Antwoord 3: Maestro, música, por favor

Deze heerlijke vraag van Samaja was zo plezant om te beantwoorden, dat ik het weer veel uitgebreider heb gedaan dan oorspronkelijk de bedoeling was:

Heb je een favoriet nummer aller tijden (om naar te luisteren en/of om zelf te zingen)?

Nou en of, meer dan één!

*Favorieten aller tijden: Mister Brightside van The Killers (en je ziet hieronder alleen zijn kop, maar de videoclip is echt goed), Beach Baby van First Class en May You Never van John Martyn:

 

*Favoriete dansnummer: Shake It Off van Taylor Swift:

 

*Favoriete karaoke nummer: I Wanna Dance With Somebody van Whitney Houston, Son of a Preacher Man van Dusty Springfield en J´aime la vie van Sandra Kim:

 

*Om me in te zingen gebruik ik meestal Blute Nur uit de Matheüspassie van Bach (hier met de sopraan Emma Kirkby) (Ik kan het natuurlijk langs geen kanten zo goed als een echte sopraan, maar zodra je dit gezongen hebt, zijn gewone popsongs peanuts):

 

  • Ik ben geen festivalganger en ga ook niet veel naar concerten (teveel drukte voor deze HSP´er), maar wie ik toch ooit graag in het echt zou horen, is Hozier, hier met Jackie and Wilson:

 

*En als laatste nog even een beetje dramatisch doen: wanneer ik sterf zou ik in de hemel graag Jim Croce tegenkomen, en daar samen wat muziek maken. Hij stierf in 1973, op de hartverscheurend jonge leeftijd van 30 jaar. Maar zelfs voordat ik dat wist, kreeg ik al een krop in mijn keel wanneer ik I Got a Name hoorde:

 

I´ve got a song, I´ve got a song

And I carry it with me, and I sing it loud

If it gets me nowhere, I go there proud

 

(Hey, het zou ook leuk zijn als jullie hieronder jullie favoriete nummers achterlaten!)

Advertenties

Augustus: Mamma Mia! (Phyllida Lloyd)

Aangezien ik deze maand op een plek zit waar niet meteen cinema’s te vinden zijn, was ik er aanvankelijk niet zeker van hoe en of ik mijn maandelijkse opdracht (*) zou kunnen vervullen. Tot mijn dochter in de tv-kamer van ons logement de DVD van Mamma Mia! uit de kast trok en vroeg of ik die met haar wilde bekijken. Op dat moment had ik nog niet in de gaten dat ze me daarmee uit de brand hielp. Het was pas tijdens de film dat ik dacht: “Hee, zou dit niet door een vrouw geregisseerd zijn?” En jawel! Stiekem hoopte ik dat de follow-up Mamma Mia! Here we go again, die deze zomer is uitgekomen, door dezelfde regisseur gemaakt zou zijn, zodat ik toch naar een recentere film kon verwijzen, maar dat blijkt niet het geval. Dus doen we gewoon lekker retro, en gaan we terug naar 2008 (wat eigenlijk mooi uitkomt, want dat ga ik binnenkort nog een keer doen).

Ik kan me voorstellen dat voor sommige mensen (vooral het soort dat last heeft van zwartgallige aandoeningen als sarcasme en cynisme) deze film een te hoge dosis aan opgewektheid en bijna hysterisch gegil bevat. Maar voor hen die nog geloven in de lichte kant van het leven -en die zich er tegelijkertijd van bewust zijn dat lichtheid ook maar pas tot zijn recht komt dankzij de schaduwen op de achtergrond-  voor dat soort mensen kan deze film een uiterst aangename ervaring zijn, denk ik.

Dus daar zaten we naast elkaar op de sofa, mijn dochter en ik, toe te kijken hoe die prachtige Meryl Streep gestalte gaf aan een vrouw die zoveel oude liefde, moed en vermoeidheid meetorste dat je niet anders kon dan van haar houden. Bovendien werd ze geflankeerd door twee vriendinnen even flamboyant en trouw als degene die ik hier in België heb rondlopen, en zocht ze in haar moeder-dochterrelatie liefdevol naar een weg tussen vasthouden en loslaten. Het ging me recht naar het hart.

En dan de muziek. Wie denkt dat ABBA eenvoudige pop- of discomuziek is, daag ik uit een toonvaste karaoke-uitvoering van Head Over Heels ten beste te geven. Er zit veel meer in dan je op het eerste gezicht zou denken. Muzikaal zijn het zeer interessante songs en in de film komt dankzij de verhaallijn ook de reikwijdte van hun teksten naar voren.

Behalve het hysterische gegil in een aantal beginscenes kan deze film ook verweten worden dat het gros van de mannelijke hoofdacteurs niet gemaakt is om te dansen en nog minder om te zingen. Maar voor mij is precies dat een deel van de charme van dit project. Hoe heerlijk is het om te zien hoe Pierce Brosnan meer moeite heeft met het zich vastklampen aan een paar hoge noten dan aan het onderstel van een helikopter in zijn James Bond-dagen. En dan Colin Firth die zich stuntelig ten dans waagt… Het toont een soort kwetsbaarheid die je amper ziet op het scherm, en die ons eraan herinnert dat we allemaal ook maar mensen zijn, en dat het niet zo perfect moet, zolang we ons maar amuseren.

Een aangename ontdekking dus, die mevrouw Lloyd. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar kennelijk is ze in het Verenigd Koninkrijk behoorlijk bekend, vooral dankzij haar theater,- en operaproducties. Daarvoor werd ze zelfs onderscheiden met de Orde van het Britse Rijk. (Normaal gezien zouden hier nu enkele video’s volgen, maar ook dat ga ik deze keer overslagen wegens (*). En ’t is vqkqntie he. Ik bedoel: vakantie. En serio, wat is de bestaansreden van het azertyklavier?)

 

(*) Wat die maandelijkse opdracht is, kan je lezen onder de eerdere post “een jaar vol vrouwen”. Normaal gezien had ik daar een link naartoe gezet, maar ik zit hier op de Apple van onze gastheren en heb er geen idee van hoe copy/paste op een Apple werkt. Dat zal allemaal wel op het internet te vinden zijn, maar ik heb er al een half uur over gedaan om een nieuw tabblad te openen, en moet me geweldig concentreren om foutloos te typen op dit azertyklavier. Waardoor ik momenteel meer gemotiveerd ben om eindeloos over deze ongemakken te zitten zeuren dan een constructieve poging te ondernemen om dit praktische probleem op te lossen. (Note to self: deze opmerking verwijderen wanneer je weer zou gaan solliciteren.)

 

 

 

Lol versus perfectie

Sinds september doe ik mee met de jazzband hier op de muziekschool, die verstopt gaat achter de naam “Taller de música creativa” (workshop creatieve muziek). Die groep bestaat uit drie saxofonisten, een trompettist, een contrabassist, een vioolspeler, een drummer, en twee stemmen: Laura (mijn betoverende, goedlachse partner-in-crime uit de zangles) en ik. De groep wordt geleid door David, de energieke leraar contrabas die kan zwaaien als een dirigent en pianospelen tegelijkertijd.

Verleden donderdag hadden we repetitie, en als voorbereiding op de audición van volgende week hebben we een uur aan een stuk hetzelfde nummer gerepeteerd: Hit the road, Jack.

Dus daar stonden we, op het podium, voor een lege zaal. De drummer tikte af, de saxofoons zetten in, David dreunde de akkoorden mee op de piano. En ik draaide me naar Laura, en zong:

O woman, o woman, don´t you treat me so mean.

You´re the meanest old woman that I´ve ever seen.

 

En die prachtige, vrolijke Laura grijnsde terug en repliceerde:

 

Well I guess if you say so, I´d better pack my things and go!

 

Na de vierde of vijfde keer het hele nummer doorlopen te hebben, riep Manolo vanachter zijn contrabas: “Wacht even, ik ga het opnemen!” en liep hij met zijn mobiele telefoon de zaal in.

Later die avond stuurde hij de opname door via whatsapp. Eerst klonken er een halve minuut aanwijzingen in de trant van “Nee Manolo, zet het wat verder!” en toen begon het nummer. Tijdens het luisteren naar mezelf merkte ik iets op wat ik eigenlijk al langer vermoedde, namelijk dat mijn stem eigenlijk niet zo geschikt is voor dit soort muziek. Ze is een beetje te braaf, te licht, niet rauw genoeg. Een vriend die operazanger is, heeft me eens gezegd dat ik een musicalstem heb. Ideaal voor ballades en Disneysongs, maar minder geschikt voor jazz- en soulwerk.

Maar ik hoorde nog iets anders in de muziek. Ik hoorde hoeveel plezier we hadden tijdens de opname. Ik zag weer voor me hoe Laura en ik hadden staan zwaaien en draaien op het podium, hoe we gelachen hadden en genoten, temidden van al die good vibes, omgeven door die geweldige instrumenten en enthousiaste muzikanten (die er ook wel eens compleet naast speelden, trouwens). En toen dacht ik: so what als ik geen jazzstem heb? Ik blijf gewoon lekker in die groep zingen want het is supertof. We zijn geen professionals, en godzijdank. We spelen zonder druk en zonder zorgen. En da´s de allerfijnste manier van spelen.

Daarom heet het trouwens spelen.

 

 

 

Nederlandstalige nummers en een muziekloos liedje

Deze blogpost van Falderie gaf een flinke zwaai aan de windmills of my mind, dat op volle toeren begon te zoeken naar welke Nederlandstalige nummers er met reden in mijn geheugen zijn blijven hangen. En ik kwam uit bij deze top 3:

Liefde is alles –Bart Peeters

Mijn mansarde – Wannes Van de Velde

De Aarde – Urbanus

Wou er ook nog iets van Boudewijn de Groot bijzetten, maar ik kon niet meteen kiezen welk dan.

Ik heb zelf ooit welgeteld één liedjestekst geschreven (“Bridezilla op zoek” –mét verwijzing naar Bart Peeters, ik kon het niet laten, ge weet al lang dat ik een fan ben), maar er staat nog geen muziek op. Is wel heel ritmisch te lezen 🙂 Dus als iemand zich geroepen voelt…