Ithaca

Morgen gaan we het in de poëzieworkshop van Christine Van den Hove over metaforen hebben. Dus dacht ik: laat ik eens flink mijn huiswerk doen, en een gedicht vertalen dat één lange metafoor is: Ithaca van Konstantino Kavafis.

Naar een andere Nederlandse vertaling heb ik niet gezocht, en ook de Engelse heb ik niet bekeken; ik kende alleen de Spaanse vertaling, en daar heb ik me op gebaseerd. En omdat ik niet uit de voeten kan met de tekstverwerking van wordpress (dat springt maar van tekstblok naar tekstblok), ga ik het op azertyfactor zetten, waar de layout iets geschikter is voor gedichten.

Dus wie het graag wil lezen, kan dat hier: https://azertyfactor.be/tekst-lezen/ithaca

En op de podcast (zie link hierboven naar Spotify) lees ik het natuurlijk meteen voor 🙂

Bart Moeyaert: een ode in anekdotes

Ik las bij Lezend Streepje deze mooie post over jeugdschrijver Bart Moeyaert, en meteen dacht ik terug aan die keer toen ik als elfjarige met mijn moeder op de boekenbeurs was en daar voor het eerst in direct contact kwam met een Echte Schrijver.

Die schrijver was Bart Moeyaert. Ik ben nooit vergeten hoe lief en zacht en open die man was. We kochten zijn boek, en op een foldertje schreef hij iets om mijn jonge hersentjes tot filosoferen aan te zetten: een vraag over geheimen (het onderwerp van zijn boek). Thuisgekomen schreef ik de schrijver mijn antwoord. De brief ging op de bus en, o wonder, een paar dagen later kwam er een brief terug. De schrijver had mij teruggeschreven! Het feit dat hij daar de tijd voor had genomen, heeft toen een diepe indruk op mij gemaakt.

Er is nog een anekdote die laat zien hoe dicht deze dichter bij ons is. Een goede vriendin van me was hoogzwanger en zij en haar vriend konden maar niet beslissen hoe ze hun nieuwe spruit zouden noemen. Het ging tussen C. en F., en ze raakten er niet uit. Op een avond gingen ze naar een theatervoorstelling en groot was de verbazing van mijn vriendin toen ze ontdekte dat in de stoel naast de hare niemand anders dan Bart Moeyaert zat. Ze sloegen een praatje, waarin ze hem vertelde hoeveel ze van zijn werk hield. Tijdens die conversatie vroeg mijn vriendin aan de schrijver hoe hij op de namen van zijn personages kwam. Moeyaert antwoordde dat hij de personages van zijn boeken altijd voor zich zag, zowel innerlijk als uiterlijk, en dat hij dan een naam zocht die bij het gevoel paste dat dat personage in hem opriep.

Aan het einde van de voorstelling, toen ze al waren opgestaan en tussen de stoelenrijen naar het gangpad schuifelden, besloot mijn vriendin haar stoute schoenen aan te trekken. Met haar hand op haar bolle buik vroeg ze de schrijver: “We kunnen maar niet beslissen welke naam te kiezen. Wat denkt u, C. of F.?” Mijnheer Moeyaert aarzelde geen moment. “C.,” zei hij. “Als ik C. hoor, dan zie ik zo nen hele sympathieke voor mij, een tof en warm persoon.”

En daarmee was de keuze snel gemaakt.

Ik hou zo van die anekdote omdat het de schrijver toont als iemand die ons helpt wanneer we worstelen met woorden. Denk aan al die keren dat je in een gedicht of een verhaal, in een songtekst of een film de woorden vond die je hielpen iets te begrijpen of te verwerken. Die keren dat je, zoals je naar de dokter gaat voor het juiste medicijn, bij schrijvers en dichters ging aankloppen voor de juiste woorden om je te helpen met het leven en alle gevoelens die daarbij komen kijken.

De schrijver als helper.

Dat vind ik wel een mooi idee.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het varkentje dat altijd lachte

(Ik schrijf normaal gezien niet specifiek voor kinderen, maar tijdens het voorlezen kwam er eens een gedichtje aanwaaien, en dat heb ik toen met plezier afgebreid. Een geschikt begin voor deze vrolijke kleutermaand 🙂 )

Het varkentje dat altijd lachte

Er was eens een klein varkentje

dat altijd, altijd lachte.

Als hij bij de bakker op zijn

croissantjes stond te wachten,

dan stond hij daar te giechelen

van “hihi” en “hoho”…

Dat klinkt misschien wat vreemd,

maar het was nu eenmaal zo.

 

Zelfs als er niets te lachen viel,

dan nog kon hij ´t niet laten.

Hij grinnikte op de pleinen

en hij proestte in de straten.

Toen moest hij ZO hard lachen

dat hij omviel van de pret!

Met vier man en een paard

hebben ze hem weer recht gezet.

 

En toen hij later de video

van die lachstuip kreeg te zien,

toen lachte het vrolijke varkentje

nog luider dan voordien.