Uw rafelkath in VERZIN magazine

Ik vroeg me al een tijdje af of creatieve geesten meer aanleg hebben voor psychische problemen. En blijkbaar was ik niet de enige, het heeft zelfs een naam: de Genius Madness Theory.

Nog wat extra zoekwerk verricht, alles neergeschreven in artikelvorm, en dat opgestuurd naar Verzin, het magazine voor wie graag in zijn/haar pen kruipt.

Daarin wordt het deze maand gepubliceerd, onder de titel “Schrijven is gekkenwerk”.

Wie geïnteresseerd is, kan het artikel hier online lezen.

 

PS, voor wie het gelezen heeft: de dees heeft effectief dit boven haar bureau hangen (waar of niet, het helpt wel in moeilijke tijden):

no misery no poetry

(en het hangt er zo schattig)

 

Advertenties

De Gore Appelsien Analogie

Het Nederlands is geen fan van procrastinatie.
Van uitstel komt afstel.
Stel niet uit tot morgen wat ge heden nog kunt doen.
Die zegswijzen passen perfect bij het ideaalbeeld van de hardwerkende noorderling.
We vatten de koe bij de horens, en vooruit met de geit.

Ik ga hier niet pleiten voor de Spaanse mañana-cultuur, maar laatst kwam ik een artikel tegen dat bovenstaande filosofie in een ietwat ander daglicht zet.

In “Why I Taught Myself To Procrastinate” schrijft Adam Grant hoe het uitstellen van creatieve taken ervoor kan zorgen dat je ze uiteindelijk beter doet. In plaats van een creatief project meteen aan te vatten en het zo snel mogelijk af te werken, kan je het beter een tijdje onder je hersenpan laten pruttelen, raadt hij aan. Zo krijgen onze hersenen meer tijd om lateraal te denken en dus met creatievere ideeën aan te komen zetten. Ook blijf je onbewust gefocust op informatie die met je project te maken heeft, en zo kom je vaak plots bij een passend citaat terecht, of een interessante verwijzing.

Zelf heb ik al vaak gemerkt hoe drastisch creatieve ideeën kunnen veranderen vooraleer ze hun ware vorm vinden. En daar hebben ze tijd voor nodig.

Vanmorgen heb ik sap geperst van de appelsienen uit abuelo´s boomgaard. Die appelsienen zien er niet bepaalde appetijtelijk uit, met hun overrijpe, verrrimpelde schil, met daarop het blauwe stof van beginnende schimmel. Leg die in een Belgische supermarkt, en iedereen loopt er met een boog omheen. Maar het zijn deze appelsienen die het beste, zoetste sap geven. Net omdat ze zoveel tijd hebben gehad om te rijpen.

 

 

 

De truc met de kokosnoten

Ik kwam gisteren deze ted-talk tegen van Tim Harford, waarin hij het legendarische verhaal vertelt van de bestverkochte pianoplaat aller tijden, namelijk die van het jazzconcert dat Keith Jarrett eind januari 1975 gaf in het Operahuis van Keulen.

Hij wou daar aanvankelijk helemaal niet spelen. Een aantal uur voor het optreden zou beginnen, had hij de piano te zien gekregen die het operahuis hem ter beschikking had gesteld, en die piano trok werkelijk op niks. De hoogste registers klonken hard en metalig omdat het fluweel op de hamers versleten was. De zwarte toetsen waren kleverig, de witte toetsen ontstemd, de pedalen werkten niet, en de piano zelf was eenvoudigweg te klein. Hij kon niet voldoende volume genereren om die grote operazaal te vullen.
“Zorg maar voor een andere piano,” zei Jarrett, “want op deze speel ik niet.” En hij ging in zijn auto zitten wachten.

Vera Brandes, de concertpromotor en verantwoordelijke voor het concert, die op dat moment nog maar een tiener was en daarmee de jongste concertpromotor in heel Duitsland, begon in allerijl rond te bellen. Maar het bleek onmogelijk om op zo´n korte termijn een vervangpiano te vinden. Ze kreeg een pianostemmer te pakken, maar geen andere piano. Ze liep naar buiten, naar Keith´s auto, en terwijl ze daar in de regen stond te smeken het concert toch niet af te zeggen, kreeg hij medelijden met haar. En hij zei haar wat we naar het Vlaams zouden vertalen als: “Allez, ´t is goe. Maar alleen omdat gij het zijt.”

En toen deed hij wat alleen ware artiesten kunnen: hij paste zich aan de omstandigheden aan en creëerde, net dankzij die beperkingen, iets wonderlijks. Hij vermeed de hoge registers, waardoor de muziek een kalmerende, allesomvattende uitwerking kreeg. Om de piano hoorbaar te maken tot de achterste rijen, speelde hij rommelende, repetitieve basmelodieën, die hij al rechtstaande op het instrument dreunde.

De 1400 toeschouwers vonden het fantastisch. Zo werd de opname van dat concert de bestverkochte pianoplaat en het bestverkochte solo jazz-album in de geschiedenis.

Of hoe bepaalde beperkingen zodanig de creativiteit kunnen stimuleren, dat je tot iets komt wat je anders nooit gemaakt had.

Maar wat heeft dat nu met kokosnoten te maken?

Wel. Ik ben momenteel het filmscenario van “Monty Python and The Holy Grail” aan het lezen. Je weet wel, die hilarische film uit de jaren 70, waarin de Ridders van de Ronde Tafel niet op paarden rijden, maar hun pages hoefslagen imiteren door met kokosnoothelften tegen elkaar te klepperen.

Plots hoorde ik deze dialoog in mijn hoofd:

A:”Laten we een film over ridders maken!”

B:”Jamaar, ridders rijden op paarden. Dat is keiduur en keimoeilijk, paarden gebruiken in een film.”

A: (denkt even na en krijgt dan dit lumineuze idee): “Als we nu eens kokosnoten gebruiken!”

Et voila: de film is niet enkel vele malen goedkoper en eenvoudiger, maar tevens een mijlpaal in de geschiedenis der komedie.

Dus als je geen paard ter beschikking hebt: niet zeuren. Op zoek naar een paar kokosnoten en hupsakee. Geschiedenis schrijven.

 

 

Het Border Collie Brein

Sinds kort ben ik weer buitenshuis beginnen werken: ik geef vijf uur aan een stuk les, haal na het werk mijn dochter van school, neem haar mee naar het park, en zodra ze in bed ligt, doe ik het huishouden en ga ik mijn lessen voorbereiden.
Tijd om te schrijven blijft er daardoor niet echt meer over. Maar ik heb een geweldige ontdekking gedaan: ik ben veel minder moe. Ik liep de muren op tijdens mijn stay-at-home moederschap. Ik werd er gek van en doodmoe. Koken en kuisen: daar heb ik echt geen talent voor. En als je de hele dag alleen maar dingen doet waar je geen talent voor hebt… daar wordt een mens niet bepaald gelukkig van.

 
Nu sta ik weer voor de klas en moet ik 15 mensen 5 uur lang geïnteresseerd houden in een taal waar ze amper iets van kennen. Ik moet continu switchen tussen mijn tweede (Engels) en derde taal (Spaans). Ik moet humor gebruiken, psychologische trucjes, en veel empathie. Het is alle zeilen bij, en toegegeven: na die vijf uur ben ik ook wel moe. Maar het is een heel ander soort vermoeidheid. Want behalve mijn lijf heb ik ook mijn hersenen kunnen gebruiken.

 
Toen ik in het vijfde middelbaar zat, kochten mijn ouders een Border Collie pup. Iemand waarschuwde ons dat Border Collies werkhonden zijn. Je kan ze niet als een schoothondje de hele dag binnenhouden: ze zijn slim en hebben uitdagingen nodig. Je kon onze hond niet gelukkiger maken dan door spelletjes te spelen waarbij hij strategieën moest gebruiken. Het was een prachtig dier en een zeer trouwe bondgenoot. Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje verhuisde. Ik mis hem nog steeds.

 
En natuurlijk moest ik aan hem denken toen ik deze paragraaf las:

 
“Met een creatieve geest geboren zijn, is zoiets als een Border Collie hebben als huisdier: je moet het werk te doen geven, anders krijg je er gegarandeerd een hoop last mee. Geef je brein een klusje om handen, anders verzint het zelf wel een klusje –eentje waar jij misschien niet zo gelukkig mee bent (aan de zetel knabbelen, gaten graven, de postbode bijten, enzovoort.) Ik heb er jaren over gedaan om dit te leren, maar het blijkt dus zo te zijn dat wanneer ik niet actief iets aan het maken ben, ik actief iets aan het kapot maken ben (mijzelf, een relatie, mijn eigen zielerust).” Elizabeth Gilbert, Big Magic, p 171

 
Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeker nu ik een Border Collie dochter heb 🙂