Of ik lesbisch ben, en wat ik invulde bij “geslacht”

Af en toe krijg ik de (meestal schuchtere) vraag of ik misschien lesbisch of biseksueel ben, en dat komt dan altijd omdat mensen op sociale media gezien hebben dat ik nogal supporter voor de rechten van de LGBTQ-gemeenschap.

Nu, ik ben zo hetero als ik groot ben, nooit verliefd geworden op meisjes, altijd op jongens (soms de juiste, soms de foute). Ik kan het me ook absoluut niet voorstellen dat ik iets met een vrouw zou hebben, al ken ik een paar prachtige biseksuele vrouwen met wie ik vast een fantastische relatie had kunnen opbouwen moest dat wel zo geweest zijn.

De reden dat ik hier nu zo duidelijk schrijf dat ik hetero ben, is niet omdat ik er problemen mee zou hebben dat mensen zouden denken dat ik lesbisch of bi ben. Dat zou zoiets zijn als horen zeggen dat ik rood haar heb terwijl ik bruin haar heb -echt totaal onbelangrijk dus.

Maar ik wil het hier aanhalen omdat ik een probleem heb met het idee dat mensen die voor LGBTQ-rechten ijveren sowieso geen hetero´s zijn. Alsof enkel mensen van kleur tegen racisme moeten vechten, en dat de strijd voor vrouwenrechten een zaak van vrouwen is. Ik denk dat het op die drie terreinen net alle hens aan dek moet zijn, want er is nog zoveel werk.

Als staartje bij deze bedenking: onlangs stuurde de gemeente een online enquête door, en voor je aan de vragen kwam, moest je je leeftijd en geslacht ingeven. Nu zijn we al voldoende geëvolueerd dat je bij dat laatste kan kiezen tussen man, vrouw en wil-ik-niet-zeggen. Die laatste optie had ik nog nooit aangevinkt, want ik dacht altijd: dat is voor de non-binaire mensen onder ons. Maar bij deze enquête dacht ik plots: waarom word ik hier eigenlijk naar mijn geslacht gevraagd? Voor de statistieken, maar waarom hebben wij statistieken nodig over geslacht wanneer we gevraagd worden naar wat er veranderd kan worden in onze gemeente? Als dit om onze ideeën gaat en we allemaal gelijkwaardig zijn, wat is dan de waarde van die vraag? En toen heb ik lekker rebels en voor het eerst in mijn leven “wil ik niet zeggen” ingevuld.

Hah.

Daders

Het is verontrustend hoe makkelijk daders buiten beeld blijven.

Homostel opnieuw lastiggevallen en mishandeld.

Elke tien dagen sterft een vrouw als gevolg van huiselijk geweld.

Politiegeweld VS: Zwarte Amerikanen disproportioneel vaak doodgeschoten.

De daders buiten beeld houden is heel eenvoudig: focus op de slachtoffers, maak de zin indien mogelijk passief, en/of vervang de dader door een begrip (huiselijk geweld, politiegeweld, homohaat, racisme, etc.) Op die manier maak je het geweld een probleem van het slachtoffer, en niet van de dader. Wat niet erg efficiënt is, want het is net de dader die het probleem is.

“Onverdraagzame jongeren vallen homokoppel aan.”

“Per maand vermoorden gemiddeld drie mannen hun (ex-)partner.”

“Amerikaanse politieagenten vermoorden veel vaker zwarten dan blanken.”

Dat klinkt toch ietwat anders, niet?

De burgemeester van Rotterdam heeft dat alvast begrepen. Hij spreekt de jongeren die gisteren de stad vernielden vlakaf aan. En zo hoort het ook. De daders aanspreken op hun wandaden. Zeggen: “Wat gij gedaan hebt, is fout. En waag het niet dat nog eens te doen, want dat pikken we niet,” of welke variant daarvan naargelang de context van toepassing is.