Haben wir es nicht gewusst?

De Tweede Wereldoorlog was net voorbij, en nee, de Duitsers wisten niets af van die concentratiekampen.

Welke kampen?

Wir haben es nicht gewusst.

Daar hebben wij altijd lekker smalend over kunnen doen. Een humanitaire ramp in je achtertuin en nergens van weten? Onzin toch. Maar kijk, het gebeurt nu opnieuw, en kennelijk is het toch erg makkelijk om de andere kant op te kijken. Foto´s van verdronken kleuters bij het oud papier te klasseren. Redenen te verzinnen waarom het niet goed zou zijn voor onze samenleving om die mensen hier te ontvangen, hoewel Europese vluchtelingen door de eeuwen heen zowat over de hele wereld terecht konden, als ze al niet ongevraagd van boord gingen om Kolonisten van Catan real-life extended version te spelen.

Wanneer we even de moed opbrengen om niet weg te kijken, zien we dit: met ons belastinggeld worden vluchtelingen weer de zee in geduwd: “In one of the biggest mass expulsions in decades, European countries, supported by EU’s border agency Frontex, has systematically pushed back refugees, including children fleeing from wars, in their thousands, using illegal tactics ranging from assault to brutality during detention or transportation.” Dat kon je gisteren in The Guardian lezen.

’In this context, deaths at sea since the beginning of the pandemic are directly or indirectly linked to the EU approach aimed at closing all doors to Europe and the increasing externalisation of migration control to countries such as Libya.’’

Dat is dus wat er met ons belastinggeld gebeurt. Kinderen die de oorlog ontvluchten, worden met behulp van ons geld naar de verdrinkingsdood geleid. Op de wikipediapagina van Frontex kan je een idee krijgen van hoeveel geld er aan de mannen van Frontex besteed wordt. Dat is de financiële kostprijs van deze waanzin. Dat geld zou ook gebruikt kunnen worden om veilige, goed uitgeruste kampen op te zetten, ik zeg maar iets.

De humane kostprijs is die van stervende kinderen, mannen en vrouwen in de Middellandse Zee. Dat zijn geen mensen die naar hier willen komen omdat ze met een klassebak willen rijden, he. Dat zijn mensen die veilig willen zijn, willen werken, en hun kinderen naar school willen brengen. En die laten we creperen op de Griekse eilanden, of we duwen hen kopje onder in de Middellandse Zee. Diezelfde zee waar iedereen zo graag naar op vakantie wil.

Waarschijnlijk gaat deze post mij lezers kosten, want ontspannend is het niet. Maar ik kan het echt niet meer aanzien. Ik woon op 4 kilometer van de zee, en elke keer als ik ze zie, denk ik aan al die mensen die daar elk jaar in verdrinken, omdat ze teruggeduwd worden door een stel bruten die betaald worden -ik zeg het nog een keer – met ons belastinggeld.

Wat kunnen wij daaraan doen? Hier zijn een paar ideeën:

  • verspreid deze woorden.
  • volg en/of steun projecten en mensen die met vluchtelingen werken. Sommige vluchtelingen hebben zelf een instagramprofiel. Deel informatie erover op sociale media (bijvoorbeeld: Second Tree, The Hope Project, Fenix).
  • bestel het “Now you see me Moria” actieboek in voorverkoop (er is een gebonden en een ongebonden versie voor tentoonstellingen) en zet een tentoonstelling op in je eigen dorp of gebruik het om een raamcampagne op touw te zetten. Je kan het boek vinden op http://www.voordekunst.nl.
  • lees over migratie en denk erover na.
  • praat erover met anderen.
  • vergeet deze mensen niet.

Ik weet dat dit geen aangename dingen zijn om te lezen wanneer je eigenlijk wil ontspannen, dus wil ik jullie heel erg bedanken om het toch gelezen te hebben.

L’histoire se répète

Uit een boek dat ik onlangs op een Belgische zolder tegenkwam.

Zoek de gelijkenissen met het begin van de eenentwintigste eeuw.

“Tussen 1871 en 1911 verlieten ongeveer 28 miljoen mensen Europa. Ze trokken naar Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Argentinië, Canada en Amerika.

Vele Europese bedrijven vestigden een kleine handelspost in buitenlandse havens.  Nederlandse en Duitse boeren verkochten hun boerderij en kochten land van de Amerikaanse spoorwegmaatschappijen. Veel emigranten raakten enthousiast door een boek van de Amerikaanse journalist James Brisbin uit 1881, waarin hij beschreef hoe je snel rijk kon worden als veeboer in Amerika.

Engelse boeren gingen naar Australië of Nieuw-Zeeland, op zoek naar sappige weiden; mijnwerkers uit Wales trokken naar Pennsylvania, waar ze meer geld konden verdienen. Italiaanse boeren gingen als ongeschoold arbeider werken bij de Amerikaanse spoorwegen. Ook werden vaak Poolse mannen aangenomen voor werk aan de spoorweg. Ze reisden meestal in groepjes van tien en hadden een oud vrouwtje bij zich dat voor ze waste en kookte.

Andere emigranten waren mislukkelingen die opnieuw wilden beginnen: zakenlieden die al hun geld hadden verloren, verarmde adel en misdadigers die voor de politie op de vlucht waren. Sommige arbeiders die op de zwarte lijst waren gekomen vanwege vakbondsactiviteiten, kregen van hun vakbond een kaartje voor de overtocht. Ierse boeren vluchtten weg van de armoede en honger, Slowaken ontvluchtten de politieke onderdrukking in Hongarije. Uit Rusland kwamen joden “bij wie de onderdrukking van het gezicht te lezen viel”.

De emigranten kwamen in een vreemde, vijandige omgeving terecht. Toen Engelse boeren in Wisconsin kerstliederen zongen op kerstavond, raakten andere emigranten in paniek -ze dachten Indiaanse strijdkreten te horen. De nieuwkomers, die helemaal onderaan moesten beginnen en werden uitgescholden voor “spaghettivreter” of “pinda”, zochten steun bij elkaar. Hun nationalistische trots werd vaak nog sterker dan toen ze nog in hun vaderland woonden. Amerikaanse Ieren spaarden hun geld op en stuurden het naar Ierland om de strijd tegen de Engelsen te steunen.

De meeste emigranten waren enthousiast, intelligent (ook al hadden ze vaak niet veel opleiding) en pasten zich gemakkelijk aan. Het waren harde werkers en hun kinderen profiteerden daarvan. Vaak lieten ze familieleden op hun kosten overkomen of stuurden ze geld naar huis om een bejaard familielid te helpen. De brief die ze meestuurden ging dan het hele dorp rond en zo kregen anderen ook zin om naar de Nieuwe Wereld te gaan. ”

(Uit “Zo was het tijdens de Industriële Revolutie”, uitgeverij De Hoeve, 1993)

En dan stond er ook nog een foto onder van migranten op het dek van een stoomboot, met volgend onderschrift:

“De migranten wacht eerst nog een gevaarlijke overtocht op het tussendek (de goedkoopste slaapplaats) van een oud schip. Het verhaal gaat dat de kapitein soms passagiers overboord gooit als ze niet opnieuw het geld voor de overtocht betalen. Hele gezinnen gaan soms dood door honger of ziekte.”