Het geheim van de vampierenfee

Ik schrijf hier niet vaak over mijn dochter, omdat ik haar liever van het internet wil houden, maar onderstaande anekdote kan vast geen kwaad. Het gaat over lezen.

Als ouder wil je niet liever dan dat je kind verslingerd raakt aan boeken. Want lezen is voor alles goed: mentale, culturele en psychologische ontwikkeling, uitbreiding van hun woordenschat, schoolcijfers, etcetera. Bovendien verbruikt een lezend kind geen electriciteit en is het, zolang het niet hardop leest, nog stil ook.

De grote uitdaging is een boek te vinden dat je kind uit zichzelf wil lezen, want motivatie is alles. Wat een zegening is het dan ook wanneer je kind zijn zinnen zet op een Reeks. Zo hoef je als ouder niet na elk boek opnieuw naar iets interessants op zoek, maar haal je gewoon het volgende boek uit de Reeks.

Daarom staan er overal ter wereld boekenkasten vol met Karl May, Babysitters Club en Harry Potter.

Mijn zevenjarige heeft geheel op eigen kracht een reeksje gevonden dat ze leuk vindt. Ik zat er zelfs een beetje verbaasd naar te kijken hoe gedreven ze zich door het eerste roze-grijze boekje van Isadora Moon las. (*) Aan de tekeningen te zien, ging het over een soort vampierenmeisje met een toverstaf, die avonturen beleeft met haar sprekende pop en roze draak.

Zodra dochterlief het eerste boekje uit had, kocht ik haar als beloning meteen een tweede. Dat had ze binnen de drie dagen ook al uit, dus stond ik binnen de kortste keren weer in de boekenwinkel.

Nu is er tegenwoordig een ganse markt aan meisjesboeken. Dus ergens vroeg ik me af: waarom Isadora Moon? Wat maakt dat ze net die boekjes zo graag leest?

Bij de aankoop van het derde exemplaar, werd er een tip van de sluier opgelicht. Ik las voor het eerst de volledige tekst op de achterflap, en daar werd uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met de kleine Isadora. Ze is namelijk half vampier en half fee. Want haar vader is een vampier en haar moeder een fee. Ik las het en legde onwillekeurig mijn hand op mijn hart. Dat had mijn dochter dus in die boekjes herkend: het half-half zijn, het hebben van twee verschillende ouders uit twee verschillende werelden, die ze allebei op een of andere manier in zich draagt. En waardoor ze soms niet goed weet waar ze precies thuishoort, omdat er op elke plek wel iets is wat haar anders maakt.

Anders, maar uniek.

Mijn lieve, kleine vampierenfee.

 

(*) Voor de mensen die zich nu afvragen in welke taal ze die leest (want die mensen zijn er 😉 ), het is de Spaanse vertaling.

De liefde voor (bepaalde) boeken

Ik ben een dierenvriend, maar dat wil niet zeggen dat ik per definitie van alle dieren hou.

“Ik begrijp het niet,” zei de moeder van een ex-lief ooit, verwijzend naar mijn koele behandeling van haar schoothondje. “Ik dacht dat Kathleen zo´n dierenvriend was?” Maar het is met dieren zoals met mensen: sommige karakters botsen, anderen klikken samen als Maagdenburgse bollen.

En met boeken gaat het net zo: ik ben pro boeken en général, maar er zijn er die ik zonder pardon in de papiercontainer gooi, omdat ik vermoed dat ze in een tweede leven als schoolschrift een waardevoller bestaan zullen leiden. Maar er zijn evengoed boeken waar ik verliefd op word, en die liefde manifesteert zich op de volgende manieren:

  • Ik schrijf of onderlijn erin met potlood
  • Ik neem het boek mee in mijn handtas om het buitenshuis voort te kunnen lezen, zodat er ezelsoren aan komen
  • Ik besteed aandacht aan de keuze van de bladwijzer
  • Ik ga op zoek naar andere boeken van dezelfde schrijver/schrijfster

Over het algemeen ben ik geen fan van veel spullen bijhouden, maar deze boeken hou ik bij, of koop ik aan als ik ze gelezen heb maar zelf nog niet heb. Boeken die me…

  • …hebben doen huilen (één traan volstaat)
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor ik het leven iets beter begrijp
  • … iets bijgeleerd hebben waardoor mijn leven iets vlotter verloopt

 

Omdat ik gezien heb dat er hier onder de lezers ook een paar boekenfans zitten, dacht ik van eens een lijstje met mijn all time favourites te grabbel te gooien (en daarmee te maskeren dat Het Plan in een zeer trage fase zit, maar zoals jullie weten ligt dat aan de zomer en het feit dat het schooljaar hier VEEL TE LAAT begint).

Hier gaan we:

Fictie:

  • Minoes (Annie M G Schmidt)
  • De Gebroeders Leeuwenhart (Astrid Lindgren)
  • Kruistocht in Spijkerbroek (Thea Beckman)
  • Matilda (Roald Dahl)
  • Winnie-the-Pooh (Alan A. Milne)
  • The Woman Who Walked Into Doors (Roddy Doyle)
  • The God of Small Things (Arundhati Roy)
  • Life of Pi (Yann Martel)
  • Never Let Me Go (Kazuo Ishiguro)
  • Far From The Madding Crowd (Thomas Hardy)

Non fictie:

  • The Tending Instinct (Het knuffelinstinct) (Shelley Taylor)
  • The Age of Empathy (Een tijd voor empathie) (Frans De Waal)
  • Awakening The Buddha Within (De Ontwakende Boeddha) (Lama Surya Das)
  • Emotional Intelligence (Daniel Goleman)
  • The Highly Sensitive Person (Hoogsensitieve Personen) (Elaine N. Aron)
  • The Migraine Brain (Carolyn Bernstein)
  • The Macho Paradox (Jackson Katz)
  • Neurosis and Human Growth (Karen Horney)

Wat mij eraan doet denken: waarom krijgen we op de middelbare school geen leeslijst non-fictie voorgelegd? Hoe waardevol zou het zijn als elke tiener reeds een paar boeken over psychologie achter de kiezen had alvorens aan het (z)ware leven te beginnen?

En nog een vraag: hoe zit dat bij jullie?

Wat zijn jullie favorieten?

 

 

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?