Geheime activiteiten in de 21e eeuw

Is het tegenwoordig nog mogelijk iets te ondernemen waar het Internet geen weet van heeft?

Jazeker, al is het een uitdaging aan het worden. Maar het lukt nog:

Iets gaan eten in een bar waarvan je niet eerst de lokatie hebt opgezocht op Google Maps, en waar je nog kan bestellen van een echt menu en niet via een ingescande QR-code. Waarna je geen foto´s neemt van je maaltijd en na afloop betaalt met cash geld.

Wachten tot je iemand in het echt ziet voor je hen een vraag stelt, in plaats van het meteen te appen.

Je cinematickets aan de kassa kopen en na afloop geen bespreking van de film op je blog zetten.

Een mooie zonsondergang zien en er geen foto van nemen om die op Instagram te delen.

Fietsen over paden zonder camera´s en je rit niet laten registreren door je smartwatch.

Iets opzoeken in het woordenboek in plaats van op je telefoon.

Een papieren boek kopen in een echte boekenwinkel.

Een repetitie niet opnemen.

Afspreken met een vriend, gaan wandelen zonder je telefoons mee te nemen, en alles wat je ziet en denkt enkel delen met elkaar.

Het voelt bijna stiekem.

Zo stiekem dat het extra leuk wordt.

(En ik ga hier nu niet vragen of jullie onlangs geheime activiteiten hebben ondernomen, want dan is het niet geheim meer, natuurlijk.)

Het verhaal van de vader

Wat er in de enveloppe zit, wil Marta weten. Dat moet genoteerd worden omdat ik het pak met spoed wil verzenden.

“Het manuscript van mijn boek,” zeg ik.

“Heb je een boek geschreven?” zegt Marta. “Wat spannend. Waarover gaat het?”

Dus geef ik mijn ondertussen al stevig ingeoefende elevator pitch over drie liefdesverhalen die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, maar toch met elkaar verbonden zijn.

“Liefdesverhalen, dat gaat Sonia graag lezen,” grinnikt Marta.

“O ja,” zegt Sonia, die achter het andere loket zit, “laat maar komen.” Ook de man die op dat moment voor Sonia´s loket staat, heeft onze conversatie gehoord. Het is een kalende vijftiger met een bril en een streepjeshemd. Hij draait zich naar me toe en zegt: “Als je een liefdesverhaal wil schrijven, dan heb ik er nog wel eentje voor je.” Ik besluit hem niet te wijzen op het feit dat de liefdesverhalen al geschreven zijn, want ik zie in zijn ogen dat hij me heel graag iets wil vertellen.

“Wat denk je hiervan: een zestienjarige die smoorverliefd is geworden op een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien.” Er komt een trek van bezorgheid op het gezicht van de man en even wordt de post waarvoor hij gekomen was vergeten. De twee postbeambten en de jonge schrijver geven hem hun volle aandacht.

“Wat het Internet met liefdesrelaties doet, dat valt toch niet te begrijpen,” gaat hij verder. “Drie leuke, knappe jongens heeft mijn dochter achter zich aanlopen, maar ze gunt ze geen blik waardig, want ze is helemaal verhangen aan een kerel die ze nog nooit heeft gezien. Ze kan aan niks anders meer denken. Maar wat weet je nou van iemand waarmee je alleen nog maar hebt gechat?” Zijn bezorgdheid gaat over in lichte wanhoop. “Er zijn toch dingen die je pas kan weten wanneer je iemand in het echt ziet?”

“Wat iemand uitstraalt,” beaam ik.

“Hoe iemand ruikt,” zegt Sonia.

“Precies!” roept de man. “Stel dat je iemand op het Internet leert kennen en een relatie begint, en pas nadien kom je erachter dat zijn tenen stinken!”

Ik vermoed dat dat niet helemaal is wat Sonia bedoelde, maar ik wil de man niet onderbreken. Hij lijkt echter gezegd te hebben wat hij wou zeggen en besluit met: “Ja, schrijf daar maar eens iets over. Daar heb je een verhaal.”

En ik denk: dat is niet het verhaal.

Het verhaal is niet dat van de verliefde Spaanse tiener die verlangt naar een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien. Het verhaal is dat van een vader die lijdzaam moet toekijken hoe het Internet het liefdesleven van zijn dochter gekaapt heeft en die zich zo machteloos voelt dat hij in een postkantoor het woord liefdesverhaal aangrijpt om bij een vreemde en twee postbeambten zijn hart te luchten.

Dat is het verhaal.

Het Boek (5): Shut Up & Write

2020 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik voor het eerst werd uitgenodigd tot Zoom-sessies (*). Hade haalde me uit de vergrendeling in mijn hoofd, en plantte me in groepen van gelijkgestemden en gelijkgetaalden, wat een heerlijke bevrijding was in dat bevreemdende voorjaar. Daarmee leerde ik meteen ook hoe dat zoomen werkt: hoe je in een virtuele vergadering kan binnenwandelen, hoe je je microfoon kan aan,- en uitzetten, dat soort dingen.

Dit najaar las ik dat Christine Van den Hove zoomsessies voor schrijvers host. Die vinden plaats onder de noemer Shut Up & Write, en hier legt Christine uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ha!, dacht ik, daar kan ik al mijn opgedane kennis omtrent het aan,- en uitzetten van microfoons naar believen inzetten! En dat doe ik sindsdien.

En ik vind het fantastisch. Want eindelijk, na al die jaren, heb ik het gevoel weer collega´s te hebben. Mensen met wie je een praatje kan slaan over je werk. Mensen die ik geconcentreerd naar hun scherm zie kijken wanneer ik even mijn tekstpagina wegklik en de zoomsessie naar de voorgrond breng. Mensen die ik om feedback kan vragen en van wie ik kan leren.

En dat Christine dat alles in goede banen leidt vanop een bergtop in Frankrijk, is dat geen sprookjesachtig beeld?

(*) zoensessies waren, naargelang het gezelschap, vast ook leuk geweest, maar dit was iets anders.

Over gemene opmerkingen op blogs

Stel je voor: een vrouw met twee kinderen en een drukke baan. Bovendien is ze zwanger van een tweeling. Ze loopt de hele dag te puffen met haar zware buik en ´s nachts kan ze amper slapen. Wanneer ze ´s avonds van haar werk komt, geraakt ze soms zelfs niet uit de auto omdat haar beenderen zoveel pijn doen en ze zo ontzettend moe is.

Stel je voor: iemand komt deze vrouw tegen. De zwangere vrouw vertelt aan deze persoon hoe zwaar het voor haar is, de laatste tijd. Dat ze haar werk heeft afgebeld die dag omdat een van haar zoontjes ziek was en ze de hele dag met hem thuis heeft gezeten, en desondanks weinig werk heeft kunnen verzetten.

En stel je nu even voor dat deze persoon reageert met: nou, wat laks van jou. Jij kan wel een schop onder je kont gebruiken.

En dan komt er een andere persoon langs en die zegt, tegen die zwangere vrouw: ja, zeg, je kan niet alles willen, hé. Ik heb ook keuzes moeten maken, hoor.

Dit gesprek is niet fictief. Het is echt gebeurd. En wel hier.

En waarom is dit gebeurd?

1.Omdat er nu eenmaal mensen zijn die weinig tact en inlevingsvermogen hebben.

2.Omdat er mensen zijn die zelf veel last ondervinden van het leven, maar daarover niet klagen omdat ze geleerd hebben dat het zo moet, en er niet tegen kunnen wanneer anderen zeggen wat ze eigenlijk zelf voelen. Wat ons stoort in anderen, is meestal wat we niet kunnen verdragen van onszelf.

3.Omdat deze mensen in een virtuele omgeving niet de impact van hun reacties zien.

Ik moest hierbij denken aan een experiment met jonge straatcriminelen van vele jaren terug, waarbij tasjesdieven in contact werden gebracht met hun slachtoffers. Zo konden de slachtoffers vertellen wat het voor hen betekend had. En daarmee gingen de ogen van de boefjes open. Want mensen die anderen kwetsen,  beseffen niet wat ze bij de ander aanrichten. Ze denken steeds dat ze totaal in hun recht zijn, en dat ze het bij het rechte eind hebben.

Maar in een virtuele omgeving ZIE je de ander niet. Je ziet niet de pijn op hun gezicht, de wallen onder hun ogen, de tranen in die ogen.

Iemand raadde de Prinses aan de reacties weg te halen. Persoonlijk denk ik dat het goed is ze te laten staan en erop te reageren. Meer nog, ik vind dat we er ALLEMAAL op moeten reageren. En ik denk zelfs: met hoe meer empathie en mildheid we erop reageren, hoe beter. Sla ze om hun oren met tact en inlevingsvermogen. Misschien dat ze op die manier leren wat het is. Want iemand die anderen kwetst, is meestal iemand die net zelf veel liefde en begrip nodig heeft.

En daar worden we dan op termijn allemaal beter van. Hopelijk.