Corona Chronicles: day 35

Toen de lock down werd afgekondigd, waren er veel mensen in mijn omgeving die dachten dat dit alles hooguit een week of drie zou duren. Maar ik had Marc Van Ranst horen zeggen dat een week of tien een realistische schatting was. Dus tekende ik in een schrift tien blokken. Telkens er een week voorbij was (ik ben beginnen tellen vanaf vrijdag 13 maart) kleurde ik een blok in. Daarnet heb ik het vijfde blok ingekleurd.

Aan het einde van elke week schreef ik wat het overheersende gevoel geweest was tijdens die periode.

Gisteren las ik hoe Veroniqzelf de fasen van rouwverwerking toepaste op de Covid-19 pandemie. Ik voelde een schok van herkenning: ik zag al die gevoelens terug in mijn blokken-pagina. De ontkenning en het gevoel van in een onwerkelijke wereld terecht gekomen te zijn. Ik heb onderhandeld en oh, wat ben ik boos geweest (maar dat heb ik niet op deze blog geuit). Afgelopen maandag voelde ik de boosheid wegzakken in iets wat sterk op depressie begon te lijken. Die nacht sliep ik amper. Dinsdag was eigenlijk een rotdag.

Maar van dinsdag op woensdag leek het alsof er iets veranderd was. De boosheid was grotendeels weg, de depressieve gevoelens waren verdwenen. Er was een berusting voor in de plaats gekomen. Het is waarschijnlijk geen toeval dat ik sinds die dag met meer aandacht en geduld mijn dochter heb begeleid.

Gek dat ik daar vijf weken voor nodig heb gehad, denk ik nu.

Maar dat is kennelijk hoe we in elkaar zitten.

 

 

 

Corona Chronicles: day 33

Afgelopen weekend zag ik de buurman in het steegje achter ons huis, waar ik de hond achter een tennisbal liet lopen. De buurman kwam in de deuropening van zijn achterdeur staan om een luchtje te scheppen.

Ik schrok toen ik hem zag. Zijn haar zat in de war, hij droeg een stoppelbaard van een paar dagen, en donkere wallen onder zijn ogen verrieden hoe vermoeid hij was. In de drie jaar dat we elkaar kennen, heb ik hem nooit eerder zo gezien; het is een man die er altijd uiterst verzorgd bijloopt en energie te over heeft. “De jongste heeft het de laatste dagen erg lastig,” zuchtte hij, verwijzend naar de karaktervolle kleuter wier woedeaanvallen ik vanop mijn balkon kan volgen. “En dat we niet naar buiten kunnen, maakt het er niet bepaald makkelijker op.”

Later die dag belde ik met een vriendin die aan de andere kant van het dorp woont. Onze kinderen zijn beste maatjes en ik zie haar normaal gezien bijna dagelijks, maar nu hebben we elkaar al een maand lang niet meer in levende lijve gezien. Met haar drie-koppige gezinnetje woont ze op een appartement. Tijdens ons telefoongesprek vertelde ze me dat haar zoontje vriendjes was geworden met een jongetje dat hij op een balkon schuin onder hun eigen balkon had ontdekt. Met z´n tweeën hadden ze van een stuk touw en een plastic flesje een mini-kabelbaan geknutseld. “Je had de ogen van dat kind moeten zien terwijl ze zaten te spelen,” zei mijn vriendin. “Alsof er een wereld voor hem open ging. Het was mooi en zielig tegelijk.” Ze zei me ook dat ze het goed stelde, maar ook zij had wallen onder haar ogen.

Vanmorgen werd ik gewekt door het gehamer van de bouwvakkers die hier twee percelen verder sinds gisteren weer aan de slag mogen. Het is de eerste versoepeling van de harde maatregelen waaronder we momenteel leven. Ik hoop dat de volgende stap zal zijn dat onze kinderen eindelijk weer naar buiten mogen. Er gaan al stemmen op van sociologen, psychologen en pedagogen die vrezen dat de manier waarop de staat onze kleinsten momenteel behandelt de maatschappij meer kwaad zal doen dan men tracht te voorkomen.

De mannen aan het roer zijn echter nog niet mee. Laat ons hopen dat ze snel van gedacht veranderen.

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 32

Eerst en vooral: een zo vrolijk mogelijk Pasen gewenst aan jullie allemaal!

Laat mij beginnen met toe te geven dat ik een héél klein beetje vals gespeeld heb tijdens mijn medialoos weekend: ik heb namelijk twee keer per dag de berichtjes op whatsapp gecheckt (ik was bang dat er anders een paar mensen erg ongerust gingen worden). En zodra de wijzer op zondagnacht over de twaalf ging, ben ik wel meteen gaan kijken wat ik gemist had. 

Maar voor de rest ben ik bijzonder braaf geweest. En dat was niet zo moeilijk; het was zelfs een opluchting. Want wat worden we dagelijks toch enorm vaak afgeleid door dat kleine, zwarte apparaatje, dat daar als een Tamagotchi ligt te zoemen om aandacht. Ik weet dat je daar niet op hoeft te reageren, maar als je er niet op mag reageren, wordt het toch veel makkelijker om het ook daadwerkelijk te negeren.

Bovendien was het ook een goede zaak wat af te kicken van het lezen van kranten. Want dat begon wat aan het ongezonde te grenzen. Ik zit immers met het gevoel dat er iets groots en ingrijpends aan de gang is, maar dat ik heel weinig zicht heb op wat er nu werkelijk aan de hand is. Want die getallen alleen lijken me maar het topje van de ijsberg, en al die loze krantenkoppen gaan niet veel dieper. Daarom schuim ik elke dag de nieuwswebsites af, pluis de kranten uit, op zoek naar puzzelstukjes die de tekening van het geheel duidelijker maken. Ik vind het absurd hoe weinig we weten over wat er momenteel naast onze deur gebeurt. Maar niemand heeft een duidelijk zicht op de storm wanneer je er middenin zit; misschien ben ik gewoon te ongeduldig.

Ik wil nu al het boek lezen dat over tien jaar over de coronacrisis geschreven zal worden.

Daar een weekendje vrijaf van nemen, deed deugd. Ik stond niet meer als een verdwaasde Alice in Wonderland naar wegwijzers te zoeken; ik ging gewoon mee thee zitten drinken en absurde liedjes zingen. Mandala´s haken. Films kijken.

En nu is het maandag en kan ik de waanzin weer aan.

 

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 29

Ik zou graag een bescheiden experiment willen doen, namelijk: een weekend creëren.

We zijn immers het zeven-dagen-ritme een beetje kwijt, en eigenlijk mis ik dat wel. Het gaf houvast. Je zat altijd aan het begin, in het midden of aan het einde van iets. Het lijkt me wel fijn van dat weer in onze dagen te installeren, want nu zitten we gewoon elke dag in een lock down, zonder te weten wáár ergens in die lock down. In het begin, het midden, het einde? Mijn rechterhersenhelft zegt “maakt niet uit, we leven vandaag”, maar mijn linkerhersenhelft zwalpt een beetje verloren rond, op zoek naar ijkpunten in de tijd.

Een weekend dus.

Aangezien het uurrooster van mijn man elke week verandert en hij vaak in het weekend moet werken, kunnen we ons daar alvast niet op baseren. Daarom heb ik me het volgende voorgenomen: in het weekend gaan we niet op het internet en blijft de computer uit. Twee dagen lang afkicken van kranten en social media -slecht zal dat niet zijn. En dan kan ik me maandagochtend verheugen op het weer binnenlaten van de wereld. Dat lijkt me wel het proberen waard.

Dus bij deze, lieve mensen: morgen en overmorgen zal er hier geen post te vinden zijn. Maar maandag ben ik weer paraat (en zal er verslag gedaan worden van dit kleine experiment :))

Maar uiteraard ga ik jullie niet het weekend insturen zonder wat goed nieuws!

En daarvoor schakelen wij nu rechtstreeks over naar John Krasinski.

Fijn weekend allemaal!

 

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 28

Vanmiddag belde ik een vriend op die in Valencia woont. Aangezien hij deze quarantaine op een klein appartementje zonder terras of balkon moet doorbrengen, vroeg ik: “Hou je het een beetje uit, zo tussen vier muren?”

“Laat ons zeggen dat het uitje naar de supermarkt het hoogtepunt van de week is,” antwoordde hij. “Over het algemeen red ik me wel, maar er zijn dagen waarop het lijkt alsof het huis krimpt. Alsof de ruimte om me heen almaar kleiner wordt.”

“Zoals bij Alice in Wonderland!” riep ik uit. Ik vertelde hem over hoe ik in het klassieke verhaal van Lewis Carroll een metafoor voor de coronacrisis zag, en we moesten er allebei om lachen.

Later op de dag kreeg ik een bericht van een andere vriend. Hij stuurde me een foto van een jong aloe vera-plantje in een bloempot. “Hij heet Marc,” schreef mijn vriend, verwijzend naar de plant. “´s Morgens doet ie een beetje vervelend, maar voor de rest van de dag is hij aangenaam gezelschap.”

Pratende planten: check.

We zijn in Wonderland!

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 12

Introspectie wordt erg aangemoedigd dezer dagen, en dit heb ik alvast bijgeleerd over mezelf:

Ik zat eigenlijk al een beetje in quarantaine.

Mijn leven nu is namelijk niet zo heel erg anders dan vóór deze crisis uitbrak: mijn dag speelde zich toen ook voornamelijk binnenshuis af en werd gevuld met grotendeels dezelfde taken: voor dochterlief zorgen, de was doen, eten maken, de hond uitlaten, inkopen doen. En daar werd ik toen ook wel eens een beetje gek van; soms voelde ik me zelfs op het randje van een huisvrouwensyndroom.

Het mooie aan deze quarantaine is dat ik nu heel duidelijk zie wat ik wel mis en wat niet. Dus weet ik ook waarop ik me moet focussen om het huisvrouwensyndroom te bestrijden zodra de quarantaine opgeheven wordt.

Eigenlijk zijn er maar vier dingen die ik momenteel echt mis:

Vooral dat laatste mis ik heel erg. De optredens iets minder omdat daar ook altijd wat stress bij komt kijken, maar de repetities zijn puur opladen.

Daarmee weet ik dus waarop ik me moet concentreren wanneer we weer buiten mogen. Oh, dat gaat een mooie dag zijn. Dan kruip ik uit twee quarantaines tegelijk.

 

(*) Al zijn er zo jammer genoeg niet veel in deze stad.

 

Corona Chronicles: day 8

De grootmoeder van mijn echtgenoot is 94 jaar en woont nog steeds alleen op haar eigen appartement. Er komt elke dag hulp aan huis, maar haar kinderen en kleinkinderen moeten nu noodgedwongen wegblijven. Dat is niet makkelijk, zegt ze, maar ze staat ervan versteld hoeveel telefoontjes ze krijgt.

Deze fiere vrouw ziet er absoluut geen 94 uit. Ze heeft een huid waar menig 60-jarige alleen maar van kan dromen, en haar gezondheid is een trouwe metgezel. Alleen haar ogen zijn door de jaren heen zodanig achteruit gegaan dat ze nog maar met moeite kan zien. “Wat wil je,” zegt ze daarover, “op mijn leeftijd.” Gelukkig hoeft ze zich na decennia ervaring niet meer op haar ogen te beroepen om babykleertjes en bedspreien te haken, met kabelpatroon en al.

Ik wou schrijven: vroeger zong ze. Maar ze zingt nog steeds, zarzuelas vooral. Dat ik ook zing, vindt ze geweldig. Op kerstfeesten, wanneer we met de hele familie een half restaurant innemen, maant ze me altijd aan recht te staan en iets te zingen. Soms doe ik dat, maar vaker laat ik mijn beurt passeren, en vraag haar zelf iets te zingen. Dat doet ze dan vol overgave en emotie. En toonvast. Na de laatste noot staan haar vele, ondertussen volwassen kleinkinderen op en geven haar een vrolijk en luid applaus.

Ook aan haar geheugen is nog niet getornd. Mijn man belde vandaag zijn abuela op en vroeg haar iets voor te dragen. Hij nam haar stem op terwijl ze Oda al Dos de Mayo van Bernardo López García voordoeg:

Mijn vaderland, ik hoor uw zorgen, 

En luister naar het trieste concert

Dat de klok en het kanon

Spelen voor de doden. 

Strofe na strofe bleef ze reciteren, dit strijdlied gecomponeerd tijdens de Franse bezetting, en gerecupereerd tijdens de dictatuur. Haar stem klonk rustig, gedecideerd, vertrouwd.

En ik dacht: met welk gruwelijk gemak hebben we aanvankelijk gezegd dat het virus enkel ouderen van het leven berooft. Alsof dat niet zo erg zou zijn. Alsof enkel een pandemie die ook jongere mensen treft een drama is.

Dus hierbij een ode aan de abuelos en abuelas.

Ook aan die van mij, ons moemoe, die in een rusthuis in de Kempen woont, zonder kans op bezoek. Maar met heldhaftige verzorgers om zich heen.