L’histoire se répète

Uit een boek dat ik onlangs op een Belgische zolder tegenkwam.

Zoek de gelijkenissen met het begin van de eenentwintigste eeuw.

“Tussen 1871 en 1911 verlieten ongeveer 28 miljoen mensen Europa. Ze trokken naar Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Argentinië, Canada en Amerika.

Vele Europese bedrijven vestigden een kleine handelspost in buitenlandse havens.  Nederlandse en Duitse boeren verkochten hun boerderij en kochten land van de Amerikaanse spoorwegmaatschappijen. Veel emigranten raakten enthousiast door een boek van de Amerikaanse journalist James Brisbin uit 1881, waarin hij beschreef hoe je snel rijk kon worden als veeboer in Amerika.

Engelse boeren gingen naar Australië of Nieuw-Zeeland, op zoek naar sappige weiden; mijnwerkers uit Wales trokken naar Pennsylvania, waar ze meer geld konden verdienen. Italiaanse boeren gingen als ongeschoold arbeider werken bij de Amerikaanse spoorwegen. Ook werden vaak Poolse mannen aangenomen voor werk aan de spoorweg. Ze reisden meestal in groepjes van tien en hadden een oud vrouwtje bij zich dat voor ze waste en kookte.

Andere emigranten waren mislukkelingen die opnieuw wilden beginnen: zakenlieden die al hun geld hadden verloren, verarmde adel en misdadigers die voor de politie op de vlucht waren. Sommige arbeiders die op de zwarte lijst waren gekomen vanwege vakbondsactiviteiten, kregen van hun vakbond een kaartje voor de overtocht. Ierse boeren vluchtten weg van de armoede en honger, Slowaken ontvluchtten de politieke onderdrukking in Hongarije. Uit Rusland kwamen joden “bij wie de onderdrukking van het gezicht te lezen viel”.

De emigranten kwamen in een vreemde, vijandige omgeving terecht. Toen Engelse boeren in Wisconsin kerstliederen zongen op kerstavond, raakten andere emigranten in paniek -ze dachten Indiaanse strijdkreten te horen. De nieuwkomers, die helemaal onderaan moesten beginnen en werden uitgescholden voor “spaghettivreter” of “pinda”, zochten steun bij elkaar. Hun nationalistische trots werd vaak nog sterker dan toen ze nog in hun vaderland woonden. Amerikaanse Ieren spaarden hun geld op en stuurden het naar Ierland om de strijd tegen de Engelsen te steunen.

De meeste emigranten waren enthousiast, intelligent (ook al hadden ze vaak niet veel opleiding) en pasten zich gemakkelijk aan. Het waren harde werkers en hun kinderen profiteerden daarvan. Vaak lieten ze familieleden op hun kosten overkomen of stuurden ze geld naar huis om een bejaard familielid te helpen. De brief die ze meestuurden ging dan het hele dorp rond en zo kregen anderen ook zin om naar de Nieuwe Wereld te gaan. ”

(Uit “Zo was het tijdens de Industriële Revolutie”, uitgeverij De Hoeve, 1993)

En dan stond er ook nog een foto onder van migranten op het dek van een stoomboot, met volgend onderschrift:

“De migranten wacht eerst nog een gevaarlijke overtocht op het tussendek (de goedkoopste slaapplaats) van een oud schip. Het verhaal gaat dat de kapitein soms passagiers overboord gooit als ze niet opnieuw het geld voor de overtocht betalen. Hele gezinnen gaan soms dood door honger of ziekte.”

 

 

Advertenties

Het geheim van de vampierenfee

Ik schrijf hier niet vaak over mijn dochter, omdat ik haar liever van het internet wil houden, maar onderstaande anekdote kan vast geen kwaad. Het gaat over lezen.

Als ouder wil je niet liever dan dat je kind verslingerd raakt aan boeken. Want lezen is voor alles goed: mentale, culturele en psychologische ontwikkeling, uitbreiding van hun woordenschat, schoolcijfers, etcetera. Bovendien verbruikt een lezend kind geen electriciteit en is het, zolang het niet hardop leest, nog stil ook.

De grote uitdaging is een boek te vinden dat je kind uit zichzelf wil lezen, want motivatie is alles. Wat een zegening is het dan ook wanneer je kind zijn zinnen zet op een Reeks. Zo hoef je als ouder niet na elk boek opnieuw naar iets interessants op zoek, maar haal je gewoon het volgende boek uit de Reeks.

Daarom staan er overal ter wereld boekenkasten vol met Karl May, Babysitters Club en Harry Potter.

Mijn zevenjarige heeft geheel op eigen kracht een reeksje gevonden dat ze leuk vindt. Ik zat er zelfs een beetje verbaasd naar te kijken hoe gedreven ze zich door het eerste roze-grijze boekje van Isadora Moon las. (*) Aan de tekeningen te zien, ging het over een soort vampierenmeisje met een toverstaf, die avonturen beleeft met haar sprekende pop en roze draak.

Zodra dochterlief het eerste boekje uit had, kocht ik haar als beloning meteen een tweede. Dat had ze binnen de drie dagen ook al uit, dus stond ik binnen de kortste keren weer in de boekenwinkel.

Nu is er tegenwoordig een ganse markt aan meisjesboeken. Dus ergens vroeg ik me af: waarom Isadora Moon? Wat maakt dat ze net die boekjes zo graag leest?

Bij de aankoop van het derde exemplaar, werd er een tip van de sluier opgelicht. Ik las voor het eerst de volledige tekst op de achterflap, en daar werd uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met de kleine Isadora. Ze is namelijk half vampier en half fee. Want haar vader is een vampier en haar moeder een fee. Ik las het en legde onwillekeurig mijn hand op mijn hart. Dat had mijn dochter dus in die boekjes herkend: het half-half zijn, het hebben van twee verschillende ouders uit twee verschillende werelden, die ze allebei op een of andere manier in zich draagt. En waardoor ze soms niet goed weet waar ze precies thuishoort, omdat er op elke plek wel iets is wat haar anders maakt.

Anders, maar uniek.

Mijn lieve, kleine vampierenfee.

 

(*) Voor de mensen die zich nu afvragen in welke taal ze die leest (want die mensen zijn er 😉 ), het is de Spaanse vertaling.

Brief van een allochtoon

Mijn man heeft een Spaanse vriend die met zijn Zuid-Koreaanse echtgenote en hun twee jonge kinderen in Wales woont. Op een dag kwam bij hen thuis de conversatie op het onderwerp “nationaliteiten”, naar aanleiding van een activiteit over vlaggen, die hun zoontje op de kleuterschool had gedaan. “Jij bent Spaans-Koreaans,” zeiden zijn ouders hem. “Niet waar!” protesteerde het jongetje. “Ik ben Welsh!”

Daaraan moest ik denken toen ik gisteren in De Standaard online deze kop las: “Blikvanger Leuven krijgt met Mohamed Ridouani allochtone burgemeester“. Ridouani een allochtoon? De man is in Kessel-Lo geboren en heeft zijn hele leven in Leuven gewoond, gestudeerd en gewerkt. Hij is Leuvenser dan al die Vlamingen die in Leuven zijn blijven hangen na hun studies. Daar klopte volgens mij iets niet, en daarom nam ik het woordenboek erbij.

In Van Dale zag ik de dubbelzinnigheid waarmee wij het woord allochtoon gebruiken bevestigd:

  • allochtoon (bijvoeglijk naamwoord): van elders alfkomstig (tegenstelling: autochtoon)
  • allochtoon (de; m, v; meervoud: allochtonen): iemand die van elders afkomstig is (tegenstelling autochtoon). Het CBS definieert een allochtoon als iemand van wie miniumaal één van de ouders in het buitenland geboren is.

En daar zit het hem. Het woord allochtoon wordt dus gebruikt voor zowel mensen die letterlijk van ergens anders afkomstig zijn, als voor de kinderen van mensen die van elders afkomstig zijn. Dus die kinderen worden in dezelfde categorie geschaard als mensen die werkelijk van elders afkomstig zijn, ook al zijn ze zelf niet van elders afkomstig

Dit lijkt gevit, maar ik vind dit een zeer belangrijke kink in de kabel.

Een paar maanden geleden noemde iemand me (voor de grap weliswaar, maar toch) een guiri. Dat is het woord waarmee hier naar toeristen verwezen wordt, voornamelijk die met een roodverbrand gezicht. Ik voelde mij echt gekwetst. Ik dacht: ik woon hier verdorie al tien jaar, heb twee talen bijgeleerd, steek mijn kind in het weekend na 22u in bed, en nog hoor ik er niet bij.

En nu denk ik: als zo´n opmerking bij mij al zo hard binnenkomt, hoe moet iemand die in België geboren en getogen is zich dan voelen wanneer ze het etiket “van elders afkomstig” opgekleefd krijgen? Om weer te verwijzen naar het zoontje uit het Spaans-Koreaanse gezin uit de inleiding: dat jongetje wilde volgens mij met alle geweld Welsh genoemd worden omdat hij zich even Welsh voelde als zijn klasgenootjes. En daarin had hij, volgens mij, gelijk.

Nog een ander voorbeeld. Mijn dochter is het kind van een Spaanse vader en een Belgische moeder. Ze is geboren in Spanje. Maar volgens bovenstaande definitie is zij hier dus een allochtoon. Moest ze ooit naar België emigreren, dan is zij daar ook een allochtoon. Waar zij ook woont, zij zal dus altijd een woord opgekleefd kunnen krijgen dat betekent: van elders afkomstig. Voor mij klinkt dat alsof ze nergens echt thuishoort. En dat klopt langs geen kanten. En daarom is dit geen gevit, want je ergens thuisvoelen is een basisbehoefte.

Daarmee wil ik niet beweren dat er geen verschillen zijn tussen kinderen van migranten en kinderen van niet-migranten. Als je thuiscultuur verschilt van de heersende cultuur in de samenleving, dan zal dat vast een invloed hebben die je niet (of minder) terugvindt in gezinnen waar de thuiscultuur dezelfde is als die buitenshuis. Maar daar het woord allochtoon en autochtoon voor gebruiken, dat vind ik zeer riskant. Die woorden hebben immers behoorlijk wat lading, en verdelen mensen onder in twee kampen (zie dat woord in de Van Dale: tegenstelling). Bij De Morgen hebben ze het volgens mij wat dat betreft veel beter aangepakt, wanneer ze over Pierre Kompany schrijven: “Vader Kompany wordt eerste burgemeester van Afrikaanse origine.

Zullen we de woorden autochtoon en allochtoon dus maar gewoon daar laten waar ze thuishoren, namelijk in geschiedkundige studies over kolonialisme enzo, en wanneer we het hebben over de interessante en uitdagende diversiteit van onze 21e eeuwse samenleving de woorden afkomst en migratie gebruiken? Of beter nog: het coole Engelse woord “roots” gebruiken. Want de uitdrukkingen “afkomstig van” en “van … afkomst” kunnen ook nog voor verwarring zorgen.

Yeah. De truc met de wortels.

 

 

 

 

Aquarius (2)

 

En deze heb ik speciaal voor jullie vertaald. Het is een video van José Mujica, voormalig president van Uruguay, en één van die mensen die je weer wat hoop geven in de politiek.

 

Vrienden,

verbazend is de geschiedenis.

Zowel op sociaal als politiek vlak ploegt Europa zich momenteel door enorme moeilijkheden, waarbij het op spectaculaire wijze meewerkt aan de verdwijningen van duizenden en duizenden mensen die trachten te emigreren, en wij kunnen dit niet vatten.

Dit is zeer pijnlijk, want uiteindelijk kan de menselijke geschiedenis niet begrepen worden zonder rekening te houden met de zowel positieve als negatieve invloed die migratorische fenomenen hebben gehad.

Zonder ver terug te gaan in de tijd kunnen we verwijzen naar het arme Mexico van 1939, dat in één jaar tijd bijna een miljoen immigranten vanuit de Spaanse Republiek ontving.

Elk Latijns-Amerikaans land heeft op een bepaald moment duizenden migranten ontvangen, voornamelijk uit Europa. Wij hier aan de Río de la Plata: tientallen boten, volgeladen met arme gringos, zoals wij ze noemden, arme immigranten die bijgedragen hebben aan de opbouw van onze cultuur, onze taal, onze materiële toekomst. In mijn kleine land kwamen er soms 40.000 aan per jaar. In de Republiek Argentinië in sommige jaren meer dan 200.000.

Hoe kunnen wij begrijpen dat het moderne, rijke Europa zo´n gigantische weerstand vertoont om mensen te integreren die trachten te ontsnappen aan de schaarste, aan de oorlog in Syrië, en aan wat er gebeurt in Afrika?

Bovendien is het net Europa dat een stille maar kolossale schuld heeft dankzij de rekeningen die het opende maar die nooit betaald werden: de Europese kolonisatie van Afrika en het Brits imperialisme over vrijwel de hele wereld.

Deze en andere hallucinante elementen doen het vermoeden rijzen dat naargelang de rijkdom in een samenleving stijgt, ook het egoïsme toeneemt. En dat het toenemen van de rijkdom gepaard gaat met een geleidelijke afname in waarden. Zou dat mogelijk zijn, die schijnbare tegenstelling? Het is alleszins iets waarover we zouden moeten nadenken.