Ze zijn al bezig nog voor ze begonnen zijn

Ik kreeg van een Spaanse vriend dit artikel uit El diaro doorgemaild: “El partido ultra belga sustituye por hombres a diputadas electas que incluyó en sus listas para cumplir la paridad“. Wat zoveel betekent als: “Extremistische partij vervangt vrouwelijke verkozenen die op de lijst stonden om gelijkheid te verzekeren door mannen.”

En inderdaad, na wat zoekwerk vond ik hetzelfde bericht in De Standaard en De Morgen. In het artikel van De Morgen staat er tenminste nog een foto van één van die vrouwen bij; De Standaard plaats er doodleuk een video boven van Van Grieken op bezoek bij de koning. Wat dus geen bal met het opzij zetten van vrouwen te maken heeft.

En wat zeggen die vrouwen zelf? “Het is met een dubbel gevoel, maar ja, we zetten er ons wel over. Ik ben een vrouw van mijn woord.” Dat zegt Lut Deforche-Degroote in De Morgen. “Het is spijtig, maar misschien een volgende keer, hé? Ik wil gewoon niemand teleurstellen. Immanuel is heel bekwaam en gaat dat goed doen.”

“Ik wil gewoon niemand teleurstellen.”

Aja, want dat leren vrouwen. Braaf in de rij lopen en vooral niemand teleurstellen. Laat maar beter een man voorgaan, want die gaat dat goed doen. En vraag jezelf vooral niet af of je het zelf misschien ook goed had gedaan.

Ik dacht aan Rosa Parks, die de moed had om te blijven zitten waar ze zat.

Omdat ze recht had op die plek.

 

 

Advertenties

PS: Een jaar vol vrouwen -en mannen

Ik schreef in mijn vorige post dat mijn jaarprojectje me een paar keer aangenaam verrast had. Maar de mooiste verrassing was toen ik een onbekende film in de downloadfolder op het bureaublad van onze computer vond.

“Die heb ik voor jou opgezocht,” zei mijn man. “Da´s een film van een vrouwelijke regisseur. Daar ben jij toch mee bezig, niet?”

“Wat lief van jou!” riep ik uit.

Die film was Estiu 1993. We bekeken hem samen thuis op de zetel, en praatten nadien over kinderen, opgroeien, hechtingsstijlen en warme zomers op het Valenciaanse platteland. En toen ik Hva vil folke si in de cinema ging kijken, stelde mijn man voor om mee te gaan. Nadien gingen we iets drinken in de stad en spraken we over migratie en emancipatie, families en cultuurverschillen.

Feminisme is het plezantst als de mannen meedoen.

 

 

Waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een macho-maatschappij

Tijd om een draad op te pikken die ik veel te lang heb laten liggen. Ik schreef eerder al over wat feminisme (in mijn ogen) betekent, en een woordje over de term zelf.

Vandaag wil ik uitleggen waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een cultuur met stereotype rolpatronen die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen (*) onderwaardeert.

De eerste reden ligt voor de hand: als vrouwen lijden, lijden de mannen die hen liefhebben ook. Als vrouwen onderschat, benadeeld, mishandeld, verkracht of vermoord worden, heeft dat negatieve gevolgen voor alle mensen waarmee zij een band hebben. Denk aan de partner van een vrouw die gefrustreerd is omdat ze op haar werk niet hogerop geraakt. De vriend van een meisje dat door haar vorige partner verkracht werd. De zoon die toekijkt hoe zijn vader een pistool in de mond van zijn moeder duwt. (**)

De tweede reden gaat rechtstreeks over mannen. In een macho-maatschappij is het not-done om als man “zachte” eigenschappen te vertonen. Mannen moeten sterk en succesvol zijn. Dit legt zeer veel druk op mannen. Bovendien mogen ze in geen geval hun “zwakke” kant laten zien, wat betekent dat er van hen verwacht wordt dat ze hun gevoelens grotendeels onderdrukken. Moeten presteren onder druk terwijl je niet in contact staat met je emoties… That´s a recipe for disaster. En als ze toch hun “zwakke” of “vrouwelijke” kant laten zien, of het op professioneel vlak niet waarmaken, dan staan de omstaanders klaar met scheldwoorden waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven. Mannen die niet aan het plaatje voldoen, worden vernederd. Zowel door mannen als vrouwen. En vernedering is ook een vorm van geweld.

 

 

(*) Met “zogenaamd” vrouwelijke eigenschappen bedoel ik eigenschappen die traditioneel aan vrouwen worden toegekend. Wat op geen enkele manier wil zeggen dat alle vrouwen deze eigenschappen bezitten, of dat mannen ze niet kunnen bezitten.

(**) Geen van deze voorbeelden is fictief. Het zijn allemaal verhalen die ik uit eerste hand vernomen heb, en in elk geval ging het om een Belgische vrouw.

Juni: Die göttliche Ordnung (Petra Biondina Volpe)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

(Deze post wordt opgedragen aan Le Petit Requin, onze lieve landgenote in Zwitserland :))

Eigenlijk had ik gisteren besloten om vandaag een Franse komedie te gaan zien, maar toen ik daarstraks om 16.25u in de cinema stond, bleek de programmatie op vrijdag anders te zijn. Dus ben ik voor deze gegaan: een film over het vrouwenstemrecht in Zwitserland.

Nu ben ik meestal nogal op mijn hoede wanneer het om films met een duidelijke boodschap gaat, maar ondanks de educatieve factor was het een mooie filmervaring. (En, tja, hoe kan je over zo´n thema praten zonder een beetje educatief te zijn?) (En: hebben we op dat vlak ook niet een beetje educatie nodig?)

Waarom deze film volgens mij de moeite van het bekijken is:

  • De personages zijn goed uitgetekend, het verhaal zit snor, de sfeerschepping is helemaal seventies (voor zover deze born-in-the-eighties dat kan beoordelen natuurlijk).
  • Het gaat over de strijd voor het vrouwenstemrecht in Zwitserland in 1971. U leest het goed: 1971. Dat is shockerend dichtbij. Dat was bij wijze van spreken gisteren. En in Zwitserland, he. Niet in Chili of Iran.
  • Het enorme contrast tussen het traditionele Zwitserse dorpsleven en de Flower Power cultuur van de jaren ´70 is op zijn minst fascinerend. (Die Zweedse “Ken je vagina” workshop!)
  • Het is géén mannen-versus-vrouwen verhaal, wat ik enorm apprecieer aan een feministisch werk als dit. Er wordt duidelijk aangetoond dat het voor de mannen ook geen vanzelfsprekende situatie was, en één van de grootste tegenstanders van het vrouwenstemrecht daar in dat dorpje waarin de film zich afspeelt, is een vrouw.
  • Het gaat over sociale veranderingen, weerstand en moed. Volgens mij kan het geen kwaad om dat trio eens onder de loep te nemen, aangezien we daar in onze hedendaagse samenleving ook mee te maken krijgen.
  • O, hoe schattig is dat Zwitsers accent!

Over Petra Volpe heb ik niet veel gevonden, maar gelukkig wel een video waarin ze een interview geeft in het Engels (mijn Duits gaat niet veel verder dan “Wann kommt der Bus”).

 

 

 

Een woordje over de term “feminisme”

Uit de commentaren op de vorige post kwam naar voor dat de term “feminisme” inderdaad tamelijk gevoelig ligt, en werd terecht de opmerking gemaakt of het wel een correcte term is. Want als het gaat over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, waarom wordt er dan een woord gebruikt dat slechts naar een van beiden refereert?

Dit is een bedenking die ik mezelf ook al vaak gemaakt heb. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het (althans voorlopig) wel een werkbare term is, en wel om volgende renenen:

Ten eerste slaat het woord “feminisme” niet enkel op vrouwen, maar op alles wat als vrouwelijk beschouwd wordt. Het gaat ook over zogenaamd vrouwelijke eigenschappen bij mannen. (Ik schrijf hier “zogenaamd”, want het is ook maar de vraag of eigenschappen werkelijk als mannelijk en vrouwelijk te classificeren zijn, maar dat is een ander discussiepunt, waar ik in een latere post op wil terugkomen.) In een macho-maatschappij worden namelijk niet enkel vrouwen benadeeld, maar ook homoseksuele mannen en mannen met zachte eigenschappen. Dat kan je duidelijk zien aan alle scheldwoorden die voor deze mannen bestaan, en waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven, want die kennen we allemaal. “Echte” mannen mogen namelijk geen eigenschappen vertonen die tot de categorie “vrouwelijk” behoren (*). Een ware feminist verdedigt dus, volgens mij, niet alleen de rechten van vrouwen, maar bovenal de gelijkwaardigheid van zowel het “mannelijke” als het “vrouwelijke”. Of dat zich nu in mannen of vrouwen manifesteert.

Ten tweede. Als het gaat over gelijkwaardigheid, waarom dan in de benaming slechts de nadruk leggen op één van beiden? Heel eenvoudig. Omdat één van beiden eeuwenlang ondergewaardeerd werd en daarom nu even meer aandacht verdient. Het is zoals met de beweging “Black Lives Matter”. Je zou kunnen zeggen: white lives matter too, dus eigenlijk zou de correcte benaming moeten zijn: All Lives Matter. Maar dat is net het punt: dat het leven van blanken waardevol is, daar hoeft niet echt op gehamerd te worden, want dat is in onze hedendaagse modere wereld tamelijk vanzelfsprekend.

Laat me even een compleet ander voorbeeld geven. Stel dat je drie honden hebt: Nikki, Max en Misjoe. En dat je stelselmatig, om wat voor reden dan ook, vergeet om Misjoe eten te geven. Je neemt je voor om een post-it op de zak hondenvoer te plakken om Misjoe niet meer te vergeten. Dat voornemen kan je op twee manieren formuleren. Ofwel schrijf je “Alle honden te eten geven”. Ofwel schrijf je “Misjoe OOK te eten geven”. De kans dat je Misjoe vergeet te voederen, lijkt mij bij die tweede formulering veel kleiner. Want toen je nog geen papiertje gekleefd had, dacht je na Max en Nikki immers ook dat je alle honden te eten had gegeven.

Daarom denk ik dat het voorlopig het beste is om de term “feminisme” te blijven gebruiken. Om ons er van bewust te maken dat we wat meer aandacht moeten hebben voor de waardering van die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen, zowel in mannen als vrouwen. En ergens vind ik het ook een soort van erkenning jegens alle feministen die ons voorgegaan zijn, en waaraan wij zeer veel van de vrijheiden te danken hebben waar we vandaag de dag van kunnen genieten.

 

(*) Vandaar al die domme zinnetjes als “Wees een man”, “Boys don´t cry”, “Ge speelt als een meisje”, enzovoorts. Alleen al het feit dat deze uitdrukkingen ons bekend in de oren klinken is een reden tot bezorgdheid.

Als je hier één post komt lezen, laat het dan deze zijn.

Want deze post gaat over iets wat mij zeer na aan het hart ligt, en waarover ik al lang zit te tobben hoe het aan te pakken. Ik heb expres niet in de titel gezet waarover het gaat, want het is een woord dat bij veel mensen weerstand oproept. Maar dat is omdat het volgens mij vaak verkeerd begrepen wordt. En ik denk dat het cruciaal is voor ons eigen geluk en het geluk van al wie na ons komt dat we de dingen nu eens klaar en duidelijk op tafel gooien. Want in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is er nog veel werk aan de winkel. Deze post gaat over feminisme.

Ik ga de ganse uitleg niet in één post krijgen. Daarom wil ik de komende weken deze vragen behandelen:

1.Wat is feminisme?

2. Waarom is feminisme geen kwestie van mannen versus vrouwen?

3.Waarom is het ook voor mannen schadelijk om in een macho-maatschappij te leven?

4.Waarom focust de term feminisme op het vrouwelijke terwijl het gaat om evenwaardigheid?

5.Hoe ziet een feministisch georiënteerde maatschapij eruit?

 

Laten we meteen beginnen met de eerste vraag: wat is feminisme?

Eigenlijk heel simpel: feminisme is het tegenovergestelde van machismo. En omdat het eenvoudiger is om uit te leggen wat machismo is, beginnen we daarmee.

Machismo is het onderverdelen van mensen in twee groepen, mannen en vrouwen, en het toekennen van zeer specifieke rollen en eigenschappen aan elk van deze twee groepen.

Mannen zijn sterk, stoer, hard. Het zijn leiders en kostwinners. Zij gaan achter vrouwen aan om kinderen bij hen te verwekken.

Vrouwen zijn zacht, mooi, lief, zorgzaam. Het zijn huishoudsters en moeders. Zij trachten een man aan zich te binden zodat zij hun taak als opvoedster van zijn kinderen in omstandigheden van financiële zekerheid kunnen vervullen.

Dit betekent dat je in een macho-maatschappij bepaalde rollen en karaktereigenschappen krijgt toebedeeld naargelang je geslacht. Niet naargelang je persoonlijkheid.

Ook worden de zogenaamd mannelijke eigenschappen hoger ingeschat dan de zogenaamd vrouwelijke. Zo wordt er bijvoorbeeld meer waarde gehecht aan de professionele inbreng van een man dan aan de professionele inbreng van een vrouw, en wordt arbeid in de zorgsector en het onderwijs ondergewaardeerd.

En alles en iedereen die niet in dit plaatje past, wordt zeer negatief (en soms zelfs geweldadig) benaderd, omdat het als een bedreiging wordt ervaren van het status quo.

De lijst van wie niet in dit plaatje past, is echter eindeloos: zachte mannen, vrouwen met leiderschapskwaliteiten, werkeloze mannen, vrouwen die geen kinderen willen, aseksuele mannen, lelijke vrouwen, homoseksuelen, transseksuelen, enzovoorts.

Dus wat is dan feminisme? Heel eenvoudig: het omgekeerde.

Het feminisme ziet mannelijke en vrouwelijk eigenschappen als evenwaardig, en stelt dat we niet in hokjes gestoken mogen worden op basis van ons geslacht. Het feminisme erkent dat ook mannen eigenschappen kunnen en mogen bezitten die in het machismo als typisch vrouwelijk worden aangeduid, en dat vrouwen eigenschappen kunnen en mogen bezitten die als typisch mannelijk worden aangeduid. In een feministische maatschappij mag ieder van ons op basis van onze persoonlijkheid onze levensweg kiezen.

Ik weet dat er ook feministen zijn die een beetje doorslagen in de andere richting. Die van de weeromstuit vrouwen als superieur aan mannen declareren. Maar dat is voor mij geen feminisme.

Vragen en opmerkingen altijd welkom, en ik hoop dat jullie zin hebben om de volgende bijdragen ook te lezen.

(Ik heb dit trouwens niet allemaal zelf verzonnen. Het is deels gebaseerd op het boek “The Macho Paradox” van Jackson Katz.)

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?

 

 

 

 

 

Guide to the Spanish: Meanwhile, The Women

 

Nu over de hele wereld protestmarsen aan de gang zijn, op poten gezet door mensen die de inauguratie van Trump (terecht) zien als een slag in het gezicht van vrouwen en van iedereen die om het welzijn van vrouwen geeft, lijkt de tijd gekomen om die ene post op deze blog te zetten.

In 2016 kwamen er in Spanje 53 vrouwen om het leven door partnergeweld. Dat is één moord per week. En voor u zich over dit hoge cijfer zou verbazen: 2016 kende het láágste aantal moorden door partnergeweld in de afgelopen tien jaar. Dus ge moet niet vragen.

Voor januari 2017 staat deze droeve teller al op vier:

 

Ik zou hier nog een hele analyse onder kunnen typen, maar daar heb ik voor het moment geen tijd voor, dat komt misschien nog. Morgen zet ik alleszins mijn roze muts op, en ik hoop dat zeer veel vrouwen én mannen dat ook zullen doen, desnoods alleen maar in gedachten, maar met gedachten begint alles.

 

 

 

Een Border Collie Brein in 1847

Ik was eerder per ongeluk een exemplaar van Jane Eyre tegengekomen, en mijn voornemen het te lezen was gepaard gegaan met het mentaal opstropen van de mouwen. Het ging immers om een boek uit 1847. Moeilijke woorden, lange zinswendingen, ellenlange  landschapsbeschrijvingen,… ik was er helemaal klaar voor.

Een totaal overbodige voorbereiding, zo bleek. Het leest vlotter en meer to the point dan de laatste moderne, Nederlandstalige boeken waar ik me doorgeworsteld heb. Maar dat was niet de enige verrassing: ik ben namelijk helemaal mee met de schrijfster, Charlotte Brontë. Ze werd geboren in april 1816, dat is dus tweehonderd jaar geleden. Maar ik heb het gevoel dat we perfect even samen iets zouden kunnen gaan drinken bij de bakker hier op de hoek en dat met haar van gedachten wisselen een pak makkelijker zou gaan dan met een hele hoop van mijn tijdgenoten.

Toegegeven, ik zit nog maar aan hoofdstuk 13, maar ik kon het niet laten er al iets over te schrijven, want ik heb zo het vermoeden dat juffrouw Brontë een Border Collie Brein bezat. Een mooi stukje daarover bijvoorbeeld:

“It is in vain to say human beings ought to be satisfied with tranquillity: they must have action; and they will make it if they cannot find it. Millions are condemned to a stiller doom than mine, and millions are in silent revolt against their lot. Nobody knows how many rebellions besides political rebellions ferment in the masses of life which people earth. Women are supposed to be very calm generally: but women feel just as men feel; they need exercise for their faculties, and a field for their efforts as much as their brothers do; they suffer from too rigid a restraint, too absolute a stagnation, precisely as men would suffer; and it is narrow-minded in their more privileged fellow-creatures to say that they ought to confine themselves to making puddings and knitting stockings, to playing on the piano and embroidering bags. It is thoughtless to condemn them, or laugh at them, if they seek to do more or learn more than custom has pronounced necessary for their sex.”

(Charlotte Brontë, Jane Eyre, p 141)

In 1847, dames en heren. Alstublieft.