Wat we weten over eenhoorns

Alternatieve titel voor dit stukje: “Paasvakantie met een achtjarige”.

En wat ik van die achtjarige de afgelopen dagen geleerd heb over eenhoorns, is dit:

  • Eenhoorns zijn bijna onvindbaar, maar als je een goed hart hebt, komen ze zachtjes naar je toe.
  • Met hun hoorn kunnen ze mensen, dieren en plantjes genezen, en slechte dingen verbranden.
  • Eenhoorns komen goed overeen met iedereen, behalve met mensen die op hen willen jagen.
  • Eenhoorns kunnen gouden lokken hebben (heel soms).
  • Eenhoornscheten hebben de kleur van een regenboog.
  • Eenhoornscheten ruiken naar lekkere dingen, zoals cupcakes met slagroom.
  • Eenhoorns laten soms scheten om ergens sneller te geraken.

Informatie die gedeeld moet worden, dacht ik zo.

 

 

 

 

Advertenties

Het geheim van de vampierenfee

Ik schrijf hier niet vaak over mijn dochter, omdat ik haar liever van het internet wil houden, maar onderstaande anekdote kan vast geen kwaad. Het gaat over lezen.

Als ouder wil je niet liever dan dat je kind verslingerd raakt aan boeken. Want lezen is voor alles goed: mentale, culturele en psychologische ontwikkeling, uitbreiding van hun woordenschat, schoolcijfers, etcetera. Bovendien verbruikt een lezend kind geen electriciteit en is het, zolang het niet hardop leest, nog stil ook.

De grote uitdaging is een boek te vinden dat je kind uit zichzelf wil lezen, want motivatie is alles. Wat een zegening is het dan ook wanneer je kind zijn zinnen zet op een Reeks. Zo hoef je als ouder niet na elk boek opnieuw naar iets interessants op zoek, maar haal je gewoon het volgende boek uit de Reeks.

Daarom staan er overal ter wereld boekenkasten vol met Karl May, Babysitters Club en Harry Potter.

Mijn zevenjarige heeft geheel op eigen kracht een reeksje gevonden dat ze leuk vindt. Ik zat er zelfs een beetje verbaasd naar te kijken hoe gedreven ze zich door het eerste roze-grijze boekje van Isadora Moon las. (*) Aan de tekeningen te zien, ging het over een soort vampierenmeisje met een toverstaf, die avonturen beleeft met haar sprekende pop en roze draak.

Zodra dochterlief het eerste boekje uit had, kocht ik haar als beloning meteen een tweede. Dat had ze binnen de drie dagen ook al uit, dus stond ik binnen de kortste keren weer in de boekenwinkel.

Nu is er tegenwoordig een ganse markt aan meisjesboeken. Dus ergens vroeg ik me af: waarom Isadora Moon? Wat maakt dat ze net die boekjes zo graag leest?

Bij de aankoop van het derde exemplaar, werd er een tip van de sluier opgelicht. Ik las voor het eerst de volledige tekst op de achterflap, en daar werd uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met de kleine Isadora. Ze is namelijk half vampier en half fee. Want haar vader is een vampier en haar moeder een fee. Ik las het en legde onwillekeurig mijn hand op mijn hart. Dat had mijn dochter dus in die boekjes herkend: het half-half zijn, het hebben van twee verschillende ouders uit twee verschillende werelden, die ze allebei op een of andere manier in zich draagt. En waardoor ze soms niet goed weet waar ze precies thuishoort, omdat er op elke plek wel iets is wat haar anders maakt.

Anders, maar uniek.

Mijn lieve, kleine vampierenfee.

 

(*) Voor de mensen die zich nu afvragen in welke taal ze die leest (want die mensen zijn er 😉 ), het is de Spaanse vertaling.

Stap 3: Russisch leren

Even ter opfrissing: mijn Plan is een soort handleiding schrijven voor Spaanse ouders om hun kinderen te helpen Engels te leren. Want het volgen van de vuistregel “zet uw kinderen voor Engelstalige tv-programma´s” is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Probeer maar eens een kind van zes te verplichten tv te kijken in een taal die hij of zij niet begrijpt. Lang duurt dat meestal niet.

Er zijn evenwel een aantal trucs om kinderen aan een taal te laten wennen, en die probeer ik dus op papier te krijgen. Maar om de proef op de som te nemen, wou ik die eerst eens toepassen met een taal die ik zelf niet kan. Ik krijg namelijk vaak te horen: “Jamaar, natuurlijk dat uw dochter Engels kan, want gij kunt dat zelf ook”.

Dus ging ik op zoek naar een nieuwe taal waarvoor ik zowel mezelf als mijn dochter kon motiveren. Russisch leek de uitgelezen kandidaat, want Elena heeft een Russisch vriendinnetje, wier moeder steeds Russisch met haar spreekt. Het is een zeer beweeglijk kind, waardoor we alvast één woordje hadden opgepikt: сюда (suda) betekent “hier!”

Ik stipte de zomervakantie aan als uitgelezen periode voor dit experiment. Maar om twee redenen liep het een beetje mis:

  1. de methode is tamelijk intensief voor de ouder (enfin, niet zo intensief, maar toch iets meer dan je kind afzetten aan de taalacademie en een uurtje later weer ophalen)
  2. deze native Belgian blijkt elk jaar slechter en slechter tegen de hitte van de Spaanse zomer te kunnen (opwarming van de aarde enzo, aaargh, wat gaan wij hier doen over 20 jaar?) en functioneerde bijgevolg drie maanden lang op survival mode

Na twee weken liep alles dus in het slop, en uiteindelijk kwam er niets van. Of: bijna niets.

Want onlangs, tijdens een zeer hectisch logeerpartijtje dat mijn HSP-zenuwen zwaar op de proef stelde, zat het Russische vriendinnetje in haar pyama naast mijn dochter, en vroeg of ze voor het slapengaan even met haar moeder kon bellen. Ik gaf haar de telefoon, en tijdens het onverstaanbare gesprek zag ik in de ogen van mijn dochter opeens lichtjes van herkenning. Haar vriendinnetje had хорошо (chorosjo) gezegd, wat “goed” betekent.

Xорошо, mama!” herhaalde mijn dochter vrolijk. “Xорошо!”

Ik weet dat het niet veel is, maar de helse hitte van de voorbije zomer en al het geaccumuleerde slaapgebrek van de laatste jaren indachtig, besloot ik met dit ene woord de missie als volbracht te beschouwen.

Bovendien een mooi woord om stap 3 mee te besluiten.

хорошо

 

 

 

 

 

1 september pas comme les autres

 

1 september begon voor mijn dochter om middernacht.

Toen zat ze met haar papa op straat paella te eten. Het is hier namelijk feestweek in Rafelbunyol, en de jaarlijkse paella-avond, waarbij in de hoofdstraat na zonsondergang honderden vuurtjes worden aangestoken waarop iedereen zijn paella komt koken, was verleden dinsdag wegens regen (ja, regen! Halleluia!) uitgesteld tot donderdag. Ik was thuisgebleven wegens te moe (drie migranies in augustus, beuh). Daardoor kreeg papa vrij spel en bracht dochterlief pas thuis tegen 1 uur ´s nachts. (Ik heb het dit jaar opgegeven daar nog tegenin te gaan. De school begint hier dit jaar pas op 11 september, dus voor deze week laat ik het maar gebeuren, die late bedtijden.)

Ze kroop bij mij in bed, en papa ging weer naar het dorp, waar de discomóvil voor een feestje zorgde.

Om 9 uur ´s morgens kwam papa weer thuis.

Nu is het vier uur. Ik vermoed dat in België de kindjes nu ongeveer naar huis zullen komen van hun eerste schooldag. Elena heeft er een hele dag voor de tv opzitten. Ondertussen heb ik aan mijn verkleedkostuum zitten werken, want vanavond is het hier carnaval. (*) Ik heb voor mezelf uit een lap jeansstof de blauwe jurk van Belle uit Beauty and the Beast nagemaakt (behoorlijk gelukt, maar het zit wel een beetje ongemakkelijk), en voor mijn dochter de jurk van Princess Poppy uit Trolls. Ik heb ook gel gekocht om haar haar rechtop te zetten en verf om het roze te spuiten. Papa gaat als zigeunerin.

Het wordt nog een interessante avond…

 

(*) Het Carnaval van Rafelbunyol is zeer bekend in Spanje. We kunnen vanavond zo´n 40.000 bezoekers verwachten, terwijl er in dit dorp maar zo´n 8500 mensen wonen.

IMG_20170901_220123

 

 

 

Waarom we middenin een sprookje stokten

Begrijp me niet verkeerd: ik ben een geweldige fan van Annie M. G. Schmidt.

Ik vermoed dat zo´n tachtig procent van mijn dochter´s kennis van het Nederlands te danken is aan haar verhalen. Jip en Janneke hebben we drie keer van voor naar achter en terug gelezen, Pluk van de Petteflet twee keer integraal en daarna geregeld het verzoeknummer “Grote mensen spelen”, en ook met Otje hebben we veel plezier gehad.

Bovendien is Minoes, het boek over de kat die in een juffrouw verandert, mijn favoriete boek aller tijden. Ik las het voor het eerst toen ik zes was, heb er mijn eigen kat naar genoemd, en toen de film uitkwam en niemand mee wou, ben ik hem helemaal in mijn eentje gaan zien. Het was het eerste boek dat ik aan Elena voorlas toen ze nog een baby was. Ze verstond er natuurlijk niks van, maar lag naast mij gefascineerd naar de pagina´s te kijken terwijl ik mij amuseerde met de dialecten die ik de verschillende katten gaf.

Kortom: Annie M. G. Schmidt neemt een belangrijke, welverdiende plaats in mijn literair geheugen in.

Maar halverwege “Allemaal sprookjes” ging het mis. In het verhaal “Het luciferdoosje” maakten we kennis met Gijsbert, een aanvankelijk sympathiek uitziende jongeman die op het sterfbed van zijn vader de eigenaar werd van een bijzonder luciferdoosje. Alles wat hij zag, kon hij in dit doosje laten verdwijnen via het simpele bevel “D´r in!” en het later weer tevoorschijn toveren met de iets minder voor de hand liggende uiting “Psssst!”

Dat Gijsbert zich op deze manier een gans huis toeëigende, konden we hem nog vergeven, want blijkbaar was het een kantoorgebouw en waren de werknemers bijzonder uitgelaten toen ze merkten dat hun werkplek verdwenen was. Gijsbert zette zijn illegaal verworven vastgoed op een mooi plekje aan de rivier en ging naar de markt om daar eten te gaan stelen van nietsvermoedende marktkramers. Toen hij bij de drogist een zakje drop ging halen, werd hij op slag verliefd op het meisje dat achter de toonbank stond. Ongetwijfeld aangemoedigd door de instant-behoeftebevrediging van de laatste dagen, vroeg hij haar meteen of ze met hem wilde trouwen. Liesje (want dat was haar naam) zei echter “nee”. En daarop deed Gijsbert iets heel stouts. Hij deed het doosje open en zei: “D´r in.”

Hier begon ik het moeilijk te krijgen. En deelde dat ook luidop mee aan mijn dochter: het meisje had nee gezegd, en daar had die jongen naar moeten luisteren. Met een bedenkelijke frons las ik verder, maar het kwam niet meer goed:

Daar ging Liesje naar binnen en hij nam haar mee naar zijn huis, opende het doosje en zei: ´Pssst.´

Ze kwam er woedend uit en riep: ´Laat me gaan of ik roep de politie´.

´Kom nou, wat onaardig van je,´(*) zei Gijsbert. ´Kijk eens wat een mooi uitzicht we hier hebben. En er zijn zeven schrijfmachines in dit huis.´

´Dat verandert de zaak,´zei Liesje. ´Ik ben dol op schrijfmachines. Mag ik op allemaal tikken?´(**)

´Net zoveel als je wilt,´zei Gijsbert. ´Wanneer je tenminste klaar bent met het huishouden,´voegde hij er haastig aan toe.

Say whaaaat?

Hier volgde een kort pedagogisch gesprek over rolpatronen, waarop mijn dochter zelf concludeerde dat ze liever een ander sprookje wou horen. Trots op mijn dochter. En opgelucht dat ik haar het vervolg (“Liesje veegde de vloer, poetste zijn schoenen en ging toen zitten tikken”) kon besparen.

Mijn waardering voor Annie M.G. Schmidt is hier ongeschonden doorgekomen. Ik weet dat het meer met de tijdsgeest dan met de schrijfster te maken heeft. Maar dit komt uit een boek dat heruitgegeven werd in 2012. Beetje op onze hoede blijven dus. De machismo-meter nog niet uit het stopcontact trekken.

 

 

(*) Aja, want meisjes moeten altijd aardig zijn, ook al zijn ze net gekidnapt.

(**) Als je maar spullen kan aanbieden zal een vrouw wel voor je vallen, nietwaar?

 

 

 

 

 

Ondertussen in Vlaanderen: alles onder controle (2)

Ze had de luiertas vergeten en daar aanvankelijk tamelijk nerveus over. Tina is altijd goed geweest in dingen in de hand houden: reisschema´s, beroepsklassen, en sinds drie maanden: luiertassen. En nu stond ze daar met man en baby in Gent, en de wagen onder het Zuid geparkeerd. En de luiertas in Oudegem. Dat vond ze niet leuk, maar ze haalde diep adem en zei: “We wagen het erop.”

En we trokken de stad in.

Dat ging zo vlot dat Tina en haar man Tim besloten om mij en Elena nog even te vergezellen op restaurant ook. Dus we doken een Italiaan in (misschien toch herschrijven, die zin) en daarmee schreven we baby´s eerste restaurantbezoek op haar palmares, terwijl Tim en Tina honderduit over hun huwelijksreis/wereldreis praatten en Elena helemaal zelf haar favoriete maaltijd bestelde: spaghetti zonder saus en alleen maar kaas.

Een uurtje later stapten we naar buiten, opgewekt omdat de baby het zo flink volgehouden had. Op een half uurtje zouden ze thuis zijn, nu kon er niks meer misgaan. Maar verder dan twee meter kwamen we niet, want de straat naar het Zuid was afgesloten.

Bomalarm.

Toen zag ik de paniek opkomen in de ogen van mijn vriendin. En ik zag ook hoe moedig ze zichzelf kalm probeerde te houden. We maakten snel een plan. Eerst: luiers vinden. Dat kon nog best tricky worden, want het was ondertussen al bijna zeven uur ´s avonds. We besloten naar Sint Jacobs te gaan om te zien of de supermarkt nog open was, en indien dat niet het geval was een nachtwinkel te zoeken. Dan zouden we terug naar het Zuid gaan om te kijken of het bomalarm al opgeheven was.

De supermarkt was gelukkig nog open, en we sloegen behalve pampers ook een voorraadje eten en drinken in. Daarna gingen we met onze kinderen en boodschappen weer naar het Zuid, waar de mannen die aan de politielinten de wacht hielden ons nog steeds niet konden vertellen of er al schot in de zaak was (ook deze uitdrukking herzien). De baby begon echter hongerig te worden, dus stelde ik voor dat we allemaal naar de Airbnb (*) zouden gaan waar Elena en ik verbleven.

Toen we daar aankwamen en aan onze gastheer de situatie uitlegden, werden mijn vrienden met open armen ontvangen. Hij nodigde hen uit in zijn woonkamer, waar Tina haar baby kon voeden (**). Ondertussen ging ik Elena douchen. Tim zou terug naar het Zuid gaan om de auto op te halen zodra het alarm opgeheven werd, en Tina´s ouders werden op de hoogte gebracht en beloofden hen te komen ophalen indien het te lang zou duren.

Na de douche klom Elena voor mij de houten trap op naar onze slaapkamer op de bovenste verdieping. Tina lag in het grote bed, met haar arm om haar slapende dochtertje heen. Elena ging voorzichtig aan de andere kant van het baby´tje liggen, en ik legde me naast haar. Over de hoofdjes van onze dochters keken Tina en ik elkaar aan. De laatste keer dat we samen in hetzelfde bed hadden gelegen, was tijdens de Gentse Feesten van 2008 geweest. We waren toen in de vroege uurtjes van het Zuid naar mijn appartementje in Ledeberg gewandeld, en zij was toen knal tegen een verkeersbord aangelopen. We moeten nog altijd lachen als we dat oprakelen.

En nu lagen we hier: twee jonge mama´s, als een cocon om onze dochters, in dat grote bed.

En we waren zo gelukkig.

De mooiste momenten kan je niet plannen. Daar zit je opeens middenin.

Al wat je dan hoeft te doen, is heel erg dankbaar zijn.

 

(*) Ik heb de link naar de Airbnb erbij gezet omdat we daar zo´n fijn verblijf hebben gehad. Ik word hier niet voor vergoed ofzo, het is puur uit dankbaarheid.

(**) Eigenlijk was deze episode ook één lange, mooie advertentie voor borstvoeding. Want die kan je niet vergeten, die heb je altijd bij.

 

Guide to the Spanish: Babies

Dit keer geen citaat uit de Xenophobe´s Guide, want daar staat geen hoofdstuk in over baby´s (maar ik ga wel even consequent door met Engelse titels, vandaar babies hierboven). Een opmerking van Kleine Atlas deed mijn frank vallen: ik hoef me eigenlijk helemaal niet aan de indeling van de Xenophobe´s Guide te houden. Daarom zullen er ook een paar afleverinkjes verschijnen zonder cursief citaat uit dat boekje als inleiding.

Spanjaarden zijn gek op baby´s. Ik moest altijd veel moed rapen voor ik met mijn ukje een kamer vol familieleden binnenstapte, want die kwamen geheid op ons afgestormd als een horde wilde neushoorns. Mijn coping strategie was dan om haar dicht tegen me aan te drukken (want ze rukken je baby ook gewoon uit je armen als je niet teveel weerwerk geeft), luid te roepen “Uit de weg, ze moet gevoed worden!” en dan de dichtsbijzijnde slaapkamer in te duiken. Wanneer iedereen een beetje gekalmeerd was, sloop ik dan voorzichtig weer naar buiten en deed de ronde langs tantes, neven, nonkels, nichten, grootmoeders, overgrootmoeders en buren, zodat iedereen mijn dochtertje eens kon vasthouden. Daar hoorde dan onvermijdelijk een heel schattig kriebelspelletje bij over een poes, waarbij het baby´tje over haar gezicht gestreeld werd, terwijl deze heerlijke Valenciaanse woorden klonken:

Mixinetes, arrapaetes, que vindrà el gatet, i te fará “miau, miau, miau, miau, miau”!

Wat ook tamelijk bijzonder is: Spanjaarden zijn gek op baby´s, van wie ze ook zijn. Wanneer je een fruitwinkel, bakkerij of postkantoor binnenstapt met een kinderwagen, is er altijd wel iemand die zich over je kleintje heen buigt en er een conversatie mee begint. Het probleem is dat je in het Spaans moeilijk over een kind kan praten zonder het geslacht aan te geven. In het Vlaams kan je daar makkelijk omheen door “Wat een schoon kind!” uit te roepen, maar zodra je in het Spaans “¡Qué guapo!” zegt over een meisje, of “¡Qué guapa!” over een jongen, heb je het in twee woorden al verpest. Want het wordt niet geapprecieerd dat je het geslacht van iemands baby verkeerd inschat, en mensen die zich laten vangen, schamen zich er geweldig over. Daarom (en volgens mij echt alleen maar daarom) krijgen meisjes van zodra ze geboren worden twee oorbelletjes in hun oortjes geschoten. In het ziekenhuis, op de materniteitsafdeling. Mijn dochter niet, omdat ik dat expliciet geweigerd heb. Maar daarmee heb ik tientallen mensen in affronten gebracht, want een baby zonder oorbellen is voor hen een jongen. Ook wanneer ik mijn dochtertje in een rode jurk met een knalroze strik op de buik had gehesen, bleven mensen haar ongehinderd een mooi jongetje noemen. Wat mij natuurlijk geen bal uitmaakte, want een baby is een baby. Maar ik leerde al snel af de bewonderaars te corrigeren, enerzijds om hen de gêne te besparen, anderzijds omdat ik het beu was weer die hele uitleg te geven over waarom ik bij haar geen gaatjes had laten schieten.

Het is in een dorpje als het onze ook volstrekt normaal dat onbekenden (zowel mannen als vrouwen en voornamelijk bejaarden) je op straat totaal ongevraagd opvoedkundig advies geven. En niet op een Peter Adriaensen manier. Nee. Ze richten zich rechtstreeks tot je peuter met de woorden “Hebt gij nog altijd nen tutter? Bah, zo vies!” (Hallo, mijn kind is anderhalf en je hebt haar nog nooit eerder in je leven gezien.) Een ander voorbeeld vond plaats op een zonnige wintermiddag, toen ik gehaast de buggy voortduwde en daarbij een heertje passeerde, dat me toeriep: “Hela! Zet dat kind eens een muts op!”

 

Dus stel u voor hoe groot de cultuurshock was toen ik met mijn baby naar België reisde, daar openbare ruimtes betrad en er niemand naar mijn baby omkeek. Ik kon amper geloven hoe weinig aandacht ze kreeg, en ik werd er eerlijk gezegd een beetje ongemakkelijk van.

“Hey, ik ben hier wel met een superschattige baby,“ wou ik roepen (maar hield me natuurlijk in, brave Belg die ik nog steeds was).Toen begon ik de overdreven aandacht van de Spanjaarden wel iets meer te appreciëren.

 

Die toegenomen appreciatie duurde even lang als mijn bezoek aan België. Zodra ik weer in Spanje was en de moeder van een vriendin ongevraagd mijn baby uit mijn armen rukte, was het meteen weer over.

 

Guide to the Spanish: Children

“To the Spanish, children come first, to whomsoever they belong, and the banning of them from bars or places of adult entertainment, as practised in Britain, is not only unthinkable but looked upon as uncivilised.

Children should not only be seen but encouraged to be heard, loudly, for they are evidence of life and continuity which must be heralded with joy. They are pandered to and rarely corrected. They would never be sent to bed as a punishment, indeed they are never sent to bed at all.”

(Drew Launay, Xenophobe´s Guide to the Spanish, p 7)

Het is onvoorstelbaar hoe weinig belang er hier gehecht wordt aan de slaap van een kind. Ik heb kinderen van vermoeidheid omver zien vallen in bars, restauranten en op trouwfeesten. Ik ken kinderen die elke nacht in slaap vallen voor de tv op hun kamer. Maar daar staat tegenover dat kinderen, althans hier in ons dorp, een fantastisch leven hebben. Elke dag na schooltijd spelen ze nog een uur of twee in het park met hun vriendjes, en de zonovergoten weekends worden gespendeerd met hun uitgebreide familie rond een gigantische pan paella, ofwel picknickend in het park met de vrienden van hun ouders en bijbehorende kroost.

Bijgevolg groeien de meeste kinderen hier erg gelukkig op. Ik heb in al die jaren nog geen enkel geval gezien van depressie of eetstoornissen bij kinderen. De meeste gezinnen hier hebben maar één of hooguit twee kinderen, maar ze groeien op met hun vriendjes. Ze zijn nooit alleen.

Oja, en dat ze zelden worden gecorrigeerd op hun luidruchtigheid klopt ergens wel (hoewel lang niet in alle gevallen), maar dat is volgens mij gewoon omdat de meeste ouders ook luidruchtig zijn.

 

 

 

Het varkentje dat altijd lachte

(Ik schrijf normaal gezien niet specifiek voor kinderen, maar tijdens het voorlezen kwam er eens een gedichtje aanwaaien, en dat heb ik toen met plezier afgebreid. Een geschikt begin voor deze vrolijke kleutermaand 🙂 )

Het varkentje dat altijd lachte

Er was eens een klein varkentje

dat altijd, altijd lachte.

Als hij bij de bakker op zijn

croissantjes stond te wachten,

dan stond hij daar te giechelen

van “hihi” en “hoho”…

Dat klinkt misschien wat vreemd,

maar het was nu eenmaal zo.

 

Zelfs als er niets te lachen viel,

dan nog kon hij ´t niet laten.

Hij grinnikte op de pleinen

en hij proestte in de straten.

Toen moest hij ZO hard lachen

dat hij omviel van de pret!

Met vier man en een paard

hebben ze hem weer recht gezet.

 

En toen hij later de video

van die lachstuip kreeg te zien,

toen lachte het vrolijke varkentje

nog luider dan voordien.

 

 

 

April en de kleuters

April wordt kleutermaand!

Elke vrijdag ga ik iets posten dat op een of andere manier met het kleuterleven te maken heeft. Ik heb daar twee goede redenen voor:

  1. kleuters en creativiteit, dat gaat geweldig goed samen
  2. mijn eigen kleuter verjaart deze maand, hihi 🙂

 

Wat het precies gaat worden, daar ben ik nog niet helemaal uit. Hm, dat wordt spannend…