemmer te pakken, maar geen andere piano. Ze liep naar buiten, naar Keith´s auto, en terwijl ze daar in de regen stond te smeken het concert toch niet af te zeggen, kreeg hij medelijden met haar. En hij zei haar wat we naar het Vlaams zouden vertalen als: “Allez, ´t is goe. Maar alleen omdat gij het zijt.”

En toen deed hij wat alleen ware artiesten kunnen: hij paste zich aan de omstandigheden aan en creëerde, net dankzij die beperkingen, iets wonderlijks. Hij vermeed de hoge registers, waardoor de muziek een kalmerende, allesomvattende uitwerking kreeg. Om de piano hoorbaar te maken tot de achterste rijen, speelde hij rommelende, repetitieve basmelodieën, die hij al rechtstaande op het instrument dreunde.

De 1400 toeschouwers vonden het fantastisch. Zo werd de opname van dat concert de bestverkochte pianoplaat en het bestverkochte solo jazz-album in de geschiedenis.

Of hoe bepaalde beperkingen zodanig de creativiteit kunnen stimuleren, dat je tot iets komt wat je anders nooit gemaakt had.

Maar wat heeft dat nu met kokosnoten te maken?

Wel. Ik ben momenteel het filmscenario van “Monty Python and The Holy Grail” aan het lezen. Je weet wel, die hilarische film uit de jaren 70, waarin de Ridders van de Ronde Tafel niet op paarden rijden, maar hun pages hoefslagen imiteren door met kokosnoothelften tegen elkaar te klepperen.

Plots hoorde ik deze dialoog in mijn hoofd:

A:”Laten we een film over ridders maken!”

B:”Jamaar, ridders rijden op paarden. Dat is keiduur en keimoeilijk, paarden gebruiken in een film.”

A: (denkt even na en krijgt dan dit lumineuze idee): “Als we nu eens kokosnoten gebruiken!”

Et voila: de film is niet enkel vele malen goedkoper en eenvoudiger, maar tevens een mijlpaal in de geschiedenis der komedie.

Dus als je geen paard ter beschikking hebt: niet zeuren. Op zoek naar een paar kokosnoten en hupsakee. Geschiedenis schrijven.

 

 

Het Border Collie Brein

Sinds kort ben ik weer buitenshuis beginnen werken: ik geef vijf uur aan een stuk les, haal na het werk mijn dochter van school, neem haar mee naar het park, en zodra ze in bed ligt, doe ik het huishouden en ga ik mijn lessen voorbereiden.
Tijd om te schrijven blijft er daardoor niet echt meer over. Maar ik heb een geweldige ontdekking gedaan: ik ben veel minder moe. Ik liep de muren op tijdens mijn stay-at-home moederschap. Ik werd er gek van en doodmoe. Koken en kuisen: daar heb ik echt geen talent voor. En als je de hele dag alleen maar dingen doet waar je geen talent voor hebt… daar wordt een mens niet bepaald gelukkig van.

 
Nu sta ik weer voor de klas en moet ik 15 mensen 5 uur lang geïnteresseerd houden in een taal waar ze amper iets van kennen. Ik moet continu switchen tussen mijn tweede (Engels) en derde taal (Spaans). Ik moet humor gebruiken, psychologische trucjes, en veel empathie. Het is alle zeilen bij, en toegegeven: na die vijf uur ben ik ook wel moe. Maar het is een heel ander soort vermoeidheid. Want behalve mijn lijf heb ik ook mijn hersenen kunnen gebruiken.

 
Toen ik in het vijfde middelbaar zat, kochten mijn ouders een Border Collie pup. Iemand waarschuwde ons dat Border Collies werkhonden zijn. Je kan ze niet als een schoothondje de hele dag binnenhouden: ze zijn slim en hebben uitdagingen nodig. Je kon onze hond niet gelukkiger maken dan door spelletjes te spelen waarbij hij strategieën moest gebruiken. Het was een prachtig dier en een zeer trouwe bondgenoot. Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje verhuisde. Ik mis hem nog steeds.

 
En natuurlijk moest ik aan hem denken toen ik deze paragraaf las:

 
“Met een creatieve geest geboren zijn, is zoiets als een Border Collie hebben als huisdier: je moet het werk te doen geven, anders krijg je er gegarandeerd een hoop last mee. Geef je brein een klusje om handen, anders verzint het zelf wel een klusje –eentje waar jij misschien niet zo gelukkig mee bent (aan de zetel knabbelen, gaten graven, de postbode bijten, enzovoort.) Ik heb er jaren over gedaan om dit te leren, maar het blijkt dus zo te zijn dat wanneer ik niet actief iets aan het maken ben, ik actief iets aan het kapot maken ben (mijzelf, een relatie, mijn eigen zielerust).” Elizabeth Gilbert, Big Magic, p 171

 
Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeker nu ik een Border Collie dochter heb 🙂