Corona Chronicles: day 61

Vandaag ben ik voor het eerst in die twee maanden weer naar de groentenwinkel van Paco gegaan. Die is onlangs weer geopend, na gedurende de hele lock down gesloten te zijn geweest (om een voor mij onbekende reden).

Laat me eerst iets vertellen over Paco, want afgaand op zijn naam denk ik dat jullie je hem verkeerd gaan voorstellen -als een brede, donkere middle-aged Spanjaard met kolenschophanden en een stoppelbaard, bijvoorbeeld. Maar Paco is een vinnige jongeman van een jaar of dertig. Hij heeft kort, bruin haar, en is ongeveer even groot als ik (dat is dus niet erg groot).

Daar stond hij achter de toonbank, met een mondmasker voor zijn gezicht. Dat het pijn deed achter zijn oren, vertelde hij aan de klant die hij op dat moment bediende. En toen dacht ik aan iets wat ik op Instagram gezien had: ear savers. Ik vertelde hem er niets over, deed mijn inkopen, fietste naar huis. Daar zocht ik het patroon op, en zette me aan het haken. Binnen de kortste keren had ik het gewenste lapje in handen. Daarna nam ik de doos met knopen die ik van mijn grootmoeder geërfd heb, en zocht twee exemplaren uit die mooi bij het groen van het lapje pasten. Twintig minuten voor sluitingstijd stond ik weer in de winkel.

“Probeer dit eens,” zei ik tegen Paco, en liet hem zien hoe hij de salva orejas achteraan het mondmasker kon vasthaken, met de rekkers om de knopen, zodat de achterkant van zijn oorschelpen vrij bleef.

“Nu doet het geen pijn meer!” zei hij blij.

En ik voelde me de held van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

Het heerlijke van haken

2019 was ook een jaar van creatieve frustratie.

Ik wou zo graag meer schrijven, maar de uurroosters van echtgenoot en dochter maakten dat erg moeilijk. Ofwel was manlief thuis, ofwel dochterlief, en in een schrijfflow geraken met die lieverds om me heen bleek vrijwel onmogelijk. Bloggen lukte nog wel, maar probeer maar eens alle poëtische en grammaticale draadjes in de hand te houden terwijl je naar een plot toewerkt, wanneer plots iemand naast je begint te telefoneren of vanop de wc roept dat het toiletpapier op is. Ik veronderstelde aanvankelijk dat het een kwestie was van terrein afbakenen (“Ik ga nu een uur schrijven, dus laat me even met rust”), maar ondanks massa´s goede wil aan beide kanten veranderde ik dan toch binnen het kwartier in een soort van prehistorisch monster dat begon te brullen wanneer iemand de keukenrobot aanzette en zo de inspiratie het raam uit joeg.

Daarom heb ik me voorgenomen om dochterlief één dagje per week op school te laten eten, zodat ik een vrije middag heb om -indien gewenst op verplaatsing- alleen maar met schrijven bezig te zijn.

En ondertussen kwam er ook een soort van creatieve verlichting dankzij Trijnewijn. Op haar blog leerde ik het woord amigurumi kennen, wat Japans is voor “gehaakt of gebreid poppetje”. Ik greep naar mijn oude haaknaalden, kocht een boek, en plots ging er een hele wereld voor me open. Want dat haken, mensen, hoe fantastisch is dat? Je kan het eender waar doen, en op eender welk moment. In de zetel naast de echtgenoot wanneer hij computerspelletjes zit te spelen; aan tafel naast dochterlief terwijl ze haar middagmaal (tegen een veel lager tempo dan mama) verorbert. Tijdens alle verloren momentjes wanneer het geen zin heeft aan schrijven te beginnen: dan pluk ik een haakwerkje uit mijn tas en naai een halve eenhoorn letterlijk een oor aan.

Mijn eerste beestje was dit smoezelige eenhoorntje:

Sindsdien zijn op drie maanden tijd volgende creaties de revue gepasseerd (leuk te zien hoe ik toch wel bijgeleerd heb):

een dekentje voor de pop

een sleutelhanger

En hoe leuk is het die werkjes uit te delen?

Dus daarom het voornemen: mooie dingen maken.

Want nu heb ik (dankzij Trijnewijn) wel voldoende strategieën om alle soorten tijd nuttig te gebruiken.