Waarom de millenials zo moe zijn

Ik zit al een paar dagen met deze blogpost van enerziek in mijn hoofd. Ze postte daar een video (zie hier) over waarom burn-outs het frequentst voorkomen bij mensen geboren tussen 1980 en 2000.

Nu heb ik daar dus lang en diep over zitten nadenken, en ik kwam tot volgende bedenkingen:

1.Millenials zijn de eerste generatie die een constante stroom aan veranderingen hebben doorgemaakt tijdens hun formatieve jaren. Er wordt wel eens beweerd dat zij daarom net makkelijker met die nieuwe technologieën en tendenzen omkunnen, want hoe jonger je bent, hoe flexibeler je brein. Maar ik vraag me af of het niet juist andersom is. Of al die veranderingen niet juist moeilijker te verteren zijn voor wie nog volop in de groei is en daardoor nog niet zo stevig in zijn schoenen staat.

De generatie van mijn ouders heeft tijdens hun jeugd de komst van de televisie meegemaakt, en dat was vast ook een behoorlijke aanpassing. Maar tijdens de opmars van de computer, het internet, de gsm, en sociale media hadden zij hun leven al tamelijk op orde. Ze hadden een diploma, werk, een woonst, kinderen. Ze wisten wie ze waren en wat ze verondersteld werden te doen. Hun wortels zaten diep in de grond en dus konden ze wel tegen een stootje.

De mensen van mijn generatie echter voelden de wind regelmatig met wilde schokken keren, net in de periode dat hun wortels de diepte zochten en stabiliteit nodig hadden. Neem gewoon al onze manier van communiceren op afstand tussen pakweg ons 15e en 35e levensjaar. Dat is gegaan van brieven schrijven en telefoneren, over smssen en ICQ, naar facebook en Whatsapp. En alles daar tussenin. Om maar een banaal voorbeeld te geven.

Wij zijn de eerste generatie wier ouders en leerkrachten hen niet konden voorbereiden op de maatschappij waarin we terecht zouden komen, want niemand had een duidelijk beeld van hoe die maatschappij eruit zou zien.

2.Ook op de werkvloer is er de laatste decennia veel veranderd, veronderstel ik. Nieuwe technologieën hebben het tempo opgevoerd, de financiële crisis heeft de werkdruk doen toenemen, en ook de administratieve last is alleen maar toegenomen. Dat lijken mij al heel wat zware boterhammen om te slikken wanneer je in je job al jarenlang stevig in het zadel zit. Maar wanneer je net begonnen bent en nog duizend-en-één nieuwe dingen onder de knie moet krijgen, en moet vechten om een plaatsje te veroveren, dan lijkt het me niet meer dan normaal dat het hoge tempo, de werkdruk en de administratie de emmer doen overlopen. Laten we ook niet vergeten dat het voornamelijk de nieuwkomers zijn die na de kantooruren  nog andere katjes te geselen hebben (verhuizingen, verbouwingen, prille en daarom onstabiele relaties, baby´s, peuters, kleuters, etc.)

3.En dan zijn er de verwachtingen. Wanneer je in de tijd van mijn vader een universitair diploma haalde, was het goed mogelijk dat je de eerste was in het dorp die dat voor elkaar kreeg. Slechts één generatie later ben je de vreemde eend in de bijt wanneer je niet minstens één universitair diploma op zak hebt. Om maar een voorbeeld te geven.

Ik heb nooit begrepen waar mijn lage zelfvertrouwen vandaag kwam, tot ik deze formule las:

IMG_20180214_220117[1]

Die verwachtingen komen van overal en iedereen. We leven in een tijd waarin alles mogelijk is en het succes van anderen ons dagelijks onder de neus gewreven wordt. Slagen in het leven is de default mode, want alles is voorhanden, dus als het je niet lukt een succesvol leven uit te bouwen, dan kan het maar aan één persoon liggen: aan jou. Failure is not an option. En dus werken wij ons constant uit de naad om successen te behalen, om toch nog een beetje zelfvertrouwen te behouden. Want zodra we steken laten vallen, voldoen we niet langer aan al die torenhoge verwachtingen, en dan zinkt het schip.

(In de video zegt men dat millenials denken dat zij en zij alleen verantwoordelijk zijn voor hun succes en hun falen, en dat dat komt doordat ze “hoogst individualistisch zijn opgevoed”, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Ik hou het op bovenstaande formule.)

En daarom, beste mensen, zijn volgens mij de millenials zo moe.

Uw eigen ideeën hieromtrent zijn meer dan welkom.

 

 

 

 

 

 

 

 

HSP (3/3): Een extraverte HSP op weekend

Casestudy.

Twee weken geleden gingen we op weekend à l´espagnole: met 11 volwassenen, 8 zes-jarigen en een hond. Mijn echtgenoot heeft via zijn werk contacten met katholieke zusters overal te lande, die hem immer goedgezind zijn wegens zijn blauwe kijkers. Een plek vinden om met zijn allen te logeren was voor hem dus klein bier (foto´s: zie onderaan).

Ik wou heel graag mee, want het is een zeer leuke groep met erg lieve mensen. Maar ik zag er zoals altijd ook een beetje tegenop, want op verplaatsing slapen is een behoorlijke drempel en het ging om een tamelijk grote groep met veel kinderen. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd diende te worden dat weekend. Dat ging als volgt.

Na aankomst op zaterdagnamiddag namen we onze intrek in een gebouw dat vroeger een soort internaat was. Zeer charmant: jaren vijftig stoeltjes en spiegels, authentieke houten deuren, witte muren en zonnige beddelakens. Eenvoudig en helemaal vintage. Buiten was er een speelplaats onder de bomen. Daar aten we merienda terwijl de kinderen met de hond speelden. Daarna besloten de moeders om samen een wandeling te maken. Ik had daar echter weinig zin in, want ik was nog maar net op die nieuwe plek aangekomen en nog volop in assimilatie-modus, en bedankte dus vriendelijk.

´s Avonds spendeerden we een uur of twee in de paellero, met zijn allen in het donker rond het vuur. Dat klinkt erg romantisch, maar de acht kinderen die met zaklantaarntjes liepen te zwaaien en wier gegil weerkaatste tegen de muren en de vloertegels, maakten het erg overstimulerend. Ze schenen met die zaklantaarns ook altijd recht in je ogen, hoe vaak hen ook gezegd werd naar de grond te richten. Ik was niet de enige ouder die af en toe wat rust opzocht.

Uiteindelijk was het vlees klaar (ook weer heel Spaans: een avondmaal met alleen vlees en brood -groenten zijn voor konijnen), en gaven we eerst de kinderen te eten. Tegen dat ze allemaal gegeten hadden, was het al bijna half elf. Ik stelde voor hen naar bed te brengen. Mijn man vertelde een verhaaltje aan de jongens, die met zijn zessen op één kamer lagen, en ik vertelde een verhaaltje aan mijn dochter en haar vriendinnetje, die met zijn tweeën op een andere kamer lagen. Daarna kwamen er een paar ouders naar boven om ons af te lossen, maar na elven werd er nog steeds gejoeld bij de jongens. Ik liep de kamer in en zag dat ene jongetje, het gevoeligste van de hele bende. Hij lag daar doodmoe en met open ogen voor zich uit te staren, wakker gehouden door de rest. Dat was moeilijk om aan te zien. Toen heb ik mijn juffenstem en politie-technieken bovengehaald, samen met een vader die ook echt bij de politie zit, haha, waarmee het tien minuten later muisstil was en twintig minuten later iedereen sliep. Tegen die tijd hadden de andere volwassenen al gegeten, maar er waren gelukkig nog twee lapjes vlees over.

Om kwart voor twaalf haalde mijn man de orujo boven, en zei ik: goeienacht allemaal, ik ga slapen. Ik had echt zin om nog te blijven, maar wist uit ervaring dat elk kwartier later in bed zich de volgende ochtend zou vertalen in een nog zwaarder hoofd. Een kwestie van schadebeperking dus. Daarmee lag ik als eerste in bed, en was de volgende ochtend als laatste uit de veren, daar tussenin ongewild gewekt door elke persoon die die nacht naar de wc ging, mezelf inclusief.

De anderen had die zondagmorgen kennelijk energie genoeg om al meteen na het ontbijt op excursie te vertrekken. Daar heb ik ook vriendelijk voor bedankt. Wat deze keer wel een beetje raar was, want iedereen ging mee. Maar ik was moe, en wou gewoon even alleen zijn. Dus bleef ik achter met de hond. Wat heerlijk. Ik nam de hond mee op een wandelingetje naar het dorp, nam wat foto´s, praatte met een paar nonnetjes, las een blog op mijn gsm. Drie uren verstreken geruisloos, en voor ik er erg in had, was iedereen weer terug.

Samen prepareerden we een middagmaal op basis van pasta in een gigantische kookpot, en aten weer in twee shifts op de binnenplaats van de zusters, onder een lindeboom en omgeven door jasmijnstruiken. Het was heel erg gezellig. Daarna werd er ingepakt en reden we allemaal weer naar Rafelbunyol.

Het is dus allemaal wel te doen, zo´n groepsactiviteit. Ik had het ook echt niet willen missen (of zoals Prinses dat zegt: ondanks alles wil ik erbij zijn). Maar ik moet er geregeld uit kunnen stappen, en dat gaat zonder problemen zolang ik zelf durf doen wat nodig is, en de anderen daar begrip voor hebben. En die chance heb ik dus.

 

 

 

 

HSP (2/3). De extraverte HSP en het slappe koord

Hooggevoeligheid wordt meestal gelinkt aan introversie, maar zo´n 30 procent der HSP´s zou extravert zijn. Dat lijkt een contradictio in terminis. Hoe kan je nu zo prikkelgevoelig zijn en toch uitbundig, naar buiten gericht, etc? Dat klinkt een beetje als een zeemeermin die van zonnebaden houdt.

Geloof mij, het kan, maar het is inderdaad geen makkelijke combinatie. Een extraverte HSP raakt net zo snel overpikkeld als een introverte HSP, maar kan zich niet zo lang afzonderen in weldadige eenzaamheid, want daar zijn er dan weer te weinig prikkels. Voor een extraverte HSP is het heel snel te veel, maar ook heel snel te weinig. Althans, dat is mijn ervaring. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd dient te worden.

Het voordeel is dat dit soort mensen het geweldig doet in een groep: ze zijn zich bewust van ieders noden en alle interpersoonlijke wrijvingen, en spelen daar snel op in om ervoor te zorgen dat iedereen zich op zijn gemak voelt. Het mag alleen niet te lang duren. Persoonlijk sta ik bijvoorbeeld heel erg graag voor een klas volwassenen, en ik word daar altijd enorm geapprecieerd omdat ik ervoor zorg dat iedereen mee is en zich betrokken voelt. Maar kinderen of pubers zijn me te druk, en als ik teveel op mijn bord krijg en te weing kan rusten, komen de migraines eraan. En dan mag je nog zo´n goeie leerkracht zijn: als je niet kan lesgeven, kan je niet lesgeven. Dus ja.

De plekken waar ik mij het beste overeind kan houden op dat slappe koord zijn rustige plaatsen waar er andere mensen zijn. Plaatsen waar je niet noodzakelijk moet interageren, maar waar je niet alleen bent: treinen, parken, bibliotheken. En ik trek heel graag op in een groep, maar ik voel me het best op mijn gemak als ik weet dat ik weg kan wanneer ik dat wil.

Maar soit, het is allemaal niet onoverkomelijk als je leert hoe je ermee om moet gaan en op een beetje goodwill van je omgeving kan rekenen. Zoals dat zeemeerminnetje op het strand: een beetje zonnebaden en dan weer snel het water in.

BOGO SALE Sunbathing Mermaid Art Postcard Prints Set of 10

 

 

 

 

 

 

HSP (1/3): Een uitleg met knijpen en de lampen-theorie

Blijkt dat HSP weer een item is in Vlaanderen dezer dagen (las ik op de blog van Anna en zag ik op youtube). Dus misschien is het tijd om er eindelijk eens iets over te schrijven. Ik moet hierbij wel aangeven dat ik geen expert of psycholoog ben. Wel heb ik jarenlange ervaring met het thema en heb ik een behoorlijke basis in psychologie (opleiding diergeneeskunde en later zelfstudie). Dus neem het maar voor wat het waard is.

Doorheen de jaren heb ik een zeer korte uitleg ontwikkeld om mensen duidelijk te maken hoe het voelt om een HSP te zijn. Ik gebruik deze uitleg meestal wanneer ik weer eens een opmerking te horen krijg als “jamaar, ge moet daar niet zo gevoelig voor zijn”.

Dan zeg ik: geef mij uw arm eens. En dan knijp ik zachtjes in die arm. Dit is hoe gij de dingen voelt, zeg ik. Daarna knijp ik nog eens in die arm, maar beduidend harder. En dit, zeg ik, is hoe ik de dingen voel. En nu ga ik nog eens even hard in uw arm knijpen en gij moet proberen het even hard te voelen als die eerste keer dat ik zacht kneep. En dan knijp ik weer tamelijk hard. En dan begrijpen ze het meestal wel. En dan besluit ik met te zeggen dat ik wel mijn best doe mij de dingen minder hard aan te trekken, maar dat ik niet kan veranderen hoe hard ze binnenkomen.

Er was echter een mysterie waar ik lange tijd niet de vinger op kon leggen. Ondanks het feit dat ik zoveel prikkels binnenkrijg en die kennelijk diepgaand verwerk, kan ik zeer duidelijke signalen soms compleet over het hoofd zien. Er was bijvoorbeeld dat blad papier dat ik op het medisch centrum kreeg, waarop de datum van mijn volgende afspraak stond. De helft van het blad was dicht bedrukt met allemaal informatie, met kadertjes en alineas enzo, maar in het midden van al die info was de datum gemarkeerd in fluostift. Dat had ik dus compleet niet door. Toen ik thuiskwam, zei ik aan mijn man dat ik niet wist wanneer de volgende afspraak was. Hij nam dat blad papier uit mijn handen, wierp er één blik op, en wees met zijn vinger de datum aan. Voilà.

Dit bracht mij bij de lampen-theorie. Die lampen staan hier symbool voor alle soorten prikkels; ik heb gewoon lampen gebruikt omdat dat voor een duidelijke tekening zorgt.

de lampentheorie

Ik vermoed dat mensen die niet zo hooggevoelig zijn beter de felle lampen van de andere kunnen onderscheiden. En dat hooggevoelige mensen de felle lampen soms niet herkennen, simpelweg omdat voor hen alle lampen fel zijn. (Dit zou ook kunnen verklaren waarom een bepaald persoon die ik hier nu niet bij naam ga noemen nooit iets kan vinden in de koelkast ook al staat het vlak voor zijn neus.)

Tot hiertoe mijn eerste bijdrage over het schone doch vermoeiende kenmerk der hooggevoeligheid. Alle opmerkingen en uiteraard ook kritische bedenkingen zijn welkom.

 

 

 

 

 

Stap 2,5: Tijd maken

Het is niet omdat dochterlief nu naar school is (voorlopig tot 15u en vanaf oktober tot 16.30u (*)) dat ik nu opeens zeeën van tijd heb die als vanzelf leiden naar de realisatie van Het Plan. Dat moet kennelijk toch ietwat bewust gepland worden. Twee zaken zijn daarbij nodig:

 

  1. De hypomanische neiging onderdrukken mij aan het begin van dit schooljaar voor een hoop dingen te engageren en in te schrijven. (Want deze turbulente campaigner vindt alles interessant, maar nadien heeft ze geen tijd om te schrijven en is ze moe natuurlijk.) Dus geen cursus gebarentaal, geen yoga, geen dansles, geen Valenciaans. Want gebarentaal is niet dringend, yoga en dansen kan ik hier in de woonkamer, en voor Valenciaans ga ik dit jaar gewoon veel lezen. Met bijles Engels geven zal ik het al druk genoeg hebben. Ik ga wel in de jazzband blijven zingen, en na veel vijven en zessen heb ik me op de muziekschool toch ingeschreven voor piano (dat wil ik al zo lang doen en dat komt misschien ook van pas bij jazz). Maar of er plaats is, weet ik niet. Zaterdag zal ik weten of ik effectief piano kan volgen.

 

  1. Een tijdschema maken. Nu weet ik uit ervaring dat ik niet gemaakt ben om mij strikt aan schema´s te houden (**), maar dat probleem is onderhand opgelost door een creatieve draai te geven aan de opvatting dat een schema iets is waar je je strikt aan moet houden. Ik zie schema´s tegenwoordig eerder als een leidraad. Iets dat de chaos binnen de perken houdt. In plaats van je schuldig te voelen om het niet strikt volgen van het schema, dien je je te verheugen in het besef dat het zonder schema allemaal nog veel erger was geweest. Zoiets.

schema

En zie, ik heb vandaag al 2,5 uur geschreven!

Wie weet gaat dat hier nog lukken…

 

(*) Misschien moet ik ook nog eens iets posten over schooluren in Spanje, want dat is ook wel de moeite.

(**) Zie weer: turbulente campaigner. Dat lost toch veel mysteries op he, zo´n persoonlijkheidstest.

Een turbulente Campaigner met een plan

Vooraleer een project op poten te zetten, kan het geen kwaad je zelfkennis wat bij te vijlen, niet? Want inzicht in je sterktes en zwaktes is toch altijd mooi meegenomen. Een interessant hulpmiddel daarvoor vond ik op deze website: www.16personalities.com.

Het zou mooi klinken als ik hier kon zeggen dat dit een onderdeel was van een strategie, maar ik ben bij deze website terechtgekomen op dezelfde manier waarop ik bij 80 procent van mijn informatie terechtkom: via puur toeval. Maar zoals zo vaak blijkt het dan wonderwel in the present picture te passen.

Volgens die test ben ik namelijke een Campaigner, en wat ik daarover te lezen kreeg, sloeg al meteen de brug naar mijn vorige én mijn volgende blogpost:

Campaigners are fiercely independent, and much more than stability and security, they crave creativity and freedom.

Meer woorden moeten daar dus al niet aan vuilgemaakt worden.

Het mooie is dat je er ook een lijstje sterktes en zwaktes bij gepresenteerd krijgt. Ik heb namelijk een plan (of eigenlijk: een aantal plannen) en om die gerealiseerd te krijgen, zal ik toch een beetje rekening moeten houden met deze zwakke punten:

Poor Practical Skills – When it comes to conceiving ideas and starting projects, especially involving other people, ENFPs have exceptional talent. Unfortunately their skill with upkeep, administration, and follow-through on those projects struggles. Without more hands-on people to help push day-to-day things along, ENFPs’ ideas are likely to remain just that – ideas.

Find it Difficult to Focus – ENFPs are natural explorers of interpersonal connections and philosophy, but this backfires when what needs to be done is that TPS report sitting right in front of them. It’s hard for ENFPs to maintain interest as tasks drift towards routine, administrative matters, and away from broader concepts.

Nu heb ik dat hier niet klakkeloos overgenomen gewoon omdat dat op die website staat, maar omdat ik weet dat dit daadwerkelijk mijn zwakke punten zijn wanneer het aankomt op het uitwerken van een project. Het blijft hier nogal snel bij krabbels in een boekje en post-its op de muur.

Daarom heb ik besloten in de volgende blogposts mijn plannen hier te delen (KEI-GRELLIG). Want als er meer mensen van op de hoogte zijn, dan verhoogt dat een beetje de druk. En op die manier krijg ik het misschien wel rond, als ik er van tijd tot tijd verslag over moet doen. (Iets wat ik hier ook al eens aangegeven heb trouwens.)

By the way, heeft deze post iemand aangespoord om ook eens de persoonlijkheidstest te doen?

Wat was het resultaat?  

En kan je je erin vinden?

 

 

 

 

 

 

 

Over pillen, therapie en de supermarkt

Ik ga nu al vier jaar naar dezelfde supermarkt, en telkens ik afreken, moet ik doorheen dezelfde conversatie:

Kassier(ster): “Hebt u een klantenkaart?”

Ik: “nee.”

Kassier(ster): “Wilt u een klantenkaart?”

Ik: “Nee, dank u.”

Af en toe komt er variatie op het thema door een kassierster die een beetje blijft aandringen, of door mezelf, wanneer ik de nood voel nog maar eens uit te leggen dat de hippiekronkels die achter het weigeren van een klantenkaart schuilgaan eigenlijk niet zo vreemd zijn (dat ik het geen gezellig idee vindt dat er aan de hand van mijn aankopen kan uitgerekend worden wanneer ik mijn maandstonden heb, om maar iets te noemen -al is dat niet het voorbeeld dat ik dan geef).

Wanneer ik naar de psychiater moet (waar ik sinds de crash van vorig jaar om de zoveel maanden verwacht wordt voor een sessie van 10 minuten (*)) voltrekt zich ongeveer hetzelfde ritueel:

Psychiater: “Wil je nog steeds geen medicatie?”

Ik: “Nee.”

Psychiater: “Het is natuurlijk je eigen keuze, maar er zijn medicijnen die je echt goed kunnen helpen.”

Ik: “Dat weet ik wel, maar toch: nee. Sorry.”

Psychiater: “Je hoeft je niet te verontschuldigen, voor mij moet je het niet doen. Maar ben je er zeker van? Deze medicijnen worden heel grondig getest. Ik vind het gewoon jammer voor jou dat je waarschijnlijk beter af zou zijn moest je ze nemen, en dat je het toch niet wil proberen. Zou je het toch niet overwegen?”

Ik: “Nee. Echt niet. Nee.”

Er zijn drie redenen waarom ik weiger psychofarmaca te nemen, al besef ik dat ze mijn leven op bepaalde vlakken wel gemakkelijker zouden kunnen maken. Dit zijn die redenen:

  1. Ik vertrouw ze niet.
  2. Ik heb er slechte ervaringen mee (dat was meer dan tien jaar geleden, maar toch).
  3. Het is nooit duidelijk geweest of ze drempelverlagend werkten voor migraine-aanvallen, maar aangezien het om chemische producten gaat, is de kans erg groot. En alles wat maar de geringste kans geeft op aura-migraine, mijd ik als de pest (**).

Moest ik alleen die eerste twee redenen op mijn lijstje hebben staan, dan slikte ik waarschijnlijk al lang mijn dagelijkse dosis. Want zo heroïsch-principieel ben ik nu ook weer niet, daar maak ik mij geen illusies over. Maar die migraines zijn zo´n efficiënt afschrikmiddel dat ik me met weinig anders zal drogeren dan met paracetamol en ibuprofen. Al is het niet makkelijk koppig te blijven weigeren, en paradoxaal genoeg kom ik daardoor altijd tamelijk depressief buiten bij de psychiater.

Nu is dit geen blogpost over wat er beter is, medicatie of therapie. Dit is een post over hoe makkelijk het is aan medicatie te geraken, terwijl het bere-moeilijk is om therapie te krijgen. Want dat is dus wat ik wil proberen: therapie. Lees even mee hoe die queeste tot hiertoe verlopen is:

Tijdens mijn eerste sessie met toffe psychiater 1 vroeg ik om therapeutische hulp, en hij had me op de lijst gezet voor een afspraak met de psycholoog.

Ze zouden bellen.

Ze belden niet.

Na 3 maanden vroeg ik aan de balie waarom ik niet opgebeld was, en toen zeiden ze me dat psychiater 1 (die toen reeds vervangen was door psychiater 2) stelselmatig alle patiënten naar de psycholoog verwezen had, en dat ze sinds zijn vervanging alleen de “zware gevallen” een afspraak bij de psycholoog gegeven hadden. Ik was dus gewoon van de lijst gehaald.

Psychiater 2 zorgde ervoor dat ik weer op de lijst terecht kwam.

Drie maanden later werd ik gebeld en kreeg een afspraak voor over twee maanden. Een maandag om 9 uur ´s morgens. Toen ik die maandag aankwam, zeiden ze dat ik een afspraak had om 13u, en dat er iemand anders een afspraak had om 9u. Ik zei: “Nee, ze hebben mij heel duidelijk gezegd dat het om 9u was.” Om 13u kon ik niet, want dan moest ik werken. Dus pech, weer geen afspraak.

Ze zouden me bellen. Ik miste het telefoontje. Ben dan maar weer langs de balie gegaan.

Balie-mevrouw: “Ik heb je keivaak gebeld. Je hebt een afspraak op 12 april.”

Ik: “Op 12 april ben ik in België. Dat ligt al vast sinds november.”

Balie-mevrouw: “Tja, dan zal ik je een andere afspraak moeten geven. Ik zal je bellen.”

Ik: “Kunt u dat niet gewoon nu doen?”

Balie-mevrouw: “Nee. Ik zal je bellen.”

Op zo´n momenten is het toch moeilijk om daar geen samenzwering van de farmaceutische industrie achter te zoeken. Maar dan kan je nog paranoïde genoemd worden op de koop toe, en daar zijn dan weer andere pillen voor.

 

 

(*) Dit is niet de psychiater die ik tijdens de eerste sessie had en die me zoveel hoop en moed gaf. Die was de tweede keer dat ik ging al vervangen door iemand anders.

 

(**) Voor wie dit kleinzerig zou vinden: ik kan best wel tegen een stootje, hoor. Maar met de hand op het hart: ik zou liever weer een bevalling zonder epidurale ondergaan dan een aanval van hemiplegische aura-migraine.

 

 

 

Een opbeurende post over depressie

Na twee posts over migraine, vond ik het tijd voor nog eens een positieve post. Dat die dan over depressie gaat, lijkt een contradictio in terminis, maar voor beschrijvingen van platgetreden paden komen jullie hier niet lezen, toch? Dus doen we een opbeurende tekst over depressie, waar ik eigenlijk bij terecht kwam dankzij die posts over migraine, maar dat leg ik zodadelijk uit. (En volgende week doen we een enthousiast stukje over kinderarbeid ofzo.)

Op mijn achttiende ben ik steil naar beneden gekeild, daar maak ik al lang geen geheim meer van. (Ik snap trouwens niet waarom er over depressie een taboe zou moeten hangen. Iedereen die hersenen heeft, kan depressief worden. Ik vind het dus ook niet speciaal “moedig” om hierover te schrijven, alleszins niet moediger dan schrijven over teenschimmel of aambeien.)

Er zijn verschillende redenen waarom het toen zo slecht met me ging, maar daar wil ik niet over uitwijden. Wel wil ik twee zaken duidelijk maken: dat ik schrijf over 18 jaar ervaring met depressie, en dat ik uiteindelijk geleerd heb ermee om te gaan zonder medicatie. En dat is opbeurend nieuws –toch?

Voor alle duidelijkheid: depressie is geen lolletje. Je gedachten en gevoelens donderen een bodemloze put in, waar het leven van alle zin wordt ontdaan en je volledig doordrongen raakt van de overtuiging dat jouw bestaan compleet nutteloos is, en maar het best meteen aan zijn einde kan komen. Er is geen hoop. Er is geen licht. Je valt en blijft vallen. Dit om de leken onder u een kleine inkijk te geven in de duistere wereld van de depressieveling.

Ik ben nooit meer zo depressief geworden als tijdens die eerste jaren, tussen mijn achttiende en pakweg vijfentwintigste. Daarna bleven de aanvallen bij wijlen terugkomen, en langzaamaan begon ik in te zien dat dat is wat het waren: aanvallen. Ik was geen depressief persoon, ik was geen zwakkeling of psychologisch gestoord individu. Ik was niet gek. Ik had gewoon last van aanvallen van depressie. Net zoals ik aanvallen kreeg van migraine. Dat inzicht kwam er doordat ik overeenkomsten begon te ontdekken tussen depressie en migraine. De belangrijkste was dit: het ging in beide gevallen om een interne verstoring die aan mijn bewuste controle ontsnapte, en die ik als het ware moest “uitzitten”. Nadien kwam dan het evenwicht terug, en was ik weer okee.

De reden waarom dat inzicht zo lang op zich liet wachten, is naar mijn vermoeden te wijten aan het feit dat een aanval van depressie je gedachten en gevoelens verstoort. En wij zijn erg gehecht aan onze gedachten en gevoelens. Wij vereenzelvigen ons ermee. We hebben de neiging onze gedachten en gevoelens voor waar aan te nemen eenvoudigweg omdat we ze denken en voelen. Diep vanbinnen geloven wij dat wij onze gedachten en gevoelens zijn.

En dat, heb ik ondertussen geleerd, is niet helemaal waar. Wanneer ik nu een aanval van depressie krijg, kan ik afstand nemen. Ik bekijk mijn gedachten als een objectieve waarnemer, en hoe sterk ik ook van die negatieve overtuigingen doordrongen ben, hoe correct ze ook aanvoelen: ik weet dat ze niet juist zijn, maar verdraaid door de depressie. De laatste jaren is het zelfs alsof ik de hormoonspiegels voel kantelen. De foute kant op. En daarna weer de juiste kant op. En dan klaart het plots op vanbinnen en is de aanval voorbij.

En net als migraine hebben depressies een waarschuwingsfunctie: dat je beter voor jezelf moet zorgen, beter je grenzen bewaken, jezelf niet mag overladen. En net als bij migraine geldt dat je je niet mag laten meeslepen, dat er geen reden is tot paniek. It sucks, big time, maar daarna gaat het weer over. Proberen rustig te blijven en wachten tot de storm weer gaat liggen. Want de storm gaat weer liggen. En dat is toch wel opbeurend, niet?