De beste antidepressiva

(Deze post werd geschreven vanuit persoonlijke ervaringen. Ik ben geen psychiater of psycholoog, en wil hier geen uitspraken doen over therapie of medicatie. De verantwoordelijkheid voor hoe deze tekst door de lezer geïnterpreteerd wordt, ligt bij de lezer zelf, niet bij mij. Dank u.)

Iemand vroeg me eens of ik een lijst kon maken met de zaken die me geholpen hadden met het overwinnen van depressie. Met depressie bedoel ik dan de chronische depressie die ik van mijn 18 tot ongeveer mijn 24e getorst heb, daarna de post-natale depressie die zo´n vier maanden na de geboorte van mijn dochter begon en een jaar of twee aansleepte, en tot slot de resterende korte aanvallen die ik hier eens heb beschreven.

Als je dat zo leest, klinkt dat zeer zwaar. En dat was het ook. Bovendien dacht ik (of beter, vreesde ik) lange tijd dat ik een Depressief Persoon was, ondanks alle vrolijkheid die ik tentoon kon spreiden. Maar gaandeweg heb ik geleerd dat ik absoluut geen Depressief Persoon ben, wel integendeel. Ik ben van nature belachelijk up-beat, en er rotsvast van overtuigd dat optimisme een morele plicht is. Maar ik kwam terecht in omgevingen, systemen en situaties waarin ik me niet kon handhaven, en die me ziek maakten. En dan is het pompen of verzuipen.

Hieronder dus een lijst met wat me daadwerkelijk geholpen heeft depressies te dragen en te overwinnen, in de hoop dat het iemand tot nut kan zijn. (Want kennelijk is het nodig.)

tv-kijken

Ik kijk heel weinig tv. Ik zet me alleen maar voor een scherm omdat ik een welbepaalde film wil zien, of omdat het een aangenaam moment is om samen met mijn man door te brengen. Alleen wanneer ik depressief was, gaf ik me over aan binge-watching. Dan keek ik in één trek drie afleveringen van Desperate Housewives (what´s in a name?) of draaide er een volledig seizoen van Friends door.

En dat was een goede zet. De personages op tv gaven me het gevoel dat er mensen om me heen waren, een soort substituut-vrienden die ik kon oproepen wanneer ik wou, en die er geen moer om gaven dat ik als een ongewassen landloper in de zetel lag. Ze praatten, ze lachten, ze huilen. Ze vertelden grappen. Ze leidden me af. De overwinning op mijn post-natale depressie heb ik voor een groot deel te danken aan de makers van How I Met Your Mother.

Misschien is dat ook een van de redenen dat ik door de band zo weinig tv kijk. Voor mij is het een medicijn, iets dat ik opgeborgen hou voor wanneer de nood het hoogst is.

weggaan

Soms moet je, om jezelf te redden, iets opgeven. Een studierichting, een job, een relatie, een vriendschap, een woonplaats, een idee, een droom, een verwachting. Dat kan bijzonder moeilijk zijn, zeker als anderen het daar helemaal niet mee eens zijn. Maar het is jouw leven. Je eerste verplichting heb je aan jezelf. En wanneer je één plek verlaat, kom je terecht op een andere plek -een plek waar je andere dingen leert. En vaak zijn dat precies de dingen die je nodig had.

Wat die paar maanden in Belfast voor mij betekend hebben, valt niet te overschatten. Daar is een soort van recuperatie in gang gezet die nadien in Spanje werd aangezwengeld. Beide ervaringen waren niet gemakkelijk, maar ze waren wel gezond. Plots keek ik vanuit een ander perspectief naar de plek waar ik vandaag kwam,  en begon dingen te zien die ik voordien niet had opgemerkt omdat ik er toen met mijn neus bovenop zat. Ik begreep vroeger bijvoorbeeld niet waarom België zo hoog scoorde in de zelfmoord-ranglijsten. Nu begrijp ik dat beter.

vaardigheden aanleren

Je moet leren voelen. Je moeten leren benoemen wat je voelt en waarom je dat voelt. En daarna moet je leren omgaan met die gevoelens.

Je moet leren waar je grenzen liggen en die dan met hand en tand verdedigen. Je moet leren “nee” zeggen. Je moet leren inzien wat jouw basisnoden zijn en dan leren er alles aan te doen om die noden te vervullen.

de juiste boeken lezen

Veel van die vaardigheden, en inzichten omtrent welke vaardigheden ik miste en waarom, heb ik geleerd uit boeken. Ik heb geen therapie gevolgd bij gerenommeerde therapeuten of psychologen, maar ik heb wel hun boeken gelezen. Of dat even efficiënt is, weet ik niet, maar het was wel oneindig veel goedkoper en praktischer, en uiteindelijk bleek het ook doeltreffend.

het artikel bij de tandarts

Een paar jaar geleden zat ik in de wachtkamer van de tandarts in een magazine te bladeren. Daarin las ik een artikel waaraan ik nog vaak heb teruggedacht wanneer ik weer naar beneden zonk. Het was geen artikel over depressie, het ging niet over “10 dingen die je kan doen wanneer je depressief bent” ofzo. Het was een reportage over een bordeel in Azië (ik denk Birma, maar ik kan me vergissen). Matrassen in containers, een corrupt politie-corps, vrouwen die elke dag hun lichaam moesten verkopen en geslagen werden. Maar wat me het meest aangreep was het verhaal van de kinderen. Want die vrouwen werden natuurlijk zwanger (ze konden hun klanten niet dwingen een condoom te gebruiken), en hun kinderen groeiden op in het bordeel. Zodra die kinderen er fysiek klaar voor waren, stonden hun eerste klanten te wachten.

Ik weet dat je de ene miserie niet met de andere mag vergelijken. Maar in het diepste donker denk ik nog vaak: ik ben niet geboren in een Aziatisch bordeel. Zoveel heb ik nu ook weer niet te klagen.

muziek

And if it wasn´t for the music, I don´t know what I´d do.”

(Indeep, Last night a DJ saved my life)

vrienden

Mensen zeggen vaak “bel mij als er iets is”. Zelf zeg ik het ook, al weet ik zeer goed dat dat het laatste is wat iemand met een depressie zal doen: iemand opbellen en om hulp vragen. En toch moeten we dat zinnetje blijven gebruiken. Blijf dat zeggen: ge moogt mij altijd bellen. Want alleen al de wetenschap dat er iemand is die je zou kunnen bellen, maakt een verschil. Het feit dat er iemand is die je af en toe een mailtje stuurt, die vraagt hoe het met je gaat, die je uitnodigt, die voor jou supportert, die jou ondanks tijd en afstand niet vergeten is, die blij is met je gezelschap, die voorstelt op je hond te passen wanneer je op vakantie gaat, die je een boek opstuurt, die met jou van gedachten wil wisselen, die je via een prachtig, warm gebaar duidelijk maakt dat je voor altijd een plekje hebt dicht bij hun gezin,… Dat alles maakt het bijzonder moeilijk om jezelf op te geven.

 

 

Mensen van glas

De 19e eeuwse prinses Alexandra van Bavaria leefde in de overtuiging dat ze als kind een glazen vleugelpiano had ingeslikt, en dat ze met dat enorme instrument in haar binnenste rondliep.

Als je zoiets leest, staan de tegenargumenten meteen te dringen om als eerste de waanzin te bevechten. Kinderen kunnen geen vleugelpiano´s inslikken! Kinderen kunnen geen piano´s inslikken tout-court (*)! Niemand kan een volledige piano in zijn binnenste meedragen, geen speelgoed,- of buffetpiano, laat staan een volledige vleugel! En van glas? Wie bedenkt er in ´s hemelsnaam een slaginstrument van glas?

Je reinste waanzin, natuurlijk.

En toch.

Ik las haar verhaal, over hoe ze behoedzaam door deuropeningen schoof, en enkel op stoelen met kussens ging zitten, bang om zich te stoten en de piano te breken. Hoe ze bovenop haar glas-fixatie ook leed aan smetvrees en enkel in het wit gekleed wilde gaan.

Ik stelde me voor hoe ze het enorme gewicht van die vleugelpìano met zich meedroeg door de gangen van het paleis, iedereen aanmanend tot voorzichtigheid. En eerlijk gezegd begreep ik haar wel. Dat prachtige, loodzware, breekbare instrument in haar binnenste, dat ze zo omzichtig moest afschermen van de harde, scherpe buitenwereld -misschien was er echt wel een piano. Misschien was ze zelf wel die piano. Wat ben je anders, in een tijdperk waarin er nog niet over hooggevoeligheid en trauma wordt gepraat?

Wat zijn hooggevoelige, kwetsbare, creatieve mensen als ze geen glazen vleugelpiano´s zijn?

 

 

 

(*) Al blijft het de vraag of werkelijk alle speelgoedpianootjes opgewassen zijn tegen de wilskracht van een tweejarige.

 

 

Storm

Meer dan tien jaar geleden had ik een vriendin die in Geraardsbergen woonde. Daarom reed ik af en toe met de wagen van Gent naar Geraardsbergen.

Op een van die uitstapjes kwam ik in een storm terecht. Het was een winteravond, pikdonker, en opeens veranderde de regen in stortregen, en de stortregen in hagelstenen zo groot als pingpongballen. Ergens in de buurt van Melle parkeerde ik de auto onder een brug tot de hagel weer stortregen werd, en vervolgde toen mijn weg. Het leek alsof ik door een filmset reed, en ze boven de wagen bakken water stonden uit te kappen. Alles wat ik zag, was twee meter asfalt in het licht van de koplampen, en regen, regen, regen in de duisternis. Maar ik moest erdoor geraken, er was geen andere manier. Daarom concentreerde ik me op die ene witte lijn die ik aan de linkerkant van de wagen zag, en reed stapvoets van witte lijn naar witte lijn.

Soms denk ik weer aan die rit naar Geraardsbergen wanneer er storm komt opzetten in mijn hoofd. Vroeger gebeurde dat vaker, nu nog af en toe. Dan wordt het opeens pikdonker, en ik weet niet waarom. Dan zit ik ´s avonds te janken aan de keukentafel, en ik weet niet waarom. Maar het stroomt en het blijft stromen.  Wanneer´s morgens de slaapkamer in het ochtendlicht baadt, blijft het onder mijn schedel donker. Het zijn dagen waarop ik al mijn moed bij elkaar moet rapen om onder de beschutting van mijn huis uit te komen.

Op zulke dagen zeg ik tegen mezelf: Het is een storm. Vertraag en concentreer je op die ene witte lijn die je wel kan zien. Ga nu heel langzaam van de ene witte lijn naar de volgende. Tot de storm weer gaat liggen. 

Dus doe ik de was. Ik maak het eten klaar, al trekt het op niet veel. Ik haal mijn dochter af van school. Ik doe boodschappen, al vergeet ik een paar dingen. Ik sukkel van de ene witte lijn naar de andere. Stapvoets. Tot het opeens in mijn hoofd weer beter gaat. Ik voelde hoe sommige hormonen plaats maken voor andere, hoe ze elkaar aflossen, alsof ze er een shift op hebben zitten. Tegenwoordig gebeurt dat zeer snel: na één of twee dagen. 

Ik weet dat je moet oppassen met wat je op het internet zet, zeker wanneer het niet anoniem gebeurt en wanneer het gaat om zaken waarin je je kwetsbaar opstelt. Maar ik voel mij niet kwetsbaar omdat ik al twintig jaar depressies meedraag. Misschien maakt het me net sterker, omdat ik de route ken.

Ik wou dit posten omdat depressie iets is wat we nog steeds niet helemaal begrijpen, terwijl het net iets heel ingrijpends is. Dus wil ik via deze blog af en toe een klein puzzelstukje bijdragen, in de hoop dat we op een dag de hele tekening kunnen zien.

 

 

 

 

 

 

 

Uw rafelkath in VERZIN magazine

Ik vroeg me al een tijdje af of creatieve geesten meer aanleg hebben voor psychische problemen. En blijkbaar was ik niet de enige, het heeft zelfs een naam: de Genius Madness Theory.

Nog wat extra zoekwerk verricht, alles neergeschreven in artikelvorm, en dat opgestuurd naar Verzin, het magazine voor wie graag in zijn/haar pen kruipt.

Daarin wordt het deze maand gepubliceerd, onder de titel “Schrijven is gekkenwerk”.

Wie geïnteresseerd is, kan het artikel hier online lezen.

 

PS, voor wie het gelezen heeft: de dees heeft effectief dit boven haar bureau hangen (waar of niet, het helpt wel in moeilijke tijden):

no misery no poetry

(en het hangt er zo schattig)

 

De Wetenschapper en het Nirvana

Er was eens een neuro-anatomist, genaamd Jill Bolte Taylor, die op haar 37e een zware hersenbloeding kreeg. Op een paar uur tijd werd vrijwel haar hele linkerhersenhelft lam gelegd. Ze balanceerde op het randje van leven en dood, haalde het maar net, en pas na een rehabilitatie-periode van acht jaar was ze weer de oude.

Wat haar verhaal zo bijzonder maakt, is dat zij die hersenbloeding beleefd had zoals het een echte wetenschapper betaamt, namelijk als een unieke kans om haar hersenen van binnenuit te bestuderen. Ze schreef haar ervaringen en conclusies neer in het boek “My Stroke of Insight”, en die conclusies draag ik, sinds ik ze gelezen heb, mee als een hart onder de riem.

Natuurlijk liep het voor mevrouw Taylor mis zonder haar linkerhersenhelft. Het is het deel van onze hersenen dat analyseert, vergelijkt en ordent. Het uitvallen van deze functies betekende dat er van lezen, schrijven en spreken geen sprake meer was. Een  telefoonnummer opzoeken en om hulp bellen, was in haar toestand een bijna onmogelijke opgave. Maar tegelijkertijd kwam ze in een bijna euforische toestand terecht. Het concept Tijd verloor al zijn betekenis, want voor onze rechterhersenhelft bestaat er enkel het hier en nu. Ook van haar ego was ze opeens verlost, want dat bevindt zich in de linkerhelft. Hoe meer haar rechterhersenhelft vrij spel kreeg, hoe meer ze zich één voelde met alles rondom haar heen:

“I remember that first day of the stroke with terrific bitter-sweetness. In the absence of the normal functioning of my left orientation association area, my perception of my physical boundaries was no longer limited to where my skin met air. I felt like a genie liberated from its bottle. The energy of my spirit seemed to flow like a great whale gliding through a sea of silent euphoria.” (p 67)

Tijdens haar zware, jarenlange revalidatie ging ze door met observeren van binnenuit. Doordat de functies van haar linkerhersenhelft langzaam weer op gang kwamen, zag ze zeer duidelijk welke van haar karaktereigenschappen in welk hersendeel verscholen lagen. Maar ze leerde ook dat ze er bewust voor kon kiezen bepaalde eigenschappen niet aan te sterken, omdat ze ze overbodig en in sommige gevallen zelfs schadeljik vond.

En dat is de boodschap die ze na haar jarenlange revalidatie aan de wereld wil meegeven: als we de balans tussen links en rechts herstellen, kunnen we met zijn allen veel gelukkiger worden. Want dat gevoel van verbondenheid en vreugde dragen we allemaal mee, het zit voorgeprogrammeerd in onze eigen hersenen. Jammer genoeg wordt het vaak gedomineerd door ons ego, en het helpt ook niet dat het in onze wereld als een soort zwakte of naïviteit gezien wordt.

In haar eigen woorden:

“The two halves of my brain don´t just perceive and think in different ways at a neurological level, but they demonstrate very different values based upon the types of information they perceive, and thus exhibit very different personalities. My stroke of insight is that at the core of my right hemisphere consciousness is a character that is directly connected to my feeling of deep inner peace. It is completely committed to the expression of peace, love, joy, and compassion in the world. (…) By recognizing who is who inside our cranium, we can take a more balanced-brain approach to how we lead our lives.” (p 133-134)

Sindsdien merk ik niet alleen bij mezelf welke hersenhelft de bovenhand heeft bij wat ik zeg en doe, maar ik merk het ook bij anderen. En dat is, op zijn minst, zeer interessant.

Het liefst van al zou ik hier een hoop citaten uit dit (compacte) boek posten, maar dat zou wat teveel zijn voor een blogpost. Daarom geef ik jullie deze video mee, die jullie een glimp toont van het Nirvana dat deze wetenschapper ontdekte in haar eigen hoofd, in de hoop dat het ons allen een beetje dichter bij het Nirvana in onszelf brengt.

 

Tip: voor wie niet veel tijd heeft, bekijk gewoon de laatste vier minuten. En daarna nog een minuutje extra om er even bij weg te dromen.

 

 

Het geheim van een lang leven (echt waar)

Dat geheim heb ik niet zelf verzonnen (zoals al dat wild gespeculeer in de twee voorgaande posts). Het komt uit een tedtalk door Susan Pinker, ontwikkelingspsychologe. En ik ga het u hier even in record-tempo meedelen.

Het antwoord op de vraag hoe we onze kans op een zeer lang leven kunnen vergroten komt uit het onderzoek naar sociale relaties en mortaliteit door Julianne Holt-Lunstadt. Susan Pinker zag de bewijzen ervan in de versleten maar nog steeds levende lijven van de honderdjarigen op Sardinië, een van ´s werelds blauwe zones.

In dat onderzoek werd over een tijdspanne van zeven jaar gekeken welke factoren in ons leven gecorreleerd zijn aan een lagere mortaliteit. De resultaten daarvan staan op een slide in de video op minuut 7.13, en ik raad jullie aan even naar die plek in de voordracht te gaan. Daar staat het blauw op zwart: wat ons langer doet leven, meer nog dan verse lucht, sport en stoppen met roken, zijn onze relaties met anderen.

Wat er echter opmerkelijk is aan deze bevindingen is dit: onze hechte relaties met de mensen die het dichtst bij ons staan zijn extreem belangrijk, maar ze staan op de tweede plaats. De factor die het meeste impact heeft, is de sociale integratie. Dat betekent hoe vaak je met mensen praat gedurende de dag, en met hoeveel mensen je praat. Dit kunnen mensen zijn met wie je een sterke band hebt, maar evengoed mensen met wie je een zwakke band hebt. Een grapje uitwisselen met de postbode. Een praatje slaan met de buurvrouw. Het gebabbel over koetjes en kalfjes in de slagerij (haha). Dat soort interacties blijkt een van de sterkste voorspellers van hoe lang je zal leven.

Deze informatie ging mij recht naar het hart. Want ik heb het verschil aan den lijve ondervonden. Hier in dit dorp wordt er namelijk altijd gebabbeld, door iedereen, en met iedereen. Er wordt gezwaaid, er wordt gelachen, er worden schouderklopjes gegeven. Ik weet niet meer waar ik dat ooit geschreven heb, maar hier heb ik ontdekt dat het echt moeilijk is om lang down te blijven wanneer iedereen de ganse tijd zo vriendelijk tegen je doet. En bovenal: spontaan contact maakt. Bovendien maakt het kennelijk niet uit dat die conversaties over banale zaken gaan zoals het weer. Het hoeven zelfs geen conversaties te zijn. Gewoon al iemand in de ogen kijken en vriendelijk glimlachen is genoeg. Het maakt ons allemaal gezonder en werpt gewicht in de schaal aan de kant van het lange leven.

Enfin, koetjes en kalfjes en glimlachen dus.

Ik wens jullie allemaal een heerlijk weekend toe.

 

Waarom de millenials zo moe zijn

Ik zit al een paar dagen met deze blogpost van enerziek in mijn hoofd. Ze postte daar een video (zie hier) over waarom burn-outs het frequentst voorkomen bij mensen geboren tussen 1980 en 2000.

Nu heb ik daar dus lang en diep over zitten nadenken, en ik kwam tot volgende bedenkingen:

1.Millenials zijn de eerste generatie die een constante stroom aan veranderingen hebben doorgemaakt tijdens hun formatieve jaren. Er wordt wel eens beweerd dat zij daarom net makkelijker met die nieuwe technologieën en tendenzen omkunnen, want hoe jonger je bent, hoe flexibeler je brein. Maar ik vraag me af of het niet juist andersom is. Of al die veranderingen niet juist moeilijker te verteren zijn voor wie nog volop in de groei is en daardoor nog niet zo stevig in zijn schoenen staat.

De generatie van mijn ouders heeft tijdens hun jeugd de komst van de televisie meegemaakt, en dat was vast ook een behoorlijke aanpassing. Maar tijdens de opmars van de computer, het internet, de gsm, en sociale media hadden zij hun leven al tamelijk op orde. Ze hadden een diploma, werk, een woonst, kinderen. Ze wisten wie ze waren en wat ze verondersteld werden te doen. Hun wortels zaten diep in de grond en dus konden ze wel tegen een stootje.

De mensen van mijn generatie echter voelden de wind regelmatig met wilde schokken keren, net in de periode dat hun wortels de diepte zochten en stabiliteit nodig hadden. Neem gewoon al onze manier van communiceren op afstand tussen pakweg ons 15e en 35e levensjaar. Dat is gegaan van brieven schrijven en telefoneren, over smssen en ICQ, naar facebook en Whatsapp. En alles daar tussenin. Om maar een banaal voorbeeld te geven.

Wij zijn de eerste generatie wier ouders en leerkrachten hen niet konden voorbereiden op de maatschappij waarin we terecht zouden komen, want niemand had een duidelijk beeld van hoe die maatschappij eruit zou zien.

2.Ook op de werkvloer is er de laatste decennia veel veranderd, veronderstel ik. Nieuwe technologieën hebben het tempo opgevoerd, de financiële crisis heeft de werkdruk doen toenemen, en ook de administratieve last is alleen maar toegenomen. Dat lijken mij al heel wat zware boterhammen om te slikken wanneer je in je job al jarenlang stevig in het zadel zit. Maar wanneer je net begonnen bent en nog duizend-en-één nieuwe dingen onder de knie moet krijgen, en moet vechten om een plaatsje te veroveren, dan lijkt het me niet meer dan normaal dat het hoge tempo, de werkdruk en de administratie de emmer doen overlopen. Laten we ook niet vergeten dat het voornamelijk de nieuwkomers zijn die na de kantooruren  nog andere katjes te geselen hebben (verhuizingen, verbouwingen, prille en daarom onstabiele relaties, baby´s, peuters, kleuters, etc.)

3.En dan zijn er de verwachtingen. Wanneer je in de tijd van mijn vader een universitair diploma haalde, was het goed mogelijk dat je de eerste was in het dorp die dat voor elkaar kreeg. Slechts één generatie later ben je de vreemde eend in de bijt wanneer je niet minstens één universitair diploma op zak hebt. Om maar een voorbeeld te geven.

Ik heb nooit begrepen waar mijn lage zelfvertrouwen vandaag kwam, tot ik deze formule las:

IMG_20180214_220117[1]

Die verwachtingen komen van overal en iedereen. We leven in een tijd waarin alles mogelijk is en het succes van anderen ons dagelijks onder de neus gewreven wordt. Slagen in het leven is de default mode, want alles is voorhanden, dus als het je niet lukt een succesvol leven uit te bouwen, dan kan het maar aan één persoon liggen: aan jou. Failure is not an option. En dus werken wij ons constant uit de naad om successen te behalen, om toch nog een beetje zelfvertrouwen te behouden. Want zodra we steken laten vallen, voldoen we niet langer aan al die torenhoge verwachtingen, en dan zinkt het schip.

(In de video zegt men dat millenials denken dat zij en zij alleen verantwoordelijk zijn voor hun succes en hun falen, en dat dat komt doordat ze “hoogst individualistisch zijn opgevoed”, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Ik hou het op bovenstaande formule.)

En daarom, beste mensen, zijn volgens mij de millenials zo moe.

Uw eigen ideeën hieromtrent zijn meer dan welkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

HSP (3/3): Een extraverte HSP op weekend

Casestudy.

Twee weken geleden gingen we op weekend à l´espagnole: met 11 volwassenen, 8 zes-jarigen en een hond. Mijn echtgenoot heeft via zijn werk contacten met katholieke zusters overal te lande, die hem immer goedgezind zijn wegens zijn blauwe kijkers. Een plek vinden om met zijn allen te logeren was voor hem dus klein bier (foto´s: zie onderaan).

Ik wou heel graag mee, want het is een zeer leuke groep met erg lieve mensen. Maar ik zag er zoals altijd ook een beetje tegenop, want op verplaatsing slapen is een behoorlijke drempel en het ging om een tamelijk grote groep met veel kinderen. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd diende te worden dat weekend. Dat ging als volgt.

Na aankomst op zaterdagnamiddag namen we onze intrek in een gebouw dat vroeger een soort internaat was. Zeer charmant: jaren vijftig stoeltjes en spiegels, authentieke houten deuren, witte muren en zonnige beddelakens. Eenvoudig en helemaal vintage. Buiten was er een speelplaats onder de bomen. Daar aten we merienda terwijl de kinderen met de hond speelden. Daarna besloten de moeders om samen een wandeling te maken. Ik had daar echter weinig zin in, want ik was nog maar net op die nieuwe plek aangekomen en nog volop in assimilatie-modus, en bedankte dus vriendelijk.

´s Avonds spendeerden we een uur of twee in de paellero, met zijn allen in het donker rond het vuur. Dat klinkt erg romantisch, maar de acht kinderen die met zaklantaarntjes liepen te zwaaien en wier gegil weerkaatste tegen de muren en de vloertegels, maakten het erg overstimulerend. Ze schenen met die zaklantaarns ook altijd recht in je ogen, hoe vaak hen ook gezegd werd naar de grond te richten. Ik was niet de enige ouder die af en toe wat rust opzocht.

Uiteindelijk was het vlees klaar (ook weer heel Spaans: een avondmaal met alleen vlees en brood -groenten zijn voor konijnen), en gaven we eerst de kinderen te eten. Tegen dat ze allemaal gegeten hadden, was het al bijna half elf. Ik stelde voor hen naar bed te brengen. Mijn man vertelde een verhaaltje aan de jongens, die met zijn zessen op één kamer lagen, en ik vertelde een verhaaltje aan mijn dochter en haar vriendinnetje, die met zijn tweeën op een andere kamer lagen. Daarna kwamen er een paar ouders naar boven om ons af te lossen, maar na elven werd er nog steeds gejoeld bij de jongens. Ik liep de kamer in en zag dat ene jongetje, het gevoeligste van de hele bende. Hij lag daar doodmoe en met open ogen voor zich uit te staren, wakker gehouden door de rest. Dat was moeilijk om aan te zien. Toen heb ik mijn juffenstem en politie-technieken bovengehaald, samen met een vader die ook echt bij de politie zit, haha, waarmee het tien minuten later muisstil was en twintig minuten later iedereen sliep. Tegen die tijd hadden de andere volwassenen al gegeten, maar er waren gelukkig nog twee lapjes vlees over.

Om kwart voor twaalf haalde mijn man de orujo boven, en zei ik: goeienacht allemaal, ik ga slapen. Ik had echt zin om nog te blijven, maar wist uit ervaring dat elk kwartier later in bed zich de volgende ochtend zou vertalen in een nog zwaarder hoofd. Een kwestie van schadebeperking dus. Daarmee lag ik als eerste in bed, en was de volgende ochtend als laatste uit de veren, daar tussenin ongewild gewekt door elke persoon die die nacht naar de wc ging, mezelf inclusief.

De anderen had die zondagmorgen kennelijk energie genoeg om al meteen na het ontbijt op excursie te vertrekken. Daar heb ik ook vriendelijk voor bedankt. Wat deze keer wel een beetje raar was, want iedereen ging mee. Maar ik was moe, en wou gewoon even alleen zijn. Dus bleef ik achter met de hond. Wat heerlijk. Ik nam de hond mee op een wandelingetje naar het dorp, nam wat foto´s, praatte met een paar nonnetjes, las een blog op mijn gsm. Drie uren verstreken geruisloos, en voor ik er erg in had, was iedereen weer terug.

Samen prepareerden we een middagmaal op basis van pasta in een gigantische kookpot, en aten weer in twee shifts op de binnenplaats van de zusters, onder een lindeboom en omgeven door jasmijnstruiken. Het was heel erg gezellig. Daarna werd er ingepakt en reden we allemaal weer naar Rafelbunyol.

Het is dus allemaal wel te doen, zo´n groepsactiviteit. Ik had het ook echt niet willen missen (of zoals Prinses dat zegt: ondanks alles wil ik erbij zijn). Maar ik moet er geregeld uit kunnen stappen, en dat gaat zonder problemen zolang ik zelf durf doen wat nodig is, en de anderen daar begrip voor hebben. En die chance heb ik dus.

 

 

 

 

HSP (2/3). De extraverte HSP en het slappe koord

Hooggevoeligheid wordt meestal gelinkt aan introversie, maar zo´n 30 procent der HSP´s zou extravert zijn. Dat lijkt een contradictio in terminis. Hoe kan je nu zo prikkelgevoelig zijn en toch uitbundig, naar buiten gericht, etc? Dat klinkt een beetje als een zeemeermin die van zonnebaden houdt.

Geloof mij, het kan, maar het is inderdaad geen makkelijke combinatie. Een extraverte HSP raakt net zo snel overpikkeld als een introverte HSP, maar kan zich niet zo lang afzonderen in weldadige eenzaamheid, want daar zijn er dan weer te weinig prikkels. Voor een extraverte HSP is het heel snel te veel, maar ook heel snel te weinig. Althans, dat is mijn ervaring. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd dient te worden.

Het voordeel is dat dit soort mensen het geweldig doet in een groep: ze zijn zich bewust van ieders noden en alle interpersoonlijke wrijvingen, en spelen daar snel op in om ervoor te zorgen dat iedereen zich op zijn gemak voelt. Het mag alleen niet te lang duren. Persoonlijk sta ik bijvoorbeeld heel erg graag voor een klas volwassenen, en ik word daar altijd enorm geapprecieerd omdat ik ervoor zorg dat iedereen mee is en zich betrokken voelt. Maar kinderen of pubers zijn me te druk, en als ik teveel op mijn bord krijg en te weing kan rusten, komen de migraines eraan. En dan mag je nog zo´n goeie leerkracht zijn: als je niet kan lesgeven, kan je niet lesgeven. Dus ja.

De plekken waar ik mij het beste overeind kan houden op dat slappe koord zijn rustige plaatsen waar er andere mensen zijn. Plaatsen waar je niet noodzakelijk moet interageren, maar waar je niet alleen bent: treinen, parken, bibliotheken. En ik trek heel graag op in een groep, maar ik voel me het best op mijn gemak als ik weet dat ik weg kan wanneer ik dat wil.

Maar soit, het is allemaal niet onoverkomelijk als je leert hoe je ermee om moet gaan en op een beetje goodwill van je omgeving kan rekenen. Zoals dat zeemeerminnetje op het strand: een beetje zonnebaden en dan weer snel het water in.

BOGO SALE Sunbathing Mermaid Art Postcard Prints Set of 10

 

 

 

 

 

 

HSP (1/3): Een uitleg met knijpen en de lampen-theorie

Blijkt dat HSP weer een item is in Vlaanderen dezer dagen (las ik op de blog van Anna en zag ik op youtube). Dus misschien is het tijd om er eindelijk eens iets over te schrijven. Ik moet hierbij wel aangeven dat ik geen expert of psycholoog ben. Wel heb ik jarenlange ervaring met het thema en heb ik een behoorlijke basis in psychologie (opleiding diergeneeskunde en later zelfstudie). Dus neem het maar voor wat het waard is.

Doorheen de jaren heb ik een zeer korte uitleg ontwikkeld om mensen duidelijk te maken hoe het voelt om een HSP te zijn. Ik gebruik deze uitleg meestal wanneer ik weer eens een opmerking te horen krijg als “jamaar, ge moet daar niet zo gevoelig voor zijn”.

Dan zeg ik: geef mij uw arm eens. En dan knijp ik zachtjes in die arm. Dit is hoe gij de dingen voelt, zeg ik. Daarna knijp ik nog eens in die arm, maar beduidend harder. En dit, zeg ik, is hoe ik de dingen voel. En nu ga ik nog eens even hard in uw arm knijpen en gij moet proberen het even hard te voelen als die eerste keer dat ik zacht kneep. En dan knijp ik weer tamelijk hard. En dan begrijpen ze het meestal wel. En dan besluit ik met te zeggen dat ik wel mijn best doe mij de dingen minder hard aan te trekken, maar dat ik niet kan veranderen hoe hard ze binnenkomen.

Er was echter een mysterie waar ik lange tijd niet de vinger op kon leggen. Ondanks het feit dat ik zoveel prikkels binnenkrijg en die kennelijk diepgaand verwerk, kan ik zeer duidelijke signalen soms compleet over het hoofd zien. Er was bijvoorbeeld dat blad papier dat ik op het medisch centrum kreeg, waarop de datum van mijn volgende afspraak stond. De helft van het blad was dicht bedrukt met allemaal informatie, met kadertjes en alineas enzo, maar in het midden van al die info was de datum gemarkeerd in fluostift. Dat had ik dus compleet niet door. Toen ik thuiskwam, zei ik aan mijn man dat ik niet wist wanneer de volgende afspraak was. Hij nam dat blad papier uit mijn handen, wierp er één blik op, en wees met zijn vinger de datum aan. Voila.

Dit bracht mij bij de lampen-theorie. Die lampen staan hier symbool voor alle soorten prikkels; ik heb gewoon lampen gebruikt omdat dat voor een duidelijke tekening zorgt.

de lampentheorie

Ik vermoed dat mensen die niet zo hooggevoelig zijn beter de felle lampen van de andere kunnen onderscheiden. En dat hooggevoelige mensen de felle lampen soms niet herkennen, simpelweg omdat voor hen alle lampen fel zijn. (Dit zou ook kunnen verklaren waarom een bepaald persoon die ik hier nu niet bij naam ga noemen nooit iets kan vinden in de koelkast ook al staat het vlak voor zijn neus.)

Tot hiertoe mijn eerste bijdrage over het schone doch vermoeiende kenmerk der hooggevoeligheid. Alle opmerkingen en uiteraard ook kritische bedenkingen zijn welkom.