Corona Chronicles: day 72

We hebben een uurrooster hier in het dorp, om te voorkomen dat iedereen tegelijkertijd buitenkomt. Het gaat om de tijden waarop je, volgens leeftijdscategorie, buiten mag om aan lichaamsbeweging te doen (*). Dat ziet eruit als volgt:

*van 6 tot 10u: volwassenen

*van 10 tot 12u: ouderen

*van 12 tot 19u: kinderen (met hun ouders)

*van 19 tot 20u: ouderen

*van 20 tot 23u: volwassenen

Het interessante effect van dit uurrooster is dat het nog nooit zo druk geweest is op straat. Vooral vanaf 18u, wanneer na de siesta iedereen hun kroost in de rolschaatsen klikt of op de fiets duwt om nog snel even een toertje te doen. Daarna worden die kinderen thuis afgezet, en begeven de ouders zich even later weer de straat op om samen met alle kinderloze volwassenen rond het dorp te gaan snelwandelen alsof ze voor een marathon aan het trainen zijn. En in dat uurtje overlap, waarin de kinderen te laat worden thuisgebracht en volwassenen te vroeg naar buiten komen, wandelen kranig de oudjes rond, en komen zo in contact met ie-de-reen.

Moest er geen uurrooster zijn, ik zweer het u, dan was er hier geen kat op straat.

Nog een leuk detail is het feit dat het uurrooster in fase 1 eigenlijk niet geldt voor dorpen met een bevolking van minder dan 10.000 inwoners. Dus iedereen dacht er hier afgelopen maandag van af te zijn, want we waren allemaal naar wikipedia gesurft, waar we gelezen hadden dat de bevolking van Rafelbunyol in 2019 op 8941 geraamd was, en okee, we hadden best wel wat zwangerschappen zien passeren, maar nu ook weer niet zo overdreven veel. Doch, toen kwam dinsdag het bericht van de ayuntamiento dat we wél nog het uurrooster moeten volgen, ook al zitten we inderdaad onder de 10.000. En toen ik me daarstraks tussen mijn snelwandelende dorpsgenoten begaf en een groepje bevriende moeders probeerde bij te houden, hoorde ik van één van hen waarom dat zo is: we hebben in dit dorp teveel personen per vierkante meter.

Gelukkig worden al die vierkante meters nu intensief benut.

 

(*) Om naar de winkel te gaan, of een terrasje te doen, of de hond uit te laten mag je uiteraard naar buiten wanneer je wil. Vragen in de zin van “mag je als bejaarde om 9 uur ´s morgens naar de winkel joggen” of “mag een dertiger om 11 uur in de voormiddag via een omweg op zijn sportfiets naar het café fietsen” worden liefst vermeden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 63

Vandaag heel kort, want het was een regenachtige dag waarover niets anders te zeggen valt dan dat het precies weer april was: man de hele dag gaan werken, dochter teveel voor tv. Hond uitlaten, handwerken, ruziën, bijleggen, knutselen, eten, bedtijdverhaaltje, blog. Dat was het. En morgen weer hetzelfde.

Ondertussen heb ik in de krant gelezen dat ze in Valencia capital het plein voor het stadhuis aan het heraanleggen zijn. Het wordt nu grotendeels verkeersvrij. Van de nood een deugd maken, slim vind ik dat. Dit is het moment om straten open te breken en zebrapaden te schilderen!

Zouden ze dat in Vlaanderen al doorhebben? Stel u voor, dat ze nu alle wegenwerken grondig aanpakken, zodat er in het post-coronatijdperk geen wegomleggingen meer zijn.

Of misschien toch beter niet. Want wat als iedereen straks uit zijn kot kruipt en terechtkomt in een Vlaanderen vrij van wegomleggingen… De mensen zouden volledig gedesoriënteerd geraken.

Laten we het niet nog erger maken dan het al is.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 60

Er werd verwacht dat de Valenciaanse gemeenschap vandaag van fase 0 naar fase 1 zou gaan, en dat we dus ons dorp zouden mogen verlaten, voorzichtig een terrasje doen, hier en daar een vriend bezoeken. Maar daar stak Madrid dit weekend een stokje voor.

Als ik het goed begrepen heb (maar pin me er niet op vast), dan verliep dat gesprek ongeveer zo:

Madrid: “Valencia gaat niet naar fase 1.”

Valencia: “Hoezo? Waarom niet? We hebben een kei-dik dossier ingeleverd! Wij zijn helemaal klaar voor fase 1!”

Madrid: “Nee, want jullie testen niet genoeg.”

Valencia: “Maar jullie hebben nergens gezegd hoeveel we moeten testen om naar fase 1 te mogen gaan!”

Madrid: “Als ge niet genoeg test, dan weet ge niet hoe het zit met de verspreiding.”

Valencia: “Jamaar, dat is niet eerlijk. Dan had ge dat eerder moeten zeggen!”

Enfin, geen fase 1 voor Valencia dus.

Gisteren sprak ik even met de buurvrouw. Ik had haar al lang niet meer gezien; ze is er nooit bij wanneer we met de buren ´s avonds in het steegje vanuit ons deurgat komen praten.

“Kathleen, ik ben zo gelukkig,” zei ze me, met een mojito in de hand en haar blauwe ogen stralend in haar zongebruinde gezicht. “Ik was zo moe voor deze crisis uitbrak, zo gestresseerd. Ik maakte me zoveel zorgen om de cijfers van de kinderen, ik was al dat heen en weer rijden naar de muziekschool zo beu. Wat is het heerlijk om nu gewoon lekker thuis te zitten. Ik trek me geen bal meer aan van de schoolcijfers. De kinderen zijn gelukkig, ik ben gelukkig, we moeten nergens heen. Laat die fase 0 nog maar een tijdje duren.”

Alvast één iemand die geen problemen heeft met een verlengd verblijf in fase 0.

 

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 56

Vandaag ben ik naar de markt geweest.

Jawel, de markt!

Voor de gelegenheid hebben ze die verplaatst naar het park hier vlakbij mijn deur. Dat kwam alvast mooi uit. En de reden van die verplaatsing is dat er om het park een hek staat en dat er twee ingangen zijn. Op die manier kan er mooi gecontroleerd worden wie er binnen,- en buitengaat.

Bij de ingang werd ik gevraagd mijn handen te wassen met een gel, en kreeg ik een mondmaskertje aangereikt. En zo wandelde ik met mijn allereerste mondmaskertje (mijlpaal?) het park in. Dat gaf me een beetje een Darth Vader gevoel, zo mijn gezichtsveld beperkt zien tot de strook tussen dat mondmasker en de klep van mijn pet. Ik voelde me als een robot die de omgeving scande. Erg aangenaam vond ik het niet.

Ik liep naar de kraam van Elisa en haalde mijn bestelling noten en droge vruchten op. We praatten even, maar wat was het ongemakkelijk met dat maskertje voor mijn gezicht. Mijn bril dampte constant aan. En toen stapte ik over van het kamp van de verantwoorde gebruikers naar dat van de knoeiers: ik raakte het mondmaskertje aan en trok het tot onder mijn neus. Naar de medaille voor voorbeeldig burgerschap kan ik dus fluiten, maar ik kon tenminste een beetje ademen.

Toen ik langs de aangewezen uitgang weer naar buiten stapte, groette ik vriendelijk de persoon die daar de wacht hield. En terwijl ik langs hem heen liep, besefte ik: hij heeft mijn glimlach niet gezien.

Wat jammer.

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 54

Vanmorgen ben ik voor het eerst in maanden weer in het postkantoor geweest (wie hier al langer meeleest, weet dat ik daar graag kom).

Sonia is een van de vaste bedienden die daar werkt, en we kennen elkaar ondertussen al jaren. Van achter haar loket heeft ze mijn dochter zien opgroeien, en de bovengemiddelde frequentie waarmee ik als migrant met postpakketjes kom aandraven, gaf mij de gelegenheid de operatie en revalidatie van haar hond op de voet op te volgen. Deze sympathieke loketbediende is een vrouw met een hoge hippie-factor, die op zaterdagvoormiddag in het postkantoor wierrookstokjes brandt om haar collega´s alvast in een ontspannen weekendstemming te brengen.

Vandaag liep Sonia er nog meer hippie bij dan anders: ze had haar dikke, zwarte haar met een potlood bovenop haar hoofd in een enorme dot vastgestoken, en de strengen die niet bij in de knot geraakten, vielen wild over haar schouders. “Wat zit je haar leuk!” zei ik haar oprecht, terwijl ik geholpen werd aan het loket van haar collega. Zelf was Sonia iets minder enthousiast over haar kapsel. “Joh, ik had een prachtige permanent,” zei ze, “maar die is er helemaal uitgegroeid.”

De klant die zij op dat moment aan het helpen was, moest qua coiffure trouwens niet onderdoen voor Sonia. Het was een vrouw met een omvangrijke bos blonde krullen die tot onder haar schouderbladen reikte. Dicht bij haar hoofdhuid was het donker van haar natuurlijke haarkleur zichtbaar. Ja, ik was omgeven door waanzinnig volumineuze kapsels, en ik vond het fantastisch.

Sinds gisteren zijn de kappers weer aan het werk, en voor hen ben ik natuurlijk heel erg blij. Maar stiekem had ik het ook wel leuk gevonden als we allemaal nog wat langer in die verwilderde modus waren blijven zitten. Stel je eens voor: iedereen met een jaren ´70 kapsel! En zoveel meer grijs en wit op straat!

Voor mij staat het vast: ik ga mijn haar nooit meer kort laten knippen. Ik wil er op mijn oude dag als een hippie-vrouwtje bijlopen: met een dikke bos ontembaar wit haar.

En dat ga ik dan bovenop mijn hoofd in een dikke knot vaststeken.

Met een potlood.

En een paar haaknaalden.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 47

Vandaag laat ik mijn dochter aan het woord (typles en Nederlandse les in één): 

zo zouden alle dagen moeten zijn: de hele morgen tv kijken, gaan wandelen en terwijl appelsienen plukken, daarna met het buurmeisje praten, daarna huiswerk doen, daarna tekenen, dan eten , en daarna een douchke pakken, en dan gaan slapen.

De quarantaine van een contente negenjarige in een notendop 🙂

 

Corona Chronicles: day 45

Hoewel het zondag is, ga ik toch iets schrijven. Want het is een belangrijke dag: vandaag mochten de kinderen voor het eerst weer naar buiten.

Toen ik vanmorgen uit het raam keek, zag ik aan de overkant van de straat een meisje op een step. Verderop liep een vrouw met een kinderwagen. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

Even later filmde ik hoe mijn dochter de voordeur uitrende, de lege straat overstak, en de zandberg opcrosste die de werkmannen daar de afgelopen dagen bij elkaar hebben gestapeld. Een half uur lang heeft ze samen met de hond op die berg gespeeld.

´s Namiddag zijn we met de buren gaan wandelen, braaf de richtlijnen voor social distancing respecterend. En toch vonden de kinderen het heerlijk, want op anderhalve meter van elkaar kan je perfect een koerske doen.

Wat een mooie dag was dit. Zoveel lucht en opluchting. Zoveel hoop. In de Kerk weten ze het al lang: het is de strenge veertigdagentijd die de wederopstanding momentum geeft.

 

 

 

Corona Chronicles: day 35

Toen de lock down werd afgekondigd, waren er veel mensen in mijn omgeving die dachten dat dit alles hooguit een week of drie zou duren. Maar ik had Marc Van Ranst horen zeggen dat een week of tien een realistische schatting was. Dus tekende ik in een schrift tien blokken. Telkens er een week voorbij was (ik ben beginnen tellen vanaf vrijdag 13 maart) kleurde ik een blok in. Daarnet heb ik het vijfde blok ingekleurd.

Aan het einde van elke week schreef ik wat het overheersende gevoel geweest was tijdens die periode.

Gisteren las ik hoe Veroniqzelf de fasen van rouwverwerking toepaste op de Covid-19 pandemie. Ik voelde een schok van herkenning: ik zag al die gevoelens terug in mijn blokken-pagina. De ontkenning en het gevoel van in een onwerkelijke wereld terecht gekomen te zijn. Ik heb onderhandeld en oh, wat ben ik boos geweest (maar dat heb ik niet op deze blog geuit). Afgelopen maandag voelde ik de boosheid wegzakken in iets wat sterk op depressie begon te lijken. Die nacht sliep ik amper. Dinsdag was eigenlijk een rotdag.

Maar van dinsdag op woensdag leek het alsof er iets veranderd was. De boosheid was grotendeels weg, de depressieve gevoelens waren verdwenen. Er was een berusting voor in de plaats gekomen. Het is waarschijnlijk geen toeval dat ik sinds die dag met meer aandacht en geduld mijn dochter heb begeleid.

Gek dat ik daar vijf weken voor nodig heb gehad, denk ik nu.

Maar dat is kennelijk hoe we in elkaar zitten.

 

 

 

Corona Chronicles: day 32

Eerst en vooral: een zo vrolijk mogelijk Pasen gewenst aan jullie allemaal!

Laat mij beginnen met toe te geven dat ik een héél klein beetje vals gespeeld heb tijdens mijn medialoos weekend: ik heb namelijk twee keer per dag de berichtjes op whatsapp gecheckt (ik was bang dat er anders een paar mensen erg ongerust gingen worden). En zodra de wijzer op zondagnacht over de twaalf ging, ben ik wel meteen gaan kijken wat ik gemist had. 

Maar voor de rest ben ik bijzonder braaf geweest. En dat was niet zo moeilijk; het was zelfs een opluchting. Want wat worden we dagelijks toch enorm vaak afgeleid door dat kleine, zwarte apparaatje, dat daar als een Tamagotchi ligt te zoemen om aandacht. Ik weet dat je daar niet op hoeft te reageren, maar als je er niet op mag reageren, wordt het toch veel makkelijker om het ook daadwerkelijk te negeren.

Bovendien was het ook een goede zaak wat af te kicken van het lezen van kranten. Want dat begon wat aan het ongezonde te grenzen. Ik zit immers met het gevoel dat er iets groots en ingrijpends aan de gang is, maar dat ik heel weinig zicht heb op wat er nu werkelijk aan de hand is. Want die getallen alleen lijken me maar het topje van de ijsberg, en al die loze krantenkoppen gaan niet veel dieper. Daarom schuim ik elke dag de nieuwswebsites af, pluis de kranten uit, op zoek naar puzzelstukjes die de tekening van het geheel duidelijker maken. Ik vind het absurd hoe weinig we weten over wat er momenteel naast onze deur gebeurt. Maar niemand heeft een duidelijk zicht op de storm wanneer je er middenin zit; misschien ben ik gewoon te ongeduldig.

Ik wil nu al het boek lezen dat over tien jaar over de coronacrisis geschreven zal worden.

Daar een weekendje vrijaf van nemen, deed deugd. Ik stond niet meer als een verdwaasde Alice in Wonderland naar wegwijzers te zoeken; ik ging gewoon mee thee zitten drinken en absurde liedjes zingen. Mandala´s haken. Films kijken.

En nu is het maandag en kan ik de waanzin weer aan.