Storm

Meer dan tien jaar geleden had ik een vriendin die in Geraardsbergen woonde. Daarom reed ik af en toe met de wagen van Gent naar Geraardsbergen.

Op een van die uitstapjes kwam ik in een storm terecht. Het was een winteravond, pikdonker, en opeens veranderde de regen in stortregen, en de stortregen in hagelstenen zo groot als pingpongballen. Ergens in de buurt van Melle parkeerde ik de auto onder een brug tot de hagel weer stortregen werd, en vervolgde toen mijn weg. Het leek alsof ik door een filmset reed, en ze boven de wagen bakken water stonden uit te kappen. Alles wat ik zag, was twee meter asfalt in het licht van de koplampen, en regen, regen, regen in de duisternis. Maar ik moest erdoor geraken, er was geen andere manier. Daarom concentreerde ik me op die ene witte lijn die ik aan de linkerkant van de wagen zag, en reed stapvoets van witte lijn naar witte lijn.

Soms denk ik weer aan die rit naar Geraardsbergen wanneer er storm komt opzetten in mijn hoofd. Vroeger gebeurde dat vaker, nu nog af en toe. Dan wordt het opeens pikdonker, en ik weet niet waarom. Dan zit ik ´s avonds te janken aan de keukentafel, en ik weet niet waarom. Maar het stroomt en het blijft stromen.  Wanneer´s morgens de slaapkamer in het ochtendlicht baadt, blijft het onder mijn schedel donker. Het zijn dagen waarop ik al mijn moed bij elkaar moet rapen om onder de beschutting van mijn huis uit te komen.

Op zulke dagen zeg ik tegen mezelf: Het is een storm. Vertraag en concentreer je op die ene witte lijn die je wel kan zien. Ga nu heel langzaam van de ene witte lijn naar de volgende. Tot de storm weer gaat liggen. 

Dus doe ik de was. Ik maak het eten klaar, al trekt het op niet veel. Ik haal mijn dochter af van school. Ik doe boodschappen, al vergeet ik een paar dingen. Ik sukkel van de ene witte lijn naar de andere. Stapvoets. Tot het opeens in mijn hoofd weer beter gaat. Ik voelde hoe sommige hormonen plaats maken voor andere, hoe ze elkaar aflossen, alsof ze er een shift op hebben zitten. Tegenwoordig gebeurt dat zeer snel: na één of twee dagen. 

Ik weet dat je moet oppassen met wat je op het internet zet, zeker wanneer het niet anoniem gebeurt en wanneer het gaat om zaken waarin je je kwetsbaar opstelt. Maar ik voel mij niet kwetsbaar omdat ik al twintig jaar depressies meedraag. Misschien maakt het me net sterker, omdat ik de route ken.

Ik wou dit posten omdat depressie iets is wat we nog steeds niet helemaal begrijpen, terwijl het net iets heel ingrijpends is. Dus wil ik via deze blog af en toe een klein puzzelstukje bijdragen, in de hoop dat we op een dag de hele tekening kunnen zien.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Over pillen, therapie en de supermarkt

Ik ga nu al vier jaar naar dezelfde supermarkt, en telkens ik afreken, moet ik doorheen dezelfde conversatie:

Kassier(ster): “Hebt u een klantenkaart?”

Ik: “nee.”

Kassier(ster): “Wilt u een klantenkaart?”

Ik: “Nee, dank u.”

Af en toe komt er variatie op het thema door een kassierster die een beetje blijft aandringen, of door mezelf, wanneer ik de nood voel nog maar eens uit te leggen dat de hippiekronkels die achter het weigeren van een klantenkaart schuilgaan eigenlijk niet zo vreemd zijn (dat ik het geen gezellig idee vindt dat er aan de hand van mijn aankopen kan uitgerekend worden wanneer ik mijn maandstonden heb, om maar iets te noemen -al is dat niet het voorbeeld dat ik dan geef).

Wanneer ik naar de psychiater moet (waar ik sinds de crash van vorig jaar om de zoveel maanden verwacht wordt voor een sessie van 10 minuten (*)) voltrekt zich ongeveer hetzelfde ritueel:

Psychiater: “Wil je nog steeds geen medicatie?”

Ik: “Nee.”

Psychiater: “Het is natuurlijk je eigen keuze, maar er zijn medicijnen die je echt goed kunnen helpen.”

Ik: “Dat weet ik wel, maar toch, nee. Sorry.”

Psychiater: “Je hoeft je niet te verontschuldigen, voor mij moet je het niet doen. Maar ben je er zeker van? Deze medicijnen worden heel grondig getest. Ik vind het gewoon jammer voor jou dat je waarschijnlijk beter af zou zijn moest je ze nemen, en dat je het toch niet wil proberen. Zou je het toch niet overwegen?”

Ik: “Nee. Echt niet. Nee.”

Er zijn drie redenen waarom ik weiger psychofarmaca te nemen, al besef ik dat ze mijn leven op bepaalde vlakken wel gemakkelijker zouden kunnen maken. Dit zijn die redenen:

  1. Ik vertrouw ze niet.
  2. Ik heb er slechte ervaringen mee (dat was meer dan tien jaar geleden, maar toch).
  3. Het is nooit duidelijk geweest of ze drempelverlagend werkten voor migraine-aanvallen, maar aangezien het om chemische producten gaat, is de kans erg groot. En alles wat maar de geringste kans geeft op aura-migraine, mijd ik als de pest (**).

Moest ik alleen die eerste twee redenen op mijn lijstje hebben staan, dan slikte ik waarschijnlijk al lang mijn dagelijkse dosis. Want zo heroïsch-principieel ben ik nu ook weer niet, daar maak ik mij geen illusies over. Maar die migraines zijn zo´n efficiënt afschrikmiddel dat ik me met weinig anders zal drogeren dan met paracetamol en ibuprofen. Al is het niet makkelijk koppig te blijven weigeren, en paradoxaal genoeg kom ik daardoor altijd tamelijk depressief buiten bij de psychiater.

Nu is dit geen blogpost over wat er beter is, medicatie of therapie. Dit is een post over hoe makkelijk het is aan medicatie te geraken, terwijl het bere-moeilijk is om therapie te krijgen. Want dat is dus wat ik wil proberen: therapie. Lees even mee hoe die queeste tot hiertoe verlopen is:

Tijdens mijn eerste sessie met toffe psychiater 1 vroeg ik om therapeutische hulp, en hij had me op de lijst gezet voor een afspraak met de psycholoog.

Ze zouden bellen.

Ze belden niet.

Na 3 maanden vroeg ik aan de balie waarom ik niet opgebeld was, en toen zeiden ze me dat psychiater 1 (die toen reeds vervangen was door psychiater 2) stelselmatig alle patiënten naar de psycholoog verwezen had, en dat ze sinds zijn vervanging alleen de “zware gevallen” een afspraak bij de psycholoog gegeven hadden. Ik was dus gewoon van de lijst gehaald.

Psychiater 2 zorgde ervoor dat ik weer op de lijst terecht kwam.

Drie maanden later werd ik gebeld en kreeg een afspraak voor over twee maanden. Een maandag om 9 uur ´s morgens. Toen ik die maandag aankwam, zeiden ze dat ik een afspraak had om 13u, en dat er iemand anders een afspraak had om 9u. Ik zei: “Nee, ze hebben mij heel duidelijk gezegd dat het om 9u was.” Om 13u kon ik niet, want dan moest ik werken. Dus pech, weer geen afspraak.

Ze zouden me bellen. Ik miste het telefoontje. Ben dan maar weer langs de balie gegaan.

Balie-mevrouw: “Ik heb je keivaak gebeld. Je hebt een afspraak op 12 april.”

Ik: “Op 12 april ben ik in België. Dat ligt al vast sinds november.”

Balie-mevrouw: “Tja, dan zal ik je een andere afspraak moeten geven. Ik zal je bellen.”

Ik: “Kunt u dat niet gewoon nu doen?”

Balie-mevrouw: “Nee. Ik zal je bellen.”

Op zo´n momenten is het toch moeilijk om daar geen samenzwering van de farmaceutische industrie achter te zoeken. Maar dan kan je nog paranoïde genoemd worden op de koop toe, en daar zijn dan weer andere pillen voor.

 

 

(*) Dit is niet de psychiater die ik tijdens de eerste sessie had en die me zoveel hoop en moed gaf. Die was de tweede keer dat ik ging al vervangen door iemand anders.

 

(**) Voor wie dit kleinzerig zou vinden: ik kan best wel tegen een stootje, hoor. Maar met de hand op het hart: ik zou liever weer een bevalling zonder epidurale ondergaan dan een aanval van aura-migraine.

 

 

 

Een opbeurende post over depressie

Na twee posts over migraine, vond ik het tijd voor nog eens een positieve post. Dat die dan over depressie gaat, lijkt een contradictio in terminis, maar voor beschrijvingen van platgetreden paden komen jullie hier niet lezen, toch? Dus doen we een opbeurende tekst over depressie, waar ik eigenlijk bij terecht kwam dankzij die posts over migraine, maar dat leg ik zodadelijk uit. (En volgende week doen we een enthousiast stukje over kinderarbeid ofzo.)

Op mijn achttiende ben ik steil naar beneden gekeild, daar maak ik al lang geen geheim meer van. (Ik snap trouwens niet waarom er over depressie een taboe zou moeten hangen. Iedereen die hersenen heeft, kan depressief worden. Ik vind het dus ook niet speciaal “moedig” om hierover te schrijven, alleszins niet moediger dan schrijven over teenschimmel of aambeien.)

Er zijn verschillende redenen waarom het toen zo slecht met me ging, maar daar wil ik niet over uitwijden. Wel wil ik twee zaken duidelijk maken: dat ik schrijf over 18 jaar ervaring met depressie, en dat ik uiteindelijk geleerd heb ermee om te gaan zonder medicatie. En dat is opbeurend nieuws –toch?

Voor alle duidelijkheid: depressie is geen lolletje. Je gedachten en gevoelens donderen een bodemloze put in, waar het leven van alle zin wordt ontdaan en je volledig doordrongen raakt van de overtuiging dat jouw bestaan compleet nutteloos is, en maar het best meteen aan zijn einde kan komen. Er is geen hoop. Er is geen licht. Je valt en blijft vallen. Dit om de leken onder u een kleine inkijk te geven in de duistere wereld van de depressieveling.

Ik ben nooit meer zo depressief geworden als tijdens die eerste jaren, tussen mijn achttiende en pakweg vijfentwintigste. Daarna bleven de aanvallen bij wijlen terugkomen, en langzaamaan begon ik in te zien dat dat is wat het waren: aanvallen. Ik was geen depressief persoon, ik was geen zwakkeling of psychologisch gestoord individu. Ik was niet gek. Ik had gewoon last van aanvallen van depressie. Net zoals ik aanvallen kreeg van migraine. Dat inzicht kwam er doordat ik overeenkomsten begon te ontdekken tussen depressie en migraine. De belangrijkste was dit: het ging in beide gevallen om een interne verstoring die aan mijn bewuste controle ontsnapte, en die ik als het ware moest “uitzitten”. Nadien kwam dan het evenwicht terug, en was ik weer okee.

De reden waarom dat inzicht zo lang op zich liet wachten, is naar mijn vermoeden te wijten aan het feit dat een aanval van depressie je gedachten en gevoelens verstoort. En wij zijn erg gehecht aan onze gedachten en gevoelens. Wij vereenzelvigen ons ermee. We hebben de neiging onze gedachten en gevoelens voor waar aan te nemen eenvoudigweg omdat we ze denken en voelen. Diep vanbinnen geloven wij dat wij onze gedachten en gevoelens zijn.

En dat, heb ik ondertussen geleerd, is niet helemaal waar. Wanneer ik nu een aanval van depressie krijg, kan ik afstand nemen. Ik bekijk mijn gedachten als een objectieve waarnemer, en hoe sterk ik ook van die negatieve overtuigingen doordrongen ben, hoe correct ze ook aanvoelen: ik weet dat ze niet juist zijn, maar verdraaid door de depressie. De laatste jaren is het zelfs alsof ik de hormoonspiegels voel kantelen. De foute kant op. En daarna weer de juiste kant op. En dan klaart het plots op vanbinnen en is de aanval voorbij.

En net als migraine hebben depressies een waarschuwingsfunctie: dat je beter voor jezelf moet zorgen, beter je grenzen bewaken, jezelf niet mag overladen. En net als bij migraine geldt dat je je niet mag laten meeslepen, dat er geen reden is tot paniek. It sucks, big time, maar daarna gaat het weer over. Proberen rustig te blijven en wachten tot de storm weer gaat liggen. Want de storm gaat weer liggen. En dat is toch wel opbeurend, niet?