Maart: How To be An Antiracist (Ibram X Kendi)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een Afrikaans jaar“.)

Vroeger was er op tv dit spotje voor Heinz ketchup, waarbij een koppel aangeeft dat ze maar één soort ketchup kennen, namelijk de tomatenketchup van Heinz. Als kind begreep ik die spot niet, want ik dacht oprecht dat er maar één soort was. Ik herinner me nog steeds het moment waarop ik in de supermarkt opeens ketchup van andere merken ontdekte.

Dat gevoel van een blikveld dat opengetrokken wordt, kreeg ik tijdens het lezen van dit boek. Wij denken misschien dat we weten wat racisme is, maar er is zo ontzettend veel kennis en nuance die wij over dit onderwerp missen. Alleen al de titels van de hoofdstukken laten zien dat er meer is dan WHITE en BLACK:

DEFINITIONS – DUELING CONSCIOUSNESS – POWER – BIOLOGY – ETHNICITY – BODY – CULTURE – BEHAVIOUR – COLOR – WHITE – BLACK – CLASS – SPACE – GENDER – SEXUALITY – FAILURE – SUCCESS – SURVIVAL

Elk hoofdstuk behandelt een aspect van racisme en wordt gelinkt aan een fase in het levensverhaal van de schrijver, waarbij op chronologische wijze zijn eigen bewustwordingsproces wordt verhaald. Op die manier koppelt Kendu de theorie aan de praktijk, wat voor een goede afwisseling zorgt tussen abstracte diepgang en concrete inleving.

Er staan zoveel nuttige inzichten in dat ik maar bleef onderlijnen. Maar het basisinzicht is dit:

“My research kept pointing me to the same answer: The source of racist ideas was not ignorance and hate, but self-interest.”

Kendu beschrijft doorheen het boek hoe beleidsmakers vanuit eigenbelang (en dat begon dus met de slavenhandel) een racistisch bestuur opzetten, en dan racistische ideeën verspreidden om dat beleid goed te praten. Die racistische ideeën werden uit onwetendheid opgepikt, en zo ontstond haat, waardoor racistische regelgevingen die ongelijkheid in de hand werkten niet op de korrel werden genomen.

Nog een aantal inzichten die dit boek me bracht:

*er is geen biologische basis voor een onderverdeling van mensen in rassen, dus rassen bestaan niet. Maar racisme bestaat wel. Racisme betekent dat er mensen zijn die geloven dat er verschillende rassen bestaan, en dat sommigen inferieur zijn aan anderen. Daarom helpt het niet te zeggen dat je “kleurenblind” bent, want daarmee pak je racisme niet aan. Want ook al zijn rassen niet echt, de gevolgen van racisme zijn wel echt.

*als je racisme wil aanpakken, helpt het ook niet dat je zegt dat je niet racistisch bent. Een opmerking, idee of beleidsvoorstel is ofwel racistisch (zorgt voor ongelijkheid tussen de zogenaamde rassen) of antiracistisch (zorgt voor gelijkheid tussen de zogenaamde rassen). Je moet dus een keuze maken: voor of tegen.

*Ieder van ons zegt wel eens racistische dingen, maar dat maakt ons nog geen racist. We moeten leren wat racisme precies inhoudt en altijd blijven nadenken over wat de antiracistische optie is. Maar als we vervallen in neutraliteit of passiviteit werken we racisme in de hand.

*Alles begint bij beleid. Als we racisme de wereld uit willen helpen, volstaat het niet te blijven roepen dat Wit en Zwart gelijk zijn. Zolang het beleid niet nauwkeurig onder de loep genomen wordt, zal racisme blijven bestaan.

*Je kan geen antiracist zijn zonder feminist te zijn, en vice versa. Je kan geen antiracist zijn zonder te ijveren voor gelijke rechten voor de LGBTQ-gemeenschap, en vice versa. Je kan geen antiracist zijn zonder bezorgd te zijn over de opwarming van het klimaat, en vice versa. Alles is met elkaar verbonden.

Kortom, dit is een boek dat je toekomstige discussies over onderwerpen van maatschappelijk belang diepgang en nuance kan geven. Ik kan geen redenen bedenken om het niet te lezen.

Augustus: Dear Ijeawele (Chimamanda Ngozi Adichie)

(Over het waarom van deze reeks, lees: een Afrikaans jaar.)

Eigenlijk was ik begonnen in The Autograph Man van Zadie Smith, maar na een 70-tal pagina´s gaf ik mezelf de toestemming om het op te geven. Want het begon een karwei te worden: de spitsvondige schrijfstijl had teveel gewicht, het verhaal te weinig vaart. Het vroeg om een soort geduld dat ik alleen maar kan opbrengen voor 19-eeuwse schrijvers. Waarmee ik Zadie Smith niet wil afschrijven; ik wil nog steeds White Teeth lezen. Maar als ik na een 70-tal pagina´s niet helemaal mee ben met een boek, leg ik het weg. Het leven is te kort en er zijn te veel andere, interessante boeken om iets te zitten lezen waar je eigenlijk geen zin in hebt.

Toen had ik wel een plan B nodig voor de maand augustus, en dat was snel gevonden: het allerdunste boekje in de kast. Tien op vijftien centimeter, 61 pagina´s, een groot lettertype. Iets wat je heel makkelijk en snel uitgelezen krijgt. Bovendien dacht ik tijdens het lezen de hele tijd: “juist, zo is het! Goed dat dit eens gezegd wordt!” Lekker efficiënt dus. Daar hou ik van.

Het boekje is eigenlijk de uitgave een lange brief die de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie aan haar vriendin Ijeawele schreef. Die laatste had haar gevraagd: hoe voed ik mijn kind op tot feministe? Daarop schreef Chimamanda vijftien suggesties neer (mooi detail: suggesties, geen regels).

Er staan dingen in die misschien vanzelfsprekend klinken, maar die, als je er dieper op doordenkt, nog steeds niet vanzelfsprekend zijn. Zoals:

Your feminist premise should be: I matter. I matter equally. Not “if only”. Not “as long as”. I matter equally. Full stop.

Ik denk dat veel vrouwen en meisjes daar nog steeds heel erg mee worstelen. Dat we denken dat we pas meetellen als we mooi genoeg zijn/ hard genoeg ons best doen. En dat we zelfs dan nog vooral heel dankbaar moeten zijn voor wat ons toegeworpen wordt, in plaats van het te zien als ons recht.

Praktische tips staan er ook in:

And please reject the language of help. Chudi is not “helping” you by caring for his child. He is doing what he should. When we say fathers are “helping”, we are suggesting that child care is a mother´s territory, into which fathers valiantly venture. It is not.

Of deze, ook lekker concreet:

Teach her that if you criticize X in women but do not criticize X in men, then you do not have a problem with X, you have a problem with women. For X please insert words like anger, ambition, loudness, stubbornness, coldness, ruthlessness.

Ook de manier waarop ze klaar en duidelijk zogenaamd feminisme dat eigenlijk geen feminisme is, onderuit haalt, maakt dit boekje de al zo kleine moeite van het lezen waard:

Teach her, too, to question the idea of women as a special species. I once heard an American politician, in his bid to show his support for women, speak of how women should be “revered” and “championed” -a sentiment that is all too common. Tell Chizalum that women actually don´t need to be championed and revered; they just need to be treated as equal human beings.

Met dat idee van vrouwen als een “bijzonder” geslacht dat een soort “verering” moet oproepen, heb ik het ook altijd moeilijk gehad. Want dat zet vrouwen weer in een aparte categorie, terwijl het net de bedoeling is dat we allemaal samenwerken, en ieders kwaliteiten geapprecieerd worden, zowel die van mannen als vrouwen, als zij die hun gender anders definiëren. Het was voor mij een opluchting te lezen dat ik niet de enige ben die er zo over denkt.

En zo kan ik nog wel even doorgaan -eigenlijk zou ik gemakkelijk een bespreking kunnen schrijven die veel langer is dan 61 bladzijden, want dit riep zoveel bij me op. Het is dus waarschijnlijk veel efficiënter als jullie gewoon het boekje zelf lezen 🙂

De Orde van de Pad: achter de schermen

Een paar mensen vroegen me, na het lezen van dit kortverhaal, of die Antonio echt bestaat, en hoe het zit met dat paddengif/medicijn. Dus zal ik hier even wat meer uitleg geven over hoe ik tot dat kortverhaal gekomen ben.

Het begon met een video van Miscelánea Mexicana, getiteld “El profeta del sapo”, die een (hippie) vriend me vorig jaar doorstuurde. Daarin zie je hoe dokter Octavio Rettig´s nachts in de Mexicaanse woestijn op zoek gaat naar Coloradopadden, en hun klieren uitknijpt. Met de slijmerige opbrengst daarvan brouwt hij een drug/medicijn en met dat goedje brengt hij drugsverslaafden weer op het juiste pad (pun not intended). Niet dat ik er hier reclame voor wil maken, en het is ook maar de vraag in hoeverre dit allemaal risicoloos is, maar soit. Voor wie Spaans wil oefenen, zal ik onderaan de video zetten.

Risicoloos of niet, het was wel impressionant om te zien hoe zij die de drug kregen toegediend een overweldigend gevoel van eenheid en grenzeloze liefde ervaarden. En aangezien ik die video zag rond de tijd dat de extreem-rechtse partij Vox weer meer in het nieuws kwam, was de link al snel gelegd: wat zou er gebeuren als je extreem-rechtse politici die drug toediende? Zouden die nadien nog steeds in staat zijn hun gedachtegoed te verdedigen? Kan je bijvoorbeeld, na het ervaren van totale liefde en verbondenheid, nog steeds blijven beweren dat vluchtelingen die in de Middellanse Zee verdrinken niet gered mogen worden?

En wat als er een groep activisten het op zich zou nemen om bepaalde politici te gaan “bekeren” -op een wel heel onorthodoxe manier? Hoe zouden ze te werk gaan? Wat zouden de gevolgen zijn? Heiligt het doel de middelen?

Dat zijn een aantal van de vragen die ik met dit kortverhaal wou oproepen.

Ter voorbereiding heb ik ook een toespraak van één van de kopstukken van Vox bekeken, en daarop is de eerste paragraaf gebaseerd. Nu ja, ik heb de helft bekeken, want na vijftien minuten kon ik het niet meer aan. Dat gedachtegoed is immers niet gemaakt met het welzijn van geëmigreerde vrouwen in het achterhoofd. Een beetje paddenmedicijn zou die man vast geen kwaad doen, denk ik stiekem.

 

 

 

Ze zijn al bezig nog voor ze begonnen zijn

Ik kreeg van een Spaanse vriend dit artikel uit El diaro doorgemaild: “El partido ultra belga sustituye por hombres a diputadas electas que incluyó en sus listas para cumplir la paridad“. Wat zoveel betekent als: “Extremistische partij vervangt vrouwelijke verkozenen die op de lijst stonden om gelijkheid te verzekeren door mannen.”

En inderdaad, na wat zoekwerk vond ik hetzelfde bericht in De Standaard en De Morgen. In het artikel van De Morgen staat er tenminste nog een foto van één van die vrouwen bij; De Standaard plaats er doodleuk een video boven van Van Grieken op bezoek bij de koning. Wat dus geen bal met het opzij zetten van vrouwen te maken heeft.

En wat zeggen die vrouwen zelf? “Het is met een dubbel gevoel, maar ja, we zetten er ons wel over. Ik ben een vrouw van mijn woord.” Dat zegt Lut Deforche-Degroote in De Morgen. “Het is spijtig, maar misschien een volgende keer, hé? Ik wil gewoon niemand teleurstellen. Immanuel is heel bekwaam en gaat dat goed doen.”

“Ik wil gewoon niemand teleurstellen.”

Aja, want dat leren vrouwen. Braaf in de rij lopen en vooral niemand teleurstellen. Laat maar beter een man voorgaan, want die gaat dat goed doen. En vraag jezelf vooral niet af of je het zelf misschien ook goed had gedaan.

Ik dacht aan Rosa Parks, die de moed had om te blijven zitten waar ze zat.

Omdat ze recht had op die plek.

 

 

PS: Een jaar vol vrouwen -en mannen

Ik schreef in mijn vorige post dat mijn jaarprojectje me een paar keer aangenaam verrast had. Maar de mooiste verrassing was toen ik een onbekende film in de downloadfolder op het bureaublad van onze computer vond.

“Die heb ik voor jou opgezocht,” zei mijn man. “Da´s een film van een vrouwelijke regisseur. Daar ben jij toch mee bezig, niet?”

“Wat lief van jou!” riep ik uit.

Die film was Estiu 1993. We bekeken hem samen thuis op de zetel, en praatten nadien over kinderen, opgroeien, hechtingsstijlen en warme zomers op het Valenciaanse platteland. En toen ik Hva vil folke si in de cinema ging kijken, stelde mijn man voor om mee te gaan. Nadien gingen we iets drinken in de stad en spraken we over migratie en emancipatie, families en cultuurverschillen.

Feminisme is het plezantst als de mannen meedoen.

 

 

Waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een macho-maatschappij

Tijd om een draad op te pikken die ik veel te lang heb laten liggen. Ik schreef eerder al over wat feminisme (in mijn ogen) betekent, en een woordje over de term zelf.

Vandaag wil ik uitleggen waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een cultuur met stereotype rolpatronen die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen (*) onderwaardeert.

De eerste reden ligt voor de hand: als vrouwen lijden, lijden de mannen die hen liefhebben ook. Als vrouwen onderschat, benadeeld, mishandeld, verkracht of vermoord worden, heeft dat negatieve gevolgen voor alle mensen waarmee zij een band hebben. Denk aan de partner van een vrouw die gefrustreerd is omdat ze op haar werk niet hogerop geraakt. De vriend van een meisje dat door haar vorige partner verkracht werd. De zoon die toekijkt hoe zijn vader een pistool in de mond van zijn moeder duwt. (**)

De tweede reden gaat rechtstreeks over mannen. In een macho-maatschappij is het not-done om als man “zachte” eigenschappen te vertonen. Mannen moeten sterk en succesvol zijn. Dit legt zeer veel druk op mannen. Bovendien mogen ze in geen geval hun “zwakke” kant laten zien, wat betekent dat er van hen verwacht wordt dat ze hun gevoelens grotendeels onderdrukken. Moeten presteren onder druk terwijl je niet in contact staat met je emoties… That´s a recipe for disaster. En als ze toch hun “zwakke” of “vrouwelijke” kant laten zien, of het op professioneel vlak niet waarmaken, dan staan de omstaanders klaar met scheldwoorden waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven. Mannen die niet aan het plaatje voldoen, worden vernederd. Zowel door mannen als vrouwen. En vernedering is ook een vorm van geweld.

 

 

(*) Met “zogenaamd” vrouwelijke eigenschappen bedoel ik eigenschappen die traditioneel aan vrouwen worden toegekend. Wat op geen enkele manier wil zeggen dat alle vrouwen deze eigenschappen bezitten, of dat mannen ze niet kunnen bezitten.

(**) Geen van deze voorbeelden is fictief. Het zijn allemaal verhalen die ik uit eerste hand vernomen heb, en in elk geval ging het om een Belgische vrouw.

Juni: Die göttliche Ordnung (Petra Biondina Volpe)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

(Deze post wordt opgedragen aan Le Petit Requin, onze lieve landgenote in Zwitserland :))

Eigenlijk had ik gisteren besloten om vandaag een Franse komedie te gaan zien, maar toen ik daarstraks om 16.25u in de cinema stond, bleek de programmatie op vrijdag anders te zijn. Dus ben ik voor deze gegaan: een film over het vrouwenstemrecht in Zwitserland.

Nu ben ik meestal nogal op mijn hoede wanneer het om films met een duidelijke boodschap gaat, maar ondanks de educatieve factor was het een mooie filmervaring. (En, tja, hoe kan je over zo´n thema praten zonder een beetje educatief te zijn?) (En: hebben we op dat vlak ook niet een beetje educatie nodig?)

Waarom deze film volgens mij de moeite van het bekijken is:

  • De personages zijn goed uitgetekend, het verhaal zit snor, de sfeerschepping is helemaal seventies (voor zover deze born-in-the-eighties dat kan beoordelen natuurlijk).
  • Het gaat over de strijd voor het vrouwenstemrecht in Zwitserland in 1971. U leest het goed: 1971. Dat is shockerend dichtbij. Dat was bij wijze van spreken gisteren. En in Zwitserland, he. Niet in Chili of Iran.
  • Het enorme contrast tussen het traditionele Zwitserse dorpsleven en de Flower Power cultuur van de jaren ´70 is op zijn minst fascinerend. (Die Zweedse “Ken je vagina” workshop!)
  • Het is géén mannen-versus-vrouwen verhaal, wat ik enorm apprecieer aan een feministisch werk als dit. Er wordt duidelijk aangetoond dat het voor de mannen ook geen vanzelfsprekende situatie was, en één van de grootste tegenstanders van het vrouwenstemrecht daar in dat dorpje waarin de film zich afspeelt, is een vrouw.
  • Het gaat over sociale veranderingen, weerstand en moed. Volgens mij kan het geen kwaad om dat trio eens onder de loep te nemen, aangezien we daar in onze hedendaagse samenleving ook mee te maken krijgen.
  • O, hoe schattig is dat Zwitsers accent!

Over Petra Volpe heb ik niet veel gevonden, maar gelukkig wel een video waarin ze een interview geeft in het Engels (mijn Duits gaat niet veel verder dan “Wann kommt der Bus”).

 

 

 

Een woordje over de term “feminisme”

Uit de commentaren op de vorige post kwam naar voor dat de term “feminisme” inderdaad tamelijk gevoelig ligt, en werd terecht de opmerking gemaakt of het wel een correcte term is. Want als het gaat over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, waarom wordt er dan een woord gebruikt dat slechts naar een van beiden refereert?

Dit is een bedenking die ik mezelf ook al vaak gemaakt heb. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het (althans voorlopig) wel een werkbare term is, en wel om volgende renenen:

Ten eerste slaat het woord “feminisme” niet enkel op vrouwen, maar op alles wat als vrouwelijk beschouwd wordt. Het gaat ook over zogenaamd vrouwelijke eigenschappen bij mannen. (Ik schrijf hier “zogenaamd”, want het is ook maar de vraag of eigenschappen werkelijk als mannelijk en vrouwelijk te classificeren zijn, maar dat is een ander discussiepunt, waar ik in een latere post op wil terugkomen.) In een macho-maatschappij worden namelijk niet enkel vrouwen benadeeld, maar ook homoseksuele mannen en mannen met zachte eigenschappen. Dat kan je duidelijk zien aan alle scheldwoorden die voor deze mannen bestaan, en waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven, want die kennen we allemaal. “Echte” mannen mogen namelijk geen eigenschappen vertonen die tot de categorie “vrouwelijk” behoren (*). Een ware feminist verdedigt dus, volgens mij, niet alleen de rechten van vrouwen, maar bovenal de gelijkwaardigheid van zowel het “mannelijke” als het “vrouwelijke”. Of dat zich nu in mannen of vrouwen manifesteert.

Ten tweede. Als het gaat over gelijkwaardigheid, waarom dan in de benaming slechts de nadruk leggen op één van beiden? Heel eenvoudig. Omdat één van beiden eeuwenlang ondergewaardeerd werd en daarom nu even meer aandacht verdient. Het is zoals met de beweging “Black Lives Matter”. Je zou kunnen zeggen: white lives matter too, dus eigenlijk zou de correcte benaming moeten zijn: All Lives Matter. Maar dat is net het punt: dat het leven van blanken waardevol is, daar hoeft niet echt op gehamerd te worden, want dat is in onze hedendaagse modere wereld tamelijk vanzelfsprekend.

Laat me even een compleet ander voorbeeld geven. Stel dat je drie honden hebt: Nikki, Max en Misjoe. En dat je stelselmatig, om wat voor reden dan ook, vergeet om Misjoe eten te geven. Je neemt je voor om een post-it op de zak hondenvoer te plakken om Misjoe niet meer te vergeten. Dat voornemen kan je op twee manieren formuleren. Ofwel schrijf je “Alle honden te eten geven”. Ofwel schrijf je “Misjoe OOK te eten geven”. De kans dat je Misjoe vergeet te voederen, lijkt mij bij die tweede formulering veel kleiner. Want toen je nog geen papiertje gekleefd had, dacht je na Max en Nikki immers ook dat je alle honden te eten had gegeven.

Daarom denk ik dat het voorlopig het beste is om de term “feminisme” te blijven gebruiken. Om ons er van bewust te maken dat we wat meer aandacht moeten hebben voor de waardering van die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen, zowel in mannen als vrouwen. En ergens vind ik het ook een soort van erkenning jegens alle feministen die ons voorgegaan zijn, en waaraan wij zeer veel van de vrijheiden te danken hebben waar we vandaag de dag van kunnen genieten.

 

(*) Vandaar al die domme zinnetjes als “Wees een man”, “Boys don´t cry”, “Ge speelt als een meisje”, enzovoorts. Alleen al het feit dat deze uitdrukkingen ons bekend in de oren klinken is een reden tot bezorgdheid.

Als je hier één post komt lezen, laat het dan deze zijn.

Want deze post gaat over iets wat mij zeer na aan het hart ligt, en waarover ik al lang zit te tobben hoe het aan te pakken. Ik heb expres niet in de titel gezet waarover het gaat, want het is een woord dat bij veel mensen weerstand oproept. Maar dat is omdat het volgens mij vaak verkeerd begrepen wordt. En ik denk dat het cruciaal is voor ons eigen geluk en het geluk van al wie na ons komt dat we de dingen nu eens klaar en duidelijk op tafel gooien. Want in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is er nog veel werk aan de winkel. Deze post gaat over feminisme.

Ik ga de ganse uitleg niet in één post krijgen. Daarom wil ik de komende weken deze vragen behandelen:

1.Wat is feminisme?

2. Waarom is feminisme geen kwestie van mannen versus vrouwen?

3.Waarom is het ook voor mannen schadelijk om in een macho-maatschappij te leven?

4.Waarom focust de term feminisme op het vrouwelijke terwijl het gaat om evenwaardigheid?

5.Hoe ziet een feministisch georiënteerde maatschapij eruit?

 

Laten we meteen beginnen met de eerste vraag: wat is feminisme?

Eigenlijk heel simpel: feminisme is het tegenovergestelde van machismo. En omdat het eenvoudiger is om uit te leggen wat machismo is, beginnen we daarmee.

Machismo is het onderverdelen van mensen in twee groepen, mannen en vrouwen, en het toekennen van zeer specifieke rollen en eigenschappen aan elk van deze twee groepen.

Mannen zijn sterk, stoer, hard. Het zijn leiders en kostwinners. Zij gaan achter vrouwen aan om kinderen bij hen te verwekken.

Vrouwen zijn zacht, mooi, lief, zorgzaam. Het zijn huishoudsters en moeders. Zij trachten een man aan zich te binden zodat zij hun taak als opvoedster van zijn kinderen in omstandigheden van financiële zekerheid kunnen vervullen.

Dit betekent dat je in een macho-maatschappij bepaalde rollen en karaktereigenschappen krijgt toebedeeld naargelang je geslacht. Niet naargelang je persoonlijkheid.

Ook worden de zogenaamd mannelijke eigenschappen hoger ingeschat dan de zogenaamd vrouwelijke. Zo wordt er bijvoorbeeld meer waarde gehecht aan de professionele inbreng van een man dan aan de professionele inbreng van een vrouw, en wordt arbeid in de zorgsector en het onderwijs ondergewaardeerd.

En alles en iedereen die niet in dit plaatje past, wordt zeer negatief (en soms zelfs geweldadig) benaderd, omdat het als een bedreiging wordt ervaren van het status quo.

De lijst van wie niet in dit plaatje past, is echter eindeloos: zachte mannen, vrouwen met leiderschapskwaliteiten, werkeloze mannen, vrouwen die geen kinderen willen, aseksuele mannen, lelijke vrouwen, homoseksuelen, transseksuelen, enzovoorts.

Dus wat is dan feminisme? Heel eenvoudig: het omgekeerde.

Het feminisme ziet mannelijke en vrouwelijk eigenschappen als evenwaardig, en stelt dat we niet in hokjes gestoken mogen worden op basis van ons geslacht. Het feminisme erkent dat ook mannen eigenschappen kunnen en mogen bezitten die in het machismo als typisch vrouwelijk worden aangeduid, en dat vrouwen eigenschappen kunnen en mogen bezitten die als typisch mannelijk worden aangeduid. In een feministische maatschappij mag ieder van ons op basis van onze persoonlijkheid onze levensweg kiezen.

Ik weet dat er ook feministen zijn die een beetje doorslagen in de andere richting. Die van de weeromstuit vrouwen als superieur aan mannen declareren. Maar dat is voor mij geen feminisme.

Vragen en opmerkingen altijd welkom, en ik hoop dat jullie zin hebben om de volgende bijdragen ook te lezen.

(Ik heb dit trouwens niet allemaal zelf verzonnen. Het is deels gebaseerd op het boek “The Macho Paradox” van Jackson Katz.)

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?