Een record

Ik zat af te tellen naar 5 juli, want had ik die datum gehaald, dan zou ik 8 maanden geen migraine hebben gehad.

Maar deze week moest mijn man vijf dagen weg voor zijn werk, de schoolvakantie was begonnen, de buitentemperaturen gingen vlot over de 30, de binnentemperaturen over de 28, en vanmorgen ging ik voor het eerst in jaren naar de kapper. Ik lag met mijn hoofd achterover in de waskom, mijn nek helemaal stijf, en ik dacht: “Dit loopt fout af”.

Gelukkig liet het even op zich wachten. Mijn haar werd lekker kort geknipt, ik betaalde de vrolijke kapster en stapte de hete wagen in. Ik kwam thuis aan, groette mijn man en mijn dochter (die niet van het nieuwe kapsel hield; ze wil dat ik blijf zoals ik ben). Ik nam het boek met de prachtige kortverhalen van Lucia Berlin. Merkte dat ik woorden verkeerd las. Happy in plaats van hippy. Bladzijde na bladzijde werd het lezen moeilijker. Toen keek ik naar mijn hand. Die zag eruit alsof ze niet van mij was. Et voilà, dan weet je het wel.

Gelukkig was het geen lange aanval, anders zat ik dit nu niet te typen (kan niet slapen want heb de hele dag in bed gelegen). En ik ben sowieso enorm blij dat het dus kennelijk kan: meer dan 7 maanden zonder migraine. Ik weet niet wanneer dat voor het laatst gebeurd is. Niet sinds de middelbare school, denk ik.

Het waren fantastische maanden, een heel ander leven.

Op naar een nieuw record.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Storm

Meer dan tien jaar geleden had ik een vriendin die in Geraardsbergen woonde. Daarom reed ik af en toe met de wagen van Gent naar Geraardsbergen.

Op een van die uitstapjes kwam ik in een storm terecht. Het was een winteravond, pikdonker, en opeens veranderde de regen in stortregen, en de stortregen in hagelstenen zo groot als pingpongballen. Ergens in de buurt van Melle parkeerde ik de auto onder een brug tot de hagel weer stortregen werd, en vervolgde toen mijn weg. Het leek alsof ik door een filmset reed, en ze boven de wagen bakken water stonden uit te kappen. Alles wat ik zag, was twee meter asfalt in het licht van de koplampen, en regen, regen, regen in de duisternis. Maar ik moest erdoor geraken, er was geen andere manier. Daarom concentreerde ik me op die ene witte lijn die ik aan de linkerkant van de wagen zag, en reed stapvoets van witte lijn naar witte lijn.

Soms denk ik weer aan die rit naar Geraardsbergen wanneer er storm komt opzetten in mijn hoofd. Vroeger gebeurde dat vaker, nu nog af en toe. Dan wordt het opeens pikdonker, en ik weet niet waarom. Dan zit ik ´s avonds te janken aan de keukentafel, en ik weet niet waarom. Maar het stroomt en het blijft stromen.  Wanneer´s morgens de slaapkamer in het ochtendlicht baadt, blijft het onder mijn schedel donker. Het zijn dagen waarop ik al mijn moed bij elkaar moet rapen om onder de beschutting van mijn huis uit te komen.

Op zulke dagen zeg ik tegen mezelf: Het is een storm. Vertraag en concentreer je op die ene witte lijn die je wel kan zien. Ga nu heel langzaam van de ene witte lijn naar de volgende. Tot de storm weer gaat liggen. 

Dus doe ik de was. Ik maak het eten klaar, al trekt het op niet veel. Ik haal mijn dochter af van school. Ik doe boodschappen, al vergeet ik een paar dingen. Ik sukkel van de ene witte lijn naar de andere. Stapvoets. Tot het opeens in mijn hoofd weer beter gaat. Ik voelde hoe sommige hormonen plaats maken voor andere, hoe ze elkaar aflossen, alsof ze er een shift op hebben zitten. Tegenwoordig gebeurt dat zeer snel: na één of twee dagen. 

Ik weet dat je moet oppassen met wat je op het internet zet, zeker wanneer het niet anoniem gebeurt en wanneer het gaat om zaken waarin je je kwetsbaar opstelt. Maar ik voel mij niet kwetsbaar omdat ik al twintig jaar depressies meedraag. Misschien maakt het me net sterker, omdat ik de route ken.

Ik wou dit posten omdat depressie iets is wat we nog steeds niet helemaal begrijpen, terwijl het net iets heel ingrijpends is. Dus wil ik via deze blog af en toe een klein puzzelstukje bijdragen, in de hoop dat we op een dag de hele tekening kunnen zien.

 

 

 

 

 

 

 

Het is de wind

Migraine-triggers ontmaskeren heeft soms iets van een Agatha Christie-verhaal.

Voorbeeld: hoe ik mijn eerste job kwijtgeraakte. Dat was een voltijdse Nederlands-Engels-geschiedenis in een secundaire school in Aalter. Ik zeer opgelucht, want ik had op mijn eentje huur te betalen, en zat nog in mijn “wachttijd”, dus had nog geen recht op een uitkering. Een week of twee ging het goed, daarna kwamen de zwaarste migraine-aanvallen ooit opzetten. Tof, zo op je eerste job. Een paar weken later stelde de directeur voorzichtigjes voor me te ontslaan wegens “onvoldoende matuur” ofzoiets. Want dat was de algemene conclusie natuurlijk: dat ik te zenuwachtig was, en daardoor die migraines over mezelf afriep. Ik stemde toe, want ik was niet alleen ziek, ik schaamde me ook mateloos.

In die periode nam ik een middel tegen teenschimmel (ja, het wordt een lekker verhaal, hoor), waarmee ik na een paar weken besloot te stoppen, omdat ik er van die grote “boebels” van op mijn armen kreeg.

Een paar jaar geleden besloot ik nog eens een poging te ondernemen om mijn teennagels toonbaar te krijgen, en kreeg door de dokter weer iets tegen teenschimmel voorgeschreven. Meteen kwamen weer die gruwelijke migraines opzetten, exact dezelfde die ik toen in Aalter had gehad. Ze waren duidelijk van een andere soort dan de”normale” aanvallen, en daarom heel herkenbaar. Ik stopte mijn behandeling, en de aanvallen bleven weg. Ik zocht op het internet de bijwerkingen van het werkzame bestanddeel op, en ja hoor: migraine.

Et voilà. Niks geen”gebrek aan maturiteit”. Gewoon een verdomde vergiftiging.

Er is nog een trigger die ik hier de afgelopen jaren ontmaskerd heb, een nog veel obscuurdere: het weer. Ik begon door te krijgen dat ik vaak met een migraine wakker werd wanneer het buiten hard waaide. Of dat het de dag nadat ik een migraine had gekregen hard waaide. Een vriendin en migraine-collega functioneerde als controle. Zat ik op zo´n dagen met migraine, dan stuurde ik haar “hoe voel je je?”, en kreeg ik onveranderlijk “migraine” als antwoord. In mijn nieuw aangekochte bijbel (Carolyn Bernstein´s The Migraine Brain) (*) werden mijn vermoedens bevestigd: “It´s amazing how many migraineurs can tell you a weather front is approaching. Changes in the weather are a very common migraine trigger. (…) We don´t really know why weather affects migraine. But research strongly confirms the weather-migraine connection.” (p141-142)

We hebben nu anderhalve week met zeer zware rukwinden achter de rug. Containers werden door de straten geblazen, wasgoed aan de drooglijn ging een eigen leven leiden. En mijn hoofd, mijn arme hoofd. Maar ik heb geen migraine gekregen. Ha! En weet je waarom? Weet je wat ik gedaan heb (behalve elke dag een Ibuprofen geslikt)? Ik heb geslapen. Elke nacht van middernacht tot 8 uur ´s morgens, en zodra man en kind een uur later de deur uit waren, kroop ik weer in bed en sliep door tot half twaalf. Echt slapen he, met dromen en al. Het waren een tiental dagen waarin ik niet veel waard was en mij navenant gedragen heb, en daarmee heb ik mijn vege lijf gered.

Wat mij altijd weer doet denken: ik pas ZO HARD NIET in die mal van een nine-to-five job, laat staan de versies met ergere getallen. En zo moeten er vast nog een hoop andere mensen rondlopen, die niet dezelfde luxe hebben eruit te stappen.

Daarom dus even dit logje: niet om te klagen, maar om aan te geven dat sommige mensen er echt niet aan kunnen doen. Soms zijn schijnbaar domme excuses als “het lukt me vandaag niet, want het waait te hard” geen flauwe manier om ergens onderuit te komen, maar een pijnlijke waarheid.

Soms is het echt gewoon de wind.

 

(*) Neen, deze site wordt niet gesponsord. Ik maak soms gratis en voor niks reclame voor dingen die ik echt de moeite vind, en als je onder de blogposts soms reclame ziet, dan is dat omdat ik de onbetaalde versie van wordpress.com gebruik, en dan zetten ze daar soms reclame op.

 

 

 

Het geheim van een lang leven (echt waar)

Dat geheim heb ik niet zelf verzonnen (zoals al dat wild gespeculeer in de twee voorgaande posts). Het komt uit een tedtalk door Susan Pinker, ontwikkelingspsychologe. En ik ga het u hier even in record-tempo meedelen.

Het antwoord op de vraag hoe we onze kans op een zeer lang leven kunnen vergroten komt uit het onderzoek naar sociale relaties en mortaliteit door Julianne Holt-Lunstadt. Susan Pinker zag de bewijzen ervan in de versleten maar nog steeds levende lijven van de honderdjarigen op Sardinië, een van ´s werelds blauwe zones.

In dat onderzoek werd over een tijdspanne van zeven jaar gekeken welke factoren in ons leven gecorreleerd zijn aan een lagere mortaliteit. De resultaten daarvan staan op een slide in de video op minuut 7.13, en ik raad jullie aan even naar die plek in de voordracht te gaan. Daar staat het blauw op zwart: wat ons langer doet leven, meer nog dan verse lucht, sport en stoppen met roken, zijn onze relaties met anderen.

Wat er echter opmerkelijk is aan deze bevindingen is dit: onze hechte relaties met de mensen die het dichtst bij ons staan zijn extreem belangrijk, maar ze staan op de tweede plaats. De factor die het meeste impact heeft, is de sociale integratie. Dat betekent hoe vaak je met mensen praat gedurende de dag, en met hoeveel mensen je praat. Dit kunnen mensen zijn met wie je een sterke band hebt, maar evengoed mensen met wie je een zwakke band hebt. Een grapje uitwisselen met de postbode. Een praatje slaan met de buurvrouw. Het gebabbel over koetjes en kalfjes in de slagerij (haha). Dat soort interacties blijkt een van de sterkste voorspellers van hoe lang je zal leven.

Deze informatie ging mij recht naar het hart. Want ik heb het verschil aan den lijve ondervonden. Hier in dit dorp wordt er namelijk altijd gebabbeld, door iedereen, en met iedereen. Er wordt gezwaaid, er wordt gelachen, er worden schouderklopjes gegeven. Ik weet niet meer waar ik dat ooit geschreven heb, maar hier heb ik ontdekt dat het echt moeilijk is om lang down te blijven wanneer iedereen de ganse tijd zo vriendelijk tegen je doet. En bovenal: spontaan contact maakt. Bovendien maakt het kennelijk niet uit dat die conversaties over banale zaken gaan zoals het weer. Het hoeven zelfs geen conversaties te zijn. Gewoon al iemand in de ogen kijken en vriendelijk glimlachen is genoeg. Het maakt ons allemaal gezonder en werpt gewicht in de schaal aan de kant van het lange leven.

Enfin, koetjes en kalfjes en glimlachen dus.

Ik wens jullie allemaal een heerlijk weekend toe.

 

Een opbeurende post over depressie

Na twee posts over migraine, vond ik het tijd voor nog eens een positieve post. Dat die dan over depressie gaat, lijkt een contradictio in terminis, maar voor beschrijvingen van platgetreden paden komen jullie hier niet lezen, toch? Dus doen we een opbeurende tekst over depressie, waar ik eigenlijk bij terecht kwam dankzij die posts over migraine, maar dat leg ik zodadelijk uit. (En volgende week doen we een enthousiast stukje over kinderarbeid ofzo.)

Op mijn achttiende ben ik steil naar beneden gekeild, daar maak ik al lang geen geheim meer van. (Ik snap trouwens niet waarom er over depressie een taboe zou moeten hangen. Iedereen die hersenen heeft, kan depressief worden. Ik vind het dus ook niet speciaal “moedig” om hierover te schrijven, alleszins niet moediger dan schrijven over teenschimmel of aambeien.)

Er zijn verschillende redenen waarom het toen zo slecht met me ging, maar daar wil ik niet over uitwijden. Wel wil ik twee zaken duidelijk maken: dat ik schrijf over 18 jaar ervaring met depressie, en dat ik uiteindelijk geleerd heb ermee om te gaan zonder medicatie. En dat is opbeurend nieuws –toch?

Voor alle duidelijkheid: depressie is geen lolletje. Je gedachten en gevoelens donderen een bodemloze put in, waar het leven van alle zin wordt ontdaan en je volledig doordrongen raakt van de overtuiging dat jouw bestaan compleet nutteloos is, en maar het best meteen aan zijn einde kan komen. Er is geen hoop. Er is geen licht. Je valt en blijft vallen. Dit om de leken onder u een kleine inkijk te geven in de duistere wereld van de depressieveling.

Ik ben nooit meer zo depressief geworden als tijdens die eerste jaren, tussen mijn achttiende en pakweg vijfentwintigste. Daarna bleven de aanvallen bij wijlen terugkomen, en langzaamaan begon ik in te zien dat dat is wat het waren: aanvallen. Ik was geen depressief persoon, ik was geen zwakkeling of psychologisch gestoord individu. Ik was niet gek. Ik had gewoon last van aanvallen van depressie. Net zoals ik aanvallen kreeg van migraine. Dat inzicht kwam er doordat ik overeenkomsten begon te ontdekken tussen depressie en migraine. De belangrijkste was dit: het ging in beide gevallen om een interne verstoring die aan mijn bewuste controle ontsnapte, en die ik als het ware moest “uitzitten”. Nadien kwam dan het evenwicht terug, en was ik weer okee.

De reden waarom dat inzicht zo lang op zich liet wachten, is naar mijn vermoeden te wijten aan het feit dat een aanval van depressie je gedachten en gevoelens verstoort. En wij zijn erg gehecht aan onze gedachten en gevoelens. Wij vereenzelvigen ons ermee. We hebben de neiging onze gedachten en gevoelens voor waar aan te nemen eenvoudigweg omdat we ze denken en voelen. Diep vanbinnen geloven wij dat wij onze gedachten en gevoelens zijn.

En dat, heb ik ondertussen geleerd, is niet helemaal waar. Wanneer ik nu een aanval van depressie krijg, kan ik afstand nemen. Ik bekijk mijn gedachten als een objectieve waarnemer, en hoe sterk ik ook van die negatieve overtuigingen doordrongen ben, hoe correct ze ook aanvoelen: ik weet dat ze niet juist zijn, maar verdraaid door de depressie. De laatste jaren is het zelfs alsof ik de hormoonspiegels voel kantelen. De foute kant op. En daarna weer de juiste kant op. En dan klaart het plots op vanbinnen en is de aanval voorbij.

En net als migraine hebben depressies een waarschuwingsfunctie: dat je beter voor jezelf moet zorgen, beter je grenzen bewaken, jezelf niet mag overladen. En net als bij migraine geldt dat je je niet mag laten meeslepen, dat er geen reden is tot paniek. It sucks, big time, maar daarna gaat het weer over. Proberen rustig te blijven en wachten tot de storm weer gaat liggen. Want de storm gaat weer liggen. En dat is toch wel opbeurend, niet?