Nieuwjaarsgedicht over 2020

Precies één jaar geleden

lachten wij nog zeer luid

bij het zien van Aziaten

met een masker op hun snuit

maar toen wij zelf terecht kwamen

in de thuisonderwijs-hel

met de supermarkt als vakantie-uitstap

toen verging het lachen ons wel

plots leefden we in bubbels

en het vergde heel wat tact

om de ander mee te delen:

“jij bent niet mijn knuffelcontact”.

we leerden Skypen en Zoomen

of we dat nu wilden of niet

we leerden eindelijk tegoei onze handen wassen

en niezen als niemand het ziet

we kregen een snelcursus virologie

van superster-virologen

en zielig starend uit het raam

zagen wij voor onze ogen

de natuur openbloeien in al haar pracht:

vogels, walvissen, tijgerinnen

en je zag aan hun blik dat elk dier dacht:

hou die mensen nog maar even binnen

Het varkentje dat altijd lachte

(Ik schrijf normaal gezien niet specifiek voor kinderen, maar tijdens het voorlezen kwam er eens een gedichtje aanwaaien, en dat heb ik toen met plezier afgebreid. Een geschikt begin voor deze vrolijke kleutermaand 🙂 )

Het varkentje dat altijd lachte

Er was eens een klein varkentje

dat altijd, altijd lachte.

Als hij bij de bakker op zijn

croissantjes stond te wachten,

dan stond hij daar te giechelen

van “hihi” en “hoho”…

Dat klinkt misschien wat vreemd,

maar het was nu eenmaal zo.

 

Zelfs als er niets te lachen viel,

dan nog kon hij ´t niet laten.

Hij grinnikte op de pleinen

en hij proestte in de straten.

Toen moest hij ZO hard lachen

dat hij omviel van de pret!

Met vier man en een paard

hebben ze hem weer recht gezet.

 

En toen hij later de video

van die lachstuip kreeg te zien,

toen lachte het vrolijke varkentje

nog luider dan voordien.